Procedure : 2016/3001(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1320/2016

Ingediende teksten :

B8-1320/2016

Debatten :

PV 01/12/2016 - 3
CRE 01/12/2016 - 3

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.24
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0479

VOORONTWERP VAN RESOLUTIE
PDF 259kWORD 51k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1310/2016
28.11.2016
PE593.757v01-00
 
B8-1320/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2016/3001(RSP))


Hilde Vautmans, Ivan Jakovčić namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in de Democratische Republiek Congo (2016/3001(RSP))  
B8-1320/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC), met name die van 9 juli 2015, 17 december 2015, 10 maart 2016 en 23 juni 2016, alsook het debat zonder resolutie van 10 oktober 2016,

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 15 juni 2016 over de situatie aan de vooravond van de verkiezingen en de veiligheidssituatie in de DRC,

–  gezien de verklaring van de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 20 september 2016 over de situatie in de Democratische Republiek Congo, waarin wordt opgeroepen tot kalmte om de crisis via dialoog en met eerbiediging van de grondwet op te lossen,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en van haar woordvoerder over de situatie in de Democratische Republiek Congo, met name die van 23 november 2016 over de huidige inspanningen in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de Democratische Republiek Congo, met name resolutie 2198(2015) over de verlenging van de sancties tegen de Democratische Republiek Congo en het mandaat van de groep van deskundigen,

–  gezien resolutie 2277 van de VN-Veiligheidsraad, waarin wordt gewezen op het belang van het vinden van een consensus tussen alle politieke actoren, het maatschappelijk middenveld en de religieuze gemeenschappen alsook van de beginselen van het Afrikaans handvest inzake democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien de herziene Partnerschapsovereenkomst van Cotonou,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien het Afrikaans handvest inzake democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien de grondwet van de Democratische Republiek Congo van 18 februari 2006,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de regeringspartij en de president van de Republiek de hoofdverantwoordelijken zijn voor de steeds terugkerende conflicten en het aanhoudende geweld omdat zij hoe dan ook aan de macht willen blijven na 19 december 2016, waardoor zij de letter en de geest van de grondwet schenden;

B.  overwegende dat president Kabila in september 2015 de start van een nationale dialoog heeft aangekondigd, die zijn tegenstanders van de oppositie hebben bestempeld als een administratief en technisch manoeuvre om de verkiezingen te vertragen;

C.  overwegende dat de presidents- en parlementsverkiezingen, die in november 2016 hadden moeten plaatsvinden, zijn uitgesteld tot april 2018 door de overeenkomst van 18 oktober 2016 van de "inclusieve politieke nationale dialoog" tussen de presidentiële meerderheid en een fractie van de oppositie en het maatschappelijk middenveld, die is tot stand gekomen door bemiddeling van de heer Edem Kodjo;

D.  overwegende dat de zogenaamde inclusieve dialoog werd geboycot door een groot deel van de oppositie – de UDPS (Unie voor democratie en sociale vooruitgang), de G7, La Dynamique en de MLC (Beweging voor de bevrijding van Congo), gegroepeerd in de beweging "Rassemblement"; overwegende dat deze situatie heeft geleid tot toenemende politieke spanningen, onrust en geweld in het hele land;

E.  overwegende dat de werkzaamheden van de "dialoog" tijdelijk moesten worden geschorst vanwege de toegestane demonstraties van 19 en 20 september 2016, die de oppositie en het maatschappelijk middenveld hebben georganiseerd om te eisen dat de presidentsverkiezingen binnen de grondwettelijke termijn zouden plaatsvinden; overwegende dat de ordediensten deze demonstraties van 19 en 20 september 2016 met geweld hebben onderdrukt en dat daarbij volgens de officiële cijfers 37 doden zijn gevallen en volgens de oppositie meer dan 100;

F.  overwegende dat de overeenkomst van 18 oktober 2016 niet voor de gewenste stabiliteit heeft gezorgd, vanwege het gebrek aan inclusiviteit, de lange overgangsperiode en de onzekerheid betreffende de eerbiediging van de grondwet en de kieswet;

G.  overwegende dat de onafhankelijke nationale kiescommissie (CENI) de nodige stappen moet ondernemen om haar geloofwaardigheid te herstellen;

H.  overwegende dat er volgens de beschikbare informatie sprake is van een toename van ernstige schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht door de leden van de strijdkrachten van de Democratische Republiek Congo (FARDC), de nationale inlichtingendienst, de republikeinse wacht en de Congolese nationale politie, met name tegen leden van de oppositie en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld in het kader van het verkiezingsproces, wat leidt tot een beperking van de democratische ruimte en van het politieke spectrum in het land;

I.  overwegende dat de aanhoudende toename van de schendingen van de mensenrechten en de onderdrukking van opposanten ook de persvrijheid hebben aangetast, zoals blijkt uit de moord op een journalist van de Congolese nationale radio en televisie (RTNC) en de onderbreking van de signalen van radiozenders zoals Radio France Internationale (RFI), Voice of America, de BBC, de Franstalige Belgische radio RTBF en Radio Okapi van de VN;

