Ontwerpresolutie - B8-0802/2016Ontwerpresolutie
B8-0802/2016

ONTWERPRESOLUTIE over de bloedbaden in Oost-Congo

17.6.2016 - (2016/2770(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

Mariya Gabriel, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Cristian Dan Preda, Joachim Zeller, Michael Gahler, György Hölvényi, Davor Ivo Stier, Theodor Dumitru Stolojan, Krzysztof Hetman namens de PPE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0801/2016

Procedure : 2016/2770(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B8-0802/2016
Ingediende teksten :
B8-0802/2016
Aangenomen teksten :

B8-0802/2016

Resolutie van het Europees Parlement over de bloedbaden in Oost-Congo

(2016/2770(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC), met name die van 9 juli 2015[1], 17 december 2015[2] en 10 maart 2016[3],

–  gezien de verklaringen van de EU-delegatie naar de Democratische Republiek Congo over de mensenrechtensituatie in het land,

–  gezien het jaarverslag van de EU inzake mensenrechten en democratie in de wereld in 2014, dat op 22 juni 2015 door de Raad is aangenomen,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de DRC, met name Resolutie 2198(2015) over verlenging van het sanctieregime inzake de DRC en het mandaat van de groep van deskundigen, en Resolutie 2277(2016) waarbij het mandaat van de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de DRC (Monusco) met een jaar werd verlengd,

–  gezien het jaarverslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens van 27 juli 2015 over de mensenrechtensituatie in de DRC,

–  gezien de verklaring van 9 november 2015 van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad over de situatie in de DRC,

–  gezien de verslagen van de secretaris-generaal van de VN van 9 maart 2016 over de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties en de tenuitvoerlegging van het Kader voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio,

–  gezien de conclusies van de Raad van 23 mei 2016 over de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en haar woordvoerder over de situatie in de Democratische Republiek Congo, met name die van 25 januari 2015 en 12 oktober 2015,

–  gezien de lokale EU-verklaringen van 21 oktober 2015 over de mensenrechtensituatie in de DRC,

–  gezien het Kader voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio, dat in februari 2013 in Addis Abeba werd ondertekend,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake kinderen en gewapende conflicten,

–  gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981, dat door de DRC is geratificeerd,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de aanhoudende humanitaire en militaire crisis in de DRC naar schatting al aan 5 miljoen mensen het leven heeft gekost;

B.  overwegende dat de veiligheids- en mensenrechtensituatie in de DRC steeds slechter wordt in het oostelijk deel van het land, waar nog steeds tientallen gewapende groeperingen actief zijn en waar voortdurend schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht worden gemeld, zoals gerichte aanvallen op burgers, wijdverbreid seksueel geweld en stelselmatige rekrutering van kinderen door gewapende groeperingen;

C.  overwegende dat in de provincie Noord-Kivu buiten- en binnenlandse gewapende groeperingen, waaronder het Congolese leger (FARDC), sporadisch bloedbaden blijven aanrichten onder burgers, vaak op etnische gronden en in volledige straffeloosheid;

D.  overwegende dat begin mei 2016 meer dan 50 mensen, onder wie ook kinderen, op brute wijze vermoord werden in Beni, waarmee het geschatte aantal dodelijke slachtoffers in de regio sinds oktober 2014 de 600 is gepasseerd; overwegende dat veel dorpen in de oostelijke delen van het land nu bezet zijn door gewapende groeperingen;

E.  overwegende dat er steeds meer ongenoegen heerst over het feit dat president Kabila niet ingrijpt en zich niet uitspreekt over deze gruweldaden, die naar verluidt zowel door gewapende rebellengroepen als door staatstroepen worden gepleegd;

F.  overwegende dat het van essentieel belang is een politieke oplossing te vinden voor de crisis in het oosten van de DRC teneinde de vrede en de veiligheid in het land, alsook in het gebied van de Grote Meren in zijn geheel, te consolideren;

G.  overwegende dat er volgens schattingen van humanitaire actoren momenteel 7,5 miljoen mensen hulp nodig hebben; overwegende dat het lopende conflict en de militaire operaties tot de interne ontheemding van 1,5 miljoen mensen hebben geleid en 500 000 mensen ertoe hebben gedwongen het land te ontvluchten;

H.  overwegende dat het Bureau van de Verenigde Naties voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) meldt dat er steeds vaker hulpverleners worden ontvoerd en hulpkonvooien worden aangevallen, waardoor de humanitaire organisaties zich gedwongen hebben gezien hun steunverlening uit te stellen en hun activiteiten tijdelijk stop te zetten;

I.  overwegende dat scholen nog steeds gebruikt worden voor militaire doeleinden, als bezettings- of rekruteringsplaatsen;

J.  overwegende dat de VN erop gewezen hebben dat de Congolese autoriteiten significante maatregelen hebben genomen met betrekking tot het seksuele geweld en dat er de afgelopen maanden 20 rechtszaken hebben plaatsgevonden waarbij 19 legerofficieren schuldig werden bevonden aan verkrachting; overwegende dat de DRC echter nog steeds een van 's werelds hoogste aantallen gevallen van seksueel geweld telt;

K.  overwegende dat het Congolese leger en de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo (Monusco) in de regio aanwezig zijn om de stabiliteit te bewaren, de gewapende rebellengroepen te bestrijden en de burgers te beschermen;

L.  overwegende dat in het nationaal indicatief programma voor de DRC voor 2014-2020, dat 620 miljoen EUR heeft gekregen uit het 11e Europees Ontwikkelingsfonds, voorrang wordt gegeven aan het versterken van het bestuur en de rechtsstaat, onder meer middels hervormingen bij het gerechtelijke apparaat, de politie en het leger;

