Procedure : 2016/2773(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0885/2016

Ingediende teksten :

B8-0885/2016

Debatten :

PV 06/07/2016 - 5
CRE 06/07/2016 - 5

Stemmingen :

PV 06/07/2016 - 6.12
CRE 06/07/2016 - 6.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0312

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 314kWORD 96k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0885/2016
4.7.2016
PE585.324
 
B8-0885/2016

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 37, lid 3, van het Reglement en het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie


over de prioriteiten van het Europees Parlement met betrekking tot het werkprogramma van de Commissie voor 2017 (2016/2773(RSP))


Sophia in ‘t Veld namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten van het Europees Parlement met betrekking tot het werkprogramma van de Commissie voor 2017 (2016/2773(RSP))  
B8-0885/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie(1), met name bijlage IV,

–  gezien het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven" van 13 april 2016,

–  gezien het samenvattend verslag van de Conferentie van commissievoorzitters, waarin aanvullende bijdragen aan deze resolutie worden geleverd vanuit het oogpunt van de parlementaire commissies en waarmee de Commissie naar behoren rekening moet houden bij de opstelling en goedkeuring van haar werkprogramma voor 2017,

–  gezien artikel 37, lid 3, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de rol van de Commissie erin bestaat het algemeen belang van de Unie te bevorderen, hiertoe passende initiatieven te nemen, de toepassing van de Verdragen te waarborgen, toe te zien op de tenuitvoerlegging en handhaving van de EU-wetgeving, toegewijd te zijn aan de rechtsstaat, die gebaseerd is op de Europese kernwaarden en Europeanen in staat stelt in vrede samen te leven, coördinerende, uitvoerende en beherende taken uit te voeren en wetgeving te initiëren;

B.  overwegende dat de EU een langdurige economische crisis doormaakt, met weinig groei en een gebrek aan werkgelegenheid en investeringen, waaraan geen einde zal komen zonder een aanzienlijke verdere verdieping van de Europese integratie waar dat gerechtvaardigd is, met name op de interne markt en in de context van de economische en monetaire unie, met meer democratische controle en verantwoordingsplicht;

C.  overwegende dat duurzaamheid en economische groei verenigbaar zijn en elkaar kunnen versterken, en dat de Commissie dringend wordt verzocht duurzaamheid een hoeksteen te maken van haar agenda voor groei en werkgelegenheid;

DEEL 1: Horizontaal

1.  is ingenomen met het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven" en is met name verheugd over de toezeggingen van de instellingen om betere effectbeoordelingen uit te voeren, de voorkeur te geven aan verordeningen in plaats van richtlijnen en vervalclausules in te voeren om ervoor te zorgen dat de EU-wetgeving periodiek wordt herzien; ziet daarom uit naar het verslag van de Commissie over de toepassing van de Uniewetgeving en in het bijzonder naar haar beoordeling van de omzetting van richtlijnen in nationale wetgeving, met inbegrip van de verplichting van de lidstaten om aan de hand van scoreborden inzichtelijk te maken in hoeverre er sprake is van extra elementen ("overregulering) en om gevallen van onjuist omgezette richtlijnen actiever aan te pakken en grondig toe te zien op de handhaving en tenuitvoerlegging van bestaande wetgeving;

2.  wenst dat het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit) op de bestaande wetgeving wordt toegepast en benadrukt dat de wetgeving afgestemd moet zijn op het digitale tijdperk;

DEEL 2: Sectorspecifiek

Europees beleid inzake asiel, migratie en grensbeheer

3.  verzoekt om een opzichzelfstaand voorstel met betrekking tot humanitaire visa voor het Schengengebied;

4.  roept op tot een passend EU-beleid inzake economische migratie dat voortbouwt op de bestaande instrumenten voor studenten, onderzoekers en hoogopgeleide arbeidskrachten door middel van de ontwikkeling van een werk- en verblijfsvergunning voor het Schengengebied, bedoeld voor laaggeschoolde en ongeschoolde werknemers uit derde landen;

5.  dringt aan op uitvoerings- en monitoringverslagen over de werking van de Europese grens- en kustwacht en het Schengengebied;

Een ruimte van recht, veiligheid en grondrechten

Recht

6.  roept de Commissie nogmaals op een wetgevingsvoorstel te formuleren over het bestuursrecht van de Unie, met als doel om te zorgen voor een open, doeltreffend en onafhankelijk Europees ambtenarenapparaat, en terdege rekening te houden met het voorstel van het Parlement om een EU-verordening vast te stellen hieromtrent;

7.  is ingenomen met het verwachte voorstel voor de herziening van de verordening Brussel IIbis en verzoekt de Commissie zich te houden aan het vastgestelde tijdschema; wijst erop dat deze verordening van het grootste belang is als het gaat om collisiekwesties in het familierecht tussen lidstaten, vooral met betrekking tot voogdij en internationale ontvoering van kinderen;

8.  roept de lidstaten op een Europees rechtskader voor te stellen ter bescherming van kwetsbare volwassenen, teneinde de verschillende nationale maatregelen voor natuurlijke personen die niet in staat zijn zorg te dragen voor hun persoonlijke zaken of hun bezit, te harmoniseren; betreurt in dit verband dat de aanbeveling van het Parlement van 2008 voor de grensoverschrijdende rechtsbescherming van kwetsbare volwassenen(2) niet tot concrete maatregelen heeft geleid;

9.  roept de Commissie op de mogelijkheden voor de harmonisering van de bescherming van klokkenluiders op EU-niveau in kaart te brengen;

