Procedure : 2016/2936(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1125/2016

Ingediende teksten :

B8-1125/2016

Debatten :

PV 26/10/2016 - 17
CRE 26/10/2016 - 17

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0424

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 195kWORD 80k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1122/2016
19.10.2016
PE589.722v01-00
 
B8-1125/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over nucleaire veiligheid en non-proliferatie (2016/2936(RSP))


Klaus Buchner, Bodil Valero, Ulrike Lunacek, Molly Scott Cato, Sven Giegold, Barbara Lochbihler, Bart Staes namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over nucleaire veiligheid en non-proliferatie (2016/2936(RSP))  
B8-1125/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 17 januari 2013 over de aanbevelingen van de NPV-toetsingsconferentie inzake de realisatie van een Midden-Oosten dat vrij is van massavernietigingswapens(1),

–  gezien zijn resolutie van 10 maart 2010 over het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens(2),

–  gezien de EU-seminars over non-proliferatie en ontwapening en de regelmatige vergaderingen van het EU-Consortium non-proliferatie,

–  gezien de EU-strategie tegen de proliferatie van massavernietigingswapens, die is goedgekeurd door de Europese Raad op 12 december 2003,

–  gezien het feit dat de NPV-toetsingsconferentie van 2015 er niet in is geslaagd overeenstemming te bereiken over een slotdocument,

–  gezien de conclusies van de Raad over de negende NPV-toetsingsconferentie (8079/15),

–  gezien de documenten die in het voorjaar van 2016 zijn goedgekeurd tijdens de top over nucleaire beveiliging in Washington,

–  gezien resolutie 2310 (2016) van de VN-Veiligheidsraad over het twintigjarig bestaan van het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven,

–  gezien de verklaring van Tbilisi van 1977 die bij consensus is goedgekeurd door de Parlementaire Vergadering van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa,

–  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 13 december 2011 over de totstandbrenging van een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten (A/RES/66/61),

–  gezien Besluit 2012/422/GBVB van de Raad van 23 juli 2012 ter bevordering van een proces dat moet leiden tot de instelling van een zone in het Midden-Oosten die vrij is van kernwapens en alle andere massavernietigingswapens(3),

–  gezien de recente besluiten van de Open Werkgroep/Algemene Vergadering van de VN (A/RES/70/33, A/71/371) tot oprichting van een open werkgroep voor het bevorderen van multilaterale nucleaire ontwapening in Genève in de loop van 2016 en het verslag hiervan aan de Algemene Vergadering van de VN, dat is goedgekeurd op 19 augustus 2016,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat dat de veiligheidssituatie in de EU aanzienlijk is verslechterd, en dat de instabiliteit, het gevaar en de onvoorspelbaarheid toenemen; overwegende dat zich zowel conventionele als onconventionele en hybride bedreigingen voordoen, die zowel worden veroorzaakt door statelijke als door niet-statelijke actoren;

B.  overwegende dat de internationale vrede, veiligheid en stabiliteit ernstig in gevaar worden gebracht door diverse ontwikkelingen, onder andere verslechterende betrekkingen tussen landen met kernwapens, bijvoorbeeld de Russische Federatie en de Verenigde Staten en India en Pakistan, en de verdere ontwikkeling van nucleaire capaciteiten door Noord-Korea;

C.  overwegende dat de proliferatie van biologische en chemische vormen van massavernietigingswapens tot een minimum wordt teruggebracht en geleidelijk stopgezet door effectieve internationale toepassing van het verbod en de verplichtingen in het Verdrag inzake biologische en toxinewapens van 1972 en het Verdrag inzake chemische wapen, maar dat de proliferatie van nucleaire massavernietigingswapens en de lanceerinrichtingen hiervoor een van de ernstigste gevaren is voor de internationale vrede en veiligheid; overwegende dat de dwingendste veiligheidsprioriteit is te voorkomen dat terroristen of bijkomende staten kernwapens verkrijgen of gebruiken, alle kernwapenarsenalen in te krimpen en te elimineren en te evolueren in de richting van een wereld zonder kernwapens;

