Procedure : 2016/2773(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0895/2016

Ingediende teksten :

B8-0895/2016

Debatten :

PV 06/07/2016 - 5
CRE 06/07/2016 - 5

Stemmingen :

PV 06/07/2016 - 6.12
CRE 06/07/2016 - 6.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 174kWORD 72k
4.7.2016
PE585.336v01-00
 
B8-0895/2016

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 37, lid 3, van het Reglement en het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie


over de prioriteiten van het Europees Parlement met betrekking tot het werkprogramma van de Commissie voor 2017 (2016/2773(RSP))


David Borrelli namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten van het Europees Parlement met betrekking tot het werkprogramma van de Commissie voor 2017 (2016/2773(RSP))  
B8-0895/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Werkprogramma van de Commissie voor 2016 - Tijd voor verandering", en de bijlagen 1 t/m 6 daarbij,

–  gezien artikel 37, lid 3, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de economische, sociale en politieke crisis de lidstaten heeft meegesleept in een situatie van recessie en deflatie, met het schrikbarende cijfer van rond 17 miljoen werklozen;

B.  overwegende dat de door de EU-instellingen voorgestelde initiatieven met betrekking tot de hervorming van het huidige kader voor economische governance de economische, democratische en sociale crisis in de EU verder op de spits zou drijven;

C.  overwegende dat het percentage fouten en fraude ten koste van de EU-begroting aanhoudend hoog blijft, zonder significant af te nemen, en dat de betalingen voor het 21e jaar op rij materiële fouten vertoonden vanwege de gebrekkige doeltreffendheid van de toezicht- en controlesystemen;

D.  overwegende dat het in tijden waarin bezuinigingen alle burgers treffen, van essentieel belang is dat de administratieve kosten van de EU worden teruggedrongen, en dat daarbij specifieke aandacht uitgaat naar het identificeren van significante structurele besparingen door de geografische spreiding van de werklocaties van het Europees Parlement opnieuw tegen het licht te houden;

E.  overwegende dat het EU-beleid nog steeds zeer weinig transparant is, met name in het geval van onderhandelingen over internationale handelsakkoorden;

F.  overwegende dat het absoluut noodzakelijk is om China niet de status van een markteconomie toe te kennen;

G.  overwegende dat de langdurige werkloosheid sinds 2007 verdubbeld is en nu de helft van alle werklozen betreft; overwegende dat in de EU momenteel 4,5 miljoen jongeren tussen 15 en 24 jaar werkloos zijn en dat meer dan 7 miljoen Europese jongeren tussen 15 en 24 jaar noch op de arbeidsmarkt actief zijn, noch studeren, noch een opleiding volgen;

H.  overwegende dat hulp aan kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) een prioriteit zou moeten zijn, met specifieke aandacht voor het verminderen van excessieve en overbodige administratieve kosten;

I.  overwegende dat het systeem voor de emissiehandel (ETS) grotendeels mislukt is;

J.  overwegende dat de overeenkomst tussen de lidstaten over de regeling inzake de vluchtelingenfaciliteit in Turkije voor de EU niet de beste oplossing vormt voor de zich steeds verder uitbreidende noodsituatie met betrekking tot vluchtelingen (en niet met andere derde landen mag worden herhaald);

K.  overwegende dat een vorm van directe democratie waarbij de burgers rechtstreeks beslissingen nemen, het besluitvormingsproces meer legitimiteit zou geven en de deelname van de burger hieraan een impuls zou geven; overwegende dat de stem van de bevolking moet worden gerespecteerd via vrije en eerlijke nationale referenda in de lidstaten;

Kernprioriteiten

1.  benadrukt dat het de lidstaten met spoed moet worden toegestaan volledig gebruik te maken van de instrumenten voor monetair en begrotingsbeleid om het economisch herstel te steunen en de democratische en politieke legitimiteit van fundamentele economische beslissingen te waarborgen;