Veiligheid

10.  vraagt de Commissie ervoor te zorgen dat de Europese veiligheidsagenda 2015-2020, alsook de speerpunten ervan op het gebied van de bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit en cybercriminaliteit, op een doeltreffende en gecoördineerde wijze ten uitvoer worden gelegd, met daadwerkelijke resultaten op het gebied van veiligheid voor ogen; herhaalt zijn verzoek om een diepgaande evaluatie van de operationele doeltreffendheid van de bestaande EU-instrumenten en van de resterende hiaten op dit vlak, nog voordat er nieuwe wetgevingsvoorstellen worden ingediend in het kader van de Europese veiligheidsagenda; betreurt in dit verband het systematisch ontbreken van effectbeoordelingen voor verschillende voorstellen die als onderdeel van deze agenda zijn gepresenteerd;

11.  roept de Commissie op een horizontaal wetgevingsinstrument voor te stellen om de uitwisseling van informatie op het gebied van rechtshandhaving te verbeteren en de operationele samenwerking tussen de lidstaten en EU-agentschappen te bevorderen, daarbij voortbouwend op haar mededeling over krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid en met als doel om de verplichte uitwisseling van informatie ten behoeve van de aanpak van zware transnationale criminaliteit te waarborgen; dringt er in dit verband bij de Commissie op aan een wetgevingsvoorstel te presenteren tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) teneinde de waarschuwingscriteria te harmoniseren en het verplicht te stellen om waarschuwingen af te geven met betrekking tot personen die veroordeeld zijn wegens of verdacht worden van terroristische daden of andere ernstige transnationale misdaden;

12.  verzoekt de Commissie onverwijld een wijziging van de nieuwe oprichtingsverordening van Europol te presenteren, teneinde een echte Europese onderzoekscapaciteit te ontwikkelen, het agentschap de handelingsbevoegdheid toe te kennen om een verzoek tot instelling van een strafrechtelijk onderzoek te mogen indienen, en te stimuleren tot het bundelen en delen van informatie op EU-niveau;

13.  roept de Commissie op expertise en technische en financiële middelen ter beschikking te stellen, teneinde de coördinatie en uitwisseling van optimale werkwijzen op EU-niveau te waarborgen in de strijd tegen gewelddadig extremisme en terroristische propaganda, radicale netwerken en offline en online rekrutering door terroristische organisaties, en daarbij de aandacht in het bijzonder te laten uitgaan naar strategieën voor preventie, integratie en re-integratie, in combinatie met gendermainstreaming;

14.  benadrukt dat alle voorgestelde rechtshandhavingsmaatregelen die de onlineverspreiding, of het op andere wijze beschikbaar maken, van een boodschap aan het publiek beperken of bedoeld zijn om persoonlijke communicatie te onderscheppen, niet verder gaan dan nodig en evenredig is en op basis van voorafgaande toestemming van de rechter toepasselijk is; verzoekt de Commissie haar inspanningen voor betere procedures om cyberlokkers op te sporen en kinderen tegen hen te beschermen, voort te zetten en op te voeren;

15.  is ingenomen met de vaststelling van het EU-gegevensbeschermingspakket en dringt bij de Commissie aan op de snelle en geharmoniseerde tenuitvoerlegging van dit nieuwe EU-rechtskader voor de bescherming van persoonsgegevens; is verheugd dat er een alomvattende, overkoepelende overeenkomst over gegevensbescherming wordt opgesteld tussen de EU en de VS, maar is bezorgd dat de overeenkomst niet strookt met de primaire en secundaire EU-wetgeving, en verzoekt het Europees Hof van Justitie voorafgaand aan de sluiting van de overeenkomst een advies uit te brengen; is ingenomen met de voorstellen voor het privacyschild, dat de veiligehavenbeginselen gaat vervangen, maar is van mening dat het privacyschild nog niet volledig "Schrems-proof" is en dat er verdere stappen nodig zijn om de volledige naleving van het recht van de Unie en het jurisprudentierecht te waarborgen;

Grondrechten

16.  verzoekt de Commissie met voorstellen te komen voor een pact inzake democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, overeenkomstig het stramien van het komende initiatiefverslag van wetgevende aard van het Parlement;

17.  roept de Commissie nogmaals op alles in het werk te stellen om het voorstel voor een horizontale antidiscriminatierichtlijn te deblokkeren; verzoekt de Commissie haar actielijst inzake de gelijkheid van LHBTI op een hoger peil te brengen en om te zetten in een alomvattende Europese aanpak van de problemen die de LGBT-gemeenschap ondervindt op het gebied van de grondrechten, in de vorm van een EU-stappenplan tegen homofobie en discriminatie op grond van seksuele geaardheid en genderidentiteit;

18.  spoort de Commissie aan zich te blijven inspannen voor de toetreding van de EU tot het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens (EVRM), waarbij zij rekening moet houden met het advies ter zake van het Hof van Justitie, en de resterende juridische problemen moet aanpakken; verzoekt de Commissie met klem zo spoedig mogelijk een oplossing te vinden voor de twee meest problematische kwesties met betrekking tot het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), te weten wederzijds vertrouwen en rechterlijke toetsing;

19.  pleit voor een krachtige, opzichzelfstaande strategie voor vrouwenrechten en gendergelijkheid ter vervanging van de strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2010-2015; is ingenomen met het voorstel van de Commissie tot ratificatie door de EU van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het Verdrag van Istanbul), bedoeld om de goede en doeltreffende toepassing ervan te waarborgen en de lidstaten te verplichten tot het verzamelen en uitwisselen van de gegevens die nodig zijn om doeltreffende beleidslijnen en bewustmakingscampagnes te ontwikkelen;

Economische en monetaire unie, groei en investeringen

20.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie ter bevordering van de samenwerking met het Parlement op het gebied van mededinging; verzoekt de Commissie deze praktijk voort te zetten en te versterken, en te overwegen om het Parlement medebeslissingsbevoegdheid te geven op het gebied van het mededingingsbeleid, vooral wanneer het om grondbeginselen en bindende richtsnoeren gaat;

