Procedure : 2016/2770(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0804/2016

Ingediende teksten :

B8-0804/2016

Debatten :

CRE 22/06/2016 - 16

Stemmingen :

PV 23/06/2016 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0290

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 169kWORD 63k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0801/2016
17.6.2016
PE585.234v01-00
 
B8-0804/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de bloedbaden in Oost-Congo  (2016/2770(RSP))


Maria Arena, Cécile Kashetu Kyenge, Norbert Neuser, Elena Valenciano, Marlene Mizzi namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de bloedbaden in Oost-Congo  (2016/2770(RSP))  
B8-0804/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC),

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 15 juni 2016 over de situatie in de aanloop naar de verkiezingen en de veiligheidssituatie in de DRC,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en haar woordvoerder over de situatie in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de conclusies van de Raad van 23 mei 2016 over de Democratische Republiek Congo,

–  gezien het jaarverslag van de EU inzake mensenrechten en democratie in de wereld in 2014, dat op 22 juni 2015 door de Raad is aangenomen,

–  gezien de open brief van maatschappelijke groeperingen in de gebieden Beni, Butembo en Lubero van 14 mei 2016 aan de president van de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaringen van Nairobi van december 2013,

–  gezien het Kader voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio, dat in februari 2013 in Addis Abeba werd ondertekend,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de DRC, met name resolutie 2198(2015) over verlenging van het sanctieregime inzake Congo en het mandaat van de groep van deskundigen, en resolutie 2277(2016) waarbij het mandaat van de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de DRC (Monusco) met een jaar werd verlengd,

–  gezien het verslag van de groep van deskundigen van de VN inzake de DRC van 12 januari 2015,

–  gezien het jaarverslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 27 juli 2015 over de mensenrechtensituatie en de activiteiten van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties in de DRC,

–  gezien de gezamenlijke persverklaring van de groep van internationale gezanten en vertegenwoordigers voor het gebied van de Grote Meren in Afrika van 2 september 2015 over de verkiezingen in de DRC,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad van 9 november 2015 over de situatie in de DRC,

–  gezien de verslagen van de secretaris-generaal van de VN van 9 maart 2016 over de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties en de tenuitvoerlegging van het Kader voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio,

–  gezien de herziene Partnerschapsovereenkomst van Cotonou,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur van januari 2007,

–  gezien de Congolese grondwet van 18 februari 2006,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de veiligheidssituatie in de Democratische Republiek Congo blijft verslechteren in het noordoosten van het land, waarbij er herhaaldelijk sprake is van bloedbaden, het ronselen en inzetten van kinderen door gewapende groepen, en wijdverspreide seksuele en op gender gebaseerde gewelddaden;

B.  overwegende dat in de gebieden Beni, Lubero en Butembo tussen oktober 2014 en mei 2016 meer dan 1 160 mensen op gewelddadige wijze om het leven zijn gebracht, meer dan 1 470 mensen zijn verdwenen, talloze huizen, gezondheidscentra en scholen werden platgebrand en veel vrouwen, mannen en kinderen het slachtoffer waren van seksueel geweld;

C.  overwegende dat veel dorpen in deze gebieden nu bezet zijn door gewapende groepen;

D.  overwegende dat de verantwoordelijkheid voor deze moorden toe te schrijven is aan de gewapende groepen die in de regio aanwezig zijn en afkomstig zijn uit de DRC of de buurlanden;

E.  overwegende dat er bijzonder gewelddadige moorden zijn begaan, in sommige gevallen in de onmiddellijke nabijheid van stellingen van het nationale leger (FARDC) en bases van de VN-vredeshandhavingsmissie in de DRC (Monusco);

F.  overwegende dat deze bloedbaden op onverschilligheid van de internationale gemeenschap en stilzwijgen van de media stuiten;

G.  overwegende dat de president van de DRC garant staat voor de nationale integriteit, de nationale onafhankelijkheid, de veiligheid van mensen en goederen en de normale werking van de instellingen van het land, en de opperbevelhebber van de strijdkrachten van het land is;

H.  overwegende dat het Congolese leger en Monusco in de regio aanwezig zijn om de stabiliteit te handhaven, gewapende groepen te bestrijden en burgers te beschermen;

I.  overwegende dat het mandaat van Monusco verlengd en uitgebreid is;

J.  overwegende dat het lopende conflict en de militaire operaties ook tot interne ontheemding van 1,5 miljoen mensen hebben geleid en 500 000 mensen het land hebben doen ontvluchten;

K.  overwegende dat de toegang tot en de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen nog altijd een belangrijke aanleiding zijn voor de conflicten in de DRC en de regio;

1.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de escalatie van het geweld en over de alarmerende en verslechterende humanitaire situatie in de DRC, die het gevolg zijn van de gewapende conflicten in de oostelijke provincies, die nu al meer dan 20 jaar aanslepen; betreurt het verlies van mensenlevens en spreekt zijn medeleven uit met de bevolking van de DRC;