D.  overwegende dat formele vooruitgang is geboekt door het beveiligen van civiele splijtstof via de toppen over nucleaire beveiliging die zijn gehouden in het kader van een aanvullend proces buiten het NPV en hebben bijgedragen tot een versterking van het NPV door de non-proliferatiecomponent ervan geloofwaardiger te maken, maar dat de verslechtering van de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Rusland bijkomende inspanningen om splijtstof te beveiligen en de hoeveelheid ervan te verminderen in gevaar brengen;

E.  overwegende dat geen vooruitgang is geboekt met de concrete stappen in de richting van nucleaire ontwapening die waren overeengekomen tijdens de NPV-toetsingsconferentie 2010;

F.  overwegende dat de centrale non-proliferatie- en ontwapeningsdoelstellingen van de drie pijlers van het NPV, namelijk non-proliferatie, ontwapening en samenwerking voor een vreedzaam gebruik van kernenergie, verder moeten worden versterkt;

G.  overwegende dat landen met kernwapens die het NPV hebben ondertekend, hun kernwapenarsenaal moderniseren en verbeteren en actie uitstellen om hun nucleaire arsenaal in te krimpen of weg te werken en om minder een militaire doctrine aan te hangen van nucleaire afschrikking;

H.  overwegende dat er met de NPV-toetsingsconferentie 2010 een hernieuwde focus is gekomen op de humanitaire impact van kernwapens, die naar voren is geschoven door de regeringen van Noorwegen, Mexico en Oostenrijk, door middel van opeenvolgende conferenties over de humanitaire impact van kernwapens en de respectieve verslagen hiervan, alsmede de internationale Humanitaire Belofte die is geïnitieerd door Oostenrijk en geformuleerd tijdens de NPV-toetsingsconferentie 2015 en die door 127 VN-lidstaten wordt onderschreven;

I.  overwegende dat de hernieuwde focus op de gevaren, de risico's en de humanitaire gevolgen van kernwapens ons eraan herinnert dat elk wapensysteem altijd moet worden beoordeeld in het licht van de gevolgen ervan voor mensen en het milieu en dat overeenkomstig het internationale humanitair recht ook in tijden van conflict de minimumnorm moet worden geëerbiedigd dat wapens alleen kunnen worden toegestaan, als bij het gebruik ervan de principes van proportionaliteit met de militaire winsten die worden nagestreefd en onderscheid tussen militairen en burgers en het voorzorgsprincipe worden geëerbiedigd; overwegende dat gebruik van kernwapens voorts een grove schending zou zijn van de universeel erkende mensenrechten en een aantasting van de menselijke waardigheid;

J.  overwegende dat proefdetonaties van kernwapens en/of andere nucleaire detonaties een gevaar vormen voor de internationale vrede en veiligheid, alsmede voor het milieu en de volksgezondheid, en dat zij de mondiale regeling inzake nucleaire ontwapening en non-proliferatie ondermijnen; overwegende dat het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven de meest effectieve manier is om kernwapenproeven en alle andere detonaties te verbieden;

K.  overwegende dat het in 2016 20 jaar geleden is dat het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven is opengesteld voor ondertekening, op 24 september 1996;

L.  overwegende dat de Russische Federatie en de Verenigde Staten voortgaan met de tenuitvoerlegging van het New START-verdrag, dat zal aflopen in 2021, tenzij het door beide partijen wordt verlengd; overwegende dat Amerikaans president Barack Obama in zijn toespraak van 2013 in Berlijn een aanzienlijk voorstel heeft gedaan voor een vermindering van het aantal kernkoppen, dat hij in 2016 in Washington heeft herhaald; overwegende dat deze openingen voor het opstarten van onderhandelingen over een opvolgingsverdrag voor New START niet zijn beantwoord door de Russische Federatie en dat nog geen opvolgingsverdrag voor New START is gesloten, om te komen tot een vermindering zowel van het aantal non-strategische als van het aantal strategische kernwapens, met het oog op de afschaffing ervan;