21.  dringt er bij de Commissie op aan binnen afzienbare tijd met concrete voorstellen inzake financiële retaildiensten te komen, en merkt daarbij op dat retail finance in de EU ten goede moet komen aan de burgers en voor betere producten en een groter marktaanbod moet zorgen;

22.  roept de Commissie op doeltreffende maatregelen te nemen in het kader van het Europees semester, teneinde ervoor te zorgen dat de lidstaten de landenspecifieke aanbevelingen uitvoeren en structurele hervormingen doorvoeren en daarmee bijdragen tot de modernisering van hun economieën, de vergroting van hun concurrentievermogen en het aanpakken van ongelijkheden en onevenwichtigheden;

23.  pleit voor de oprichting van een Europees schuldaflossingsfonds dat gebaseerd is op conditionaliteit;

24.  vraagt de Commissie om, overeenkomstig de resolutie van het Europees Parlement van 12 april 2016 inzake de rol van de EU in het kader van de internationale financiële, monetaire en regelgevende instellingen en organen(3), de afvaardiging van de EU in multilaterale organisaties en organen te stroomlijnen en te codificeren om de betrokkenheid en de invloed van de Unie in deze organen, evenals de wetgeving die zij via democratische weg heeft aangenomen, transparanter te maken en de integriteit en verantwoordingsplicht te vergroten;

Herziening van het MFK

25.  overwegende dat het meerjarig financieel kader (MFK) na amper twee jaar van tenuitvoerlegging zijn grenzen heeft bereikt; overwegende dat de begroting van de Unie zonder een tussentijdse herziening van het MFK niet in staat zal zijn om te voorzien in bijkomende financiële behoeften of om in te spelen op nieuwe politieke prioriteiten, noch om een nieuwe betalingscrisis te voorkomen;

26.  verzoekt de Commissie, gezien haar wettelijke verplichting, uiterlijk eind 2016 een evaluatie van de werking van het MFK te presenteren; roept de Commissie op deze begrotingsevaluatie vergezeld te doen gaan van een wetgevingsvoorstel voor de herziening van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020, teneinde een nieuwe betalingscrisis te voorkomen en aanvullende financiële middelen te mobiliseren om de EU in staat te stellen het hoofd te bieden aan de nieuwe interne en externe uitdagingen;

27.  is van mening dat het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief van essentieel belang is om de jeugdwerkloosheid aan te pakken, die in de EU nog altijd hoger ligt dan ooit tevoren; herinnert eraan dat in het kader van de EU-begroting voor 2016 geen nieuwe vastleggingen voor het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief zijn bestemd, terwijl de volledige absorptiecapaciteit bereikt is; wenst dat de Commissie een verlenging van dit programma opneemt in haar EU-begroting voor 2017;

28.  wijst op de aanzienlijke langetermijngevolgen van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) voor de EU-begroting, waaronder de ingrijpende bezuinigingen op Horizon 2020 en de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (Connecting Europe Facility; CEF); roept de Commissie op ervoor te zorgen dat door het EFSI gefinancierde projecten meer strategisch belang krijgen en dat er meer aandacht uitgaat naar kmo's en meer risico wordt genomen; maakt zich zorgen over het lage succespercentage van de projecten die in het kader van Horizon 2020 en de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen worden uitgevoerd, hetgeen te wijten is aan de ontoereikende financiering, en roept de Commissie op het financieringsniveau op hetzelfde peil te brengen als voorheen;

29.  staat erop dat de bijkomende financiële behoeften ten gevolge van de migratie- en vluchtelingencrisis (rubrieken 3 en 4) niet ten laste mogen komen van de bestaande programma's en dringt erop aan het nieuwe instrument voor noodhulp op EU-niveau te handhaven in de vorm van een nieuw flexibiliteitsmechanisme van het MFK; wenst dat de Commissie in dit verband met passende voorstellen komt;

Cohesiebeleid

30.  roept de Commissie op de toewijzing van middelen aan de cohesiefondsen en de Europese structuur- en investeringsfondsen op het niveau te houden waartoe binnen het MFK in 2013 is besloten; is derhalve van mening dat bij technische aanpassing van het MFK een verlaging van de begroting voor het cohesiebeleid moet worden voorkomen, gezien het belang van het cohesiebeleid voor het creëren van groei en werkgelegenheid, voor het waarborgen van cohesie binnen de EU en in het bijzonder voor het ondersteunen van kmo's, innovatie en onderzoek, een koolstofarme economie en stedenbeleid;

31.  verzoekt de Commissie de stedelijke agenda van de EU te coördineren en daarmee niet alleen te zorgen voor de coherente en geïntegreerde beleidsoplossingen op EU-niveau die steden nodig hebben, maar ook het verband met de agenda voor betere regelgeving te garanderen; vraagt de Commissie om haar interne coördinatie van kwesties die relevant zijn voor stedelijke gebieden te versterken en bijvoorbeeld het instrument voor effectbeoordelingen zodanig uit te breiden dat de stedelijke dimensie er systematischer in wordt opgenomen;

32.  wenst dat de Commissie maatregelen ontwikkelt en uitvoert om daadwerkelijk de knelpunten weg te nemen die de vooruitgang in de weg staan wat betreft het aanpakken van de belangrijkste problemen waar steden vandaag de dag mee worden geconfronteerd; is van mening dat de stedelijke dimensie op horizontale wijze dient te worden verankerd in het besluitvormingsproces van de Unie ("urban mainstreaming") en via een bottom-upbenadering op alle relevante EU-beleidslijnen en -wetgeving moet worden toegepast;

