Ontwerpresolutie - B8-1237/2016Ontwerpresolutie
B8-1237/2016

    ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in Belarus

    16.11.2016 - (2016/2934(RSP))

    naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
    overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

    Petras Auštrevičius, Dita Charanzová, Ivan Jakovčić, Urmas Paet, Jozo Radoš, Pavel Telička namens de ALDE-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1232/2016

    Procedure : 2016/2934(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B8-1237/2016
    Ingediende teksten :
    B8-1237/2016
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    B8-1237/2016

    Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Belarus

    (2016/2934(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –  gezien zijn eerdere resoluties over Belarus, en met name die van 10 september 2015[1], 29 maart 2012[2], 16 februari 2012[3], 15 september 2011[4], 12 mei 2011[5], 10 maart 2011[6] en 20 januari 2011[7],

    –  gezien de op 11 september 2016 gehouden parlementsverkiezingen en de op 11 oktober 2015 gehouden presidentsverkiezingen,

    –  gezien de voorlopige verklaring van de OVSE/ODIHR, de Parlementaire Vergadering van de OVSE en de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa (PACE) van 12 september 2016 over de parlementsverkiezingen in Belarus,

    –  gezien de conclusies van de Raad over Belarus, met name die van 16 februari 2016 waarmee de sancties tegen 170 individuen en 3 Belarussische bedrijven worden opgeheven;

    –  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

    A.  overwegende dat de OVSE/ODIHR in haar eindverslag over de presidentsverkiezingen in Belarus van 2015 in samenwerking met de Commissie van Venetië van de Raad van Europa een aantal aanbevelingen heeft opgesteld die Belarus vóór de parlementsverkiezingen van 2016 ten uitvoer moest leggen;

    B.  overwegende dat de autoriteiten van Belarus met het oog op het opbouwen van betere betrekkingen met het westen een aantal maatregelen hebben genomen die werden gepresenteerd als verruiming van de mogelijkheden van democratische oppositiepartijen om zich eenvoudiger te registreren dan bij eerdere verkiezingen, en als het bieden van betere toegang voor buitenlandse waarnemers tot de stemmentelling, maar in de praktijk, volgens de beoordeling van de internationale verkiezingswaarnemingsmissie onder leiding van de OVSE/ODIHR, er niet toe leidden dat de verkiezingen naar behoren en in overeenstemming met de voorschriften van de OVSE en andere internationale verplichtingen en normen verliepen;

    C.  overwegende dat volgens de beoordeling door de OVSE/ODIHR bij de parlementsverkiezingen van 2016 nog steeds sprake is van een aantal sinds lange tijd bestaande systemische tekortkomingen, met inbegrip van beperkingen in het rechtskader voor politieke rechten en fundamentele vrijheden; overwegende dat de kiescommissies nog altijd niet als onafhankelijk werden beschouwd omdat vertegenwoordigers van de oppositie geen deel uitmaakten van die commissies; overwegende dat er bij het vervroegd stemmen, het tellen en het tabuleren sprake was van een aanzienlijk aantal procedurele onregelmatigheden en een gebrek aan transparantie;

    D.  overwegende dat volgens de speciale VN-rapporteur over de mensenrechtensituatie in Belarus de juridische en administratieve stelsels die ten grondslag liggen aan de beperkingen van de mensenrechten onveranderd blijven en dat de aanwezigheid van twee "symbolische" onafhankelijke leden in het parlement slechts benadrukt dat er sprake is van een proces "onder toezicht";

    E.  overwegende dat er sinds 1994 in Belarus geen vrije en eerlijke verkiezingen zijn gehouden overeenkomstig een kieswet die aan de internationaal erkende OVSE/ODIHR-normen voldoet;

    F.  overwegende dat een aanzienlijke verbetering van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media, de eerbiediging van de politieke rechten van gewone burgers en oppositie-activisten en de volledige eerbiediging van de rechtsstaat en de grondrechten de randvoorwaarden zijn voor betere betrekkingen tussen de EU en Belarus; overwegende dat de Europese Unie zich onverminderd blijft inzetten voor de verdediging van de mensenrechten in Belarus, waaronder de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media;

