Procedure : 2016/2699(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0729/2016

Ingediende teksten :

B8-0729/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/06/2016 - 12.17
CRE 08/06/2016 - 12.17
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0269

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 336kWORD 75k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0700/2016
1.6.2016
PE596.895v01-00
 
B8-0729/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Venezuela (2016/2699(RSP))


Francisco Assis, Ramón Jáuregui Atondo, Carlos Zorrinho, Marlene Mizzi, Doru-Claudian Frunzulică, Claudia Țapardel, Nicola Caputo, Nicola Danti, Pier Antonio Panzeri, Nikos Androulakis, Karoline Graswander-Hainz, Knut Fleckenstein, Enrique Guerrero Salom, Sergio Gutiérrez Prieto, Ana Gomes, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Jonás Fernández, Juan Fernando López Aguilar, Victor Boştinaru namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela (2016/2699(RSP))  
B8-0729/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Venezuela, vooral die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela(1), die van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela(2) en die van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela(3),

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest, goedgekeurd op 11 september 2001,

–  gezien de verklaring van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten van 20 oktober 2014 over de detentie van demonstranten en politici in Venezuela,

–  gezien de brief van 16 mei 2016 van Human Rights Watch aan Luis Almagro, secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, over Venezuela(4),

–  gezien de officiële mededelingen van de secretaris-generaal van de Unie van ZuidAmerikaanse Naties (UNASUR) van 23(5) en 28(6) mei 2016 over de verkennende gesprekken voor het opstarten van een dialoog tussen vertegenwoordigers van de Venezolaanse regering en de oppositiecoalitie MUD,

–  gezien de verklaring van de G7-leiders te Ise-Shima van 26-27 mei 2016(7),

–  gezien de verklaring van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry van 27 mei 2016 betreffende zijn telefoongesprek met de voormalige Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero(8),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Venezuela 20 % van de wereldwijde aardolievoorraden bezit, die slecht 3 % van de wereldproductie vertegenwoordigen; overwegende dat de uitvoer van het land voor 96 % uit aardolie bestaat; overwegende dat Venezuela tijdens de economische bloeiperiode geen financiële reserves heeft aangelegd om het inzakken van de handel of de impact van noodzakelijke macro-economische aanpassingen op te vangen;

B.  overwegende dat de Venezolaanse economie volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in 2016 naar verwachting met 8 % zal krimpen, na in 2015 al met 5,7 % te zijn afgenomen; overwegende dat hoewel het minimumloon met 30 % is gestegen, er bij een inflatiecijfer van 180,9 % geen enkel vooruitzicht op betaalbare basisgoederen voor Venezolanen is; overwegende dat de ramingen van het IMF een gemiddeld inflatiecijfer van 700 % tot eind 2016 en van 2 200 % in 2017 voorspellen;

C.  overwegende dat – hoewel officiële gegevens ontbreken – het armoedecijfer in Venezuela volgens ENCOVI (Encuesta de Condiciones de Vida) verdubbeld is van 30 % in 2013 naar 60 % in 2016; overwegende dat 75 % van de geneesmiddelen die door de Wereldgezondheidsorganisatie onontbeerlijk worden geacht, in Venezuela niet verkrijgbaar is;

D.  overwegende dat het gebrek aan toekomstplanning op het gebied van basisinfrastructuur alsmede inefficiënt bestuur tot een grootschalige economische en maatschappelijke crisis hebben geleid, hetgeen blijkt uit het langdurige tekort aan hulpbronnen, grondstoffen, investeringen, basisvoedingsmiddelen en onontbeerlijke geneesmiddelen, bij nul productie, en overwegende dat het land grote sociale onrust te wachten staat die tot een humanitaire crisis met onvoorspelbare gevolgen zou kunnen leiden;

E.  overwegende dat de Venezolaanse oppositiecoalitie MUD 112 zetels van de 167 zetels in de uit één kamer bestaande Nationale Assemblee heeft gewonnen, en dus over een twee derde meerderheid beschikt, tegenover 55 zetels voor de PSUV; overwegende dat het Hooggerechtshof vervolgens vier tot nieuw lid van de Nationale Assemblee verkozen vertegenwoordigers van de MUD belette hun ambt te aanvaarden, waardoor de oppositie haar twee derde meerderheid kwijtraakte;

F.  overwegende dat vooraanstaande leiders van de politieke oppositie gevangen zijn gezet, samen met rond 100 andere personen, op ideologische en politieke gronden; overwegende dat de Nationale Assemblee op 29 maart 2016 de wet inzake amnestie en nationale verzoening heeft aangenomen en dat het Hooggerechtshof op 11 april 2016 ook deze wet ongrondwettelijk heeft verklaard;

