Procedure : 2016/2933(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1253/2016

Ingediende teksten :

B8-1253/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/11/2016 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0449

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 277kWORD 75k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1249/2016
21.11.2016
PE593.687v01-00
 
B8-1253/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Syrië (2016/2933(RSP))


Victor Boştinaru, Clara Eugenia Aguilera García, Nikos Androulakis, Maria Arena, Zigmantas Balčytis, Hugues Bayet, Brando Benifei, José Blanco López, Vilija Blinkevičiūtė, Biljana Borzan, Soledad Cabezón Ruiz, Nicola Caputo, Andrea Cozzolino, Andi Cristea, Viorica Dăncilă, Monika Flašíková Beňová, Doru-Claudian Frunzulică, Neena Gill, Michela Giuffrida, Sergio Gutiérrez Prieto, Eva Kaili, Miapetra Kumpula-Natri, Krystyna Łybacka, Alessia Maria Mosca, Victor Negrescu, Vincent Peillon, Pina Picierno, Kati Piri, Miroslav Poche, Liliana Rodrigues, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Daciana Octavia Sârbu, Siôn Simon, Tibor Szanyi, Claudia Țapardel, Elena Valenciano, Julie Ward, Carlos Zorrinho, Knut Fleckenstein, Andrejs Mamikins namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Syrië (2016/2933(RSP))  
B8-1253/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 1 van het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over ISIS/Daesh en het Al-Nusra Front, en gezien de resoluties over het conflict in de Syrische Arabische Republiek, met name resoluties 2118 (2013), 2139 (2014), 2165 (2014), 2191 (2014), 2199 (2015), 2254 (2015), 2258 (2015) en 2268 (2016),

–  gezien zijn eerdere resoluties over Syrië, onder meer die van 6 oktober 2016(1),

–  gezien de conclusies van de Raad over Syrië van 17 oktober 2016,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad over externe betrekkingen van 20 oktober 2016,

–  gezien de verklaring van de vice-voorzitter/hoge vertegenwoordiger, Federica Mogherini, over Rusland en het Internationaal Strafhof van 17 november 2016,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de gevechten in Syrië onverminderd doorgaan en de humanitaire situatie verder is verslechterd; overwegende dat de bevolking in Oost-Aleppo en andere belegerde steden, zoals de stad Zabadani (in handen van de rebellen) en de dorpen Kefraya en Foua (in handen van de regering) in de provincie Idlib, met een groot tekort aan elementaire levensmiddelen en geneesmiddelen kampt;

B.  overwegende dat alle conflictpartijen zich aan ernstige schendingen van de internationale mensenrechten en het humanitair recht schuldig maken, waaronder het gebruik van niet-onderscheidende wapens, brand-, vat- en bunkerbommen in stedelijke gebieden, alsook van stoffen die in het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens als chemische wapens worden aangemerkt; overwegende dat de beginselen van voorzorg en proportionaliteit niet in acht worden genomen; overwegende dat woonwijken, scholen, ziekenhuizen, verleners van humanitaire hulp en vluchtelingenkampen opzettelijk als doelwit worden gekozen; overwegende dat oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid niet onbestraft mogen blijven;

C.  overwegende dat de wereld herhaaldelijk zijn afgrijzen heeft uitgesproken over de wreedheden van ISIS/Daesh en andere jihadistische groepen, over de gewelddadige executies en het seksuele geweld, de ontvoeringen, folteringen, gedwongen bekeringen en de slavernij van vrouwen en meisjes; overwegende dat kinderen aangeworven en in terroristische aanslagen gebruikt worden; overwegende dat er ernstige bezorgdheid bestaat over het welzijn van de bevolking in de door ISIS/Daesh gecontroleerde gebieden en over het feit dat zij tijdens de bevrijdingscampagne mogelijkerwijs als menselijk schild zal worden ingezet;

D.  overwegende dat alle gewapende partijen, met inbegrip van Rusland en alle anderen die in en vanuit de lucht aan de oorlog deelnemen, zich volledig aan het internationale humanitaire recht moeten houden en ervan af moeten zien burgers en belangrijke civiele infrastructuur opzettelijk als doelwit te kiezen;

E.  overwegende dat Syrië het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof (ICC) weliswaar ondertekend, maar niet geratificeerd heeft; overwegende dat de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, de VN-Veiligheidsraad meerdere keren met klem gevraagd heeft de situatie in Syrië naar het Internationaal Strafhof te verwijzen; overwegende dat Rusland en China vooruitgang met betrekking tot het afleggen van rekenplicht in het Syrië-conflict tegenhouden door resoluties van de VN-Veiligheidsraad die het Strafhof zouden mandateren een onderzoek naar de verschrikkelijke misdaden in het kader van het conflict in te stellen, met hun veto te treffen; overwegende dat dit gebrek aan accountability tot meer wreedheden leidt en het lijden van de slachtoffers verder vergroot;

