Procedure : 2016/2933(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1254/2016

Ingediende teksten :

B8-1254/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/11/2016 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0449

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 261kWORD 71k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1249/2016
21.11.2016
PE593.688v01-00
 
B8-1254/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Syrië (2016/2933(RSP))


Barbara Lochbihler, Alyn Smith, Bodil Valero, Igor Šoltes, Yannick Jadot, Bart Staes, Judith Sargentini, Rebecca Harms, Helga Trüpel namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Syrië (2016/2933(RSP))  
B8-1254/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Syrië, onder meer die van 6 oktober 2016(1),

–  gezien zijn resolutie van 17 november 2011 over steun van de EU voor het Internationaal Strafhof: aangaan van uitdagingen en overwinnen van moeilijkheden(2),

–  gezien de conclusies van de Raad over de regionale strategie van de EU voor Syrië en Irak en de dreiging die van Da'esh uitgaat van 15 maart 2015 en de update van 23 mei 2016,

–  gezien de verklaringen en rapporten van de secretaris-generaal van de VN en de hoge commissaris van de VN voor de mensenrechten over het conflict in Syrië,

–  gezien de rapporten van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie voor Syrië van de VN‑Mensenrechtenraad,

–  gezien resoluties 2139 en 2165 (2014) en 2258 (2015) van de VN‑Veiligheidsraad,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat sinds het begin van het conflict in Syrië in 2011 meer dan 220 000 mensen, voornamelijk burgers, om het leven zijn gekomen; overwegende dat er massale en herhaalde schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht zijn begaan door alle bij het conflict betrokken partijen; overwegende dat de overgrote meerderheid van die misdrijven onder de verantwoordelijkheid van het Syrische regime en zijn bondgenoten, met name Rusland, vallen;

B.  overwegende dat de situatie in Aleppo de afgelopen weken dramatisch is verslechterd, met nog meer schokkend bloedvergieten onder de burgerbevolking als gevolg van zware luchtbombardementen door het regime van Assad en Rusland, en in mindere mate willekeurige beschietingen door niet-statelijke gewapende groeperingen; overwegende dat de strijdende partijen krachtens het internationaal recht de nodige maatregelen moeten nemen om burgers en civiele infrastructuur te beschermen;

C.  overwegende dat tijdens het Syrische conflict onder meer de volgende schendingen zijn begaan: wederrechtelijk doden, foltering en mishandeling, massale en willekeurige arrestaties, gerichte alsook willekeurige aanvallen op burgers, collectieve straffen, aanvallen op medisch personeel en het ontzeggen van voedsel en water; overwegende dat deze misdrijven tot nog toe onbestraft zijn gebleven;

D.  overwegende dat de onderzoekscommissie van de VN, de secretaris-generaal van de VN en de hoge commissaris van de VN voor de mensenrechten hebben verklaard dat er in Syrië misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven zijn gepleegd;

E.  overwegende dat in het 10e en 9e rapport van de onderzoekscommissie van de VN over Syrië alsook in resoluties 2139 (2014) en 2258 (2015) van de VN‑Veiligheidsraad wordt benadrukt dat in Syrië een einde moet worden gemaakt aan de straffeloosheid en dat de daders voor de rechter moeten worden gebracht;

F.  overwegende dat rechtvaardigheid, de rechtsstaat en de bestrijding van straffeloosheid essentiële elementen zijn ter ondersteuning van inspanningen met het oog op vrede en conflictoplossing;

G.  overwegende dat de onderzoekscommissie van de VN heeft geconcludeerd dat de Syrische rechtbanken geen doeltreffend mechanisme zijn om internationale misdrijven te vervolgen;

H.  overwegende dat Syrië het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof (ICC) heeft ondertekend, maar niet heeft geratificeerd;

I.  overwegende dat alle leden van de VN‑Veiligheidsraad, behalve Rusland en China, gesteund door 65 andere leden van de VN en meer dan 100 Arabische en internationale ngo's, in mei 2014 hun goedkeuring hebben gehecht aan het Franse voorstel om de situatie in Syrië aan het Internationaal Strafhof (ICC) voor te leggen;

J.  overwegende dat het Parlement de EU en haar lidstaten in zijn resolutie van 30 april 2015 over de situatie in het vluchtelingenkamp Yarmouk heeft verzocht serieuze aandacht te schenken aan de recente aanbeveling van de VN-onderzoekscommissie om een speciaal tribunaal voor de in Syrië gepleegde misdaden op te richten(3);

K.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 6 oktober 2016 heeft gevraagd dat degenen die zich schuldig maken aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid worden vervolgd en ter verantwoording worden geroepen;

L.  overwegende dat er in de regionale strategie van de EU voor Syrië en Irak en de dreiging van Da'esh op wordt gewezen dat we klaar moeten zijn voor de "dag erna", wat betekent dat we ons vóór het einde van de vijandigheden moeten voorbereiden op een postconflictsituatie;

1.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de wreedheden en grootschalige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door de troepen van het Assad-regime, met de steun van Rusland en Iran, alsook de schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door niet-statelijke gewapende groeperingen, in het bijzonder ISIS/Da'esh en Jabhat Fatah al-Sham;

