Procedure : 2016/2935(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1171/2016

Ingediende teksten :

B8-1171/2016

Debatten :

PV 26/10/2016 - 15

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0423

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 254kWORD 63k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1162/2016
24.10.2016
PE593.597v01-00
 
B8-1171/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie van journalisten in Turkije (2016/2935(RSP))


Cristian Dan Preda, Renate Sommer, Elmar Brok, Anna Maria Corazza Bildt, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Manolis Kefalogiannis namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van journalisten in Turkije (2016/2935(RSP))  
B8-1171/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Turkije, en met name die van 15 januari 2015 over de vrijheid van meningsuiting in Turkije, recente arrestaties van journalisten, mediadirecties en systematische druk op de media(1),

–  gezien het Commissieverslag van 10 november 2015 over Turkije,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 16 juli 2016 van de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, Federica Mogherini, en de commissaris voor het Europees nabuurschapsbeleid en de uitbreidingsonderhandelingen, Johannes Hahn,over de situatie in Turkije,

–  gezien de verklaring van 21 juli 2016 van vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger Federica Mogherini en commissaris Johannes Hahn over de afkondiging van de noodtoestand in Turkije,

–  gezien de conclusies van de Raad over Turkije van 18 juli 2016,

–  gezien de politieke dialoog op hoog niveau tussen de EU en Turkije van 9 september 2016,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat op 15 juli 2016 in Turkije een poging tot staatsgreep is ondernomen, waarbij honderden mensen om het leven zijn gekomen en meer dan 2 100 mensen gewond zijn geraakt;

B.  overwegende dat op 20 juli 2016 de noodtoestand is afgekondigd, die de uitvoerende macht vergaande bevoegdheden verleent om per decreet te regeren; overwegende dat artikel 15 van het Europees Mensenrechtenverdrag alle lidstaten van de Raad van Europa de mogelijkheid van een tijdelijke afwijking biedt en dat dit van toepassing is "in tijd van [...] algemene noodtoestand die het bestaan van het land bedreigt";

C.  overwegende dat het Europees Hof voor de mensenrechten duidelijk heeft gemaakt dat afwijkingen in verhouding moeten staan tot de situatie en dat een staat in geen geval kan afwijken van artikel 2 (recht op leven), artikel 3 (verbod van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing) en artikel 7 (geen straf zonder wet);

D.  overwegende dat hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter Federica Mogherini en commissaris Johannes Hahn op 21 juli 2016 hebben verklaard dat het uitroepen van de noodtoestand volgde op de recente onaanvaardbare besluiten met betrekking tot het onderwijsstelsel, de rechterlijke macht en de media;

E.  overwegende dat volgens het Comité voor de bescherming van journalisten de Turkse autoriteiten na de poging tot staatsgreep meer dan 100 omroepen, kranten, tijdschriften, uitgeverijen en distributiebedrijven hebben gesloten; overwegende dat meer dan 100 journalisten en mediamedewerkers zijn aangehouden en dat de persaccreditatie van ten minste 330 journalisten is ingetrokken;

1.  spreekt zijn krachtige veroordeling uit over de poging tot staatsgreep op 15 juli 2016 in Turkije; betuigt zijn steun aan de legitieme instellingen van Turkije; betreurt het grote aantal doden en gewonden; spreekt zijn solidariteit uit met de slachtoffers en hun families;

2.  onderstreept hoe belangrijk het is de democratie te verdedigen met volledige inzet voor democratie, mensenrechten en de rechtsstaat; steunt de desbetreffende samenwerking tussen de EU, de Raad van Europa en Turkije; roept op tot volledige eerbiediging van de Turkse grondwettelijke orde; is verheugd over de politieke dialoog op hoog niveau tussen de EU en Turkije op 9 september 2016; benadrukt dat Turkije voor de Europese Unie een cruciale partner is;

3.  verzoekt de Turkse autoriteiten om journalisten en mediamedewerkers vrij te laten en toe te staan dat mediabedrijven weer opengaan;

4.  brengt in herinnering dat een vrije en pluriforme pers een essentieel onderdeel van een democratie vormt, evenals een eerlijke rechtsgang, het vermoeden van onschuld en een onafhankelijke rechtspraak;

5.  herinnert de Turkse autoriteiten eraan dat in de omgang met de media en journalisten uiterste zorgvuldigheid moet worden betracht, omdat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media centrale voorwaarden blijven voor het functioneren van een democratische en open samenleving;

6.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de regering en het parlement van Turkije.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0014.

Juridische mededeling - Privacybeleid