Procedure : 2017/2510(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0124/2017

Ingediende teksten :

B8-0124/2017

Debatten :

PV 01/02/2017 - 16
CRE 01/02/2017 - 16

Stemmingen :

PV 02/02/2017 - 7.6
CRE 02/02/2017 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0017

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 178kWORD 47k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0120/2017
25.1.2017
PE598.435v01-00
 
B8-0124/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de crisis van de rechtstaat in de Democratische Republiek Congo en in Gabon (2017/2510(RSP))


Rolandas Paksas, Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Piernicola Pedicini namens de EFDD-Fractie

Ontwerpresolutie van het Europees Parlement over de crisis van de rechtstaat in de Democratische Republiek Congo en in Gabon (2017/2510(RSP))  
B8-0124/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien de politieke akkoorden die in de Democratische Republiek Congo (DRC) gesloten werden op 18 oktober en 31 december 2016,

–  gezien de grondwet van de DRC,

–  gezien resolutie 2277 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties,

–  gezien voorzittersverklaring S/PRST/2017/1 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad over de Democratische Republiek Congo van 17 oktober 2016,

–  gezien de verklaring van de EU over de situatie in de Democratische Republiek Congo van 12 december 2016,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de secretaris-generaal van de VN naar aanleiding van de bekendmaking van de voorlopige verkiezingsuitslag in Gabon van 31 augustus 2016,

–  gezien de gezamenlijke verklaringen over Gabon van de woordvoerders van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, en de commissaris voor internationale samenwerking en ontwikkeling, Neven Mimica, van 11 en 17 september 2016 en naar aanleiding van de bekendmaking door het Grondwettelijk Hof van Gabon van de definitieve uitslagen van de presidentsverkiezingen, van 24 september 2016,

–  gezien de persmededeling van de Afrikaanse Unie van 1 september 2016 waarin het geweld in het na de verkiezingen in Gabon uitgebroken conflict wordt veroordeeld en wordt opgeroepen tot een vreedzame schikking,

–  gezien het ondertekende memorandum van overeenstemming tussen de Republiek Gabon en de Europese Unie over de verkiezingswaarnemingsmissie (EOM) van de Europese Unie naar Gabon,

–  gezien de verklaring van het hoofd van de EOM naar Gabon over de uitslag van de verkiezingen, met name in de provincie Haut-Ogooué,

–  gezien het eindverslag van de EOM naar Gabon,

–  gezien het Internationaal handvest van de rechten van de mens van de VN,

–  gezien de herziene Partnerschapsovereenkomst van Cotonou,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de rechtsstaat, verantwoordingsplicht, eerbiediging van de mensenrechten en vrije en eerlijke verkiezingen essentiële onderdelen zijn van elke goed functionerende democratie; overwegende dat deze onderdelen onder zware druk staan in bepaalde landen in Afrika ten zuiden van de Sahara, waaronder de DRC en Gabon; overwegende dat de Ibrahim-index voor bestuur in Afrika van 2016 aantoont dat een algehele verslechtering van de veiligheid en de rechtsstaat de afgelopen tien jaar verbeteringen in het algemene bestuur in Afrika heeft geremd;

B.  overwegende dat de verplichting om de rechtsstaat te handhaven een integraal onderdeel vormt van de algemene goede governance en democratie die de Afrikaanse staatshoofden en regeringsleiders hebben beloofd, zoals vastgelegd in het Oprichtingsverdrag van de Afrikaanse Unie;

C.  overwegende dat regeringen legitimiteit verkrijgen dankzij duidelijk en inclusief gedefinieerde politieke kaders;

Democratische Republiek Congo

D.  overwegende dat in december 2016 minstens 40 mensen werden vermoord door politie en soldaten in de DRC; overwegende dat een meerderheid van deze mensen aan het betogen was tegen president Joseph Kabila wegens zijn weigering af te treden aan het einde van zijn ambtstermijn op 19 december; overwegende dat 107 mensen gewond of mishandeld werden en dat er minstens 460 arrestaties gebeurden;