M.  overwegende dat er voor andere regio's in de wereld, in concreto Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied, het zuidelijk deel van de Stille Oceaan, Zuidoost-Azië, Afrika en Centraal-Azië, reeds verdragen voor kernwapenvrije zones bestaan;

N.  overwegende dat, ondanks alle inspanningen voor het samenroepen ervan, de conferentie over de instelling van een zone in het Midden-Oosten die vrij is van kernwapens en alle andere massavernietigingswapens tegen december 2012, overeenkomstig de consensus waarover een akkoord was bereikt tussen de staten die partij zijn bij het NPV tijdens de toetsingsconferentie 2010, niet heeft plaatsgehad;

O.  overwegende dat de NAVO zich er met zijn strategisch concept van 2010 en de Deterrence and Defense Posture Review van 2012 toe verplicht de voorwaarden te creëren voor een wereld zonder kernwapens; overwegende dat in het kader van nucleaire samenwerkingsregelingen en bilaterale regelingen met NAVO-landen naar schatting nog steeds 150 tot 200 als tactische of substrategische kernwapens beschouwde ongeleide nucleaire korteafstandsbommen die eigendom zijn van de VS, in vijf niet-kernwapenstaten van de NAVO zijn gestationeerd (België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkije), ondanks bezorgdheid in deze landen, inclusief in het parlement van sommige ervan, over de gevaren, risico's en onveiligheid die deze wapens veroorzaken, waarbij de kernwapens zijn gestationeerd overeenkomstig het actuele NAVO-beleid om zich het recht voor te behouden als eerste kernwapens te gebruiken, om te weigeren het aantal of de aanwezigheid ervan op het grondgebied van NAVO-landen te bevestigen of te ontkennen en om het NPV-verbod op de overbrenging van kernwapens in geval van een besluit ze te gebruiken bij oorlogshandelingen te herroepen;

P.  overwegende dat de veiligheid van de Amerikaanse kernwapens die zijn gestationeerd in Turkije, bijzondere aandacht krijgt door het gewapend conflict in Syrië, dat zich situeert dichtbij de luchtmachtbasis van Incirlik, en door de gebeurtenissen op en rondom de luchtmachtbasis van Incirlik tijdens en na de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016;

Q.  overwegende dat het op 5 december 2015 twintig jaar geleden was dat het Memorandum van Boedapest werd ondertekend; overwegende dat Oekraïne alle bepalingen daarvan heeft nageleefd en zich proactief heeft opgesteld in kwesties als nucleaire ontwapening en non-proliferatie, in tegenstelling tot de Russische Federatie die haar afspraken heeft geschonden door bezetting van een deel van het Oekraïense grondgebied (de Krim) en door gewapende aanval in het oosten van Oekraïne; overwegende dat hiermee een gevaarlijk precedent is gecreëerd, doordat een staat die de veiligheid van Oekraïne garandeerde, als gevolg van het besluit van Oekraïne het NPV te ondertekenen als land zonder kernwapens, de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne heeft geschonden en ernstige schade heeft toegebracht aan het instrument van negatieve veiligheidsgaranties die door het land met kernwapens worden geboden, alsmede aan het NPV en aan de idee van meer wereldwijde nucleaire ontwapening en non-proliferatie op basis van het internationale recht en multilaterale verdragen;

R.  overwegende dat de Russische Federatie volgens mediaberichten bezig is of het voornemen heeft om voor kernwapens geschikte korteafstandsraketten van het Iskandertype te stationeren in Kaliningrad en oefeningen houdt en overvluchten uitvoert met voor kernwapens geschikte systemen en dat Russische leiders verklaringen afleggen over het feit dat nucleaire afschrikking belangrijk is; overwegende dat het besluit van de Russische Federatie om het in 2000 met de Verenigde Staten gesloten Plutonium Disposition and Management Agreement op te schorten, de bezorgdheid hebben doen toenemen dat Rusland meer gaat steunen op kernwapens;