1.  geeft eens te meer uiting aan zijn grote bezorgdheid over de voortdurende gevechten en de verslechterende humanitaire situatie in Syrië; veroordeelt de obstakels die worden opgeworpen voor de levering van humanitaire bijstand; beklemtoont dat het opzettelijk uithongeren van bevolkingsgroepen verboden is krachtens het internationaal humanitair recht; vraagt alle partijen met klem ervoor te zorgen dat humanitaire bijstand alle nooddruftigen in heel Syrië kan bereiken, en onmiddellijk toe te staan dat de gewonden uit Oost-Aleppo en alle andere belegerde gebieden worden geëvacueerd;

2.  veroordeelt in de meest krachtige bewoordingen de wreedheden en de grootschalige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door de troepen van Assad, met steun van Rusland en door Iran ondersteunde milities, alsook de mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal humanitair recht door de gewapende niet-staat-actoren, in het bijzonder ISIS/Daesh, het Al-Nusra Front en andere jihadistische groepen;

3.  maakt zich, parallel aan zijn bezorgdheid over de situatie in Oost-Aleppo en zijn veroordeling van de zware bombardementen vanuit de lucht door het regime-Assad en Rusland van de afgelopen weken, ook zorgen over het grote aantal raketten dat de voorbije dagen door gewapende oppositiegroepen op West-Aleppo is afgevuurd, én over de burgerslachtoffers die daarbij zijn gevallen; beklemtoont dat alle partijen alle noodzakelijke maatregelen moeten nemen om burgers te beschermen, ongeacht hun etnische identiteit of godsdienst of geloofsovertuiging;

4.  vraagt de EU en haar lidstaten het door de Mensenrechtenraad in oktober 2016 gemandateerde en door de Internationale Commissie van Onderzoek inzake Syrië uitgevoerde speciale onderzoek naar de gebeurtenissen in Aleppo actief te steunen, teneinde in kaart te brengen wie verantwoordelijk zijn voor de schendingen van het internationaal humanitair recht in Aleppo, en met name de gruwelijke aanvallen op civiele infrastructuur, scholen en ziekenhuizen;

5.  gelooft stellig dat het conflict niet met militaire middelen kan worden opgelost; dringt aan op onmiddellijke beëindiging van de vijandelijkheden en een stabiele wapenstilstand die de weg vrijmaakt voor de hervatting van onderhandelingen over de politieke transitie in het land; maakt zich er zorgen over dat Rusland zijn marine in het oostelijk deel van de Middellandse Zee flink uitbreidt en dat er opnieuw op grote schaal luchtaanvallen worden uitgevoerd, hetgeen ook tot een verdere intensivering van de aanvallen op Oost-Aleppo zou kunnen leiden; vraagt alle grote mondiale en regionale mogendheden met klem hun invloed op de Syrische regering en de Syrische oppositie te gebruiken om de burgeroorlog te stoppen, voorwaarden voor een herstart van het vredesproces te creëren, vertrouwenwekkende maatregelen te nemen en te garanderen dat hulpverleners weer snel, onbelemmerd en op veilige wijze toegang krijgen;

6.  verwelkomt en geeft zijn volledige steun aan de diplomatieke initiatieven van VP/HR Federica Mogherini, die erop gericht zijn de conflictpartijen weer terug te brengen aan de onderhandelingstafel en het politieke proces in Genève weer op gang te brengen; neemt met belangstelling kennis van de regionale gesprekken die zij met Iran en Saoedi-Arabië heeft gevoerd, en denkt dat haar inspanningen toegevoegde waarde hebben en een nuttige bijdrage leveren aan het werk van Staffan de Mistura, de speciale afgezant van de Verenigde Naties; beklemtoont de rol die de EU kan spelen bij wederopbouw en verzoening na afloop van het conflict; herhaalt zijn volledige steun voor het lopende humanitaire initiatief van de EU voor Aleppo, en spoort alle partijen met klem aan mee te werken aan de implementatie ervan;

7.  spoort alle partijen met klem aan alle noodzakelijke stappen te zetten ter waarborging van de veiligheid en beveiliging van iedereen die betrokken is bij het verstrekken van humanitaire hulp in Syrië; herinnert eraan dat opzettelijke aanvallen op humanitaire hulpverleners een oorlogsmisdaad zijn; dringt aan op een onafhankelijk onderzoek naar alle incidenten, en eist dat alle verantwoordelijken ter verantwoording worden geroepen;

8.  sluit zich aan bij de dramatische oproep van de vertegenwoordiger van UNICEF voor Syrië, na de vele aanvallen op scholen en andere onderwijsinstellingen, aan alle conflictpartijen en degenen die invloed op hen uitoefenen, om de bescherming van kinderen tot prioriteit te verklaren en zich te houden aan hun verplichtingen krachtens het internationaal humanitair recht;