2.  betreurt ten zeerste het klimaat van straffeloosheid voor de daders van ernstige misdrijven tijdens de oorlog in Syrië; is van mening dat het feit dat de daders niet ter verantwoording worden geroepen, tot nog meer wreedheden leidt en het lijden van de slachtoffers verder vergroot;

3.  vraagt de EU en haar lidstaten om alle partijen bij het conflict in Syrië ertoe aan te sporen de mensenrechten- en humanitaire bepalingen van de resoluties van de VN‑Veiligheidsraad over Syrië daadwerkelijk toe te passen, onder meer door een einde te maken aan foltering en andere soorten mishandeling, en vraagt dat internationaal erkende gevangenisinspecteurs onmiddellijk onbelemmerde toegang krijgen tot alle personen die in Syrië van hun vrijheid zijn beroofd;

4.  blijft ervan overtuigd dat een daadwerkelijke oplossing voor het conflict en duurzame vrede in Syrië niet mogelijk zijn zonder dat er verantwoording wordt afgelegd voor de misdrijven die tijdens het conflict zijn begaan door alle partijen, waaronder het Assad-regime en zijn bondgenoten, alsook de zogenaamde Islamitische Staat en andere gewapende groeperingen zoals Jabhat Fatah al-Sham;

5.  betreurt dat China en Rusland als permanente leden van de VN‑Veiligheidsraad hun veto hebben uitgesproken tegen de verwijzing van de situatie in Syrië naar het ICC, roept op tot hernieuwde inspanningen in die zin;

6.  pleit voor een gemeenschappelijk EU‑beleid voor een gecoördineerde strategie om daders van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid in Syrië verantwoording te laten afleggen; vraagt de VV/HV in deze kwestie een proactieve rol te spelen;

7.  herhaalt zijn verzoek aan de EU en haar lidstaten om, in nauwe samenwerking met gelijkgestemde landen, te onderzoeken of er, in afwachting van een succesvolle verwijzing naar het ICC, een tribunaal voor oorlogsmisdaden in Syrië kan worden ingesteld;

8.  vraagt de lidstaten alle noodzakelijke maatregelen te nemen om vermoedelijke daders ter verantwoording te roepen, met name door het beginsel universele jurisdictie toe te passen en door een onderzoek en een vervolging in te stellen tegen EU‑onderdanen die verantwoordelijk zijn voor oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid in Syrië;

9.  vraagt de EU en haar lidstaten meer inspanningen te leveren om gerichte maatregelen, waaronder sancties, op te leggen aan personen en groeperingen, ook uit derde landen, en aan staten waarvan geloofwaardig is dat ze betrokken zijn bij grove schendingen zoals oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid;

10.  vraagt dat de namen van verdachten van misdrijven en bestaand bewijsmateriaal internationaal worden uitgewisseld tussen de nationale justitiële autoriteiten om strafrechtelijk onderzoek en vervolging te vergemakkelijken;

11.  vraagt de lidstaten te zorgen voor transparantie, verantwoordingsplicht en volledige inachtneming van het internationaal humanitair recht en het recht inzake de mensenrechten bij hun deelname aan internationale inspanningen van de coalitie en bij hun militaire samenwerking met de partijen bij het conflict;

12.  is ingenomen met en onderstreept het grote belang van de werkzaamheden van plaatselijke en internationale organisaties van het maatschappelijk middenveld op het gebied van het documenteren van mensenrechtenschendingen en het verzamelen van bewijsmateriaal van oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en andere misdrijven; vraagt de EU en haar lidstaten verdere steun te verlenen aan deze actoren;

13.  vraagt alle leden van de Internationale Steungroep voor Syrië de onderhandelingen te hervatten om een stabiel bestand te helpen bewerkstelligen en intensiever werk te maken van een duurzaam politiek akkoord in het land, dat bepalingen moet bevatten om na het conflict voor overgangsjustitie in Syrië te zorgen; steunt ten volle de inspanningen van de speciale gezant van de VN, Staffan de Mistura; herhaalt zijn oproep aan de VV/HV om opnieuw te proberen tot een gemeenschappelijke EU‑strategie voor Syrië te komen;

14.  benadrukt hoe belangrijk het is dat de EU en haar lidstaten plannen maken voor het herstel en de heropbouw van Syrië op de lange termijn, met onder meer maatregelen om verzoening te bevorderen, vertrouwen te wekken en de rechtsstaat te versterken;

15.  vraagt de EU en haar lidstaten steun te verlenen om de capaciteiten van de bevolking en het maatschappelijk middenveld van Syrië op te bouwen, onder andere met en door actoren die zich inzetten voor de mensenrechten, gelijkheid (met inbegrip van gelijkheid van vrouwen en mannen en de rechten van minderheden), democratie en zelfbeschikking, indien mogelijk in bevrijde gebieden in Syrië alsook voor Syrische vluchtelingen die in de regio of in Europa in ballingschap leven; benadrukt dat deze capaciteitsopbouw de Syriërs moet helpen om de transitie in goede banen te leiden (op gebieden zoals mediaregelgeving, decentralisatie, gemeentebesturen en de opstelling van een grondwet), rekening houdend met de behoeften en de rol van vrouwen;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, de Raad, de Commissie, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de speciale gezant voor Syrië van de VN/de Arabische Liga, en alle bij het conflict in Syrië betrokken partijen.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0382.

(2)

PB C 153 E van 31.5.2013, blz. 115.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0187.

Juridische mededeling - Privacybeleid