E.  overwegende dat in Kinshasa in september 2016 54 betogers, die de president opriepen om de grondwettelijke termijn te respecteren, werden vermoord door militairen en veiligheidspersoneel die buitensporig geweld gebruikten; overwegende dat nog niemand hiervoor ter verantwoording werd geroepen;

F.  overwegende dat de DRC ondanks een grote rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen behoort tot de minst ontwikkelde landen ter wereld: zo heeft 9 op de 10 inwoners dringend behoefte aan humanitaire bijstand, overleeft 10 % van de bevolking op minder dan 1,25 USD per dag en heeft 50 % geen toegang tot veilig water, zijn meer dan 70 gewapende groepen actief en zijn er naar schatting 1,9 miljoen ontheemden; overwegende dat een bijkomende klap voor de reeds zwakke instellingen rampzalige humanitaire gevolgen zou kunnen hebben;

G.  overwegende dat donoren en de bedrijfswereld het vertrouwen verliezen in de DRC als investeringsmogelijkheid, waardoor investeringen en humanitaire bijstand teruglopen; overwegende dat de reacties op de VN-oproepen voor de DRC de afgelopen vijf jaar stelselmatig zijn afgenomen, wat wijst op een groeiende donormoeheid; overwegende dat institutionele instabiliteit deze reeds zorgwekkende tendens alleen maar kan doen toenemen;

H.  overwegende dat op 31 december 2016 een akkoord tussen de politieke krachten werd bereikt in Kinshasa; overwegende dat dit akkoord voorziet in de eerste vreedzame machtsoverdracht in het land sinds 1960, de vorming van een overgangsregering van nationale eenheid, de organisatie van verkiezingen voor het einde van 2017 en het aftreden van president Kabila; overwegende dat het akkoord verhindert dat president Kabila de grondwet kan veranderen om een derde ambtstermijn toe te voegen, en bepaalt dat hij een eerste minister moet aanduiden uit de oppositie om toezicht te houden tijdens de overgangsfase;

I.  overwegende dat de Europese Raad op 12 december 2016 sancties heeft vastgesteld tegen 7 personen uit de DRC;

Gabon

J.  overwegende dat in Gabon op 27 augustus 2016 presidentsverkiezingen werden gehouden; overwegende dat de zittende president, Ali Bongo, volgens de resultaten die door de nationale kiescommissie (CENAP) verstrekt werden, de verkiezingen gewonnen heeft met ongeveer 5 600 stemmen meer dan zijn belangrijkste tegenkandidaat, Jean Ping; overwegende dat er een aanklacht werd ingediend bij het Grondwettelijk Hof van Gabon wegens vermeende onregelmatigheden bij de verkiezingen, alsmede een verzoek om hertelling; overwegende dat de heer Bongo (57 jaar oud), niettegenstaande de kritiek, na de door het Hof bevolen hertelling toch de winnaar bleek van de presidentsverkiezingen van augustus;

K.  overwegende dat internationale waarnemers, waaronder de verkiezingswaarnemingsmissie (EOM) van de EU, toezicht hielden op de presidentsverkiezingen; overwegende dat de EOM in zijn analyse van de einduitslag van de presidentsverkiezingen duidelijke onregelmatigheden aantrof, met name in de thuisprovincie van president Bongo, Haut-Ogooué; overwegende dat de genoemde onregelmatigheden onder meer een weigering tot hertelling omvatten, alsook de verbranding van stembiljetten in reactie op een verzoek van de Afrikaanse Unie om de stemverdeling te publiceren, opgesplitst per stembureau;

L.  overwegende dat de EOM herhaaldelijk het doelwit was van intimidatie tijdens zijn werkzaamheden in Gabon, met name via een intense lastercampagne in de pers; overwegende dat president Bongo zelf scherpe kritiek heeft geuit over de missie nadat vraagtekens werden geplaatst bij zijn nipte overwinning;