9.  is verontrust over de beschuldigingen dat de conflictpartijen doorgaan met het gebruiken van stoffen die in het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens als chemische wapens worden aangemerkt; hamert erop dat degenen die verantwoordelijk zijn voor het gebruik van chemische wapens ter verantwoording moeten worden geroepen; steunt de verlenging van het mandaat van het gemeenschappelijk onderzoeksmechanisme van de Organisatie voor het verbod op chemische wapens (OPCW) van de Verenigde Naties, teneinde vast te stellen wie verantwoordelijk zijn voor het gebruik van chemische wapens in Syrië;

10.  wijst er met klem op dat degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht ter verantwoording moeten worden geroepen; is van oordeel dat de kwestie van het afleggen van verantwoording voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid niet moet worden gepolitiseerd; is van oordeel dat de verplichting om het internationaal humanitair recht in alle omstandigheden in acht te nemen voor alle conflictpartijen geldt; vindt dat de plegers van dergelijke misdaden erop moeten rekenen vroeger of later voor het gerecht te worden gebracht;

11.  beklemtoont dat het beschermen van burgers in heel Syrië bij elk politiek proces voorop moet staan; vraagt de EU en de lidstaten met klem ervoor te zorgen dat al degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de internationale mensenrechten en het humanitair recht via geëigende, onpartijdige internationale strafrechtmechanismen of nationale rechtbanken ter verantwoording worden geroepen, overeenkomstig het beginsel van universele jurisdictie; is er verheugd over dat in Duitsland, Frankrijk en Zweden reeds eerste onderzoeken overeenkomstig dit beginsel plaatsvinden, teneinde tegen nu in Europa verblijvende oorlogsmisdadigers vervolging in te stellen, en vraagt de VP/HR en de Commissie richtsnoeren te ontwikkelen voor de toepassing van dit beginsel door ook andere lidstaten; herhaalt zijn steun voor de verwijzing van het dossier-Syrië naar het Internationaal strafhof, en dringt er - gezien het feit dat deze kwestie in de Veiligheidsraad niet kan worden besproken - bij de EU en de lidstaten op aan het voortouw te nemen bij de inspanningen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties voor het benoemen van een speciale afgezant voor oorlogsmisdaden in Syrië, en na te denken over de instelling van een rechtbank voor oorlogsmisdaden in Syrië, met de participatie en steun van alle leden van de VN die zich inzetten voor internationale gerechtigheid; beklemtoont hoe belangrijk het met het oog op verzoening is dat Syrië, wanneer het conflict voorbij is, bij dit proces een leidende rol speelt;

12.  betreurt het besluit van de Russische president Vladimir Putin om zich uit het Internationaal Strafhof terug te trekken, waarbij overigens moet worden aangetekend dat de Russische Federatie het Statuur van Rome ook nooit had geratificeerd, en wijst erop dat de timing van dit besluit de geloofwaardigheid van dat land ondermijnt en ertoe leidt dat conclusies worden getrokken over de toegewijdheid van Rusland aan internationale gerechtigheid;

13.  uit zijn bezorgdheid over de onwettige detentie, foltering, mishandeling, gedwongen verdwijning en doding van gevangenen in de gevangenissen van het regime en de geheime detentiecentra van door andere landen gesteunde milities; vraagt de Syrische autoriteiten die deze detentiecentra beheren een eind te maken aan alle executies en vormen van inhumane behandeling, en de Verenigde Naties of alle andere neutrale partijen - zoals het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) - onverwijld toegang te geven tot alle locaties in kwestie, zodat zij de situatie kunnen monitoren en de families van de gevangenen kunnen informeren en ondersteunen;

14.  is er verheugd over dat de EU de beperkende maatregelen tegen Syrië en individuele personen die verantwoordelijk zijn voor de onderdrukking van de burgerbevolking in dat land nog eens tegen het licht houdt; beklemtoont dat indien de grove schendingen van het humanitair recht doorgaan de EU alle opties moet openhouden daar waar het gaat om het bestraffen van de daders;

15.  onderstreept dat het belangrijk is ISIS/Daesh daadwerkelijk de toegang tot financiering voor zijn activiteiten te ontzeggen, buitenlandse strijders op te pakken en de leveranties van wapens aan jihadistische groepen te dwarsbomen; vraagt de Syrische oppositie ondubbelzinnig afstand te nemen van extremistische elementen en ideologieën; wijst er nogmaals op dat de inspanningen gericht moeten zijn op het verslaan van ISIS/Daesh en de andere groepen die door de VN als terroristisch zijn aangemerkt;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten van de EU, de Verenigde Naties, de leden van de Internationale Steungroep voor Syrië en alle partijen die betrokken zijn bij het conflict in Syrië.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0382.

Juridische mededeling - Privacybeleid