2.  is van mening dat er met het oog op de herziening van het MFK voorrang moet worden gegeven aan het oplossen van het probleem van de betalingen alvorens nieuwe vastleggingen worden uitgevoerd; herinnert eraan dat de eerste optie altijd de herschikking van bestaande niet-prioritaire begrotingslijnen moet zijn, waarbij verspilling en wanbeheer worden tegengegaan; wijst erop dat in sommige gevallen programma's beter op nationaal niveau kunnen worden gefinancierd en uitgevoerd, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel;

3.  dringt aan op een veel grotere controle en doorlichting van de EU-begroting; verlangt, als dwingende voorwaarde, dat de Commissie binnen de twee jaar een positieve betrouwbaarheidsverklaring (DAS) van de Rekenkamer krijgt; spreekt zijn teleurstelling uit over het percentage fouten en fraude ten koste van de EU-begroting, met name met betrekking tot overheidsopdrachten, en benadrukt dat het absoluut noodzakelijk is dat corruptie en georganiseerde misdaad op transnationaal niveau worden bestreden; onderstreept het belang van meer transparantie in de EU-uitgaven en dringt erop aan dat alle informatie over de uitgaven van de Europese fondsen wordt gepubliceerd;

4.  verwerpt het idee van een specifieke begroting voor de eurozone, omdat dat een duidelijke breuk zou betekenen tussen de landen die de euro gebruiken en de landen die hun eigen munt hebben behouden; stelt vast dat een begroting voor de eurozone tevens zou leiden tot verdere onderwerping van de democratische nationale soevereiniteit aan technocratische structuren;

5.  benadrukt dat het voeren van één enkele munt een asymmetrisch en vernietigend effect heeft op zwakkere economieën, die worden gedwongen tot een pijnlijke aanpassing door middel van interne devaluatie als gevolg van een ten opzichte van hun economieën overgewaardeerde munt, terwijl sterkere lidstaten in de eurozone profiteren van een oneerlijk concurrentievoordeel vanwege een ondergewaardeerde munt ten opzichte van andere lidstaten, hetgeen leidt tot onaanvaardbare ongelijkheden en macro-economische onevenwichtigheden binnen de EU; benadrukt dat het dringend noodzakelijk is een plan op te stellen voor een ordentelijke ontmanteling van de monetaire unie en onverwijld te voorzien in democratische mechanismen voor de vrijwillige terugtrekking van een land uit de eurozone;

6.  wijst er andermaal op dat belastinggeld beter moet worden benut; beklemtoont dat het belangrijk is de administratieve kosten van de EU te verminderen, vooral in een periode van aanhoudende crisis; betreurt het dat het Europees Parlement drie werklocaties heeft – Brussel, Straatsburg en Luxemburg; benadrukt dat het doeltreffender, goedkoper en milieuvriendelijker zou zijn als het Parlement één enkele werklocatie zou hebben;

7.  herhaalt dat nationale medefinanciering van de Europese structuur- en investeringsfondsen volledig moet worden uitgesloten van de definitie van structurele tekorten in het kader van het stabiliteits- en groeipact, en betreurt het feit dat de bezuinigingsmaatregelen van de EU de doelstellingen van sociale, territoriale en economische cohesie ernstig ondermijnen;

8.  spreekt zich met kracht uit tegen het steunprogramma voor structurele hervormingen;

9.  onderstreept dat de oprichting van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) gevolgen heeft gehad in de vorm van bezuinigingen op de programma's van Horizon 2020 en de Connecting Europe Facility (CEF);

10.  dringt erop aan dat de onderhandelingen over het trans-Atlantische partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) worden afgebroken, daar dit akkoord aan weerszijden tot lagere normen zou leiden; spreekt andermaal zijn grote verontrusting uit dat alleen de Commissie bevoegd is over handelsovereenkomsten te onderhandelen en niet de gekozen en verantwoordingsplichtige nationale regeringen; betreurt het dat de Commissie het Europees burgerinitiatief "Stop TTIP" niet heeft willen inschrijven; spreekt zich uit tegen de opname van het Investment Court-systeem (ICS) in toekomstige handelsovereenkomsten; spreekt zich uit tegen de opname van overheidsdiensten in TTIP en andere handelsovereenkomsten; verzoekt de nationale parlementen zich te mengen in de onderhandelingen over handelsakkoorden zoals de brede economische en handelsovereenkomst (CETA), als een teken van democratische controle;