Verruiming van de werkgelegenheid en een veilige en gezonde werkomgeving

33.  verzoekt de Commissie toezicht te houden op de besteding van middelen door de lidstaten, teneinde de werkgelegenheid voor jongeren en de verruiming van banen te stimuleren en daarmee de doeltreffendheid te waarborgen, met name in gebieden met hoge werkloosheidscijfers, door middel van investeringen in het kader van het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en de toepassing van door de EIB gefinancierde programma's; dringt aan op specifieke maatregelen ter bevordering van de elementaire scholing van jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen (NEET's); verzoekt de Commissie voldoende middelen beschikbaar te stellen om de mobiliteit van leerlingen en studenten die beroepsonderwijs of een beroepsopleiding volgen te stimuleren, en met voorstellen te komen ter bevordering van de werkgelegenheid voor de categorie 50+;

34.  verzoekt de Commissie een groenboek op te stellen over ongelijkheid en daarin te belichten op welke manier ongelijkheid economisch herstel in de weg staat; stimuleert de Commissie deze kwestie te analyseren en te beoordelen als een eerste stap op weg naar voorstellen voor politieke oplossingen, en onmiddellijk maatregelen te nemen om deze trend te keren;

35.  wenst dat de Commissie voortbouwt op de wapenfeiten van de lidstaten tot dusver en blijft toewerken naar een eventueel Europees model voor de financiële participatie van werknemers, als een middel om werkloosheid te voorkomen en ondernemerschap aan te moedigen;

36.  verzoekt de Commissie om de sociale inclusie van vluchtelingen te stimuleren, evenals hun herintreding op de arbeidsmarkt, in het bijzonder door middel van taalonderwijs en een mechanisme voor de erkenning van gelijkwaardige kwalificaties en vaardigheden; is van mening dat deze maatregelen moeten worden uitgebreid naar de reguliere migranten in de lidstaten;

37.  roept de Commissie op verdere actie te nemen in het kader van de agenda voor nieuwe vaardigheden, bijvoorbeeld door werkplekleren verplicht te stellen, een gecoördineerde dialoog tot stand te brengen tussen de lidstaten en belanghebbenden op de arbeidsmarkt, en dan met name het bedrijfsleven en het onderwijs, om zo te zorgen dat er nadruk wordt gelegd op het anticiperen op toekomstige behoeften in verband met vaardigheden en in verband met de afstemming van vaardigheden en banen op de arbeidsmarkt van de EU;

38.  wenst dat de Commissie alle passende mechanismen invoert waarmee de mobiliteit van jongeren, met inbegrip van leerlingen, kan worden gestimuleerd, als een manier om de vraag naar en het aanbod aan vaardigheden op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen en de toegang tot arbeidskansen te verbeteren;

39.  verzoekt de Commissie de eerste resultaten die door de lidstaten worden geboekt bij de tenuitvoerlegging van de handhavingsrichtlijn detachering werknemers, nauwlettend te volgen;

Een strategie om de gevolgen van demografische veranderingen het hoofd te bieden

40.  vraagt om een structurele EU-langetermijnstrategie om het hoofd te bieden aan de uitdagingen die demografische veranderingen met zich mee brengen, aangezien alle lidstaten zich tegenwoordig geconfronteerd zien met een toenemende vergrijzing; verzoekt de Commissie in dit verband de toekomstige tekorten en discrepanties op de arbeidsmarkt van de EU uitvoerig te analyseren, en grondig te onderzoeken hoe dergelijke problemen in de hele EU kunnen worden aangepakt, onder andere door gericht in te spelen op de toekomstige behoeften aan vaardigheden, de vaardigheden beter te koppelen aan de beschikbare banen op de arbeidsmarkt en arbeidsmobiliteit verder te stimuleren;

Een connectieve digitale interne markt

41.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie betreffende de totstandbrenging van de grensoverschrijdende portabiliteit van online-inhoudsdiensten in de interne markt, als een eerste en belangrijke stap om burgers overal in Europa toegang te bieden tot legaal aangeschafte online-inhoud;

42.  is verheugd over de inspanningen om de EU-wetgeving inzake intellectuele-eigendomsrechten te ontwikkelen en te moderniseren, met als doel om de wetgeving geschikt te maken voor het digitale tijdperk; wenst dat de Commissie elk wetgevingsinitiatief om het auteursrecht te moderniseren baseert op onafhankelijk bewijs voor de impact op groei en banen, met name met betrekking tot kmo's in deze sector, toegang tot kennis en cultuur, en de potentiële kosten en baten, en dat zij een passende vergoeding waarborgt en digitale piraterij in verband met waarde en werkgelegenheid in de creatieve en culturele sectoren aanpakt; is van mening dat het auteursrecht zijn voornaamste functie moet behouden, namelijk ervoor zorgen dat ontwerpers worden vergoed voor hun inspanningen doordat anderen van hun werk gebruikmaken; benadrukt dat de modernisering van hervormingsvoorstellen de belangrijke bijdrage van conventionele methoden ter bevordering van regionale en Europese cultuur niet in de weg mag staan;

43.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie inzake digitale inhoud, onlineverkoop en andere verkoop op afstand; ziet uit naar de uitkomsten van de Refit-evaluatie, en dan met name naar de uitkomsten met betrekking tot de richtlijn inzake verkoop van en garanties voor consumentengoederen, en onderstreept zijn voornemen om de regels voor offline- en onlineverkoop op elkaar af te stemmen;