    G.  overwegende dat de EU de vijf jaar geleden ingevoerde beperkende maatregelen tegen Belarus in februari 2016 heeft opgeheven, als gebaar van goede wil om Belarus aan te moedigen om de stand van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in het land te verbeteren; overwegende dat er enkele bescheiden maatregelen zijn genomen om bepaalde langlopende problemen vóór de verkiezingen van 2016 aan te pakken, maar dat tegelijkertijd vele problemen in verband met het juridische en procedurele verkiezingskader nog altijd voortbestaan;

    H.  overwegende dat de laatste verkiezingen volgens de twee Belarussische verkiezingswaarnemingsgroepen, Human Rights Defenders for Free Elections (HRD) en Right to Choose 2016 (R2C), niet voldeden aan een aantal belangrijke internationale normen en geen geloofwaardige uiting waren van de wil van de Belarussische burgers;

    I.  overwegende dat de Belarussische waarnemingsgroepen tijdens de vijfdaagse periode voor vervroegd stemmen (6-10 september) en op de dag van de verkiezingen (11 september) concreet bewijs hebben gevonden voor massale inspanningen in het hele land om de opkomstcijfers op te krikken;

    J.  overwegende dat de centrumrechtse Belarussische oppositiekrachten op 18 november 2015 voor het eerst een gemeenschappelijke samenwerkingsovereenkomst hebben gepresenteerd om bij de parlementsverkiezingen van 2016 een gezamenlijk front te vormen;

    K.  overwegende dat het Parlement momenteel geen officiële betrekkingen met het Belarussische parlement onderhoudt; overwegende dat de Delegatie van het Parlement voor de betrekkingen met Belarus op 18 en 19 juni 2015 voor het eerst sinds 2002 een officieel bezoek aan Minsk heeft gebracht;

    L.  overwegende dat het parlement van Belarus geen officiële status heeft in de Parlementaire Vergadering Euronest;

    M.  overwegende dat Belarus een constructieve rol heeft gespeeld bij de totstandbrenging van de wapenstilstand in Oekraïne;

    N.  overwegende dat het conflict in Oekraïne heeft geleid de angst in de Belarussische maatschappij voor een destabilisering van de interne situatie als gevolg van een machtswisseling heeft aangewakkerd, wat echter niet betekent of mag betekenen dat het Belarussische volk de hoop op grondige hervormingen en een vreedzame transformatie van het land heeft laten varen;

    O.  overwegende dat de economie van Belarus al 20 jaar lang stagneert, waarbij belangrijke sectoren in handen van de staat blijven en onder administratief gezag en controle staan; overwegende dat de economische afhankelijkheid van de Belarussische economie van economische steun uit Rusland voortdurend toeneemt, en dat de economische prestaties van Belarus tot de laagste behoren van de landen van de Euraziatische Economische Unie, en dat bijvoorbeeld het bbp in 2015-2016 is gedaald met ruim 30 miljard USD;

    P.  overwegende dat Belarus als enige land in Europa de doodstraf uitvoert; overwegende dat het Belarussische Hooggerechtshof op 4 oktober 2016 Siarhei Vostrykau ter dood heeft veroordeeld; overwegende dat het Belarussische Hooggerechtshof hiermee voor de vierde keer in 2016 een doodvonnis heeft bekrachtigd;

    Q.  overwegende dat er volgens het verslag van de speciale VN-rapporteur over de mensenrechtensituatie in Belarus van 21 april 2016, ondanks een merkbare intensivering van de contacten tussen Belarus, de EU en de Verenigde Staten, nog steeds mensenrechtenschendingen voorkomen en van significante veranderingen geen sprake is;

