Procedure : 2016/2936(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1130/2016

Ingediende teksten :

B8-1130/2016

Debatten :

PV 26/10/2016 - 17
CRE 26/10/2016 - 17

Stemmingen :

PV 27/10/2016 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 179kWORD 71k
19.10.2016
PE589.730v01-00
 
B8-1130/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over nucleaire veiligheid en non-proliferatie (2016/2936(RSP))


Rolandas Paksas, Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Isabella Adinolfi namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over nucleaire veiligheid en non-proliferatie (2016/2936(RSP))  
B8-1130/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien het slotcommuniqué van de top over nucleaire veiligheid te Washington van april 2016,

–  gezien het Verdrag inzake de fysieke bescherming van kernmateriaal en gezien de in 2005 doorgevoerde wijzigingen van dit verdrag,

–  gezien het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme,

–  gezien het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven,

–  gezien het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens (NPV),

–  gezien resolutie 2310 (2016) van de VN-Veiligheidsraad,

–  gezien zijn resolutie van 17 januari 2013 over de aanbevelingen van de NPV-toetsingsconferentie inzake de realisatie van een Midden-Oosten dat vrij is van massavernietigingswapens(1),

–  gezien de op 12 december 2003 aangenomen Europese veiligheidsstrategie 'Een veilig Europa in een betere wereld'; gezien de strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens van 2003, en gezien de nieuwe actielijnen van 2008,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad naar aanleiding van de recente kernproeven door Noord-Korea/DVRK,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat meer dan 25 jaar na het einde van de Koude Oorlog het totale wereldwijde arsenaal van bekende kernwapens nog altijd meer dan 15 000 eenheden omvat; overwegende dat één enkele kernkop, met name wanneer deze boven een grote stad tot ontploffing wordt gebracht, miljoenen mensen kan doden en aanhoudende milieurampen kan veroorzaken;

B.  overwegende dat de dreiging van nucleair en radiologisch terrorisme één van de grootste uitdagingen voor de internationale veiligheid blijft; overwegende dat volgens het Internationaal Agentschap voor atoomenergie (IAEA) "de afgelopen vijftig jaar miljoenen radioactieve bronnen wereldwijd gedistribueerd zijn", en dat deze bronnen over meer dan honderd landen verspreid zijn geraakt, waarbij vele van hen slecht beveiligd en diefstalgevoelig zijn; overwegende dat uit de door het Initiatief nucleaire dreiging (NTI) opgestelde nucleaire veiligheidsindex van 2016 naar voren is gekomen dat veel ontwikkelingslanden die nucleaire energieprogramma's overwegen niet de noodzakelijke maatregelen hebben getroffen om nucleaire faciliteiten behoorlijk te beschermen tegen sabotage;

C.  overwegende dat terroristen reeds lange tijd belangstelling hebben voor radiologische wapens en dat veiligheidsdeskundigen niet uitsluiten dat terroristische groeperingen of niet op staatsniveau opererende actoren zich kernwapens zouden kunnen verschaffen;

D.  overwegende dat in een klimaat van toenemende spanningen tussen landen met kernwapens geen voortgang meer geboekt wordt op het gebied van nucleaire ontwapening en dat momenteel geen sprake is van lopende of geplande onderhandelingen ter verdere regulering of vermindering van de voorraden van kernwapenstaten;

E.  overwegende dat de vierde top over nucleaire veiligheid van april 2016 plaatsvond in de VS; overwegende dat meer dan vijftig landen en internationale organisaties hebben deelgenomen aan deze top en daarmee concrete verbetering beoogden van gedrag op het gebied van nucleaire veiligheid en de nucleaire veiligheidsstructuur; overwegende dat Rusland niet heeft deelgenomen aan deze top;

F.  overwegende dat het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven twintig jaar geleden is aangenomen maar nog niet in werking is getreden omdat de resterende acht zogeheten Bijlage 2-landen het verdrag nog niet hebben geratificeerd;

G.  overwegende dat het risico op nucleaire proliferatie (zowel verticaal als horizontaal) in veel gebieden van de wereld nog altijd bestaat en de ontwikkeling van nucleaire technologieën met militaire doeleinden kan laten escalaren;