2.  benadrukt dat de huidige situatie geen belemmering mag vormen voor het houden van verkiezingen, zoals overeenkomstig de bepalingen van de grondwet gepland;

3.  verzoekt de regering van de DRC en Monusco een onderzoek in te stellen naar de tekortkomingen van de Congolese en Monusco-troepen om de burgers in de regio van Beni te beschermen;

4.  dringt erop aan dat de internationale gemeenschap een grondig, onafhankelijk en transparant onderzoek instelt naar de bloedbaden; dringt aan op een spoedbijeenkomst van de groep van internationale gezanten en vertegenwoordigers voor het gebied van de Grote Meren in Afrika over de verkiezingen in de DRC, teneinde hiertoe passende maatregelen te nemen, zoals het mobiliseren van de VN-Veiligheidsraad;

5.  herinnert eraan dat de neutralisering van alle gewapende groepen in de regio aanzienlijk zal bijdragen tot vrede en stabiliteit, en dringt er bij de regering van de DRC op aan hier een prioriteit van te maken en voor alle burgers de veiligheid te herstellen evenals de stabiliteit in de gebieden Beni, Lubero en Butembo. verzoekt de Afrikaanse Unie (AU) en de buurlanden met klem het Congolese leger de nodige militaire steun te verlenen;

6.  herhaalt dat er geen sprake kan zijn van straffeloosheid voor personen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes, en voor degenen die verantwoordelijk zijn voor het ronselen van kindsoldaten; benadrukt dat degenen die verantwoordelijk zijn voor dergelijke daden moeten worden aangegeven, geïdentificeerd, vervolgd en gestraft overeenkomstig het nationale en internationale strafrecht;

7.  roept de AU en de EU op te zorgen voor een permanente politieke dialoog tussen de landen van het Grote Merengebied, om verdere destabilisatie te voorkomen; betreurt dat er slechts beperkte vooruitgang is geboekt bij de tenuitvoerlegging van de kaderovereenkomst voor vrede, veiligheid en samenwerking van februari 2013, en verzoekt alle partijen actief bij te dragen aan de stabilisatie-inspanningen;

8.  verzoekt om de opstelling en openbaarmaking van een evaluatieverslag over het optreden van Monusco; is ingenomen met resolutie 2277(2016) van de VN-Veiligheidsraad, waarbij het mandaat van Monusco werd verlengd en haar bevoegdheden op het gebied van burgerbescherming en mensenrechten werden uitgebreid; dringt er bij Monusco op aan ten volle gebruik te maken van dit mandaat om de burgerbevolking te beschermen;

9.  benadrukt dat het maatschappelijk middenveld moet worden betrokken bij alle maatregelen om burgers te beschermen en conflicten op te lossen, en dat mensenrechtenverdedigers moeten worden beschermd en een platform aangereikt moeten krijgen van de regering van de DRC en de internationale gemeenschap;

10.  erkent de door de Congolese autoriteiten geleverde inspanningen ter bestrijding van straffeloosheid en ter voorkoming van seksueel geweld en geweld tegen kinderen, maar is van mening dat deze inspanningen traag vorderen;

11.  herinnert de EU eraan dat haar beleid coherent moet zijn en dat de onderhandelingen over overeenkomsten in de regio vrede, stabiliteit, ontwikkeling en mensenrechten moeten bevorderen;

12.  verzoekt de EU een vertegenwoordiger te sturen om de humanitaire situatie te beoordelen en de internationale gemeenschap wakker te schudden voor deze bloedbaden;

13.  verzoekt de EU te overwegen gerichte sancties op te leggen, met inbegrip van reisverboden en bevriezing van tegoeden, aan degenen die verantwoordelijk zijn voor het gewelddadige optreden in de DRC, teneinde verder geweld te helpen voorkomen;

14.  verzoekt de EU en haar lidstaten hun steun aan de bevolking van de DRC te handhaven, teneinde de levensomstandigheden van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen te verbeteren, met name van de intern ontheemden;

15.  is verheugd dat de Congolese autoriteiten zich inspannen om de wetgeving toe te passen die de handel in en verwerking van mineralen verbiedt in gebieden waar mineralen illegaal worden geëxploiteerd, zoals gebieden die door gewapende groepen worden gecontroleerd; verzoekt de Congolese autoriteiten intensiever te werken aan de tenuitvoerlegging van de wetgeving en dringt er bij de DRC op aan inspanningen te blijven leveren om zich in overeenstemming te brengen met het initiatief inzake transparantie van winningsindustrieën;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de ACS-EU-Raad, de secretaris-generaal van de VN, de VN-Mensenrechtenraad en de president, de premier en het parlement van de DRC.

Juridische mededeling - Privacybeleid