G.  overwegende dat het Hooggerechtshof sinds het aantreden van de Nationale Assemblee in januari 2016 de vier wetten die de Assemblee heeft aangenomen, onwettig of niet toepasbaar heeft verklaard: in februari handhaafde het Hooggerechtshof het economisch decreet van president Maduro dat in januari door de Nationale Assemblee was verworpen; in maart besliste het Hof dat de wetgevende vergadering niet het recht had zich over de eind 2015 doorgevoerde benoeming van 13 rechters te buigen; in april verklaarde het Hof de amnestiewet ongrondwettelijk en schrapte het een grondwetswijziging die de ambtstermijn van de president van zes naar vier jaar zou terugbrengen;

H.  overwegende dat er recentelijk in het kader van UNASUR verkennende gesprekken hebben plaatsgevonden in de Dominicaanse Republiek, onder leiding van de voormalige Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero, de voormalige president van de Dominicaanse Republiek Leonel Fernández en de voormalige president van Panama Martín Torrijos, met het doel een nationale dialoog op gang te brengen tussen vertegenwoordigers van de regering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela en de door de MUD vertegenwoordigde oppositiepartijen;

I.  overwegende dat gevechten om de controle over illegale mijnen schering en inslag zijn in het mineralenrijke gebied aan de grens met Guyana en Brazilië; overwegende dat er op 4 maart 2016 een massamoord heeft plaatsgevonden in Tumeremo in de deelstaat Bolívar, waarbij 28 mijnwerkers eerst verdwenen waren en vervolgens vermoord bleken; overwegende dat er nog steeds geen bevredigend antwoord is ontvangen van de autoriteiten, en overwegende dat de journaliste Lucía Suárez, die de zaak recentelijk had onderzocht, op 28 april 2016 in haar huis in Tumeremo werd doodgeschoten;

J.  overwegende dat de rechtsstaat en het beginsel van de scheiding der machten in Venezuela niet naar behoren worden geëerbiedigd; overwegende dat de actuele feiten op excessieve invloed van de regering en op controle over de rechterlijke macht en de nationale kiesraad wijzen, hetgeen een negatief effect heeft op de wetgevende macht en de oppositie, de hoekstenen van elk democratisch stelsel;

K.  overwegende dat decreet nr. 2294 van 6 april 2016 van de Venezolaanse regering bepaalt dat werknemers in de publieke sector slechts 2 dagen per week werken zolang het weerfenomeen El Niño gevolgen blijft hebben voor de waterkrachtcentrale Simon Bolívar; overwegende dat het onderwijs aan universiteiten en andere onderwijsinstellingen eveneens tijdelijk of volledig is opgeschort, in verband met de nationale veiligheid of energiebesparing; overwegende dat deze sluitingen de rechten van de burger ernstig aantasten;

L.  overwegende dat het hoge misdaadcijfer en de volledige straffeloosheid in Venezuela het land tot een van de gevaarlijkste landen ter wereld hebben gemaakt en dat Caracas het hoogste percentage gewelddaden ter wereld heeft, met meer dan 119,87 doden door geweld per 100 000 inwoners;

M.  overwegende dat de democratische oppositie een door de grondwet erkend proces heeft ingezet om het mogelijk te maken een referendum over het aftreden van de president te houden; overwegende dat de MUD 1,8 miljoen handtekeningen heeft verzameld en bij de nationale kiesraad heeft ingediend veel meer dan de 198 000 die vereist zijn om het proces wettig en grondwettelijk aanvaardbaar te maken;

1.  geeft uiting aan zijn grote bezorgdheid over de ernstige verslechtering van de situatie in Venezuela op het gebied van de democratie en de mensenrechten;

2.  is ingenomen met de bemiddelingsinspanningen van UNASUR om een proces van nationale dialoog tot stand te brengen tussen de uitvoerende macht en de MUD-oppositie, die over een meerderheid beschikt; wijst erop dat er geen leefbare, vreedzame en stabiele oplossing voor Venezuela tot stand zal komen zonder een nationale dialoog, en roept alle partijen op deel te nemen aan een constructief en oplossingsgericht proces; benadrukt dat een via onderhandelingen bereikte, democratische oplossing de enige manier is om vooruitgang te boeken;

3.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de regionale organisaties ervoor te zorgen dat mechanismen voor dialoog en nationale verzoening een bemiddelende rol spelen in Venezuela, teneinde een vreedzame, democratische en grondwettelijke oplossing te ondersteunen voor de crisis waarin het land momenteel verkeert;

4.  neemt kennis van de verklaring van de G7-leiders over Venezuela; verzoekt de Europese Raad van juni met een politieke verklaring te komen over de situatie in het land en steun te verlenen aan de onlangs van start gegane bemiddelingsinspanningen, zodat er overeenstemming bereikt kan worden over democratische en politieke oplossingen voor Venezuela;