J.  overwegende dat de minister van Communicatie na deze ontoelaatbare beperking van de vrijheid van meningsuiting op 5 november 2016 een decreet heeft ondertekend tot wijziging van de regels voor de verspreiding van buitenlandse media in de DRC, waarbij deze media de facto onder rechtstreeks toezicht van de staat worden geplaatst;

K.  overwegende dat de DRC nu op plaats 152 van 180 staat in de wereldindex voor persvrijheid 2016 van Verslaggevers zonder Grenzen;

L.  overwegende dat het steeds grotere geweld en de steeds frequentere schendingen van de mensenrechten en het internationaal recht, in het bijzonder de gerichte acties en willekeurige arrestaties, nefaste gevolgen hebben voor alle inspanningen om de situatie in de Democratische Republiek Congo te regelen en te stabiliseren;

M.  overwegende dat Fréderic Boyenga Bofala, de voorzitter van een oppositiepartij, die contacten onderhield met meerdere leden van de presidentiële meerderheid en de oppositie om het standpunt te verdedigen dat een inclusievere dialoog noodzakelijk is, op 17 november 2016 samen met zijn lijfwacht door de veiligheidstroepen is ontvoerd, en dat beide mannen sindsdien vermist zijn;

N.  overwegende dat de toespraak van president Kabila van 15 november 2016 over de staat van het land niet overtuigend was en dat er zelfs veel scepsis blijft bestaan bij de leden van de beweging "Rassemblement", die nochtans bereid zijn een daadwerkelijk inclusieve dialoog aan te gaan en een politieke oplossing te vinden die eventueel voorziet in een overgangsperiode met ernstige garanties ten aanzien van de naleving van de grondwet;

O.  overwegende dat de nationale bisschoppenconferentie van Congo (CENCO), die haar goede diensten heeft aangeboden om bij te dragen aan een brede consensus – die onontbeerlijk is – op basis van de overeenkomst van 18 oktober 2016, niet is aangemoedigd door de toespraak van president Kabila;

P.  overwegende dat de benoeming van een nieuwe premier op 17 november 2016 en de installatie van een nieuwe regering in de DRC plaatsvinden op een kritiek moment, nauwelijks een paar weken vóór de grondwettelijke termijn van 19 december 2016;

Q.  overwegende dat de regering onmiddellijk na 19 december in het kader van een tijdelijke en inclusieve structuur de nodige maatregelen moet nemen voor de organisatie van geloofwaardige, transparante en vreedzame verkiezingen en het beheer van de lopende en dringende zaken moet waarborgen;

1.  herinnert de autoriteiten van de Democratische Republiek Congo en in de eerste plaats haar president eraan dat het hun verantwoordelijkheid is de burgers op het gehele nationale grondgebied te beschermen, met name tegen elk misbruik en alle misdrijven, en hun regeringsopdracht uit te oefenen met de striktste inachtneming van de rechtsstaat;

2.  herhaalt zijn engagement en zijn vastberadenheid om elke aantasting van de mensenrechten aan te klagen en de rechten en de vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging, alsook de vrijheid van de pers, van alle burgers van de DRC te verdedigen; veroordeelt met klem de ontsporingen en de bloedige onderdrukking bij de toegestane, vreedzame demonstratie op 19 september 2016 en de dag erna;

3.  eist de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle gewetensgevangenen alsook de intrekking van de aanklachten tegen hen; dringt aan op een grondig, transparant en onafhankelijk onderzoek naar alle misdaden en misbruiken in het land en eist dat de verantwoordelijken, ongeacht hun politieke positie, voor de rechter moeten verschijnen om zich voor hun daden te verantwoorden;

4.  verwerpt de maatregelen tegen de buitenlandse media en verlangt dat deze onmiddellijk worden ingetrokken; vraagt dat er een einde wordt gesteld aan elke vorm van intimidatie of pesterijen van binnen- en buitenlandse journalisten;

5.  verzoekt alle politieke partijen en organisaties van het maatschappelijk middenveld zich terughoudend op te stellen om te voorkomen dat het land in een nog grotere politieke crisis wordt gestort, wat humanitaire gevolgen zou hebben die de instabiliteit in de regio kunnen doen toenemen;

6.  steunt volledig de bemiddelingsinspanningen van de CENCO om een werkelijk inclusieve overeenkomst te bereiken die de goedkeuring van de gehele bevolking geniet;

7.  herinnert aan resolutie 2217 van de VN-Veiligheidsraad, waarin wordt gewezen op het belang van het vinden van een consensus tussen alle politieke actoren, het maatschappelijk middenveld en de religieuze gemeenschappen; dringt er bij de internationale gemeenschap, en met name de EU en haar lidstaten, op aan in de zin van deze resolutie op te treden om bij te dragen aan een vreedzaam politiek klimaat, dat essentieel is voor een constructieve samenwerking tussen de Congolese regering en de oppositie om de crisis te boven te komen;

8.  moedigt de president aan maatregelen te nemen om de politieke spanning te verminderen en in te stemmen met de politieke dialoog in het kader van artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de ACS-EU-Raad, de secretaris-generaal van de VN, de VN-Mensenrechtenraad, en de president, de premier en het parlement van de Democratische Republiek Congo.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid