Procedure : 2016/2600(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0862/2016

Ingediende teksten :

B8-0862/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 06/07/2016 - 6.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0313

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 162kWORD 59k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0853/2016
29.6.2016
PE585.299v01-00
 
B8-0862/2016

naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B8-0702/2016 en B8‑0703/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over het besluit van Japan om in het seizoen 2015-2016 de walvisvangst te hervatten (2016/2600(RSP))


Marco Affronte, Piernicola Pedicini, Eleonora Evi, Rolandas Paksas, Isabella Adinolfi namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het besluit van Japan om in het seizoen 2015-2016 de walvisvangst te hervatten (2016/2600(RSP))  
B8-0862/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien het internationale moratorium voor de commerciële walvisvangst, ingesteld door de Internationale Walvisvaartcommissie,

–  gezien de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 31 maart 2014 in de zaak betreffende walvisvangst in de Antarctische Oceaan (Australië vs. Japan: interventie door Nieuw-Zeeland),

–  gezien het Japanse onderzoeksplan voor een nieuw wetenschappelijk onderzoeksprogramma voor walvisvangst in de Antarctische Oceaan ("NEWREP-A)",

–  gezien de vragen aan de Raad en aan de Commissie over het besluit van Japan om in het seizoen 2015-2016 de walvisvangst te hervatten (O-000058/2016 – B8-0702/2016 en O‑000059/2016 – B8-0703/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) in 1982 een verbod heeft uitgevaardigd op commerciële walvisvangst van alle grote walvissoorten, dat in 1986 in werking trad;

B.  overwegende dat het Internationaal Gerechtshof Japan op 31 maart 2014 heeft opgedragen te stoppen met walvisvangst in de Antarctische Oceaan, met de verduidelijking dat de zogenaamde wetenschappelijke walvisvangst van Japan niet verenigbaar is met het Internationale Verdrag tot Regeling van de Walvisvangst (ICRW), de besluiten van de IWC of het internationale recht;

C.  overwegende dat Japan, ondanks dit internationale verbod dat in 1986 in werking is getreden, van toen tot 2008/2009 meer dan 17 000 walvissen heeft gedood(1), onder valse voorwendsels, bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek;

D.  overwegende dat Japanse walvisvangers als gevolg hiervan in het seizoen 2015-2016 333 dwergvinvissen hebben gevangen in de Zuidelijke Oceaan, inclusief meer dan 200 zwangere wijfjes, in het kader van zijn misleidende pseudowetenschappelijke programma op het gebied van walvisvangst NEWREP-A en in weerwil van het besluit van de IWC en het Internationaal Gerechtshof;

E.  overwegende dat activiteiten op het gebied van walvisvangst, die nog steeds toegestaan zijn in Japan, Noorwegen en IJsland, de biodiversiteit ernstig in gevaar kunnen brengen, doordat zij gevolgen hebben voor de instandhouding van walvispopulaties als geheel en tegelijk onterecht en onnodig lijden veroorzaken van individuele mariene zoogdieren;

F.  overwegende dat de Japanse vloot in de noordelijke Stille Oceaan alleen de capaciteit heeft om jaarlijks tot 200 dwergvinvissen, 50 Bryde's walvissen, 100 noordse vinvissen en 10 potvissen te doden onder het mom van wetenschappelijk onderzoek;

G.  overwegende dat Japan op 27 november 2015 heeft aangekondigd opnieuw te beginnen met zogeheten wetenschappelijke walvisvangst in Antarctica, ondanks de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof, nadat het geen steun had gekregen van de IWC voor zijn nieuwe dodelijke programma, NEWREP-A, dat als doel heeft ongeveer 4 000 dwergvinvissen te doden in de komende 12 jaar;

H.  overwegende dat walvisvlees met wetenschappelijke vergunningen kan worden verkocht of weggegeven, terwijl in de wetenschappelijke behoeften kan worden voorzien met volstrekt onschuldige alternatieven; overwegende dat DNA-stalen en monitoring op afstand wetenschappers de mogelijkheid bieden over walvissen te leren zonder ze te doden en dat walvisstalen bijvoorbeeld kunnen worden verkregen uit door walvissen verloren huid, spek of uitwerpselen, om eventuele pathogenen op te sporen;

I.  overwegende dat het deskundigenpanel van wetenschappers van de Internationale Walvisvaartcommissie heeft verklaard dat het NEWREP-A-plan niet aantoont dat bemonstering met fatale afloop noodzakelijk is om de genoemde wetenschappelijke doelstellingen te realiseren;

J.  overwegende dat in Japan geen walvisvlees meer geconsumeerd wordt; overwegende dat, volgens het Japanse Onderzoeksinstituut voor walvisachtigen, in 2014 wel 75 % van het te koop aangeboden walvisvlees onverkocht is gebleven;

K.  overwegende dat alle EU-instellingen, alsmede diverse landen en internationale instanties, voorstander zijn van een mondiaal moratorium op commerciële walvisvangst en een verbod op internationale commerciële handel in walvisproducten;

L.  overwegende dat er mondiale internationale steun is voor de aanwijzing van beschermde gebieden op zee waar alle walvisvangst voor altijd verboden is;

1.  dringt er bij Japan op aan zijn activiteiten op het gebied van walvisvangst onmiddellijk stop te zetten;

2.  verzoekt de Commissie en de Raad Japan te herinneren aan zijn verplichtingen met betrekking tot de bescherming van mariene zoogdieren;

3.  verzoekt de aanklager van het Internationaal Gerechtshof een onderzoek te starten naar de schending door Japan van het internationale recht en de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 2014;

4.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van Japan, alsmede de aanklager van het Internationaal Gerechtshof.

(1)

http://d2ouvy59p0dg6k.cloudfront.net/downloads/iwc61_whales_killed_final.pdf

Juridische mededeling - Privacybeleid