5.  maakt zich ernstig zorgen over de toenemende maatschappelijke spanningen die veroorzaakt worden door het tekort aan basisgoederen zoals levensmiddelen en geneesmiddelen; verzoekt de VV/HV een samenwerkingsplan voor het land uit te werken om in de meest urgente basisbehoeften van de bevolking te voorzien; verzoekt de Venezolaanse regering akkoord te gaan met deze samenwerking en het uitvoeren ervan te faciliteren;

6.  spreekt zijn verontrusting uit over de huidige institutionele impasse en de controle van de uitvoerende macht over het Hooggerechtshof en de nationale kiesraad die tot doel heeft de uitvoering van door de Nationale Assemblee aangenomen wetten en initiatieven tegen te houden; roept de Venezolaanse regering op tot eerbiediging van de rechtsstaat en het beginsel van de scheiding der machten; herinnert eraan dat scheiding en niet-inmenging tussen gelijkwaardige legitieme machten een basisbeginsel is van democratische staten die gegrondvest zijn op het rechtsstaatbeginsel;

7.  verzoekt de Venezolaanse regering de gevangenisstraffen van politieke gevangenen die momenteel vastzitten, om te zetten in huisarrest; herinnert eraan dat het vrijlaten van politieke gevangenen door de oppositie als voorwaarde is gesteld voor de onderhandelingsgesprekken, en roept beide partijen op tot een compromisoplossing te komen die gericht is op het ondersteunen van de lopende bemiddelingsinspanningen; wijst erop dat dit gebaar zou bewijzen dat de uitvoerende macht bereid is een nationale dialoog te faciliteren;

8.  verzoekt de autoriteiten het constitutionele recht van vreedzame betoging te eerbiedigen en te waarborgen; roept daarnaast de oppositieleiders op hun bevoegdheden op verantwoordelijke en terughoudende wijze uit te oefenen; verzoekt de Venezolaanse autoriteiten de veiligheid en de vrije uitoefening van rechten te waarborgen voor alle burgers, in met name mensenrechtenactivisten, journalisten, politieke activisten en leden van onafhankelijke niet-gouvernementele organisaties;

9.  beschouwt het als absolute prioriteit om de hoge mate van straffeloosheid waarvan momenteel sprake is terug te dringen, omdat dat de toename van het geweld en de onveiligheid in het land versterkt en in de hand werkt, en om te zorgen voor eerbiediging van het bestaande rechtsstelsel, wat betekent dat de slachtoffers van ontvoering, moord en andere misdrijven die elke dag weer gepleegd worden, alsook hun familie, recht moet worden gedaan;

10.  verzoekt de Venezolaanse autoriteiten onderzoek te verrichten naar de massamoord in Tumeremo, waar 28 mijnwerkers op laaghartige wijze zijn vermoord, en de daders en aanstichters voor de recht te brengen, waaronder ook degenen die achter de recente moord op journaliste Lucía Suárez zitten, die op dezelfde plaats werd gedood en waarvan vermoed wordt dat er sprake was van samenhang met de overige moorden;

11.  verzoekt de regering en de overheid van Venezuela zich aan de grondwet te houden en erkende rechtsmechanismen en -procedures om de in de Venezolaanse grondwet voorziene electorale procedure in gang te zetten, te faciliteren in plaats van te belemmeren;

12.  verzoekt de Venezolaanse regering zich tot het uiterste in te spannen om de arbeids- en schooltijden te regulariseren, zodat het land terugkeert tot de normaliteit, en te zorgen voor eerbiediging van de sociale en arbeidsrechten alsmede van het universele recht op onderwijs;

13.  wijst erop dat het Europees Parlement talloze keren blijk heeft gegeven van solidariteit met het Venezolaanse volk; wijst erop dat de meerderheid van de politieke krachten in het land herhaaldelijk en met klem om onze aanwezigheid en steun gevraagd heeft; herinnert er in dit verband aan dat een bezoek van een parlementaire delegatie reeds is goedgekeurd en nog hangende is; dringt er dan ook op aan dat dat bezoek doorgaat, zodat de delegatie haar opdracht - het inventariseren van de politieke en maatschappelijke situatie in Venezuela - kan vervullen;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0176.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0106.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0080.

(4)

https://www.hrw.org/news/2016/05/16/letter-human-rights-watch-secretary-general-almagro-about-venezuela

(5)

http://www.unasursg.org/es/node/719

(6)

http://www.unasursg.org/es/node/779

(7)

http://www.mofa.go.jp/files/000160266.pdf

(8)

http://www.state.gov/r/pa/prs/ps/2016/05/257789.htm

Juridische mededeling - Privacybeleid