S.  overwegende dat de EU een belangrijke rol speelt als partij bij het gezamenlijk alomvattend actieplan (JCPOA) dat is overeengekomen met Iran, inclusief haar positie als lid van de gezamenlijke commissie die toeziet op de tenuitvoerlegging van het akkoord;

T.  overwegende dat de Democratische Volksrepubliek Korea (DVK) op 9 september 2016 haar 5e kernproef heeft uitgevoerd, slechts acht maanden na de test van 6 januari 2016, waarbij in de woorden van de DVK een "geslaagde waterstofbomproef" is uitgevoerd, met duidelijke schending door het land van zijn internationale verplichtingen op grond van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad en de verklaring van beide Korea's van 1992 inzake het kernwapenvrij maken van beide landen, waarin wordt bepaald dat de Korea's geen kernwapens zullen ontwikkelen of bezitten; overwegende dat de proliferatie van massavernietigingswapens, met name kernwapens, en hun lanceerinrichtingen een bedreiging is voor de internationale vrede en veiligheid; overwegende dat de DVK haar terugtrekking heeft aangekondigd als partij bij het NPV in 2003, kernproeven uitvoert sinds 2006 en officieel heeft verklaard in 2009 dat het een kernwapen heeft ontwikkeld voor afschrikking, zodat het gevaar dat zij oplevert voor haar buren in Noordoost-Azië en voor de regionale en internationale vrede en veiligheid, is toegenomen;

U.  overwegende dat in de Europese veiligheidsstrategie van 2003 is bepaald dat proliferatie van massavernietigingswapens potentieel het grootste gevaar is voor onze veiligheid, zodat de mogelijkheid ontstaat van een wapenwedloop met massavernietigingswapens, en dat de EU zich engageert voor het realiseren van universele toetreding tot de regelingen in het kader van multilaterale verdragen, alsmede voor het versterken van de verdragen en de verificatiebepalingen ervan; overwegende dat in de algehele strategie van de EU met geen woord wordt gerept over massavernietigingswapens, non-proliferatie en wapenbeheersing;

V.  overwegende dat de EU zich ertoe heeft verplicht gebruik te maken van alle instrumenten waarover zij beschikt, om proliferatieprogramma's, die bezorgdheid wekken op mondiaal niveau, te voorkomen, te ontmoedigen, stop te zetten en indien mogelijk te elimineren, zoals duidelijk gesteld in de EU-strategie tegen de proliferatie van massavernietigingswapens, die is goedgekeurd door de Europese Raad op 12 december 2003, en overwegende dat de EU heeft besloten tot intensievere samenwerking met Europese thinktanks op het gebied van non-proliferatie in het kader van het EU-Consortium non-proliferatie;

W.  overwegende dat het noodzakelijk is dat de EU zich nog meer inspant om verspreidingsstromen en financiering van verspreiding tegen te gaan, verspreiding te bestraffen en maatregelen te ontwikkelen ter voorkoming van de niet-tastbare overdracht van kennis en knowhow, met behulp van alle beschikbare instrumenten, waaronder multilaterale verdragen, de Groep van Nucleaire Exportlanden en verificatiemechanismen, nationaal en internationaal gecoördineerde exportcontroles, samenwerkingsprogramma's voor dreigingsvermindering en politieke en economische invloed,

X.  overwegende dat de EU in de aanloop naar de NPV-toetsingsconferentie 2015 helaas geen overeenstemming heeft bereikt over een gezamenlijk standpunt inzake nucleaire ontwapening, waarbij voor het eerst is erkend dat over de gevolgen van kernwapens verschillende standpunten zijn geformuleerd; overwegende dat tijdens de NPV-toetsingsconferentie 2015 geen slotdocument kan worden vastgesteld als gevolg van meningsverschillen over de voortzetting van de regionale inspanningen voor de totstandbrenging van een gebied zonder massavernietigingswapens in het Midden-Oosten;