11.  verzoekt de Commissie met klem haar inspanningen voor een omvangrijke hervorming van de handelsbeschermende instrumenten op te voeren en daarbij hun doeltreffendheid, transparantie en handhaving te verbeteren, met het doel producenten, importeurs en burgers te beschermen tegen alle handelspartners die oneerlijke concurrentie bedrijven;

12.  erkent het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel met betrekking tot het Actieplan voor de kringloopeconomie, zodat lidstaten de mogelijkheid hebben om verder te gaan dan de gemeenschappelijke beslissingen;

13.  dringt erop aan dat de EU China niet erkent als markteconomie en het land deze status niet toekent;

14.  betreurt het ten zeerste dat de Jongerengarantie geen noemenswaardige verhoging van het aantal werkende jongeren heeft weten te bewerkstelligen en is uiterst verontrust over het alarmerende percentage langdurig werklozen;

15.  keurt alle EU-wetgeving af die administratieve lasten met zich brengt voor kmo's, een belangrijke bron van werkgelegenheid en groei, en hen extra bureaucratische belemmeringen bezorgt; benadrukt dat meer steun moet worden verleend aan kmo's, waarbij het accent op vermindering van de bureaucratische EU-rompslomp moet liggen en adequate sociale bescherming moet worden gewaarborgd;

16.  onderstreept de noodzaak om de aanzienlijke problemen te erkennen die de emissiehandelsregeling in het verleden heeft gekend, en verzoekt de Commissie te overwegen de desbetreffende middelen voor uitvoering over te hevelen naar andere initiatieven die meer welvaart voor de Europese samenleving meebrengen;

17.  onderstreept de noodzaak om controle- en uitvoeringsverslagen in te voeren voor de uitbetaling aan en het uitgeven door lidstaten van middelen uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF) en het Fonds voor interne veiligheid (ISF), en het gebruik van in het kader van de EU-Turkije-deal aan Turkije toegekende EU-middelen zorgvuldig te controleren en regelmatig te evalueren;

18.  herinnert eraan dat de lidstaten de op internationaal niveau beschikbaar instrumenten voor de bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen moeten omzetten en toepassen;

19.  herinnert eraan dat in artikel 46, lid 1, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens staat dat de verdragsluitende partijen zich er zonder voorbehoud plechtig toe hebben verbonden zich te houden aan de einduitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaken waarbij zij partij zijn; betreurt de achterstand bij de tenuitvoerlegging en in sommige gevallen het gebrek aan politieke wil om bepaalde uitspraken van het Hof toe te passen;

20.  acht het van doorslaggevend belang dat de EU-burgers actief bij het wetgevingsproces worden betrokken, zodat de democratische kloof wordt overbrugd; is van mening dat een vorm van directe democratie de participatie en verantwoordingsplicht zou vergroten; herhaalt zijn standpunt dat deze maatregelen in een democratische samenleving absoluut noodzakelijk zijn om rechtvaardigheid, vrijheid en participatie te kunnen handhaven;

21.  acht het belangrijk dat bij nieuwe verdragen of wijzigingen in bestaande verdragen rekening wordt gehouden met de stem van de bevolking, door middel van vrije en eerlijke nationale referenda in de lidstaten;

22.  verzoekt de Commissie en alle overige EU-instellingen de uitkomst van het referendum dat op 23 juni 2016 in het Verenigd Koninkrijk is gehouden, te respecteren; verzoekt de Commissie en de Raad de onderhandelingen naar aanleiding van artikel 50 op open en niet-vijandige wijze te voeren en de wens van de Britse bevolking te respecteren;

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen van de lidstaten.

Juridische mededeling - Privacybeleid