Procedure : 2016/2891(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1058/2016

Ingediende teksten :

B8-1058/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/10/2016 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0377

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 179kWORD 73k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1051/2016
28.9.2016
PE589.647v01-00
 
B8-1058/2016

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de noodzaak van een Europees herindustrialiseringsbeleid in het licht van de recente gevallen Caterpillar en Alstom (2016/2891(RSP))


Gérard Deprez, Marielle de Sarnez namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de noodzaak van een Europees herindustrialiseringsbeleid in het licht van de recente gevallen Caterpillar en Alstom (2016/2891(RSP))  
B8-1058/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties, en met name die van 9 juni 2016 over het concurrentievermogen van de Europese spoorwegindustrie(1),

–  gezien zijn resolutie van 15 september 2016 over de werkzaamheden, impact en toegevoegde waarde van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering tussen 2007 en 2014(2),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010 getiteld "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2012 getiteld "Een sterkere Europese industrie om bij te dragen tot groei en economisch herstel" (COM(2012)0582),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 januari 2014 getiteld "Voor een heropleving van de Europese industrie" (COM(2014)0014),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld "Handel voor iedereen – Naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid" (COM(2015)0497),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering,

–  gezien het Witboek van de Commissie getiteld "Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte – werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem" (COM(2011)0144),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Caterpillar op 2 september 2016 heeft bekendgemaakt in april 2017 zijn Belgische vestiging in Gosselies (Wallonië) te zullen sluiten, wat zal leiden tot het ontslag van meer dan 2 000 werknemers; overwegende dat dit besluit gevolgen zal hebben voor de gehele regio Wallonië, aangezien Caterpillar de grootste werkgever in de regio is;

B.  overwegende dat het bedrijf heeft verklaard dat de productie van bouwmaterieel in de vestiging van Gosselies kan worden overgebracht naar de vestiging in Grenoble (Frankrijk) en naar andere vestigingen buiten Europa; overwegende dat de productie van onderdelen kan worden toegewezen aan externe leveranciers en andere vestigingen van Caterpillar, en dat ondersteunende functies kunnen worden geconsolideerd in andere vestigingen;

C.  overwegende dat het personeelsbestand van Caterpillar sinds eind 2012 met 20 % is gedaald, waardoor meer dan 30 000 banen verloren zijn gegaan, en dat het bedrijf heeft verklaard dat het van plan is tegen eind 2018 tot 20 vestigingen te sluiten of te consolideren; overwegende dat het bedrijf voor het kwartaal eindigend op 30 juni 2016 een winst noteerde van 550 miljoen USD, een daling ten opzichte van 802 miljoen USD het jaar voordien;

D.  overwegende dat Caterpillar in april 2016 zijn verkoops- en omzetprognoses voor 2016 heeft verlaagd omdat scherpe dalingen van de inkomsten uit zijn segmenten bouw, olie, gas en spoor de kwartaalwinst drukten;

E.  overwegende dat Alstom op 7 september 2016 heeft bekendgemaakt de bouw van treinen in Frankrijk van Belfort naar Reichshoffen te zullen verplaatsen als gevolg van een daling van de bestellingen;

F.  overwegende dat het bedrijf in Belfort zal blijven instaan voor onderhoud van en service voor locomotieven, wat goed is voor ongeveer 80 van de huidige 480 banen; overwegende dat de overige 400 werknemers de mogelijkheid zal worden geboden om te gaan werken in Reichshoffen of een van de tien andere vestigingen van Alstom in Frankrijk;

G.  overwegende dat de spoorwegsector specifieke kenmerken vertoont, met name in het geval van Alstom, en wordt gekenmerkt door de vervaardiging van producten met een levensduur tot 50 jaar, een grote kapitaalintensiteit en een sterke afhankelijkheid van overheidsopdrachten;

H.  overwegende dat deze twee situaties zeer verschillend zijn, maar helaas geen alleenstaande gevallen in Europa, aangezien zij voortvloeien uit het ontbreken bij de Europese Unie en haar lidstaten van een visie voor de Europese industrie als geheel;

I.  overwegende dat het dringend noodzakelijk is het hoofd te bieden aan het verlies van arbeidsplaatsen voor werknemers, maar ook bij alle onderaannemers, voor het merendeel kmo's, voor wie de multinationals in hun regio de enige opdrachtgever zijn;