H.  overwegende dat de DVRK de enige staat ter wereld is die in de 21e eeuw herhaaldelijk kernwapens heeft getest, waarmee het land de ter zake doende resoluties van de VN-Veiligheidsraad in de wind blijft slaan; overwegende dat het internationaal toezichtsysteem (IMS) op 9 september 2016 een ongebruikelijk seismisch incident heeft waargenomen, terwijl de DVRK bekendmaakte dat haar vijfde kernproef een succes was; overwegende dat de DVRK sinds haar eerste kernproeven in 2006 vijf maal getroffen is door een reeks VN-sancties, maar zich niet bereid heeft getoond haar militaire nucleaire programma stop te zetten;

I.  overwegende dat in 2016 in Genève drie vergaderingen hebben plaatsgevonden van de Open Werkgroep (OEWG) over nucleaire ontwapening, die is ingesteld naar aanleiding van een resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van december 2015; overwegende dat de OEWG opnieuw heeft bevestigd vastberaden te zijn een wereld zonder kernwapens tot stand te brengen en te handhaven; overwegende dat in de met algehele steun aangenomen slotaanbeveling van de OEWG de Algemene Vergadering wordt verzocht in 2017 een conferentie te beleggen om te onderhandelen over een juridisch bindend instrument waarmee kernwapens verboden kunnen worden, hetgeen moet leiden tot volledige uitbanning ervan;

J.  overwegende dat veel internationale verdragen met succes kernwapenvrije zones hebben ingesteld, zelfs in gebieden waar sprake is van aanzienlijke politieke spanningen; overwegende dat er thans zeven kernwapenvrije zones bestaan, in het kader waarvan de staten die partij zijn bij deze zones overeengekomen zijn af te zien van kernwapenbezit en geen kernwapens te ontwikkelen of in te zetten; overwegende dat het zeer moeilijk is gebleken om in het Midden-Oosten een zone in te stellen die vrij is van massavernietigingswapens;

K.  overwegende dat de EU een belangrijke rol heeft gespeeld bij de totstandbrenging van een nucleaire overeenkomst met Iran; overwegende dat de EU partij is bij het gezamenlijk alomvattend actieplan en met de E3+3-partners blijft werken aan de volledige tenuitvoerlegging van het plan; overwegende dat het IAEA heeft bevestigd dat Iran alle vereiste stappen heeft genomen op het gebied van nucleair gerelateerde kwesties;

L.  overwegende dat de partijen op de NPV-toetsingsconferentie 2015 geen overeenstemming konden bereiken over een slotverklaring met inhoud, en slechts minimale voortgang hebben geboekt ten opzichte van de aanbevelingen van 2010; overwegende dat dit falen is toegeschreven aan de controverse over de totstandbrenging van een zone in het Midden-Oosten die vrij is van massavernietigingswapens; overwegende dat het verdrag op verschillende punten nog altijd aanzienlijke leemten vertoont, onder meer de punten effectieve maatregelen met het oog op nucleaire ontwapening, humanitaire aspecten van het gebruik van kernwapens en het uitbrengen van verslag door staten met erkende kernwapens; overwegende dat het NPV ondanks deze tegenslag nog altijd de hoeksteen is van de regeling inzake non-proliferatie;

M.  overwegende dat de DVRK zich in 2003 heeft teruggetrokken uit het NPV en nooit meer opnieuw tot het verdrag is toegetreden; overwegende dat de opstelling van de DVRK een negatief en relevant precedent heeft geschapen dat een serieuze stap terug vormt op de weg naar een wereld zonder kernwapens;

N.  overwegende dat kritiek op het gebrek aan voortgang bij de ontwapeningspijler heeft geleid tot het van start gaan van het Humanitair Initiatief dat culmineert in de Humanitaire Belofte, waarmee beoogd wordt effectieve maatregelen vast te stellen en door te voeren met het oog op opvulling van de juridische leemte wat betreft het verbod op en de uitbanning van kernwapens; overwegende dat 127 staten dit initiatief steunen;

