Procedure : 2016/2988(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1291/2016

Ingediende teksten :

B8-1291/2016

Debatten :

PV 30/11/2016 - 16
CRE 30/11/2016 - 16

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.21
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0476

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 257kWORD 53k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1285/2016
23.11.2016
PE593.727v01-00
 
B8-1291/2016

naar aanleiding van vragen met verzoek om mondeling antwoord B8-1812/2016, B8-1813/2016 en B8-1814/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de situatie in Italië na de aardbevingen (2016/2988(RSP))


Raffaele Fitto, Remo Sernagiotto, Andrew Lewer, Branislav Škripek, Tomasz Piotr Poręba, Ruža Tomašić namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Italië na de aardbevingen (2016/2988(RSP))  
B8-1291/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie(1),

–  gezien Verordening (EU) nr. 375/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot oprichting van het Europese vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening ("EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp")(2),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp(3),

–  gezien de conclusies van de Raad van 11 april 2011 over het verder ontwikkelen van risicobeoordelingen met het oog op de beheersing van rampen in de Europese Unie,

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 november 2008 met het oog op de versterking van de civielebeschermingsvermogens door middel van een Europees systeem voor wederzijdse bijstand op basis van de modulaire aanpak voor civiele bescherming (16474/08),

–  gezien zijn resolutie van 19 juni 2008 over versterking van het reactievermogen van de Unie bij rampen(4),

–  gezien de vragen aan de Commissie over de situatie in Italië na de aardbevingen (O-000139/2016 – B8-1812/2016, O-000140/2016 – B8-1813/2016 en O-000141/2016 – B8-1814/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Midden-Italië na de verwoestende aardbeving van 24 augustus 2016 nog drie keer is getroffen door ernstige aardbevingen en naschokken, op 26 oktober met een kracht van 5,5 en 6,1 op de schaal van Richter en op 30 oktober met een kracht van 6,5;

B.  overwegende dat Midden-Italië de afgelopen maanden is geteisterd door tal van schokken en naschokken; overwegende dat de schok die Italië op 30 oktober trof, de krachtigste aardbeving was die het land sinds 1980 heeft gekend;

C.  overwegende dat bij de recente aardbevingen meer dan 400 mensen gewond zijn geraakt en 290 mensen zijn omgekomen;

D.  overwegende dat de verwoestende aardbevingen een domino-effect zouden kunnen hebben waardoor 100 000 inwoners ontheemd zouden kunnen raken;

E.  overwegende dat als gevolg van de laatste aardbevingen steden zijn verwoest, lokale en regionale infrastructuur ernstig is beschadigd, historisch en cultureel erfgoed is vernietigd en schade is toegebracht aan economische activiteiten, met name aan kmo's, de landbouw en het potentieel van de toeristische sector en de horeca;

F.  overwegende dat er in de getroffen gebieden sprake is van een deformatie die zich uitstrekt over een gebied van ongeveer 130 vierkante kilometer, met een maximale verschuiving van ten minste 70 centimeter;

G.  overwegende dat de duurzame wederopbouw goed moet worden gecoördineerd om de economische en sociale verliezen op te vangen;

H.  overwegende dat bij de wederopbouw rekening moet worden gehouden met eerdere ervaringen en met de noodzaak om de getroffen inwoners veiligheid en stabiliteit te bieden en ervoor te zorgen dat zij in deze regio's kunnen blijven wonen, en overwegende dat de duurzame wederopbouw met de grootste spoed moet geschieden en moet worden gefaciliteerd met passende middelen, administratieve vereenvoudiging en transparantie;

I.  overwegende dat preventie ook een concreet actieprogramma voor informatieverspreiding, bewustmaking en educatie vereist;

1.  drukt zijn diepste medeleven en solidariteit uit met alle personen die door de aardbevingen zijn getroffen, alsook met hun families en met de Italiaanse nationale, regionale en lokale instanties die betrokken zijn bij de humanitaire hulpverlening na de ramp;

2.  waardeert de niet-aflatende inspanningen van de reddingsteams, de civiele bescherming, de vrijwilligers, de organisaties van het maatschappelijk middenveld en de lokale, regionale en nationale autoriteiten om levens te redden en de schade in de getroffen gebieden binnen de perken te houden;

3.  wijst op de zware economische gevolgen van de opeenvolgende aardbevingen en het spoor van vernieling dat zij hebben achtergelaten;

4.  merkt op dat andere lidstaten, Europese regio's en internationale spelers hun solidariteit hebben betoond door middel van wederzijdse bijstand in noodsituaties;

5.  wijst op de feilbaarheid van systemen die aardbevingen voorspellen en op de grote seismische activiteit in Zuidoost-Europa; merkt met bezorgdheid op dat de afgelopen 15 jaar duizenden mensen zijn omgekomen en honderdduizenden mensen dakloos zijn geworden door vernietigende aardbevingen in Europa;

6.  uit zijn bezorgdheid over het grote aantal ontheemden die zullen worden blootgesteld aan de barre weersomstandigheden van het komende winterseizoen; verzoekt de Commissie daarom alle noodzakelijke hulp te bieden aan de Italiaanse autoriteiten zodat zij behoorlijke levensomstandigheden kunnen waarborgen voor de mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt;

7.   benadrukt hoe belangrijk het EU-mechanisme voor civiele bescherming is om samenwerking tussen de nationale diensten voor civiele bescherming in moeilijke situaties in heel Europa te bevorderen en om de gevolgen van aardbevingen zoveel mogelijk te beperken; verzoekt de Commissie en de lidstaten de procedures voor de activering van het mechanisme verder te vereenvoudigen om het in de onmiddellijke nasleep van een ramp snel en doeltreffend ter beschikking te kunnen stellen;

8.  verzoekt de Commissie alle noodzakelijke maatregelen te treffen om snelle en doeltreffende financiering via het Solidariteitsfonds van de Europese Unie mogelijk te maken en te verstrekken;

9.  moedigt de Commissie aan om een Europees programma voor preventiecultuur te ontwikkelen, dat de gevolgen zou beperken van vaak dramatische natuurverschijnselen waaruit de extreme broosheid en kwetsbaarheid van een bepaald gebied blijkt;

10.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat alle beschikbare instrumenten in het kader van het Cohesiefonds en de regionale fondsen effectief worden gebruikt voor preventie, territoriale veiligheid, wederopbouw en alle andere noodzakelijke maatregelen, in volledige samenwerking met de Italiaanse nationale en regionale autoriteiten; verzoekt de Commissie te onderzoeken of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling kan worden gebruikt om steun te verlenen aan plattelandsgebieden en landbouwactiviteiten die door de aardbevingen zijn getroffen;

11.  verzoekt de Commissie alle initiatieven aan te moedigen met het oog op de uitvoering van een plan voor het herstel, de instandhouding, de bescherming en bevordering van historisch, artistiek en cultureel erfgoed dat door de recente aardbeving in Midden-Italië is beschadigd;

12.  verzoekt de Commissie, gezien het verzoek van de Italiaanse regering om flexibiliteit in het licht van deze uitzonderlijke en zeer ernstige situatie, erop toe te zien dat alle middelen die worden verstrekt of bestemd zijn om de situatie te verlichten, daadwerkelijk door de Italiaanse regering worden gebruikt voor dit specifieke doel;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Italiaanse regering en de regionale en lokale autoriteiten van de getroffen gebieden.

(1)

PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1.

(2)

PB L 122 van 24.4.2014, blz. 1.

(3)

PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1.

(4)

PB C 286 E van 27.11.2009, blz. 15.

Juridische mededeling - Privacybeleid