Procedure : 2017/2510(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0125/2017

Ingediende teksten :

B8-0125/2017

Debatten :

PV 01/02/2017 - 16
CRE 01/02/2017 - 16

Stemmingen :

PV 02/02/2017 - 7.6
CRE 02/02/2017 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0017

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 262kWORD 48k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0120/2017
25.1.2017
PE598.436v01-00
 
B8-0125/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de crisis van de rechtsstaat in de Democratische Republiek Congo en in Gabon (2017/2510(RSP))


Michèle Rivasi, Judith Sargentini, Igor Šoltes, Maria Heubuch, Bodil Valero namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de crisis van de rechtsstaat in de Democratische Republiek Congo en in Gabon (2017/2510(RSP))  
B8-0125/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC),

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 18 mei 2011 over uitdagingen voor de toekomst van de democratie en de eerbiediging van de grondwettelijke orde in de ACS- en EU-landen,

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 15 juni 2016 over de situatie aan de vooravond van de verkiezingen en de veiligheidssituatie in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de gezamenlijke persverklaring van 16 februari 2016 van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie, de Europese Unie en de Internationale Organisatie van de Francofonie,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en haar woordvoerder over de situatie in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaringen van de delegatie van de Europese Unie in de Democratische Republiek Congo over de mensenrechtensituatie in het land, het verkiezingsproces en de zogenoemde nationale dialoog,

–  gezien de conclusies van de Raad van 12 december 2016, 17 oktober 2016 en 23 mei 2016 over de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaring van 2 september 2015 van de groep van internationale gezanten en vertegenwoordigers voor het gebied van de Grote Meren in Afrika over de verkiezingen in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien het gezamenlijke persbericht van 12 februari 2015 van de speciale rapporteur van de Afrikaanse Unie inzake mensenrechtenverdedigers en de speciale rapporteur van de Afrikaanse Unie inzake gevangenissen en detentieomstandigheden in Afrika over de mensenrechtensituatie na de gebeurtenissen rond de wijziging van de kieswet in de DRC,

–  gezien het verslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 27 juli 2015 over de mensenrechtensituatie en de activiteiten van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien het tussentijdse verslag van 28 december 2016 van de deskundigengroep van de VN inzake de Democratische Republiek Congo,

–  gezien het tijdens de 624e vergadering van de Raad voor vrede en veiligheid van de Afrikaanse Unie van 13 september 2016 vastgestelde besluit inzake de situatie in Gabon na de verkiezingen,

–  gezien de aan de woordvoerder van de secretaris-generaal van de VN toe te schrijven verklaring van 31 augustus 2016 naar aanleiding van de bekendmaking van de voorlopige verkiezingsuitslag in de Republiek Gabon,

–  gezien de gezamenlijke verklaringen van de woordvoerders van de VV/HV, Federica Mogherini, en de commissaris voor internationale samenwerking en ontwikkeling, Neven Mimica, over Gabon, van 11 en 17 september 2016, en naar aanleiding van de bekendmaking door het Grondwettelijk Hof van Gabon van de definitieve uitslagen van de presidentsverkiezingen, van 24 september 2016,

–  gezien de persmededeling van de Afrikaanse Unie van 1 september 2016 waarin het geweld in het na de verkiezingen in Gabon uitgebroken conflict wordt veroordeeld en wordt opgeroepen tot een vreedzame schikking,

–  gezien de ACS-verklaring van 2 september 2016 over de situatie in Gabon,

–  gezien de verklaring van het hoofd van de verkiezingswaarnemingsmissie van de EU naar Gabon over de uitslag van de verkiezingen, met name in de provincie Haut-Ogooué,

–  gezien de verkiezingswaarnemingsmissie van Afrikaanse juristen in opdracht van de Afrikaanse Unie,

–  gezien de grondwet van Gabon,

–  gezien de kieswet van Gabon,

–  gezien besluit nr. 052/CC van 23 september 2016 waarin de uitslag wordt medegedeeld van de verkiezing van de president van de Republiek Gabon van 27 augustus 2016,

