Procedure : 2016/2872(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1126/2016

Ingediende teksten :

B8-1126/2016

Debatten :

PV 27/10/2016 - 3
CRE 27/10/2016 - 3

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0425

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 176kWORD 70k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1126/2016
19.10.2016
PE589.725v01-00
 
B8-1126/2016

naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B8-1803/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over vrijwilligerswerk en Europees Vrijwilligerswerk (2016/2872(RSP))


Silvia Costa, Petra Kammerevert

namens de S&D-Fractie


Resolutie van het Europees Parlement over vrijwilligerswerk en Europees Vrijwilligerswerk (2016/2872(RSP))  
B8-1126/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de beschikking van de Raad van 27 november 2009 over het Europees Jaar van het vrijwilligerswerk ter bevordering van actief burgerschap (2011)(1),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 september 2011 getiteld "Mededeling over EU-beleid en vrijwilligerswerk: erkenning en bevordering van grensoverschrijdend vrijwilligerswerk in de EU" (COM(2011)0568),

–  gezien de beleidsagenda van de Alliantie voor het Europees Jaar van het vrijwilligerswerk (2011) over vrijwilligerswerk in Europa,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 december 2012 betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren(2),

–  gezien de resolutie van het Europees Parlement van 23 oktober 2013 over vrijwilligerswerk en vrijwilligersactiviteiten in Europa(3),

–  gezien de resolutie van het Europees Parlement van 12 juni 2012 over erkenning en bevordering van grensoverschrijdend vrijwilligerswerk in de EU(4),

–  gezien het Europees Handvest van de rechten en plichten van vrijwilligers(5),

–  gezien de vraag aan de Commissie over Europees vrijwilligerswerk (O-000107/2016 – B8-1803/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Europees Vrijwilligerswerk (European Voluntary Service, EVS) in 2016 zijn 20e verjaardag viert en dat in de loop van die 20 jaar 100 000 vrijwilligers werden gesteund;

B.  overwegende dat het Europees Jaar voor het vrijwilligerswerk 2011, met grote steun van het Europees Parlement, een belangrijke politieke gelegenheid was om de toegevoegde waarde van vrijwilligerswerk in Europa te belichten en dat vijf jaar nadien het Europees Parlement de gevolgen van het Europees Jaar voor het vrijwilligerswerk voor de beleidsvorming en voor de wijze waarop vrijwilligerswerk is ingebed in belangrijke Europese programma's, zoals Erasmus+ en Europees Vrijwilligerswerk, moet overdenken;

C.  overwegende dat het Europees Jaar van het vrijwilligerswerk 2011 de stimulans en de context bood voor het opstellen en/of herzien van nationale en wettelijke kaders voor vrijwilligerswerk in heel Europa; overwegende dat dit met name het geval was in Midden- en Oost-Europa, waar nieuwe wetten en strategieën zijn ontwikkeld en ingevoerd; overwegende dat er in Europa echter nog steeds geen gecoördineerd beleid inzake vrijwilligerswerk met een enkel contactpunt in de EU-instellingen bestaat;

D.  overwegende dat iemand uit eigen vrije wil, keuze en motivatie vrijwilligerswerk uitvoert zonder financieel voordeel na te streven; overwegende dat vrijwilligerswerk als een uiting van solidariteit kan worden beschouwd en een middel is om menselijke, sociale en milieubehoeften en -zorgen aan te pakken;

E.  overwegende dat vrijwilligerswerk waardevol en van belang is aangezien vrijwilligerswerk op een van de meest zichtbare manieren blijk geeft van solidariteit, maatschappelijke inclusie bevordert en vergemakkelijkt, sociaal kapitaal creëert en een transformerend effect heeft op de samenleving, en dat vrijwilligerswerk een bijdrage levert aan de ontwikkeling van een bloeiend maatschappelijk middenveld dat creatieve en innovatieve oplossingen kan bieden voor gemeenschappelijke problemen, bijdraagt aan economische groei, en als zodanig op een specifieke en gerichte wijze in termen van zowel economisch als maatschappelijk kapitaal moet worden gemeten;

F.  overwegende dat een ondersteunende omgeving essentieel is om ervoor te zorgen dat meer Europese burgers vrijwilligerswerk verrichten, waarmee een zekere en duurzame financiering van de infrastructuur voor vrijwilligerswerk, met name vrijwilligersorganisaties, wordt gewaarborgd;

