Procedure : 2016/2770(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0808/2016

Ingediende teksten :

B8-0808/2016

Debatten :

CRE 22/06/2016 - 16

Stemmingen :

PV 23/06/2016 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0290

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 168kWORD 61k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0801/2016
17.6.2016
PE585.238v01-00
 
B8-0808/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de bloedbaden in Oost-Congo  (2016/2770(RSP))


Michèle Rivasi, Maria Heubuch namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de bloedbaden in Oost-Congo  (2016/2770(RSP))  
B8-0808/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC),

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 15 juni 2016 over de situatie aan de vooravond van de verkiezingen en de veiligheidssituatie in de DRC,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en haar woordvoerder over de situatie in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de conclusies van de Raad van 23 mei 2016 over de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de DRC, met name resolutie 2198(2015) over verlenging van het sanctieregime inzake Congo en het mandaat van de groep van deskundigen, en resolutie 2277(2016) waarbij het mandaat van de Stabilisatiemissie van de VN in de DRC (Monusco) werd verlengd,

–  gezien het verslag van de groep van deskundigen van de VN inzake de DRC van 12 januari 2015,

–  gezien de kaderovereenkomst voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio, die in februari 2013 in Addis Abeba werd ondertekend,

–  gezien de verslagen van de secretaris-generaal van de VN van 9 maart 2016 over de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties en de tenuitvoerlegging van het Kader voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio,

–  gezien de herziene Partnerschapsovereenkomst van Cotonou,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien de verklaringen van Nairobi van december 2013,

–  gezien het onderzoeksrapport van de Congo Research Group getiteld "Who are the killers of Beni?",

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat sinds 2014 in het gebied rond de Oost-Congolese stad Beni meer dan 600 burgers op brute wijze zijn afgeslacht met kapmessen, bijlen en messen, onder wie vrouwen, kinderen en baby's;

B.  overwegende dat in één geval een aanval op een dorp plaatsvond in de onmiddellijke nabijheid van een Monusco-kamp, zonder dat er door Monusco werd opgetreden;

C.  overwegende dat deze slachtingen het ergste geweld vormen dat de afgelopen tien jaar in het land heeft plaatsgevonden;

D.  overwegende dat Monusco en het Congolese nationale leger (FARDC) de Islamistische Oegandese rebellenorganisate Allied Democratic Forces (ADF) verantwoordelijk houden voor de slachtingen;

E.  overwegende dat evenwel geen serieus officieel onderzoek is uitgevoerd, noch door de Congolese autoriteiten noch door Monusco;

F.  overwegende dat het FARDC in een beperkt aantal gevallen is beschuldigd van passieve, en door sommige van zijn leden zelfs actieve, medeplichtigheid aan de slachtingen;

G.  overwegende dat in het decennialang lopende conflict in Oost-Congo burgers systematisch het doelwit zijn geweest van een groot aantal gewapende groepen; overwegende dat deze groepen seksueel geweld hebben ingezet als oorlogswapen en kindsoldaten hebben geronseld;

H.  overwegende dat het wijdverbreide onvermogen om de daders van mensenrechtenschendingen te berechten ertoe heeft geleid dat een klimaat van straffeloosheid wordt bevorderd en nieuwe misdaden worden gepleegd;

I.  overwegende dat de gevechten in het oosten van Congo vele oorzaken hebben, met inbegrip van etnische conflicten, politieke grieven en regionale geopolitieke factoren, en dat deze instabiele mix wordt versterkt door de "bodemschattenvloek" van de verarmde regio;

J.  overwegende dat informele of "ambachtelijke" mijnbouw goed is voor meer dan een vijfde van de economische productie van het land en in Oost-Congo miljoenen mensen werk verschaft; overwegende dat het een gemakkelijke bron van inkomsten is voor zowel rebellen als corrupte regeringssoldaten, alsook voor handelaren uit buurlanden die rechtstreeks of via lokale gewapende medestanders opereren;