    R.  overwegende dat mensenrechtenorganisaties melding maken van nieuwe manieren van intimidatie van de oppositie en van de arrestatie van Eduard Palchis, Mikhail Zhamchuzhny en Uladzimir Kondrus eind 2015 en 2016, en dat de twee laatstgenoemden door het Belarussische centrum voor de mensenrechten "Viasna" zijn aangemerkt als politieke gevangenen;

    S.  overwegende dat Belarus momenteel zijn eerste kerncentrale bouwt in Ostrovets, aan de grens met de EU; overwegende dat deze bouw in feite onder leiding staat en wordt gefinancierd door Rusland en Russische ondernemingen in de nucleaire en financiële sectoren;

    1.  blijft zich ernstig zorgen maken over de tekortkomingen die onafhankelijke internationale waarnemers hebben vastgesteld tijdens de presidentsverkiezingen van 2015 en de parlementsverkiezingen van 2016; beschouwt de pogingen om vooruitgang te boeken als uiterst beperkt en ontoereikend; wijst erop dat er in het nieuw gekozen parlement één vertegenwoordiger van de oppositie en één van de niet-gouvernementele sector zitting hebben; meent echter dat dit niet het resultaat is van de verkiezingsuitslag, maar eerder een politieke benoeming, aangezien deze vertegenwoordigers zijn aangewezen door de overheid;

    2.  verzoekt de Belarussische autoriteiten onverwijld verder te gaan met een algemene hervorming van het kiesstelsel in het kader van het bredere democratiseringsproces en in samenwerking met internationale partners; benadrukt dat de aanbevelingen van de OVSE/ODIHR tijdig vóór de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 ten uitvoer moeten worden gelegd en in de praktijk strikt in acht genomen moeten worden; benadrukt dat dit van essentieel belang is om het volledige potentieel van de betrekkingen tussen de EU en Belarus te bewerkstelligen;

    3.  herhaalt zijn oproep aan de Belarussische autoriteiten om onder alle omstandigheden toe te zien op de eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, overeenkomstig de Universele Verklaring van de rechten van de mens, de aanbevelingen in de Universal Periodic Review (UPS) van de VN-Mensenrechtenraad en de internationale en regionale mensenrechteninstrumenten die Belarus heeft geratificeerd;

    4.  roept de Belarussische regering op alle vrijgelaten politieke gevangenen te rehabiliteren en hun politieke en burgerrechten volledig terug te geven;

    5.  maakt zich zorgen over het feit dat er sinds 2000 geen nieuwe politieke partijen in Belarus zijn geregistreerd; roept Belarus op alle beperkingen op dit terrein op te heffen;

    6.  roept de Belarussische regering op tot onmiddellijke schrapping van artikel 193.1 van het wetboek van strafrecht, dat de organisatie van en deelname aan activiteiten strafbaar stelt van niet-geregistreerde openbare verenigingen en organisaties, en om openbare verenigingen en organisaties toe staan hun activiteiten ten volle, vrij, ongehinderd en op legale wijze uit te oefenen; vestigt de aandacht van de Commissie met name op het feit dat er momenteel als gevolg van de toepassing van artikel 193.1 en andere beperkende maatregelen ruim 150 Belarussische ngo's geregistreerd staan in Litouwen, Polen, de Tsjechische Republiek en elders; wijst op de onsamenhangende inspanningen van de EU om haar financiële steun te vergroten via kanalen die onder controle staan van de Belarussische regering, terwijl op internationale steun aan de niet-gouvernementele sector in Belarus een hoge belasting wordt geheven;

    7.  verzoekt de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) en de Commissie voorrang te geven aan bovengenoemde problemen bij de lopende mensenrechtendialoog tussen de EU en Belarus en in dit verband intensiever samen ter werken met alle internationale actoren zoals de VN, de Raad van Europa, de OVSE en, niet in de laatste plaats, met de Belarussische oppositie en onafhankelijke maatschappelijke organisaties, om de Belarussische autoriteiten aan te zetten tot het opstellen van een routekaart voor de mensenrechten;