M.  overwegende dat de volgende presidents- en parlementsverkiezingen voor november 2016 op het programma staan en het einde zullen betekenen van de laatste van de twee grondwettelijk toegestane mandaatstermijnen van president Kabila; overwegende dat de president er door zijn tegenstanders van beschuldigd wordt dat hij probeert de verkiezingen uit te stellen en ook na die datum nog aan de macht te blijven; overwegende dat dit tot toenemende politieke spanningen en toegenomen onrust en geweld in het hele land heeft geleid;

N.  overwegende dat de toegang tot en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen nog steeds een zeer belangrijke rol speelt bij het oplaaien van de conflicten in de DRC en de regio;

1.  maakt zich ernstig zorgen over de huidige veiligheids- en mensenrechtensituatie in het oosten van de DRC die uiterst veranderlijk blijft en gekenmerkt wordt door aanhoudende aanvallen op de burgerbevolking door verschillende gewapende groeperingen; verklaart nogmaals dat schendingen van de mensenrechten, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid niet onbestraft mogen blijven en wenst dat de autoriteiten van de DRC en de internationale partners een grondig, onafhankelijk en transparant onderzoek instellen naar de bloedbaden in Noord-Kivu;

2.  herhaalt zijn oproep aan alle bij het conflict betrokken partijen om onmiddellijk een einde te maken aan het geweld, de wapens neer te leggen, alle kinderen te laten gaan en een dialoog met het oog op een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict te bevorderen;

3.  herinnert er voorts aan dat de neutralisering van alle gewapende groeperingen in de regio in hoge mate zal bijdragen tot vrede en stabiliteit, en verzoekt de regering van de DRC van die neutralisering en de veiligheid in Noord-Kivu een prioriteit te maken;

4.  herinnert de Congolese regering eraan dat het haar verantwoordelijkheid is de veiligheid op haar hele grondgebied te waarborgen en zorg te dragen voor de bescherming van haar burgers; verzoekt de autoriteiten derhalve alle nodige maatregelen te nemen om een einde te maken aan het slepende conflict in het oosten van de DRC en het gezag van de staat te herstellen;

5.  erkent dat de Congolese autoriteiten zich inspanningen getroosten om straffeloosheid te bestrijden, maar vindt dat er nog steeds te traag vooruitgang wordt geboekt; hamert erop dat degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht, zoals het ontvoeren en rekruteren van kinderen bij gewapende conflicten en seksueel geweld tegen vrouwen en kinderen, voor de rechter moeten worden gebracht en verantwoording moeten afleggen; is in dit verband ingenomen met het feit dat de Nationale Assemblee in december 2015 de wet ter uitvoering van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (ICC) heeft goedgekeurd;

6.  verklaart nogmaals ernstig bezorgd te zijn over de alarmerende humanitaire situatie in het land, die vooral veroorzaakt wordt door de gewelddadige gewapende conflicten in het oosten; verzoekt de EU en haar lidstaten het volk van de DRC te blijven steunen teneinde levens te redden en de leefomstandigheden van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen te verbeteren;

7.  veroordeelt alle aanvallen op humanitaire actoren en elke belemmering van humanitaire toegang; verzoekt alle bij het conflict betrokken partijen met klem de onafhankelijkheid, neutraliteit en onpartijdigheid van humanitaire actoren te respecteren;

8.  benadrukt dat regelmatig verlopen en op tijd gehouden verkiezingen cruciaal zullen zijn voor de stabiliteit en de ontwikkeling van het land op lange termijn; verzoekt de autoriteiten van de DRC met klem zich uitdrukkelijk te verbinden tot eerbiediging van de Congolese grondwet en een klimaat te waarborgen dat transparante, geloofwaardige en inclusieve verkiezingen mogelijk maakt; verklaart nadrukkelijk dat het de verantwoordelijkheid van de regering is te vermijden dat de huidige politieke crisis nog ernstiger wordt en de politieke rechten en de veiligheid van haar burgers te eerbiedigen;

9.  herinnert eraan dat de DRC zich er onder de Overeenkomst van Cotonou toe verbonden heeft de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechtenbeginselen te zullen eerbiedigen; verzoekt de EU nadrukkelijk haar dialoog met de DRC te intensiveren en haar ontwikkelingssamenwerking te richten op het opbouwen van beter bestuur en het verbeteren van het zwakke militaire, politiële en justitiële bestel in het land;

10.  verzoekt de internationale gemeenschap, en vooral de Afrikaanse Unie, de EU en de buurlanden van de DRC, te zorgen voor een permanente politieke dialoog tussen de landen van het gebied van de Grote Meren om verdere destabilisering te voorkomen; betreurt het dat er slechts weinig vorderingen zijn gemaakt bij de tenuitvoerlegging van het Kader voor vrede, veiligheid en samenwerking en verzoekt alle partijen actief bij te dragen aan het streven naar stabilisering;

11.  verzoekt de EU een waarnemer te sturen om de humanitaire situatie te evalueren en de internationale gemeenschap attent te maken op de bloedbaden;

12.  is ingenomen met de verlenging van het mandaat van Monusco en de uitbreiding van haar bevoegdheden op het gebied van burgerbescherming, waarbij op gender gebaseerd geweld en geweld tegen kinderen de horizontale thema's vormen; is ook verheugd over de benoeming van Maman Sambo Sidikou tot speciaal gezant van de secretaris-generaal van de VN in de DRC en tot hoofd van Monusco, en verklaart nogmaals dat het de uitvoering van het krachtige mandaat van Monusco ter ondersteuning van de mensenrechten en de rechtsstaat volledig steunt;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de regering en het parlement van de DRC.