M.  overwegende dat na de bekendmaking van de verkiezingsuitslag rellen uitbraken tussen aanhangers van de oppositie en de veiligheidstroepen in de hoofdstad, Libreville, en in andere grote steden, waarbij zeven doden vielen, tientallen personen werden verwond en duizenden werden gevangengenomen; overwegende dat de Gabonese veiligheidstroepen het hoofdkwartier van oppositiekandidaat Jean Ping hebben bestormd, de toegang tot internet werd afgesloten, en er naar verluidt talloze schendingen van de mensenrechten zijn geweest als gevolg van de politieke situatie; overwegende dat de Gabonese veiligheidstroepen er door internationale ngo's van worden beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor deze daden;

N.  overwegende dat de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof op 30 september 2016 heeft verklaard een initieel onderzoek te openen naar de postelectorale onrust in Gabon;

O.  overwegende dat president Bongo op 5 januari 2017 aankondigde een nationale dialoog te zullen samenroepen, gericht op verzoening in het land; overwegende dat leden van de oppositie in december een eigen conferentie hielden, waarbij Jean Ping, oppositieleider en als tweede geëindigd bij de verkiezingen, zichzelf tot nieuwgekozen president benoemde en scherpe kritiek uitte aan het adres van de regering, waarbij hij de bevolking in Gabon opriep "om hun lot in eigen handen te nemen" en nieuwe protesten te plannen;

1.  merkt met grote bezorgdheid op dat de eerbiediging van de rechtsstaat in Afrika stelselmatig terugloopt, aangezien uit indexen blijkt dat de situatie voor ongeveer 70 % van de Afrikanen de afgelopen 10 jaar is verslechterd; benadrukt dat de mensenrechten, de rechtsstaat en de democratie onderling verweven en wederzijds versterkend zijn;

2.  benadrukt dat het de primaire taak van een natie en haar ambtenaren is om haar burgers te beschermen en zich te houden aan de internationale verplichtingen om het recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering te verzekeren, en roept de wetshandhavers daarom op nooit vuurwapens of buitensporig geweld te gebruiken tegen vreedzame demonstranten;

Democratische Republiek Congo

3.  veroordeelt het geweld en de moorden op burgers in de DRC; betreurt dat niemand voor het gerecht is gebracht voor de incidenten van september; roept op om een grondig onderzoek te starten naar de gebeurtenissen die hebben geleid tot het buitensporige gebruik van geweld en het verlies van mensenlevens, zodat dat de verantwoordelijken verantwoording moeten afleggen;

4.  verwelkomt het akkoord tussen de politieke machten dat dankzij de bemiddeling van de nationale bisschoppenconferentie op 31 december 2016 is bereikt en dat voortbouwt op het politieke akkoord dat in oktober onder toezicht van de Afrikaanse Unie werd bereikt; spoort de politieke partijen die het akkoord niet hebben ondertekend aan om dit alsnog te doen, en nodigt alle politieke stakeholders uit tot samenwerking om de hangende kwesties op te lossen en het akkoord volledig en vlot ten uitvoer te leggen, in overeenstemming met de grondwet van de DRC en resolutie 2277(2016) van de VN-Veiligheidsraad; benadrukt dat vrouwen betrokken moeten worden bij de tenuitvoerlegging van het akkoord;

5.  roept de autoriteiten op om voort te gaan met het updaten van de kiezerslijst, met de logistieke en technische steun van de stabilisatiemissie van de VN naar de DRC (MONUSCO), en om alle nodige maatregelen te treffen om een omgeving te creëren waarin vóór december 2017 vrije, eerlijke en geloofwaardige verkiezingen gehouden kunnen worden;

6.  prijst de constructieve houding van regionale organisaties en andere landen in de regio bij het bereiken van het akkoord; roept de Afrikaanse Unie en de EU-delegatie van het land op om nauw toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van het akkoord en om op verzoek ondersteuning te bieden;

7.  roept de internationale gemeenschap en de internationale donoren op om het overgangsproces zowel politiek als financieel te begeleiden; roept de EU en haar lidstaten op steun te blijven verlenen aan de bevolking van de DRC, om de levensomstandigheden van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen te verbeteren en de gevolgen van ontheemding, voedselgebrek en natuurrampen op te vangen;

8.  roept de lidstaten op om maatregelen te treffen om het risico op geweld te verkleinen, evenwel zonder de vrijheid van vereniging te beperken; roept de politieke partijen op om te goeder trouw te handelen en zich te onthouden van daden die spanningen zouden kunnen creëren;