G.  overwegende dat vrijwilligerswerk een combinatie vereist van steunmechanismen en/of passende organisatiestructuren die verder versterkt moeten worden door een geschikt wettelijk kader, dat de rechten en plichten van vrijwilligers en vrijwilligerswerk vaststelt;

H.  overwegende dat eenieder het recht heeft op gelijke toegang tot mogelijkheden voor vrijwilligerswerk en bescherming tegen alle vormen van discriminatie en het recht zou moeten krijgen om zijn vrijwilligersactiviteit met zijn werk- en privéleven te verzoenen, en zo een zekere mate van flexibiliteit tijdens de vrijwilligersactiviteit kan bereiken;

I.  overwegende dat erkenning van vrijwilligerswerk cruciaal is om alle belanghebbenden de passende impulsen te geven en daarmee de kwantiteit, kwaliteit en impact van vrijwilligerswerk te verhogen, en overwegende dat dit de ontwikkeling van een cultuur van erkenning vereist die laat zien dat vrijwilligerswerk een drijvende kracht is achter het in de praktijk brengen van Europese waarden;

J.  overwegende dat in het nieuwe MFK 2014-2020 van de EU een zekere mate van EU-financiering voor vrijwilligerswerk is gewaarborgd, waarbij in het momenteel door DG HOME beheerde programma "Europa voor de burger" vrijwilligerswerk een prioriteit blijft; overwegende dat het nieuwe programma Erasmus+ nog steeds mogelijkheden biedt om vrijwilligersprojecten te financieren en te ondersteunen, met name middels het EVS-programma, en dat het EU-vrijwilligersprogramma voor humanitaire hulp (EU Aid Volunteers) door DG ECHO is gestart om praktische steun te verlenen aan humanitairehulpprojecten; overwegende dat de toegang van vrijwilligersorganisaties tot andere grote EU-fondsen, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen, zeer beperkt blijft;

K.  overwegende dat de huidige vluchtelingencrisis een relevant voorbeeld en zichtbaar symbool is van het belang van vrijwilligers en de manier waarop zij Europese waarden verpersoonlijken, bijdragen tot veerkracht en bereid zijn om flexibele en pragmatische oplossingen te bieden voor gedeelde problemen;

1.  erkent dat vrijwilligerswerk een uitdrukking van solidariteit, vrijheid en verantwoordelijkheid is, die bijdraagt tot een sterker actief burgerschap en dat het een essentieel instrument is voor sociale inclusie en cohesie, alsook voor opleiding en onderwijs en interculturele dialoog, en tegelijkertijd sterk bijdraagt tot de verspreiding van Europese waarden; benadrukt dat ook vrijwilligerswerk in samenwerking met derde landen vele voordelen biedt, omdat dit leidt tot beter wederzijds begrip en sterkere interculturele betrekkingen;

2.  benadrukt dat een wettelijk kader moet worden gecreëerd waarin aan vrijwilligers een status wordt gegeven, met rechten en plichten voor vrijwilligers en vrijwilligerswerk, en waarin mobiliteit en erkenning worden gefaciliteerd; spoort de lidstaten, die nog geen wettelijk kader voor vrijwilligers hebben vastgesteld, aan het Europees Handvest voor de rechten en plichten van vrijwilligers te gebruiken;

3.  vraagt de lidstaten in het kader van de aanbeveling van de Raad van 2012 concrete valideringsprocessen uit te voeren; pleit ervoor in elk toekomstig initiatief voor een Europees vaardighedenpaspoort en Europass meer belang te hechten aan leren door middel van formele, informele en niet-formele ervaringen, waaronder vrijwilligerswerk; herinnert eraan dat mensen via vrijwilligerswerk vaardigheden verwerven die de toegang tot de arbeidsmarkt vergemakkelijken;

4.  is van mening dat het door de Commissie in het voorstel voor het nieuwe Financieel Reglement geopperde plan om de tijd die aan vrijwilligerswerk wordt besteed in aanmerking te laten komen voor medefinanciering uit EU-beurzen, moet worden gesteund en uitgevoerd;