    8.  veroordeelt het feit dat Belarus het enige land in Europa is dat nog steeds de doodstraf hanteert, wat in strijd is met de Europese waarden; dringt aan op een onmiddellijk moratorium op executies en op wijziging van het strafrecht teneinde de doodstraf af te schaffen; wijst er nogmaals op dat de doodstraf onmenselijk en onterend is, geen bewezen afschrikkend effect heeft en gerechtelijke fouten onomkeerbaar maakt; acht het onaanvaardbaar dat een doodstraf is uitgesproken op de dag nadat de Europese Unie de meeste sancties tegen Belarus had opgeheven;

    9.  verzoekt de EDEO en de Commissie hun steun aan maatschappelijke organisaties in Belarus en daarbuiten voort te zetten en te verbreden, overeenkomstig het beleid van de EU van kritische betrokkenheid met Belarus; benadrukt in dit verband de noodzaak om alle onafhankelijke nieuwsbronnen voor de Belarussische maatschappij te steunen, met inbegrip van media die in de Belarussische taal uitzenden en media die vanuit het buitenland uitzenden; acht het van belang de onderwijsprogramma's en -instellingen in ballingschap, zoals de Europese universiteit voor menswetenschappen in Vilnius, te blijven steunen;

    10.  neemt er nota van dat in januari 2014 onderhandelingen zijn gestart over een soepelere visumregeling om de interpersoonlijke contacten te verbeteren en de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld te bevorderen; benadrukt de noodzaak om in dit opzicht meer vooruitgang te boeken;

    11.  is met name bezorgd over de veiligheidsproblemen in verband met de bouw van de Belarussische kerncentrale in Ostrovets, minder dan 50 km. van Vilnius; dringt er bij de Belarussische autoriteiten met klem op aan constructief samen te werken met alle relevante internationale autoriteiten, de EU en haar lidstaten, zich strikt te gaan houden aan de VN-Verdragen van Espoo en Aarhus en de politieke wil te tonen om de door de EU na de ramp van Fukushima toegepaste risico- en veiligheidsbeoordelingen over te nemen;

    12.  dringt er bij de Commissie krachtig op aan om in het kader van de geplande energiedialoog tussen de EU en Belarus voorrang te geven aan de kwestie van veiligheid en transparantie met betrekking tot de Belarussische kerncentrale, en verzoekt de Commissie aan het Parlement en de lidstaten, met name de lidstaten die aan Belarus grenzen, geregeld verslag uit te brengen van haar inspanningen om een zo hoog mogelijk niveau van nucleaire veiligheidsnormen in verband met deze kerncentrale in aanbouw te waarborgen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de financiële instellingen en mechanismen van de EU zoals de Europese Investeringsbank of de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) niet direct of indirect ingezet kunnen worden om de kerncentrale van Ostrovets te financieren, en te beoordelen of de EU-garantie die eerder in 2016 aan de EIB is verleend verenigbaar is met de sancties die de EU heeft opgelegd aan de Russische Federatie;

    13.  steunt de Commissie in haar beleid van "kritische betrokkenheid" ten aanzien van de Belarussische autoriteiten en spreekt tevens zijn bereidheid uit om daaraan via zijn Delegatie voor de betrekkingen met Belarus een bijdrage te leveren; herinnert er echter aan dat de EU waakzaam moet blijven wat betreft de toewijzing van haar middelen en erop moet toezien dat die bijdragen tot verbetering van de situatie van de oppositie en het maatschappelijk middenveld;

    14.  herhaalt zijn toezegging om zich in te zetten voor de Belarussische bevolking, ondersteuning te bieden aan haar prodemocratische ambities en initiatieven, en een bijdrage te leveren aan een stabiele, democratische en voorspoedige toekomst voor het land;

    15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), de Europese Dienst voor extern optreden, de Raad, de Commissie, de lidstaten, de OVSE/ODIHR, de Raad van Europa alsmede de Belarussische autoriteiten.