J.  overwegende dat het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om het hoofd te bieden aan noodsituaties door te voorzien in een snelle reactie en hulp op korte termijn om iets te doen aan ernstige en onvoorziene moeilijkheden op de arbeidsmarkt waarbij massaal ontslagen vallen; overwegende dat het EFG ook voorziet in medefinanciering van individuele dienstverlening voor ontslagen werknemers, met inbegrip van advies en begeleiding, sociale werkvoorzieningen, ondersteunde werkgelegenheid en re-integratiemaatregelen, opleiding en training, en toelagen voor het zoeken naar werk;

K.  overwegende dat de Europese industriële productie in de jaren 1990 goed was voor 36 % van de wereldproductie, maar vandaag nog slechts 24 % bedraagt, en dat het procentuele aandeel ervan blijft afnemen;

L.  overwegende dat, hoewel 75 % van de waarde van de digitale economie afkomstig is van de traditionele industrie, deze laatste slechts in beperkte mate over geïntegreerde digitale technologieën beschikt, waarbij slechts 1,7 % van de Europese bedrijven optimaal gebruik maakt van geavanceerde digitale technologieën en slechts 14 % van de kmo's internet als verkoopkanaal gebruikt; overwegende dat Europa voordeel moet halen uit het enorme potentieel van de ict-sector om de industrie te digitaliseren en op mondiaal vlak concurrentieel te blijven;

M.  overwegende dat de energieprijzen in Europa hoger zijn dan in een aantal andere economieën, vooral als gevolg van onvoldoende integratie van de energiemarkt, wat het concurrentievermogen van de Europese industrie op de wereldmarkt aanzienlijk beperkt;

N.  overwegende dat de Commissie moet reageren op het geval Caterpillar, en een taskforce moet oprichten waarin de diverse directoraten-generaal van alle bevoegde diensten worden samengebracht om te fungeren als aanspreekpunt en de steunverlening te vergemakkelijken via specifieke fondsen als het EFG, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Europees Sociaal Fonds (ESF);

1.  betuigt zijn solidariteit met de ontslagen werknemers, alsook met de onderaannemers van deze bedrijven en hun vele werknemers;

2.  herinnert aan het potentieel van de EIB om de doelstellingen van het EU-beleid te verwezenlijken, met name in het kader van de modernisering van de industrie; is van mening dat EU-middelen moeten worden uitgetrokken voor toegepast onderzoek naar geavanceerde industriële producten, d.w.z. productontwikkelingsactiviteiten, met inbegrip van proefopstellingen, prototypes en demonstraties; is ingenomen met de uitstekende resultaten die het EFSI één jaar na zijn start heeft verwezenlijkt, namelijk reeds 166 miljard EUR aan nieuwe investeringen; steunt het initiatief van de Commissie om deze middelen te verhogen en uit te breiden; dringt er evenwel bij de Commissie op aan dit instrument te versterken, zodat de investeringen terechtkomen bij de sectoren die de groei aanwakkeren, zoals onderzoek, ontwikkeling en innovatie;

3.  wijst erop dat de toeleveringsketens van de belangrijkste Europese fabrikanten voornamelijk een beroep doen op kmo's, die vaak minder goed georganiseerd zijn om het hoofd te bieden aan dergelijke situaties en bijgevolg in een zwakkere positie staan; dringt erop aan grondig na te denken over deze situatie en over de kwetsbaarheid van deze ondernemingen in het industriebeleid van de EU en hun afhankelijkheid van uitbesteding door grote industriële groepen;

4.  verzoekt de Commissie snel op te treden en rekening te houden met het specifieke karakter van kmo's in de aanvragen van de lidstaten voor financiële bijdragen uit het EFG; benadrukt evenwel dat het EFG niet bedoeld is om in de plaats te treden van een ernstig preventiebeleid of om te anticiperen op herstructureringen;

5.  verzoekt speciale aandacht te besteden aan kmo's en de samenwerking tussen gevestigde ondernemingen en nieuwe bedrijven te versterken, om bij te dragen aan het verwezenlijken van een duurzamer en concurrerender bedrijfsmodel en het verwerven van wereldwijde leidersposities;

6.  herinnert eraan dat het herindustrialiseringsbeleid hand in hand moet gaan met beleidsmaatregelen op het gebied van de arbeidsmarkt;

7.  benadrukt dat onder meer de arbeidskosten van invloed zijn op het concurrentievermogen van de Europese bedrijven; beklemtoont in dit verband dat de belastingdruk moet worden verlegd van arbeid naar andere vormen van belasting die minder schadelijk zijn voor de werkgelegenheid en de groei, terwijl voldoende sociale bescherming wordt gewaarborgd;