5.  vraagt de lidstaten het door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) ontwikkelde systeem om de economische waarde van vrijwilligerswerk te meten, aan te nemen; vraagt Eurostat de lidstaten bij deze oefening bij te staan om ervoor te zorgen dat in Europa vergelijkbare gegevens worden verzameld en ook indicatoren en methodologieën te ontwikkelen voor het meten van de economische impact van vrijwilligerswerk;

6.  vraagt de lidstaten voldoende gefinancierde nationale vrijwilligerswerkregelingen tot stand te brengen en de toegang tot informatie van kwaliteit over vrijwilligerswerkmogelijkheden op nationaal en lokaal niveau te verbeteren, met name via bestaande jongereninformatienetwerken en peer-to-peer-informatie; moedigt de lidstaten ertoe aan nationale contactpunten voor vrijwillige dienstverlening te creëren, die ook internationale mogelijkheden voor vrijwilligerswerk promoten;

7.  verzoekt de Europese Commissie een onderzoek te verrichten naar nationale regelingen inzake vrijwilligersdiensten, burgerschapsdiensten en solidariteitskorpsen en naar de bestaande situatie in de lidstaten voor potentiële vrijwilligers, teneinde wederzijds begrip en de verspreiding van goede praktijken te bevorderen, alsook naar de mogelijkheid om een Europese burgerschapsdienst op te richten – met het oog op de bevordering van EU-burgerschap;

8.  steunt het idee van de Commissie voor een nieuw initiatief inzake vrijwilligerswerk, het solidariteitskorps van de EU; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat met name vrijwilligersorganisaties bij het ontwerp van het initiatief betrokken worden en dat de uitvoering ervan de reeds plaatsgevonden toewijzing van middelen aan andere programma's niet zal ondergraven;

 

9.  dringt erop aan dat het EVS-programma zowel aan de betrokken individuen en organisaties als de samenleving in haar geheel ten goede moet komen en dat de EVS de dimensie voor maatschappelijk engagement van het Erasmus+-programma moet verstevigen; wijst op het belang dat de EVS bij alle jongeren wordt gepromoot, vooral degenen die nog niet in vrijwilligerswerk en mobiliteit geïnteresseerd zijn, waardoor motivatie en mentaliteitswijziging worden opgewekt, zonder de oudere generaties uit te sluiten, aangezien zij een belangrijke bijdrage kunnen leveren, bijvoorbeeld als mentor;

10.  benadrukt dat de EVS moet stoelen op kwalitatief hoogwaardige aanbiedingen voor vrijwilligerswerk alsook op het Handvest van de rechten en plichten van vrijwilligers en de beginselen van het kwaliteitshandvest voor leermobiliteit; wijst er voorts op dat de EVS gebaseerd moet zijn op een structuur die vrijwilligersorganisaties aanmoedigt om als gastorganisaties van de EVS te fungeren, waarbij deze organisaties adequate financiering en opleiding krijgen, terwijl de rol van coördinerende organisaties die een groot aantal gastorganisaties ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van beheer en training, moet worden versterkt;

11.  herinnert eraan dat de EVS gebaseerd moet zijn op een structuur die een snelle en gemakkelijke toegang van jongeren tot het programma mogelijk maakt en verzoekt dan ook om een vereenvoudiging van het huidige aanvragensysteem;

12.  benadrukt dat de follow-up en lokale dimensie na een vrijwilligerservaring in het buitenland moeten worden versterkt en dat aan lokale gemeenschappen niet alleen voor het vertrek steun moet worden verleend, maar ook na de terugkeer in de vorm van post-oriëntatie- en post-integratieopleidingen;

13.  benadrukt dat mentoren in de loop van het proces kwalitatieve ondersteuning moeten bieden via verantwoord beheer van vrijwilligers en vrijwilligers bewust moeten maken van hun eigen verantwoordelijkheid voor engagement ten aanzien van de organisatie en de gemeenschap;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

(1)

PB L 17 van 22.1.2010, blz. 43.

(2)

PB C 398 van 22.12.2012, blz. 1.

(3)

Aangenomen teksten P7_TA(2013)0348.

(4)

PB C 332 E van 15.11.2013, blz. 14.

(5)

http://ec.europa.eu/citizenship/pdf/volunteering_charter_en.pdf

Juridische mededeling - Privacybeleid