Y.  overwegende dat het mogelijk is "eenvoudige" kernbommen te bouwen door de verbruikte splijtstof te gebruiken van onderzoeksreactoren die draaien op hoogverrijkt uranium;

1.  maakt zich grote zorgen over het afnemen van de regionale en internationale veiligheid, het feit dat in deze context de rol weer opduikt van kernwapens en het gebrek aan tenuitvoerlegging van effectieve ontwapening alsmede stappen voor non-proliferatie;

2.  verzoekt alle landen met kernwapens concrete voorlopige maatregelen te nemen om het risico van detonaties van kernwapens te verminderen, inclusief verlaging van de operationele status van kernwapens en overheveling van kernwapens van opstelling naar opslag, vermindering van de rol van kernwapens in militaire doctrines en een snelle vermindering van alle kernwapentypen;

3.  spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de toegenomen nucleaire dreiging als gevolg van de verslechterende betrekkingen tussen de Russische Federatie en de NAVO, inclusief potentiële schendingen van het Intermediate-Range Nuclear Forces (INF)-verdrag, verklaringen die wijzen op een grotere bereidheid om kernwapens te gebruiken en verklaringen dat de eventuele plaatsing wordt overwogen van kernwapens in bijkomende gebieden in Europa; herinnert eraan dat zowel het Internationaal Comité van het Rode Kruis als het Internationaal Gerechtshof hebben geconcludeerd geen mogelijkheid te zien voor het gebruik van kernwapens zonder schending van het internationale humanitaire recht;

4.  steunt de top over nucleaire beveiliging van 2016 en erkent dat handel in en gebruik van nucleair materiaal zonder toestemming een onmiddellijke en ernstige bedreiging oplevert voor de mondiale veiligheid en kijkt uit naar het realiseren van de volledige tracering en fysieke beveiliging van alle materiaal voor kernwapens;

5.  is verheugd over de voltooiing van de werkzaamheden van de open werkgroep van de Verenigde Naties ter bevordering van multilaterale onderhandelingen over nucleaire ontwapening (OEWG) overeenkomstig resolutie A/RES/70/33 van de Algemene Vergadering van de VN;

6.  is ook verheugd over de aanbeveling van de Algemene Vergadering van de VN, die is opgenomen in het eindverslag van de OEWG (A/71/371) en op 19 augustus 2016 met ruime steun is aangenomen, om in 2017 een conferentie te beleggen waaraan alle staten mogen deelnemen, om te onderhandelen over een juridisch bindend instrument om kernwapens te verbieden, wat moet leiden tot volledige uitbanning ervan; merkt op dat dit de non-proliferatie- en ontwapeningsdoelstellingen en -verplichtingen in het NPV zal versterken en zal helpen de voorwaarden te creëren voor mondiale veiligheid en een wereld zonder kernwapens;

7.  verzoekt de EU-lidstaten het houden van deze conferentie in 2017 te steunen en constructief deel te nemen aan de werkzaamheden ervan en verzoekt VV/HV Federica Mogherini en de Europese Dienst voor extern optreden een constructieve bijdrage aan de onderhandelingsconferentie van 2017 te leveren;

8.  herinnert eraan dat het 20 jaar geleden is dat het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven is opengesteld voor ondertekening, op 23 september 1996, en onderstreept het feit dat een universeel en internationaal en effectief verifieerbaar verdrag voor een verbod op kernproeven de meest effectieve manier is om proefdetonaties van kernwapens en alle andere nucleaire detonaties te verbieden;