O.  overwegende dat in de Europese veiligheidsstrategie 'Een veilig Europa in een betere wereld' de proliferatie van massavernietigingswapens wordt aangemerkt als mogelijk de grootste bedreiging voor de Europese veiligheid; overwegende dat het leidende beginsel van de EU en de algehele doelstelling voor ontwapening en non-proliferatie de handhaving en ondersteuning van alle relevante internationale instrumenten is;

1.  is er vast van overtuigd dat een wereld zonder kernwapens mogelijk is; verzoekt alle EU-instellingen en de lidstaten samen te werken en zich actief op te stellen in internationale fora om resultaten op dit gebied te kunnen boeken, zodat het aantal kernwapens zowel wereldwijd als op hun grondgebied wordt teruggebracht en uiteindelijk tot nul wordt gereduceerd; kan niet aanvaarden dat nucleaire afschrikking noodzakelijk is en geeft daarentegen de voorkeur aan multilaterale diplomatieke inspanningen en bemiddeling;

2.  is ingenomen met de resultaten van de top nucleaire veiligheid van 2016, alsook met de instelling van een contactgroep voor nucleaire veiligheid, die erop toeziet dat na de top de aandacht niet verslapt; is ermee ingenomen dat overeenstemming is bereikt over een actieplan ter ondersteuning van vijf internationale instanties bij hun werkzaamheden, alsook met de 137 toezeggingen die zijn gedaan voor het nemen van specifieke acties ter vergroting van de nucleaire veiligeid; is ingenomen met de gezamenlijke verklaring ter bevordering van de volledige en universele tenuitvoerlegging van resolutie 1540 van de VN-Veiligheidsraad van 2004; betreurt het dat een belangrijke internationale speler als Rusland niet aan de top heeft deelgenomen;

3.  is ingenomen met de inwerkingtreding van het in 2005 gewijzigde Verdrag inzake de fysieke bescherming van kernmateriaal, op grond waarvan de verdragsluitende staten verplicht zijn hun civiele nucleaire materiaal veilig te stellen op een wijze die overeenstemt met het advies van het IAEA, en verdere strafbaarstelling van het smokkelen van kernwapens te vergemakkelijken; verzoekt om universele ratificatie en tenuitvoerlegging van dit verdrag, en dringt erop aan dat alle landen die het verdrag nog niet hebben geratificeerd dit zo spoedig mogelijk doen;

4.  betreurt het dat het Verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven (CTBT) in het jaar waarin het twintig jaar bestaat nog niet in werking is getreden; is van mening dat het CTBT een cruciale rol speelt als fundament voor de internationale non-proliferatieregeling; dringt erop aan dat alle staten die dit verdrag niet hebben ondertekend of geratificeerd dit onverwijld doen; bevestigt nogmaals dat de EU de vroege inwerkingtreding van het verdrag in een zo groot mogelijk aantal landen ondersteunt; verzoekt de VV/HV in contact te blijven met staten wier instemming vereist is om het verdrag in werking te kunnen laten treden;

5.  veroordeelt de laatste in de DVRK uitgevoerde kernproef, aangezien er een uiterst negatief signaal voor de wereldvrede, regionale stabiliteit en de mensenrechtensituatie in de DVRK van deze proef uitgaat; herinnert eraan dat de VN de DVRK een verbod heeft opgelegd op het uitvoeren van testen van nucleaire of rakettechnologie; bevestigt dat deze schendingen van het verbod door de DVRK de internationale gemeenschap voor een zware uitdaging stellen, en verzoekt het land af te zien van verdere kernproeven en te voorkomen dat de spanningen in een reeds explosieve regio verder oplaaien; merkt op dat een nieuwe reeks zware sancties tegen de DVRK is afgekondigd, en verzoekt alle partijen deze sancties grondig ten uitvoer te leggen; onderstreept evenwel dat eerdere sancties niet het verwachte resultaat hebben gehad en het kernprogramma van de DVRK niet hebben kunnen indammen; bevestigt nogmaals dat de burgerbevolking zo min mogelijk getroffen mag worden door de sancties en dat de sancties beschouwd moeten worden als een middel om politieke overeenstemming te bereiken over de nucleaire kwestie op het Koreaanse schiereiland, met name door hervatting van de Zespartijenbesprekingen;