Gabon

9.  is uitermate bezorgd over het geweld dat volgde op de bekendmaking van de voorlopige uitslag van de presidentsverkiezingen van 2016; roept alle Gabonese stakeholders op om gebruik te maken van de wettelijk vastgelegde kanalen om alle geschillen over de uitslag van de verkiezingen op te lossen, en om af te zien van daden en verklaringen waardoor het geweld zou kunnen escaleren;

10.  is ervan overtuigd dat er een echte scheiding van de machten moet zijn tussen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht, teneinde een sterker democratisch stelsel in Gabon te verzekeren;

11.  veroordeelt met klem alle willekeurige arrestaties, illegale opsluiting en politieke intimidatie, en alle beperkingen van de vrijheid van meningsuiting, zowel voorafgaand aan als na de presidentsverkiezingen; roept op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle gevangengenomen vreedzame betogers, journalisten en politieke tegenstanders, omdat hun opsluiting een rechtstreeks gevolg is van een legitieme uitoefening van hun fundamentele rechten en vrijheden;

12.  roept de Gabonese autoriteiten op ervoor te zorgen dat de veiligheidsdiensten in overeenstemming met de beginselen van de rechtsstaat en met volledige eerbiediging van de mensenrechten handelen; benadrukt dat alle meldingen van schendingen van de mensenrechten correct en grondig moeten worden onderzocht en dat de verantwoordelijken voor het gerecht moeten worden gebracht;

13.  veroordeelt alle daden van intimidatie tegen de leden van de EOM van de EU; spoort de Gabonese autoriteiten aan om de aanbevelingen van het eindverslag van de EOM volledig uit te voeren; betreurt ten zeerste dat de EOM, ondanks het ondertekende memorandum van overeenstemming dat samen met de Gabonese regering ondertekend werd, geen of slechts beperkt toegang tot de officiële notulen kreeg, terwijl dit noodzakelijk is om de correctheid van de presidentiële verkiezingsprocedure na te gaan; is van oordeel dat hieruit een grote tekortkoming van de verkiezingsprocedure in Gabon blijkt;

14.  verwelkomt de bemiddelingsinspanningen van de Afrikaanse Unie om het postelectorale conflict te helpen oplossen, en roept de EU- en ACS-landen op om in samenwerking met de VN en de Afrikaanse Unie nauw toezicht te blijven uitoefenen op de algemene situatie in Gabon en om melding te maken van alle gevallen van schendingen van de mensenrechten en fundamentele vrijheden;

15.  is van oordeel dat de huidige grote politieke en maatschappelijke verdeeldheid in Gabon een duidelijk politiek antwoord noodzakelijk maakt, teneinde de stabiliteit van het land te bewaren, meer vertrouwen te creëren onder de burgers in Gabon, en de instellingen daadwerkelijk legitiem te maken; verwelkomt het voorstel van president Bongo om een nationale dialoog samen te roepen om het land te verzoenen; benadrukt dat deze dialoog te goeder trouw en op een inclusieve en constructieve manier gevoerd moet worden; betreurt de weigering van Jean Ping om aan deze nationale dialoog deel te nemen;

16.  spoort de regering van Gabon aan om een alomvattende en snelle hervorming van de kiesprocedure door te voeren, teneinde de procedure te verbeteren en volledig transparant en geloofwaardig te maken; benadrukt dat de Gabonese autoriteiten hun bereidheid moeten tonen om constructief samen te werken met de internationale partners om te verzekeren dat de volgende parlementsverkiezingen plaatsvinden in een vrije en transparante omgeving;

17.  verzoekt de regering van Gabon het Afrikaans handvest inzake democratie, verkiezingen en bestuur te ratificeren en na te leven;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de regeringen en parlementen van de DRC en Gabon, de ACS-EU-Raad van ministers, de Commissie, de Raad, de Oost-Afrikaanse Gemeenschap en de regeringen van haar lidstaten, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, de instellingen van de Afrikaanse Unie en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

Juridische mededeling - Privacybeleid