Procedure : 2016/2770(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0801/2016

Ingediende teksten :

B8-0801/2016

Debatten :

CRE 22/06/2016 - 16

Stemmingen :

PV 23/06/2016 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0290

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 165kWORD 64k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0801/2016
17.6.2016
PE585.231v01-00
 
B8-0801/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de bloedbaden in Oost-Congo (2016/2770(RSP))


Charles Tannock, Mark Demesmaeker, Raffaele Fitto, Angel Dzhambazki, Arne Gericke namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de bloedbaden in Oost-Congo (2016/2770(RSP))  
B8-0801/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo, met name die van 10 maart 2016(1),

–  gezien de conclusies van de Raad van 23 mei 2016 over de Democratische Republiek Congo,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 22 juni 2016 over de bloedbaden in Oost-Congo,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het geweld in Oost-Congo tussen oktober 2014 en mei 2016 tot nu toe 1 116 levens heeft gekost, er 1 470 mensen zijn ontvoerd en 34 297 gezinnen te maken hebben gekregen met gedwongen ontheemding of verspreiding;

B.  overwegende dat de materiële schade bestaat uit 13 afgebrande medische centra, 27 scholen die verwoest zijn, onder dwang verlaten zijn of bezet zijn door ontheemden of militaire of gewapende groeperingen, en diverse door gewapende milities bezette dorpen;

C.  overwegende dat van de gewapende groeperingen die actief waren in Oost-Congo de Ugandese beweging Geallieerde democratische strijdkrachten (ADF) er vaak van wordt beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor de bloedbaden waardoor deze regio sinds 2014 getroffen wordt;

D.  overwegende dat het Congolese leger en VN-vredehandhavers in 2013 een eerste grote operatie tegen de ADF op touw hebben gezet, maar in 2015 een veel minder offensieve rol op zich hebben genomen;

E.  overwegende dat in een onlangs gepubliceerd rapport van de Congo Research Group staat dat soldaten in het leger van de Democratische Republiek Congo (DRC) sinds 2014 deelnemen aan het aanrichten van bloedbaden onder burgers in het noordoosten van het land, maar dat het onduidelijk is in welke mate de militaire leiding hierbij betrokken is;

F.  overwegende dat de auteur van dit rapport, Jason Stearns, die in april 2016 de DRC werd uitgezet, verklaarde dat "de ADF geen buitenlandse islamistische organisatie is, maar een militie die diep geworteld is in de lokale samenleving, betrekkingen onderhoudt met plaatselijke politieke en economische vertegenwoordigers en goed geïntegreerd is in bestaande smokkelnetwerken, vooral voor hout";

G.  overwegende dat de bloedbaden in Oost-Congo het gevolg zijn van banden tussen de politiek, etnische groeperingen en de exploitatie van grondstoffen;

H.  overwegende dat de politieke spanningen hoog oplopen in de DRC, waar president Kabila, die sinds 2001 aan de macht is, volgens de grondwet vóór het eind van het jaar moet aftreden, maar ervan wordt beschuldigd de in november 2016 te houden presidentsverkiezingen te willen uitstellen om zo aan de macht te kunnen blijven;

I.  overwegende dat de Congolese regering kritische geluiden doet verstommen door middel van arrestaties en intimidatie van tegenstanders, zoals Moïse Katumbi;

J.  overwegende dat de Congolese oppositie een gezamenlijke verklaring heeft aangenomen tijdens een bijeenkomst in Genval, België, op 9 juni 2016, gericht tegen een verlenging van de ambtstermijn van president Kabila;

1.  verwerpt het voortdurend uitmoorden van mensen in Oost-Congo, en dringt er bij de regering van de DRC op aan de veiligheid van al zijn inwoners te waarborgen en te voorkomen dat beroepsmilitairen deelnemen aan de handel in en de exploitatie van plaatselijke natuurlijke hulpbronnen;

2.  wenst dat er een internationaal onderzoek wordt ingesteld naar de daders, medeplichtigen en aanstichters van de bloedbaden, misdrijven tegen de menselijkheid en mensenrechtenschendingen waaronder de bevolking in Oost-Congo te lijden heeft;

3.  pleit voor een hervatting van de gezamenlijk uitgevoerde operaties van de FARDC (de strijdkrachten van de Democratische Republiek Congo) en Monusco (de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de DRC) om de gewapende groeperingen in Oost-Congo uit te schakelen;

4.  herhaalt zijn dringende verzoek aan de autoriteiten van de DRC om uitdrukkelijk toe te zeggen de grondwet te zullen eerbiedigen en te garanderen dat er tijdig, d.w.z. uiterlijk eind 2016, verkiezingen worden gehouden, in volledige overeenstemming met het Afrikaanse Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur, en tevens te zorgen voor een klimaat dat bevorderlijk is voor transparante, geloofwaardige en inclusieve verkiezingen;

5.  verzoekt de VV/HV een intensievere dialoog aan te gaan met de autoriteiten van de DRC, krachtens artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou om een einde te maken aan de bloedbaden in Oost-Congo en definitieve opheldering te krijgen over het verkiezingsproces;

6.  verzoekt de EU te overwegen gerichte sancties op te leggen aan degenen die verantwoordelijk zijn voor de bloedbaden in Oost-Congo en voor het gewelddadige optreden tegen vredesactivisten en de politieke oppositie in de DRC, waaronder reisverboden en bevriezing van tegoeden, om verder geweld te voorkomen;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de president, de premier en het parlement van de DRC, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de VN‑Mensenrechtenraad en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0085.

Juridische mededeling - Privacybeleid