–  gezien het ondertekende memorandum van overeenstemming tussen de Republiek Gabon en de Europese Unie over de verkiezingswaarnemingsmissie van de EU (EOM),

–  gezien de Partnerschapsovereenkomst van Cotonou die op 23 juni 2000 werd ondertekend en op 25 juni 2005 en 22 juni 2010 werd herzien,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat zowel Gabon als de DRC zijn geconfronteerd met grote crises omtrent de organisatie van de presidentsverkiezingen;

B.  overwegende dat de presidentsverkiezingen in de DRC in 2016 hadden moeten plaatsvinden, maar dat zij op elk mogelijke wijze werden uitgesteld zodat president Kabila aan de macht kon blijven;

C.  overwegende dat de presidentsverkiezingen in Gabon plaatsvonden in augustus 2016 en dat president Bongo daarbij tot winnaar werd uitgeroepen, ondanks ernstige bedenkingen bij de resultaten in de geboortestreek van Bongo, Haut-Ogooué, waardoor de officiële verkiezingsuitslag de andere kant op kantelde nadat tegenstander Ping in alle andere regio's had gewonnen;

D.  overwegende dat de constitutionele crisis in de DRC nog steeds gepaard gaat met ernstige onderdrukking van de oppositie, intimidatie van mensenrechtenverdedigers, moord op en mishandeling van demonstranten, verdwijningen, eenzame opsluiting en beknotting van de media;

E.  overwegende dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering in het land ernstig zijn ingeperkt, onder meer door het gebruik van buitensporig geweld tegen vreedzame demonstranten, journalisten, politieke leiders en anderen die zich verzetten tegen pogingen om president Kabila in staat te stellen langer aan de macht te blijven dan de in de grondwet vastgelegde twee termijnen;

F.  overwegende dat veiligheidstroepen in de Congolese hoofdstad Kinshasa ten minste 20 demonstranten hebben doodgeschoten die de straat opgingen om het aftreden van Kabila te eisen na afloop van zijn constitutionele ambtstermijn;

G.  overwegende dat eerdere protesten tegen het aanblijven van president Kabila in september 2016 leidden tot gewelddadig optreden tegen demonstranten en oppositieleden; overwegende dat de VN melding maakt van 422 slachtoffers van mensenrechtenschendingen door overheidsfunctionarissen in Kinshasa, waarbij 48 mensen omkwamen en 143 mensen gewond raakten, acht journalisten en 288 anderen werden gearresteerd en onrechtmatig werden vastgehouden, terwijl panden van politieke partijen werden vernield;

H.  overwegende dat de regerende partij in Congo, de Alliantie van de presidentiële meerderheid (AMP), en de voornaamste coalitie van oppositiepartijen, de Groepering van krachten voor sociale en politieke verandering, op 31 december 2016 een belangrijk politiek akkoord hebben ondertekend na gesprekken onder bemiddeling van de nationale bisschopsconferentie van Congo, waarin een politieke oplossing voor de verkiezingscrisis wordt geschetst; overwegende dat met dit akkoord de ambtstermijn van president Kabila wordt verlengd tot de verkiezing van een opvolger vóór eind 2017;

I.  overwegende dat de onderhandelingen tussen de regerende partij en de oppositiepartijen inzake de regels voor de uitvoering van dit akkoord moeten worden voortgezet;

J.  overwegende dat de EU-verkiezingswaarnemers in Gabon slechts beperkte toegang hadden tot de stemdocumenten en zich beklaagden over duidelijke onregelmatigheden en tekortkomingen in het kiesstelsel; overwegende dat de missie blootstond aan herhaalde intimidatie, met name in de vorm van een zeer intensieve lastercampagne in de pers, en ook geconfronteerd is met ernstige bedreigingen en zware druk van de Gabonese autoriteiten, die een aanklacht hebben ingediend over en een onderzoek hebben verricht naar de werkzaamheden van het EOM, teneinde het verslag van de missie in een kwaad daglicht te stellen;