9.  verzoekt de resterende landen in bijlage II bij het verdrag, wier ratificering vereist is om ervoor te zorgen dat het verdrag in werking treedt, met aandrang om het verdrag te ondertekenen en/of te ratificeren, met hernieuwde erkenning van de dringende noodzaak hiertoe, om dit cruciale internationale instrument zonder verder uitstel volledige rechtskracht te verlenen; is in verband hiermee tevreden met de goedkeuring door de Veiligheidsraad van VN-resolutie 2310 (2016);

10.  spreekt zijn waardering uit voor de aanzienlijke vooruitgang die de voorbereidende commissie van het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven heeft geboekt met de voltooiing en exploitatie van haar effectieve internationaal monitoringsysteem, dat, zelfs zonder de inwerkingtreding van het verdrag, bijdraagt tot regionale stabiliteit, een aanzienlijke maatregel voor vertrouwensopbouw, alsmede de regeling inzake nucleaire non-proliferatie en ontwapening versterkt en bijkomende wetenschappelijke en civiele voordelen voor de landen oplevert; spreekt zijn overtuiging uit dat de voorbereidende commissie van het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven voor de verdere exploitatie van het monitoringsysteem blijft steunen op de financieringsbijdragen van de staten;

11.  dringt aan op verdieping van de dialoog met de Amerikaanse regering en met alle kernmachten om een gemeenschappelijke agenda te kunnen verwezenlijken die gericht is op de progressieve vermindering van het kernkoppenarsenaal; steunt met name de stappen die zijn ondernomen door de VS en de Russische Federatie om het aantal kernwapens dat zij hebben gestationeerd, te verminderen, zoals afgesproken in New START;

12.  betreurt het feit dat er sinds de inwerkingtreding van New START in 2011, ondanks het feit dat zij dringend nodig zijn, geen verdere onderhandelingen zijn gevoerd over gestationeerde en niet-gestationeerde kernkoppen, inclusief, zoals eerder door de VS en de Russische Federatie is overeengekomen, maatregelen om het aantal als tactische of substrategische kernwapens beschouwde kernwapens voor de korte afstand en voor lokale inzet te verminderen en deze kernwapens te elimineren;

13.  prijst de instelling van kernwapenvrije zones als een positieve stap naar een kernwapenvrije wereld; is in dit verband van mening dat een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten van fundamenteel belang is voor het bereiken van duurzame en alomvattende vrede in die regio; spreekt in verband hiermee zijn ernstige teleurstelling uit over het feit dat het niet is gelukt in 2012 de conferentie te houden over de instelling van een zone in het Midden-Oosten die vrij is van kernwapens, ondanks de opdracht hiertoe op grond van het NPV;

14.  merkt op dat de terugtrekking van het Europese grondgebied van alle kernkoppen voor de korte afstand, kernkoppen voor lokale inzet en aangewezen substrategische kernkoppen positief kan bijdragen tot het creëren van de voorwaarden voor de instelling van bijkomende zones zonder kernwapens, zodat wordt geholpen de non-proliferatie- en ontwapeningsverplichtingen in het NPV na te komen en tegelijk een precedent wordt geschapen voor verdere nucleaire ontwapening;

15.  steunt verdere inspanningen om de taakomschrijving van het Internationaal Agentschap voor atoomenergie (IAEA) uit te breiden, met inbegrip van de generalisatie van de aanvullende protocollen bij de waarborgovereenkomsten van het IAEA alsook andere maatregelen die zijn opgezet met het oog op de ontwikkeling van vertrouwensopbouwende maatregelen; streeft ernaar ervoor te zorgen dat het IAEA voldoende middelen ter beschikking worden gesteld opdat zij haar kerntaak kan vervullen, namelijk het veilig maken van activiteiten op nucleair gebied; vraagt dat vooruitgang wordt geboekt in het voorbereidingscomité van de komende NPV-conferentie 2017 en in de conferentie op hoog niveau over nucleaire ontwapening van 2018;