44.  herhaalt zijn pleidooi voor voorstellen om het potentieel van de culturele en creatieve sector als bron van banen en groei te ontwikkelen; benadrukt in dit verband dat intellectuele-eigendomsrechten (IER) moeten worden gehandhaafd en dringt er bij de Commissie op aan opvolging te geven aan haar actieplan tegen inbreuken op IER, met inbegrip van een herziening van de richtlijn betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, die geen gelijke tred heeft gehouden met het digitale tijdperk en niet geschikt is om online-inbreuken tegen te gaan, en tevens opvolging te geven aan het groenboek over "chargeback" (terugboeking) en daarmee verband houdende regelingen als een recht dat mogelijk in de hele EU zal gelden om geld terug te krijgen dat onbedoeld is gebruikt voor de aanschaf van namaakproducten; roept de Commissie op de bevoegdheden van het EU-Waarnemingscentrum voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten verder uit te breiden en is ingenomen met de oprichting door de Commissie van een deskundigengroep inzake de handhaving van IER;

45.  vraagt dat de Commissie zorgt voor het behoud van het internet als een open, neutraal, veilig en inclusief platform voor communicatie, productie, participatie en creatie en als een verschaffer van culturele verscheidenheid en innovatie; herinnert eraan dat dit in het belang is van alle EU-burgers en consumenten en dat het zal bijdragen tot het succes van de Europese ondernemingen in de wereld; benadrukt dat moet worden gezorgd voor de strikte toepassing van het beginsel van netneutraliteit zoals goedgekeurd in het pakket connectief continent;

46.  vraagt de Commissie met aandrang niet over te gaan tot een onnodige regulering van de deeleconomie; wijst erop dat in de context van de deeleconomie ex-postrechtsmiddelen vaak efficiënter zijn dan ex-anteregulering; vraagt dan ook aan de Commissie dat zij het open karakter van het internet, de grondrechten, rechtszekerheid en innovatie beschermt, de bestaande wettelijke regeling van de beperkte aansprakelijkheid van tussenpersonen bewaart en publiek-private samenwerking stimuleert, teneinde de bestaande belemmeringen in de deeleconomie weg te nemen;

47.  wijst op het engagement dat is aangegaan in het actieplan voor e-overheid om in de eigen Commissiewerkzaamheden het "standaard digitaal"-beginsel en het eenmaligheidsbeginsel toe te passen; vraagt om naast het proefproject inzake het eenmaligheidsbeginsel voor het bedrijfsleven ook een initiatief voor burgers op dit gebied in een grensoverschrijdend kader te presenteren;

48.  vraagt de Commissie ervoor te zorgen dat het in het voorstel voor één digitale toegangspoort (verwacht in 2017) en het voorgestelde initiatief ter bevordering van een beter gebruik van digitale middelen in de verschillende stadia van de levenscyclus van een bedrijf, wordt uitgegaan van het gebruik van e-identificatie en e-handtekeningen in een vorm die interoperabel en standaard grensoverschrijdend is;

De interne markt

49.  verzoekt de Commissie om een jaarverslag over de integratie van de interne markt en het concurrentievermogen te publiceren als onderdeel van het Europees semester en in de landenspecifieke aanbevelingen aanbevelingen te doen die toegespitst zijn op het opheffen van belemmeringen voor de interne markt;

50.  verzoekt de Commissie de grensoverschrijdende toegang tot digitale inhoud te faciliteren, de verordening inzake wederzijdse erkenning te herzien en de Small Business Act bij te werken;

51.  onderstreept dat het aantal gereglementeerde beroepen in de interne markt moet worden verminderd door onnodige vereisten op het gebied van beroepskwalificaties af te schaffen; verzoekt de Commissie een voorstel voor een dienstenpaspoort in te dienen;

52.  vraagt de Commissie dat zij verbeteringen aanbrengt aan de kennisgevingsprocedure in het kader van de dienstenrichtlijn en dat zij ook de bestaande productcontactpunten en de één-loketten verbetert en deze integreert in de voorgestelde éne digitale toegangspoort;

53.  vraagt de Commissie dat zij zorgt voor een volledige en snelle tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn, de richtlijn overheidsopdrachten en de richtlijn inzake betalingsachterstanden;

Horizon 2020

54.  verzoekt de Commissie een zinvolle tussentijdse evaluatie van het onderzoeksprogramma Horizon 2020 uit te voeren; meent dat in deze evaluatie rekening dient te worden gehouden met de aanbevelingen en de politieke prioriteiten van het Parlement, verslag moet worden uitgebracht over de bredere impact van door de EU gefinancierd onderzoek en moet worden nagedacht over synergieën met andere financieringsinstrumenten van de EU, zoals de middelen van het cohesiebeleid, het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kmo's (COSME) en het programma Horizon 2020; is van mening dat langetermijninvesteringen in grote infrastructuurwerken moeten leiden tot het scheppen van banen;

Energie-unie, beleid inzake klimaatverandering en het milieu

55.  herhaalt dat het juridisch bindende zevende milieuactieprogramma 2014-2020 volledig moet worden uitgevoerd en verwacht dat de Commissie ervoor zorgt dat de doelstellingen van het milieuactieprogramma worden weerspiegeld in het werkprogramma voor 2017, door duurzaamheid centraal te stellen in het economisch beleid en door een specifiek hoofdstuk op te nemen dat gewijd is aan de uitvoering van het milieuactieprogramma; verzoekt de Commissie voorstellen in te dienen om de duurzameontwikkelingsdoelstellingen in het EU-beleid te integreren;

56.  meent dat de juridisch bindende overeenkomst van Parijs die in december 2015 is gesloten, een internationaal overeengekomen langetermijndoelstelling ter beperking van de opwarming van de aarde vastlegt die de wereldwijde investeringen zal sturen in de richting van een transitie naar schone energie en die, indien zij vergezeld gaat van doeltreffende maatregelen, aanzienlijke kansen zal bieden voor banen en duurzame groei in Europa;