K.  overwegende dat zowel de AU als de Economische Gemeenschap van Centraal-Afrikaanse Staten ertoe hebben opgeroepen de uitslagen voor elk stembureau afzonderlijk bekend te maken;

L.  overwegende dat de Gabonese autoriteiten niet aan dit verzoek hebben voldaan en er in plaats daarvan stembiljetten zijn verbrand, waardoor het erg moeilijk is de officiële verkiezingsuitslag te verifiëren;

M.  overwegende dat het Grondwettelijk Hof, onder voorzitterschap van een familielid van de officiële verkiezingswinnaar Ali Bongo, de officiële verkiezingsuitslag geldig heeft verklaard;

N.  overwegende dat de crisis na afloop van de verkiezingen volgens mensenrechtenorganisaties heeft geleid tot een aanzienlijke verslechtering van de mensenrechtensituatie in Gabon, gekenmerkt door een toename van geweld onder de burgerbevolking, doelgerichte arrestaties door de autoriteiten en aanvallen op de persvrijheid, zoals die waardoor oppositiekrant Échos du Nord werd getroffen op 3 november 2016;

O.  overwegende dat de bekendmaking van de voorlopige uitslag heeft geleid tot demonstraties in de twee grootste steden van Gabon, Libreville en Port-Gentil, en tot een uitbraak van geweld die enkele dagen heeft geduurd;

P.  overwegende dat demonstranten het parlement en het televisiestation van de regering in brand hebben gestoken;

Q.  overwegende dat de Gabonese veiligheidstroepen geweld hebben gebruikt tegen demonstranten, waarbij ten minste vijf personen om het leven zijn gekomen (volgens sommige bronnen wel honderd), het hoofdkwartier van de oppositie hebben bestormd en zijn overgegaan tot vele arrestaties, en dat tientallen personen weken later nog steeds vastzaten;

R.  overwegende dat de Gabonese veiligheidstroepen eerder geweld hebben gebruikt tegen vreedzame demonstranten, bijvoorbeeld op 23 juli 2016, en maatschappelijke activisten en leden van de oppositie hebben gearresteerd;

1.  veroordeelt de ernstige schendingen van de rechtsstaat, met inbegrip van de grondwettelijke bepalingen inzake het houden van verkiezingen, die zich in zowel de DRC als Gabon hebben voorgedaan;

2.  wijst nogmaals op de relevante bepalingen in onder andere de oprichtingsakte van de Afrikaanse Unie, het Protocol inzake de oprichting van de Raad voor vrede en veiligheid en het Afrikaanse Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur;

3.  is van oordeel dat alle geconstateerde manipulaties slechts ten doel hadden dat de presidenten Kabila en Bongo aan de macht konden blijven;

4.  veroordeelt ten zeerste het gebruikte geweld, de schendingen van de mensenrechten, de willekeurige arrestaties en wederrechtelijke vrijheidsberoving, de politieke intimidatie van het maatschappelijk middenveld en leden van de oppositie, alsmede de schendingen van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in de aanloop naar en na afloop van de presidentsverkiezingen in Gabon en gedurende de afgelopen twee jaar in de DRC; dringt aan op de vrijlating van alle politieke gevangenen; beschouwt deze ontwikkelingen als ernstige schendingen van de fundamentele waarden van de Overeenkomst van Cotonou;

5.  is ingenomen met het tussen de Congolese partijen bereikte akkoord waarin een oplossing voor de huidige crisis wordt geschetst; blijft echter terughoudend ten aanzien van de wil van president Kabila en zijn regerende partij om het akkoord naar behoren ten uitvoer te leggen;

6.  dringt er daarom bij president Kabila op aan de voorwaarden van het akkoord te eerbiedigen en toestemming te geven voor de organisatie van presidentsverkiezingen in 2017, waarbij hij zich niet verkiesbaar zal stellen;

