Ontwerpresolutie - B8-0728/2016Ontwerpresolutie
B8-0728/2016

    ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in Venezuela

    1.6.2016 - (2016/2699(RSP))

    naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
    ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

    Beatriz Becerra Basterrechea, Dita Charanzová, Nedzhmi Ali, Petras Auštrevičius, Ivan Jakovčić, Ilhan Kyuchyuk, Gesine Meissner, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Paavo Väyrynen, Cecilia Wikström, Enrique Calvet Chambon, Martina Dlabajová, José Inácio Faria, Marian Harkin, Johannes Cornelis van Baalen, Matthijs van Miltenburg, Hilde Vautmans namens de ALDE-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0700/2016

    Procedure : 2016/2699(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B8-0728/2016
    Ingediende teksten :
    B8-0728/2016
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    B8-0728/2016

    Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela

    (2016/2699(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –  gezien zijn eerdere en recente resoluties over de situatie in Venezuela, met name die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela[1], die van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela[2] en die van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela[3],

    –  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

    –  gezien de verklaring van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten van 20 oktober 2014 over de detentie van demonstranten en politici in Venezuela,

    –  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, van 7 december 2015 over de verkiezingen in Venezuela,

    –  gezien de verklaring van de woordvoerder van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, Ravina Shamdasani, van 12 april 2016,

    –  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

    A.  overwegende dat, zoals in elk ander democratisch land, de nationale soevereiniteit bij de bevolking van Venezuela berust, die wordt vertegenwoordigd door het parlement, zoals erkend in artikel 5 van de Venezolaanse grondwet;

    B.  overwegende dat het Venezolaanse parlement op 30 maart 2016 een wet heeft aangenomen waardoor aan meer dan 90 politieke gevangenen in Venezuela amnestie zou worden verleend, en waarmee de weg werd geëffend voor de broodnodige dialoog en nationale verzoening; overwegende dat deze wet in overeenstemming met de grondwet is, aangezien hij uitdrukkelijk gratie verbiedt voor strafbare feiten in verband met misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en grove schendingen van de mensenrechten, zoals vereist door artikel 29 van de grondwet;

    C.  overwegende dat zowel de regering als het Hooggerechtshof de wetgevingsbevoegdheden van het parlement belemmeren sinds zijn aantreden in december 2015 na de ruime overwinning van de oppositie; overwegende dat het Hooggerechtshof de amnestiewet ongrondwettig heeft verklaard;

    D.  overwegende dat 96 politieke gevangenen nog steeds worden vastgehouden en er 2 000 voorwaardelijk in vrijheid zijn gesteld; overwegende dat er sinds 2014 sprake is van meer dan 4 029 politiek gemotiveerde arrestaties, waarvan meer dan 168 alleen al in mei 2016, zoals aangegeven door de NGO Foro Penal Venezolano; overwegende dat de oppositieleiders, met inbegrip van Leopoldo López en de democratisch verkozen burgemeesters Antonio Ledezma en Daniel Ceballos, ook nog steeds gevangen worden gehouden;

    E.  overwegende dat de Venezolaanse regering de rechterlijke macht en de verkiezingscommissie van het land volledig in haar greep heeft, wat duidelijk in strijd is met het beginsel van onafhankelijkheid en scheiding der machten dat kenmerkend is voor een democratische rechtsstaat;

    F.  overwegende dat de Venezolaanse regering de pers en de media volledig in haar greep heeft, wat duidelijk in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting dat essentieel is voor elke democratische staat;

    G.  overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al-Hussein, openlijk heeft verklaard dat de amnestie- en nationaleverzoeningswet in overeenstemming is met het internationaal recht, en zijn teleurstelling heeft uitgesproken over de verwerping ervan; overwegende dat de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, Luis Almagro, president Nicolás Maduro heeft opgeroepen de amnestie- en nationaleverzoeningswet goed te keuren;

    H.  overwegende dat volgens cijfers van de Venezolaanse centrale bank, 2015 werd afgesloten met een inflatie van 180,9 %, de hoogste ter wereld, en dat de zwaarst getroffen producten voedingsmiddelen en niet-alcoholische dranken waren, met een inflatie van 315 %; overwegende dat het Internationaal Monetair Fonds voor 2016 een inflatie van ongeveer 700 % voorspelt;

    I.  overwegende dat Venezuela te kampen heeft met een ernstige humanitaire crisis, die wordt veroorzaakt door een tekort aan voedsel en geneesmiddelen; overwegende dat het parlement, gezien het algemene gebrek aan geneesmiddelen, medische apparatuur en benodigdheden, heeft verklaard dat er sprake is van een humanitaire, gezondheids- en voedselcrisis, en dat het de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om humanitaire hulp heeft gevraagd alsook een om technisch bezoek teneinde de hierboven beschreven omstandigheden te bevestigen;