K.  overwegende dat, als onderdeel van de inspanningen om de onderliggende oorzaken van het geweld in de regio aan te pakken, de regering van de DRC, samen met tien andere landen en vier regionale en internationale instellingen, in februari 2013 een kader heeft vastgesteld om de vrede in het land te consolideren; overwegende dat de verschillende benaderingen die de Congolese regering en haar buitenlandse partners hebben gehanteerd, met inbegrip van het stabilisatieprogramma, op demobilisatie gerichte inspanningen, en de hervorming van de veiligheidssector, magere resultaten hebben opgeleverd;

L.  overwegende dat de aarzelende inspanningen van de DRC om duizenden rebellenstrijders te demobiliseren, ofwel door hen op te nemen in het nationale leger ofwel door hun integratie in de burgerlijke samenleving te bevorderen, een grote belemmering voor de vrede is geweest;

1.  veroordeelt de voortdurende aanslagen door gewapende groepen en het extreme geweld in de oosterse provincies van de DRC waar de bevolking onder gebukt gaat, met name in de Beni-regio; dringt er bij alle betrokken autoriteiten op aan onmiddellijke maatregelen te nemen om de daders te berechten;

2.  dringt er bij de regering van de DRC op aan met spoed een onderzoek in te stellen naar de slachtingen onder burgers in de Beni-regio, onder leiding van een ervaren militaire aanklager;

3.  herinnert eraan dat deze slachtingen oorlogsmisdaden vormen;

4.  verzoekt de openbaar aanklager van het Internationaal Strafhof informatie te verzamelen over en te kijken naar de misstanden, teneinde vast te stellen of een onderzoek van het Internationaal Strafhof naar de vermeende misdaden in het Beni-gebied gerechtvaardigd is;

5.  is verheugd over de aankondiging van de VN dat de inkrimping van de Monuscu-troepenmacht gepaard zal gaan met een "machtstransformatie", om te garanderen dat Monuscu over meer operationele capaciteiten kan beschikken om burgers te beschermen door middel van snel inzetbare mechanismen en luchtverkenning in Oost-Congo;

6.  dringt er tegelijkertijd bij Monusco op aan de patrouilles in de getroffen gebieden op te voeren, met inbegrip van patrouilles te voet en nachtelijke patrouilles, en mobiele operatiebases op te zetten dichter bij de afgelegen dorpen waar veel van de recente aanslagen hebben plaatsgevonden;

7.  is van mening dat met het oog op de efficiëntie de lokale gemeenschappen van de Beni-regio een stem zouden moeten krijgen in de planning van deze patrouilles, de inzet van troepen in de regio, lokale ontwikkelingsinspanningen en ontwapenings-, demobilisatie- en reïntegratieprojecten;

8.  veroordeelt de aanhoudende seksuele gewelddaden in Oost-Congo; is ingenomen met het feit dat de Congolese autoriteiten de afgelopen maanden een groot aantal rechtszaken hebben georganiseerd inzake seksueel geweld in Oost-Congo en dat hierbij veel legerofficiers zijn veroordeeld;

9.  is van mening dat de huidige militaire strategie in de Kivuprovincies moet worden gecombineerd met veel intensievere aanvullende diplomatieke en op vrede gerichte inspanningen; verzoekt alle landen die de Kaderovereenkomst van Addis Abeba van februari 2013 hebben ondertekend hun verplichtingen na te komen;

10.  wijst erop dat de Congolese autoriteiten traag zijn bij de tenuitvoerlegging van het ontwapenings-, demobilisatie- en re-integratieplan van het land; roept hen op hun inspanningen op te voeren en vraagt de internationale gemeenschap dit plan te steunen;

11.  is verheugd dat de Congolese autoriteiten zich inspannen om de wetgeving toe te passen die de handel in en verwerking van mineralen verbiedt in gebieden waar mineralen illegaal worden geëxploiteerd, zoals gebieden die door gewapende groeperingen worden gecontroleerd; roept de Congolese autoriteiten op deze wetgeving strenger toe te passen om een eind te maken aan de illegale exploitatie van hun minerale hulpbronnen, en vraagt de DRC verdere inspanningen te leveren om de transparantie-initiatieven van de winningsindustrieën na te leven;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de regeringen en parlementen van de DRC.

Juridische mededeling - Privacybeleid