7.  dringt er bij de AMP op aan te goeder trouw te onderhandelen over de tenuitvoerlegging van het akkoord en geen gebruik te maken van vertragingstactieken waardoor president Kabila nog langer aan de macht zou kunnen blijven;

8.  dringt er bij de Congolese regering op aan onmiddellijk in te gaan op onbeantwoorde vragen met betrekking tot de verkiezingskalender, het budget voor de verkiezingen en de actualisering van het kiesregister, zodat de komende maanden vrije, eerlijke en transparante verkiezingen kunnen plaatsvinden;

9.  verzoekt de EU nauwlettend toe te zien op het proces ter voorbereiding van de verkiezingen en zo nodig onderhandelingen op gang te brengen met de Congolese regering in overeenstemming met artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou;

10.  brengt in herinnering dat de onafhankelijke nationale kiescommissie een onpartijdige en inclusieve instelling moet zijn met voldoende middelen om een uitgebreid en transparant proces mogelijk te maken;

11.  dringt er bij de autoriteiten van Congo en Gabon op aan het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en goed bestuur zo spoedig mogelijk te ratificeren;

12.  betreurt dat het werk van de verkiezingswaarnemingsmissie van de EU in Gabon ernstig werd belemmerd, in tegenstelling tot wat was overeengekomen;

13.  herinnert aan de toezeggingen die de DRC en Gabon in het kader van de Overeenkomst van Cotonou hebben gedaan om de beginselen inzake democratie, rechtsstaat en mensenrechten te zullen eerbiedigen, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media, goed bestuur en transparantie met betrekking tot politieke functies; spoort beide regeringen aan om deze bepalingen na te komen overeenkomstig de artikelen 11B, 96 en 97 van de Overeenkomst van Cotonou;

14.  dringt er bij de autoriteiten van Congo en Gabon op aan een klimaat te herstellen dat bevorderlijk is voor de vrije en vreedzame uitoefening van de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering en voor de persvrijheid, en leden en leiders van de oppositie niet langer te intimideren;

15.  beschouwt dit als een cruciale stap om te waarborgen dat de geplande verkiezingen vrij en eerlijk zullen verlopen;

16.  dringt er bij de autoriteiten van beide landen op aan een onderzoek en vervolging in te stellen naar functionarissen van de veiligheids- en inlichtingendiensten en anderen die verantwoordelijk zijn voor het geweld en het illegale optreden tegen activisten, oppositieleiders en anderen die zich hebben verzet tegen de pogingen van president Kabila om langer aan de macht te blijven of hebben geprotesteerd tegen president Bongo, en hen op passende wijze te bestraffen;

17.  verzoekt de VN-Mensenrechtenraad onderzoek te doen naar de ernstige mensenrechtenschendingen die zich recentelijk in beide landen hebben voorgedaan;

18.  dringt er bij de EU op aan duidelijk en ondubbelzinnig te stellen dat zij president Kabila als een onwettige president beschouwt en alles in het werk te stellen om de organisatie van presidentsverkiezingen in 2017 te ondersteunen; is ingenomen met het besluit van de EU om beperkende maatregelen te treffen tegen leden van de Congolese veiligheidstroepen, maar betreurt dat de EU er zo lang over heeft gedaan om de eerste sancties in te voeren; verzoekt de EU deze maatregelen uit te breiden tot andere leden van de veiligheidstroepen die betrokken zijn bij ernstige mensenrechtenschendingen en te overwegen dezelfde soort maatregelen te treffen tegen leden van de Gabonese veiligheidstroepen;

19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de Afrikaanse Unie, de ACS-EU-Raad van ministers, de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Internationale Organisatie van de Francofonie, de Economische Gemeenschap van Centraal-Afrikaanse Staten (CEEAC), de president, de premier en het parlement van Gabon en de regering en het parlement van de Democratische Republiek Congo.

Juridische mededeling - Privacybeleid