57.  verzoekt de Commissie maatregelen op Unieniveau voor te stellen ter aanvulling van de toezegging van de EU om de broeikasgasemissies in de EU met 40 % terug te dringen, met het oog op de wereldwijde inventarisatie van 2018 in het kader van de overeenkomst van Parijs; dringt er ook bij de Commissie op aan om een nulemissiestrategie voor het midden van de eeuw voor te bereiden die in overeenstemming is met de doelstellingen van de overeenkomst van Parijs, met inbegrip van tussentijdse mijlpalen om te zorgen voor een kosten-efficiënte verwezenlijking van de klimaatambities van de EU; vraagt voorts aan de Commissie dat zij nagaat of het huidige EU-beleid in overeenstemming is met de doelstellingen van de overeenkomst van Parijs, met inbegrip van de EU-begroting en de geleidelijke afschaffing van de subsidies voor fossiele brandstoffen; verzoekt de Commissie maatregelen voor te stellen voor een ordentelijke overgang naar een koolstofarme economie teneinde de systematische economische risico's die verbonden zijn aan financiële activa in koolstofrijke industrieën, te beperken;

58.  spreekt zijn krachtige steun uit voor de agenda van de circulaire economie en dringt er bij de Commissie op aan onverwijld werk te maken van de initiatieven die in het actieplan worden opgesomd, en daarbij rekening te houden met de grote economische en ecologische voordelen die kunnen worden gerealiseerd door middel van doortastende en goed gecoördineerde acties op dit gebied; vraagt de Commissie dat zij zorgt voor een stevig kader voor de monitoring en evaluatie van de vorderingen die worden geboekt in de uitvoering van het actieplan en de overgang naar een circulaire economie in de lidstaten, onder meer met name in het kader van het Europees semester;

59.  verzoekt de Commissie snel over te gaan tot een follow-up van de conclusies van de tussentijdse evaluatie van de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020 en de in de evaluatie aangestipte tekortkomingen van het huidig beleid aan te pakken om te vermijden dat de strategie faalt, en daarbij rekening te houden met de verschillende situaties in de lidstaten en de noodzaak om een betere en meer omvattende uitvoering op het niveau van de lidstaten te ondersteunen;

60.  vraagt de Commissie dat zij, na de goedkeuring van de verschillende wetgevingsvoorstellen en mededelingen inzake de energie-unie, energie-efficiëntie, marktdesign, hernieuwbare energie en andere energiegerelateerde voorstellen en mededelingen, zich vooral bekommert om de volledige uitvoering ervan door de lidstaten; meent dat in gevallen waarin juridische verplichtingen niet zijn nagekomen, de Commissie inbreukprocedures dient op te starten, aangezien het doel is een daadwerkelijke energie-unie tot stand te brengen;

61.  vraagt de Commissie dat zij een zinvolle tussentijdse evaluatie van het programma Horizon 2020 verricht, rekening houdend met de aanbevelingen en politieke prioriteiten van het Parlement, verslag uitbrengt over de bredere impact van door de EU-gefinancierd onderzoek en zich beraadt over synergieën met andere financieringsinstrumenten van de EU;

62.  vraagt dat de Commissie onverwijld uitvoering geeft aan het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak T-521/14 inzake de identificatie van hormoonontregelende stoffen, in overeenstemming met de aangenomen EU-wetgeving;

Een geïntegreerde en efficiënte vervoersector

Luchtvaart

63.  verzoekt de Commissie om snel deel te nemen aan en te zorgen voor de afronding van de lopende onderhandelingen voor nieuwe luchtvervoersovereenkomsten met derde landen, om te voorkomen dat de Europese luchtvaartsector geblokkeerd wordt en gelijke concurrentievoorwaarden te creëren; verzoekt de Commissie nauw samen te werken met de Raad teneinde vooruitgang te boeken in de talrijke dossiers die nog steeds geblokkeerd zijn in de Raad (passagiersrechten, gemeenschappelijk Europees luchtruim, luchthavenslots);

Spoor

64.  verzoekt de Commissie nog meer maatregelen te nemen om te zorgen voor een betere en correcte implementatie van de bestaande en nieuwe EU-wetgeving inzake spoorwegvervoer, teneinde een oplossing te vinden voor de aanhoudende marktversnippering die een forse rem zet op de vorderingen naar een adequaat en daadwerkelijke eengemaakte Europese spoorwegruimte;

Wegvervoer

65.  pleit ervoor dat wordt gezorgd voor een goed werkende interne markt voor wegvervoer door middel van een herziening van de eurovignetrichtlijn en het daaraan gelieerde kader ter bevordering van een Europees systeem voor elektronische tolheffing en een billijke en efficiënte prijsstelling; pleit voor een herziening van Verordening (EG) nr. 561/2006 wat betreft de rij- en rusttijden voor vrachtwagen- en buschauffeurs, om de huidige regels aan te passen en de handhaving van deze verordening in de verschillende lidstaten te harmoniseren;

Multimodaal

66.  vraagt dat de Commissie de ontwikkeling van de digitalisering en automatisering in alle vervoerwijzen verder aanmoedigt, teneinde efficiënter gebruik te maken van de bestaande infrastructuur, de operationele veiligheid te verhogen, de administratieve lasten te verminderen (bijv. "blauwe gordel", e-CMR) en bij te dragen tot het koolstofvrij maken van het vervoer, onder meer door de ontwikkeling van alternatieve voortstuwingssystemen, op basis van hogere brandstofefficiëntienormen en de bevordering van elektrische voertuigen en duurzame geavanceerde biobrandstoffen, rekening houdend met reële broeikasgasemissiereducties;

Financiering van vervoer

67.  vraagt, in het licht van de herziening van het MFK, dat wordt nagedacht over de financiering van vervoersinfrastructuren en over de toekomst van de CEF in verhouding tot andere financieringsbronnen, zoals het EFSI en de Europese structuur- en investeringsfondsen; wijst erop dat het van essentieel belang is ervoor te zorgen dat de middelen die via de jaarlijkse begrotingsprocedure aan de diverse Europese vervoersagentschappen worden toegewezen, in overeenstemming zijn met de door de wetgever toegekende bevoegdheden;