8.  benadrukt het belang van een sterke sociale dialoog op basis van wederzijds vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid, aangezien die het beste instrument vormt voor het vinden van op consensus gebaseerde oplossingen en gezamenlijke standpunten bij het voorzien, voorkomen en beheren van processen van herstructurering;

9.  dringt aan op een herziening van de EU-richtlijn inzake voorlichting en raadpleging van werknemers teneinde de sociale dialoog binnen de belangrijkste Europese ondernemingsgroepen te verbeteren en de capaciteiten van de Europese ondernemingsraden te ontwikkelen;

10.  benadrukt het belang van een toekomstgericht industriebeleid in de gehele EU, dat de Commissie in staat zal stellen beter te anticiperen op dergelijke sociaal-economische situaties en het concurrentievermogen van ons industrieel netwerk te waarborgen; verzoekt de Raad Concurrentievermogen van 29 september 2016 concrete besluiten te nemen om de Europese industrie als geheel te versterken en zo duurzaam en inclusief te maken;

11.  is in dit verband ingenomen met de steunstrategie voor de digitalisering van het bedrijfsleven, die tegen 2021 in 50 miljard EUR moet voorzien en van essentieel belang is voor het concurrentievermogen van de Europese economie, in het bijzonder voor de sectoren autoconstructie, lucht- en ruimtevaarttechnologie, farmaceutica en scheepsbouw; benadrukt dat het gebruik van gepaste investeringsinstrumenten op het gebied van O&O en infrastructuur van essentieel belang is voor de ondersteuning van de digitalisering van alle sectoren van het bedrijfsleven, met inbegrip van productie, energie, vervoer en distributie;

12.  benadrukt dat concurrentievermogensclusters en hun specifieke organisatie een zeer nuttige oplossing zijn om belanghebbenden samen te brengen; verzoekt de Commissie deze clusters en hun samenwerking op Europees niveau te ondersteunen en daarbij de betrokkenheid en samenwerking van kmo's, onderzoekscentra en universiteiten op regionaal en lokaal niveau te waarborgen; dringt er bij de Commissie op aan platforms voor slimme specialisatie te ontwikkelen en daarbij intersectorale en interdisciplinaire contacten te bevorderen; benadrukt dat het noodzakelijk is de interregionale samenwerking te versterken om grensoverschrijdende mogelijkheden te ontwikkelen;

13.  dringt er bij de Commissie op aan zich te richten op innovatie en op de versterking van waardeketens voor alle economische actoren; dringt aan op de ontwikkeling van nieuwe instrumenten om de Europese industriële waardeketens in het kader van de mondiale concurrentie te analyseren;

14.  herinnert eraan dat samenhang in alle beleidsmaatregelen inzake onderzoek, internationale handel, milieu en werkgelegenheid noodzakelijk is; benadrukt het belang van de energie-unie bij de ontwikkeling van het Europese industriebeleid; dringt er bij de Raad op aan zo spoedig mogelijk een ambitieus standpunt vast te stellen met betrekking tot de versterking van de handelsbeschermingsinstrumenten die de EU doeltreffende instrumenten kunnen aanreiken om te reageren op dumpingpraktijken door derde landen;

15.  herinnert eraan dat het noodzakelijk is technische vaardigheden op school te bevorderen via weldoordachte leerstelsels op basis van zowel academisch onderricht als praktijkopleidingen in bedrijven;

16.  verzoekt de Commissie samen met de lidstaten een EU-strategie te ontwikkelen voor een samenhangend en omvattend industriebeleid dat gericht is op de herindustrialisering van Europa en onder meer gebaseerd is op digitalisering (in het bijzonder de integratie van slimme technologieën en robotica in industriële waardeketens), duurzaamheid, energie-efficiëntie en toereikende middelen; dringt in dit verband aan op meer convergentie tussen de lidstaten inzake fiscaal, sociaal en begrotingsbeleid om het ontstaan van gemeenschappelijke industriële projecten te vergemakkelijken; is van mening dat het Europees regelgevingskader het bedrijfsleven in staat moet stellen zich aan te passen aan en vooruit te lopen op deze veranderingen om bij te dragen aan nieuwe banen, groei en regionale convergentie;

17.  dringt aan op een herstructurering van de grote Europese fabrikanten om op de lange termijn de opkomst van spelers met voldoende kritische massa mogelijk te maken teneinde het hoofd te kunnen bieden aan de internationale concurrentie; is van mening dat een dergelijke ontwikkeling enkel kan worden verwezenlijkt als de Commissie de toepassing van het mededingingsbeleid herziet, in het bijzonder de criteria die ze hanteert om de relevante markt af te bakenen;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0280.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0361.

Juridische mededeling - Privacybeleid