    J.  overwegende dat de regering de toegang van humanitaire hulp tot het land verhindert en diverse internationale initiatieven ten behoeve van het maatschappelijk middenveld boycot, zoals in het geval van Caritas en andere ngo's;

    K.  overwegende dat de democratische oppositie een door de grondwet erkend proces in gang heeft gezet waardoor ambtenaren uit hun ambt kunnen worden ontzet nadat zij de helft van hun mandaat hebben vervuld; overwegende dat de Nationale Kiesraad 1,8 miljoen handtekeningen van Venezolaanse burgers ter ondersteuning van dit proces heeft ontvangen, wat beduidend meer is dan de 198 000 aanvankelijk vereiste handtekeningen opdat het proces wettig en in overeenstemming met de grondwet zou zijn;

    L.  overwegende dat de invoering van deviezencontroles in 2003 een van de vele voorbeelden is van economisch wanbestuur van de overheid; overwegende dat de recente noodtoestand die president Maduro heeft afgekondigd, de economische crisis alleen maar heeft verergerd; overwegende dat een oplossing voor de crisis alleen kan worden gevonden via een dialoog met alle geledingen van de overheid en de samenleving;

    M.  overwegende dat de G7-landen op 27 mei 2016 een verklaring hebben uitgebracht waarin Venezuela met klem wordt verzocht de voorwaarden te scheppen voor een dialoog tussen de regering en de burgers om een oplossing te vinden voor de steeds ernstiger wordende economische en politieke crisis;

    1.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de politieke, economische, sociale en humanitaire crisis in Venezuela en over het klimaat van toenemende politieke en sociale instabiliteit;

    2.  verzoekt de Venezolaanse regering een constructieve houding aan te nemen en een oplossing te zoeken voor deze ernstige crisis door een open en inclusieve dialoog aan te gaan met alle geledingen van de samenleving, met inbegrip van de democratisch verkozen oppositie;

    3.  dringt er bij president Maduro en zijn regering op aan dringend economische hervormingen door te voeren in samenwerking met het democratisch verkozen parlement, teneinde een constructieve oplossing te vinden voor de recessie en de energiecrisis, en met name voor het gebrek aan voedsel en geneesmiddelen;

    4.  verzoekt de EU, haar lidstaten en de VV/HV, Federica Mogherini, de Venezolaanse autoriteiten aan te sporen humanitaire hulp tot het land toe te laten en toegang te verlenen aan internationale organisaties die de meest getroffen geledingen van de samenleving willen helpen;

    5.  verzoekt de EU, haar lidstaten en de VV/HV de Venezolaanse regering aan te sporen politieke gevangenen en personen die willekeurig worden vastgehouden onmiddellijk vrij te laten, in overeenstemming met de oproepen van diverse VN-instanties en internationale organisaties en met de amnestie- en nationaleverzoeningswet;

    6.  verzoekt de EU, haar lidstaten en de VV/HV de Venezolaanse regering aan te sporen de amnestie- en nationaleverzoeningswet te ratificeren en zich te houden aan internationale verdragen waarbij Venezuela zijn verbintenissen moet nakomen;

    7.  verzoekt de EU, haar lidstaten en de VV/HV in nauwe samenwerking met de UNASUR nationale inspanningen tot invoering van mechanismen voor dialoog en verzoening te ondersteunen, teneinde de aanwezigheid van internationale organisaties te versterken zodat zij dit proces kunnen vergemakkelijken en als mogelijke borgstellers en bemiddelaars kunnen optreden;

    8.  verzoekt de regering en de overheid van Venezuela zich aan de grondwet te houden en erkende rechtsmechanismen en -procedures om voor eind 2016 de in de Venezolaanse grondwet voorziene electorale procedure met het oog op de afzetting van de president in gang te zetten, te faciliteren in plaats van te belemmeren; dringt er bij het Hooggerechtshof op aan de scheiding der machten en de grondwettelijke orde te eerbiedigen;

    9.  verzoekt de EU, haar lidstaten en de VV/HV te pleiten voor een herziening van de in 2003 door voormalig president Hugo Chávez ingevoerde deviezencontroles;

    10.  verzoekt de Raad en de lidstaten daadwerkelijk uitvoering te geven aan de eisen van de internationale verdragen inzake mensenrechten, en de mogelijkheid te onderzoeken om gerichte sancties op te leggen aan Venezolaanse gezagsdragers die als schenders van mensenrechten zijn geïdentificeerd, waaronder het bevriezen van tegoeden van deze personen en een inreisverbod in de EU;

    11.  herhaalt zijn verzoek om zo spoedig mogelijk een delegatie van het Europees Parlement naar Venezuela te sturen en in dialoog te treden met alle bij het conflict betrokken partijen;

    12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en het parlement van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.