Landbouw- en visserijbeleid

68.  benadrukt de belangrijke rol die duurzame landbouw, visserij en bosbouw vervullen voor het waarborgen van de voedselzekerheid in de EU, het creëren van banen en het verbeteren van milieunormen en wijst tevens op het potentieel van de Europese landbouw om bij te dragen tot het klimaatveranderingsbeleid; verzoekt de Commissie de tenuitvoerlegging van het GLB te vereenvoudigen en de bureaucratie te beperken om de efficiënte ervan te vergroten, de administratieve rompslomp voor agrarische ondernemers te verminderen en plaats te maken voor innovaties die onontbeerlijk zijn voor een toekomstgerichte, concurrerende Europese landbouwsector; vraagt de Commissie dat zij met concrete voorstellen komt over de manier waarop het toekomstige GLB kan voorzien in meer regelgevende en financiële stimulansen voor innovatie in de landbouw overeenkomstig de beginselen van beter wetgeven, om zodoende te zorgen voor snelle, doeltreffende en doelmatige besluitvormingsprocedures, die de technologische ontwikkeling in de EU zou aanmoedigen;

69.  wijst nogmaals op het belang van het ontsluiten van nieuwe markten voor de Europese landbouw en vraagt de Commissie in dit verband dat zij voortgaat met haar inspanningen om de landbouwcrisis te verlichten door meer kansen te bieden voor de uitvoer van Europese landbouwproducten;

70.  benadrukt dat er dringend maatregelen moeten worden genomen tegen de groeiende dreiging van toenemende antimicrobiële resistentie, aangezien dit verstrekkende gevolgen kan hebben voor de gezondheid en de productiviteit van de burgers alsook op de begrotingen van de lidstaten op het vlak van gezondheidszorg;

71.  roept de Commissie op een voorstel in te dienen voor een EU-actieplan over de wijze waarop het mondiale actieplan inzake antimicrobiële resistentie van de Wereldgezondheidsorganisatie ten uitvoer kan worden gelegd in de Unie;

72.  herhaalt dat de Commissie, teneinde ervoor te zorgen dat het in 2013 goedgekeurde gemeenschappelijk visserijbeleid tijdig en correct wordt uitgevoerd, wetgevingsvoorstellen moet blijven indienen voor de vaststelling van nieuwe meerjarige beheerplannen voor visbestanden;

73.  wijst op het belang van het sterke controlesysteem dat is vastgelegd in de controleverordening (Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009), die heeft gezorgd voor een moderne aanpak van visserijcontrole in overeenstemming met de maatregelen die zijn goedgekeurd om illegale visserij te bestrijden; herinnert de Commissie aan haar juridische verplichting tot het voorleggen van een evaluatie van deze verordening om de uitvoering ervan te beoordelen en na te gaan of de controlemaatregelen efficiënt en passend zijn om de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid te bereiken; vraagt dat de Commissie zorgt voor een uitvoerige opvolging en dat zij indien nodig een herziening van deze controlemaatregelen voorstelt om te verhelpen aan de tekortkomingen en een correcte tenuitvoerlegging te waarborgen;

74.  is van mening dat illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij een vorm van georganiseerde misdaad op zee is, met rampzalige wereldwijde ecologische en sociaaleconomische gevolgen; roept de Commissie op alle nodige maatregelen te nemen tegen landen die niet meewerken en tegen alle organisaties die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij in stand houden;

Vrije handel

75.  benadrukt zijn steun voor een ambitieuze en waardengestuurde handelsagenda die de op regels gebaseerde wereldorde versterkt en bijdraagt aan groei en banen in Europa; verwelkomt in dit verband de inspanningen die de Commissie levert om lopende onderhandelingen voort te zetten, om nieuwe onderhandelingen te starten met bijvoorbeeld Australië of Nieuw-Zeeland, en om andere onderhandelingen, zoals met Mercosur en Indië, te deblokkeren;

76.  verzoekt de Commissie de besprekingen van de Wereldhandelsorganisatie na Nairobi nieuw leven in te blazen, aangezien multilaterale handelsbesprekingen een prioriteit moeten blijven voor de EU, zelfs wanneer ze moeilijk verlopen; meent dat het ook de moeite zou lonen nieuwe gebieden en onderwerpen aan te snijden binnen het kader van de Wereldhandelsorganisatie, zoals digitale handel en investeringen;

77.  wijst erop dat het dringend en uiterst belangrijk is dat de handelsbeschermingsinstrumenten van de Unie gemoderniseerd en versterkt worden;

78.  herhaalt dat het dringend noodzakelijk is de wetgeving inzake de controle op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik bij te werken en spoort de Commissie aan te vermijden dat de indiening van een dergelijk voorstel nog meer vertraging oploopt;

79.  spoort de Commissie aan na te gaan op welke manieren de Europese burgers nauwer kunnen worden betrokken bij het handelsbeleid van de EU, onder meer door een verhoogde transparantie in de samenwerking met de onderhandelingspartners en met de lidstaten die de onderhandelingsrichtsnoeren voor de Commissie formuleren en die een rol kunnen vervullen in het motiveren van hun eigen bevolking;

80.  vraagt de Commissie dat zij de nadruk blijft leggen op kleine en middelgrote ondernemingen in alle lopende onderhandelingen, alsook in de onderhandelingen die nog van start moeten gaan, aangezien kmo's vaak niet de middelen hebben om toegang te krijgen tot markten van derde landen;