16.  is van mening dat het gezamenlijk alomvattend actieplan (JCPOA), ook wel bekend als de nucleaire overeenkomst met Iran, een belangrijk wapenfeit was voor de multilaterale diplomatie, en dan met name voor de Europese diplomatie, en niet alleen een aanzienlijke verbetering van de betrekkingen tussen de EU en Iran mogelijk moet maken, maar ook moet bijdragen tot de bevordering van de stabiliteit in de regio; is van mening dat alle partijen thans verantwoordelijk zijn voor het waarborgen van de strikte en volledige tenuitvoerlegging ervan; is ingenomen met de oprichting van de gemengde commissie bestaande uit vertegenwoordigers van Iran en de E3/EU+3; staat volledig achter de VV/HV in haar rol als coördinator van de gemengde commissie die in het kader van het JCPOA is opgericht, en is van mening dat de strikte en volledige tenuitvoerlegging van het JCPOA van het grootste belang blijft;

17.  veroordeelt de recentste kernproeven die zijn uitgevoerd door de DVK en de afwijzing door dit land van de diverse resoluties van de VN-Veiligheidsraad, inclusief de recentste van 2 maart 2016 (2070); dringt er bij de DVK op aan af te zien van verdere provocerende acties door haar nucleaire en ballistische programma's op een volledige, verifieerbare en onherroepelijke wijze te staken, alle gerelateerde activiteiten te staken en onmiddellijk te voldoen aan al haar internationale verplichtingen, inclusief de resoluties van de VN-Veiligheidsraad en de Raad van Bestuur van het IAEA, alsmede aan overige internationale normen voor ontwapening en non-proliferatie, alsmede terug te keren naar de onderhandelingstafel; vraagt de DVK om het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven onverwijld te ondertekenen en te bekrachtigen;

18.  pleit uitdrukkelijk voor een diplomatieke en politieke oplossing voor de Noord-Koreaanse nucleaire kwestie; verklaart andermaal het zespartijenoverleg te steunen en verlangt dat dit overleg wordt hervat; roept de DVK ertoe op opnieuw op constructieve wijze met de internationale gemeenschap te gaan praten, en in het bijzonder met de leden van het zespartijenoverleg, en wel met het oog op duurzame vrede en veiligheid op een kernwapenvrij Koreaans schiereiland, als de beste wijze om een welvarender en stabielere toekomst voor de DVK te verzekeren; dringt er bij China op aan meer druk op de DVK uit te oefenen;

19.  is ingenomen met de opname van clausules inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens in de EU-overeenkomsten met derde landen en actieplannen; merkt op dat deze maatregelen zonder uitzondering door alle partnerlanden van de EU ten uitvoer moeten worden gelegd;

20.  is tevreden met de presentatie van de algehele strategie van de EU en dringt er bij de EDEO op aan bij wijze van follow-up de EU-strategie tegen de proliferatie van massavernietigingswapens van 2003 en de nieuwe actielijnen van 2009 te actualiseren en uit te breiden, rekening houdend met de hierboven beschreven kwesties en problemen, om van de EU een drijvende kracht te maken voor het versterken en bevorderen van multilaterale akkoorden inzake nucleaire ontwapening en non-proliferatie;

21.  is tevreden met de geregelde contacten over deze kwesties met het EU-Consortium non-proliferatie en andere maatschappelijke organisaties en thinktanks en verzoekt het EU-Consortium non-proliferatie zijn agenda te verruimen en ook het thema aan te pakken van ontwapening op basis van gelijkheid;

22.  dringt er bij het IAEA en de Commissie op aan het gebruik van hoogverrijkt uranium in onderzoeksreactoren om veiligheidsredenen stop te zetten;

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de secretaris-generaal van de VN, de hoge VN-vertegenwoordiger voor ontwapening, de secretaris van het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven en de directeur-generaal van het IAEA.

(1)

PB C 440 van 30.12.2015, blz. 97.

(2)

PB C 349E van 22.12.2010, blz. 77.

(3)

PB L 196 van 24.7.2012, blz. 67.

Juridische mededeling - Privacybeleid