6.  veroordeelt ten stelligste elke vorm van onderzoek, ontwikkeling, exploitatie of uitvoering van technologieën, onderzoek en capaciteiten die direct dan wel indirect verband houden met het militaire nucleaire programma van de DVRK; veroordeelt ten stelligste de ontwikkeling van technologie voor ballistische raketten door de DVRK (zowel vanaf de grond te lanceren raketten als door onderzeeboten te lanceren raketten), aangezien deze een bedreiging vormt voor de veiligheid in de wereld en met name voor de veiligheid en stabiliteit in Azië;

7.  betreurt de voortdurende provocaties van de DVRK en veroordeelt al haar tests met raketten en kernproeven, alsook haar agressieve retoriek en haatdragende uitlatingen jegens de VS, Zuid-Korea en Japan; verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten elke vorm van samenwerking met de DVRK op het gebied van nucleaire technologie en kernfysica af te breken totdat de DVRK haar militaire nucleaire programma's stopzet;

8.  roept op tot het zoeken van verdere toenadering tot de regeringen van de VS, Rusland, China, Zuid-Korea en Japan om betere coördinatie tot stand te brengen op het gebied van kernwapens in de DVRK, en daarbij gebruik te maken van zowel bilaterale kanalen als multilaterale fora; onderstreept dat de laatste ontwikkelingen in de DVRK het risico op nucleaire proliferatie doen ontstaan;

9.  verzoekt de Europese autoriteiten en de lidstaten nauwlettend toezicht te houden op elke eventuele overdracht van civiele nucleaire technologie in de DVRK of door tussenpersonen van de DVRK;

10.  is ingenomen met de instelling en het werk van de OEWG; is ingenomen met het voorstel aan de Algemene Vergadering van de VN om een internationale conferentie te beleggen over de wijze waarop wereldwijde nucleaire ontwapening kan worden nagestreefd, onder meer door onderhandeling over een mogelijk bindend instrument; verzoekt de lidstaten een dergelijk voorstel te ondersteunen, en verzoekt de VV/HV Federica Mogherini en de EDEO een positieve bijdrage te leveren aan de organisatie van een dergelijke conferentie;

11.  schaart zich volledig achter kernwapenvrije zones als belangrijke bijdrage aan de totstandbrenging van een wereld zonder kernwapens; is van mening dat de instelling van een dergelijke zone in het Midden-Oosten het perspectief op vrede in de regio vergroot;

12.  verwelkomt de rol van de EU bij de verwezenlijking van het gezamenlijk alomvattend actieplan, alsook de voortdurende betrokkenheid die de VV/HV op dit gebied heeft getoond; is van mening dat de EU een belangrijke speler moet zijn bij het zoeken naar oplossingen voor grote crises waar ook ter wereld, en dat deze positieve ervaring haar daarbij als voorbeeld moet dienen; verzoekt alle partijen de nog kwetsbare overeenkomst te beschermen en te voldoen aan alle vereisten die eruit voortvloeien;

13.  verzoekt de Iraanse autoriteiten transparantie, betrokkenheid en openheid te tonen ten aanzien van hun civiele nucleaire programma, met inbegrip van de uitwisseling van gegevens met internationale organisaties zoals het IAEA;

14.  is van mening dat de NPV-toetsingsconferentie in 2015 weliswaar een tegenslag kende, maar dat non-proliferatie en ontwapening hoog op de internationale agenda moeten blijven staan, en bevestigt nogmaals dat de NPV de hoeksteen blijft van de nucleaire non-proliferatieregeling en de basis vormt voor het streven naar nucleaire ontwapening; verzoekt de internationale gemeenschap naar dit doel toe te blijven werken door zich realistisch en sensibel op te stellen in het licht van de volgende herzieningscyclus van het NPV; is van mening dat de EU een actieve speler op dit gebied moet zijn door zich te profileren als belangrijke actor bij de wereldwijde inspanningen om de proliferatie van massavernietigingswapens in te dammen;

15.  is van mening dat nieuwe opkomende dreigingen en uitdagingen, alsook veranderingen in de internationale omgeving, verlangen dat de strategie tegen de proliferatie van massavernietigingswapens van 2003 en de nieuwe actielijnen van 2008 geactualiseerd worden;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2013)0028.

Juridische mededeling - Privacybeleid