Een krachtiger rol op het wereldtoneel

81.  vraagt de Commissie dat zij in haar bijgewerkte mondiale EU-strategie blijk geeft van ambitie en dat zij de EU een betere plaats geeft in een snel veranderende wereld; vraagt de Commissie ook dat zij het plan voor de implementatie, monitoring, follow-up en integratie van de agenda 2030 in het interne en het externe beleid van de EU, mededeelt;

82.  vraagt de Commissie dat zij actieve en effectieve impulsen geeft aan het externe beleid van de EU; benadrukt dat de EU een hoofdrolspeler moet zijn, die efficiënt reageert op de uitdagingen waar Europa mee te kampen heeft;

83.  wijst erop dat de verordening betreffende humanitaire hulp (Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996) moet worden herzien om humanitaire hulp efficiënter te maken en te zorgen voor een duurzame toekomst voor de miljoenen mensen die door conflicten of door natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen getroffen zijn;

84.  vraagt de Commissie dat zij zich meer inzet voor de landen van de Westelijke Balkan en de landen van het oostelijk en zuidelijk nabuurschap, met het oog op politieke stabiliteit op de lange termijn en om de onderliggende oorzaken van de huidige conflicten aan te pakken;

85.  feliciteert de Commissie omdat zij de nadruk legt op het nabuurschapsbeleid, maar onderstreept dat dit beleid een meer politieke inhoud moet krijgen, met name door middel van een combinatie van verhoogde financiële bijstand, meer steun voor democratische hervormingen, markttoegang en een verbetering van de mobiliteit;

86.  benadrukt dat de bevordering en de eerbiediging van de mensenrechten, het internationaal recht en de fundamentele vrijheden een gemene deler moeten zijn in het EU-beleid; vraagt dat de Commissie het belang van de mensenrechtenbescherming niet verwaarloost in de context van de maatregelen ter bestrijding van terrorisme; spoort de Commissie aan zich actief te blijven inzetten voor de effectieve implementatie van de mensenrechten via alle overeenkomsten, met name de door de EU gesloten overeenkomsten inzake handel, politieke dialoog, samenwerking en associatie, in het bijzonder de zogenaamde democratieclausule en artikel 8 van de overeenkomst van Cotonou;

87.  benadrukt dat de blijvende en toenemende veiligheidsbedreigingen langs de grenzen van de Unie slechts met succes kunnen worden aangepakt indien er sprake is van een nauwere samenwerking op het gebied van veiligheid tussen de lidstaten, onder meer samenwerking in het kader van de NAVO;

88.  vraagt dat de Commissie de nodige maatregelen neemt zodat een daadwerkelijke, sterke en niet-complexe Europese markt voor defensiemateriaal tot stand kan worden gebracht, om de lidstaten beter in staat te stellen hun begroting voor defensie en veiligheid optimaal te benutten en de eerste concrete stappen te ondernemen voor de creatie van een Europese Defensie-unie;

89.  dringt er bij de Commissie op aan dat zij haar mededeling inzake het plan voor de implementatie, monitoring, follow-up en integratie van de agenda 2030 in het interne en het externe beleid van de EU, voorlegt;

90.  spoort de Commissie aan ambitieuze voorstellen te presenteren inzake de herziening van de Europese consensus inzake ontwikkeling;

91.  dringt er bij de Commissie op aan van start te gaan met het actieprogramma voor volksgezondheid in de wereld en daarbij rekening te houden met epidemieën zoals ebola; verzoekt de Commissie daarnaast om initiatieven te ontplooien voor een betere beschikbaarheid van medicijnen in de minst ontwikkelde landen;

Een Unie van burgerschap, democratische betrokkenheid en inclusie

92.  wijst erop dat veel burgers van de Europese Unie de indruk hebben dat zij niet gehoord worden door de instellingen; vraagt dat de Commissie de participatie van burgers ernstig neemt door naar behoren te antwoorden op de verzoeken van indieners van verzoekschriften;

93.  vestigt er de aandacht op dat het niveau van burgerparticipatie aan het stijgen is door middel van verzoekschriften, Europese burgerinitiatieven (EBI's) en referenda over Europese kwesties; stelt voor dat de Commissie de impact van en de behoefte aan burgerparticipatie evalueert;

94.  onderstreept dat de EU op 30 april 2014 het Verdrag van Marrakesh heeft ondertekend, dat auteursrechtelijk beschermde werken beschikbaar maakt voor visueel gehandicapte personen; wijst erop dat de EU dit verdrag evenwel nog niet heeft geratificeerd; vraagt de Commissie dat zij de lidstaten aanspoort om dit verdrag te ondertekenen;

Cultuur en beter communiceren

95.  dringt bij de Commissie aan op de volledige uitvoering en financiering van de programma's "Creatief Europa" en "Europa voor de burger", die achterop hinken in termen van vastleggingen in het MFK;

96.  dringt er bij de Commissie op aan de richtlijn audiovisuele mediadiensten naar een niveau te brengen waardoor het mogelijk wordt digitale oplossingen toe te passen om de technologische lacunes in dit gebied te dichten;

97.  verzoekt de Commissie de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van onderwijs en opleiding te vergemakkelijken, om beter te kunnen inspelen op de onderwijsbehoeften die door de huidige vluchtelingen- en humanitaire crisis zijn ontstaan; merkt op dat hiervoor samen met de desbetreffende partijen moet worden gewerkt aan de ontwikkeling van een mechanisme voor de erkenning van kwalificaties voor vluchtelingen zodat zij zo snel mogelijk na hun aankomst in de EU kunnen beginnen bijdragen aan de arbeidsmarkt en de maatschappij, alsook van opleidingsprogramma's voor leerkrachten waarmee de toegang tot multiculturele, niet-discriminerende en inclusieve onderwijssystemen kan worden gewaarborgd;

_____________________

98.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, alsmede de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1)

PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47.

(2)

2008/2123(INI).

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0108.

Juridische mededeling - Privacybeleid