Procedure : 2017/2651(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0270/2017

Ingediende teksten :

B8-0270/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.69
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0200

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 329kWORD 47k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0270/2017
19.4.2017
PE603.703v01-00
 
B8-0270/2017

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Venezuela (2017/2651(RSP))


Beatriz Becerra Basterrechea, Dita Charanzová, Nedzhmi Ali, Izaskun Bilbao Barandica, Enrique Calvet Chambon, Marielle de Sarnez, María Teresa Giménez Barbat, Marian Harkin, Gesine Meissner, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Hilde Vautmans, Paavo Väyrynen, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela (2017/2651(RSP))  
B8-0270/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Venezuela, met name de resoluties van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela(1), van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela(2), van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela(3), en van 8 juni 2016 over de situatie in Venezuela(4),

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Venezuela partij is,

–  gezien het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest, goedgekeurd op 11 september 2001,

–  gezien de grondwet van Venezuela, en met name de artikelen 72 en 233,

–  gezien de brief van 16 mei 2016 van Human Rights Watch aan Luis Almagro Lemes, secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, over Venezuela(5),

–  gezien de verklaring van 31 maart 2017 van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al Hussein, over het besluit van het Venezolaanse hooggerechtshof om de wetgevende bevoegdheden van de Nationale Vergadering over te nemen,

–  gezien de waarschuwingen in de verslagen van de OAS van 30 mei 2016 en 14 maart 2017 over Venezuela en gezien de oproep van de secretaris-generaal van de OAS om, overeenkomstig artikel 20 van het Democratisch Handvest, de Permanente Raad in een dringende vergadering bijeen te roepen om de politieke crisis in Venezuela te bespreken,

–  gezien de brief van 27 maart 2017 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, over de steeds diepere politieke, economische en humanitaire crisis waarin Venezuela zich bevindt,

–  gezien de verklaring van de OAS die door 14 van haar lidstaten ondertekend is op 13 maart 2017 en waarin Venezuela met klem wordt opgeroepen om onmiddellijk verkiezingen uit te schrijven, politieke gevangenen vrij te laten, de in de grondwet vastgelegde scheiding der machten te erkennen, en nog een aantal andere maatregelen te nemen,

–  gezien de resolutie van de Permanente Raad van de OAS van 3 april 2017 over de recente gebeurtenissen in Venezuela,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Venezolaanse hooggerechtshof op 27 maart 2017 een besluit heeft uitgevaardigd waarin alle door de Nationale Vergadering aangenomen wetgeving ongrondwettelijk wordt verklaard en dat het de steun voor het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest als een daad van verraad heeft omschreven ook al is het een juridisch document dat Venezuela ondertekend heeft; overwegende dat het Venezolaanse hooggerechtshof op 29 maart 2017 een besluit heeft uitgevaardigd om de Nationale Vergadering schuldig te verklaren aan minachting voor de grondwet waarna het diens handelingen nietig verklaarde, en het hooggerechtshof vervolgens de wetgevende macht kon overnemen;

B.  overwegende dat de besluiten zijn uitgevaardigd zonder een grondwettelijke basis – noch wat betreft de bevoegdheden van de Nationale Vergadering (artikel 187 van de grondwet) noch wat betreft de bevoegdheden van de constitutionele kamer van het hooggerechtshof (artikel 336 van de grondwet);

C.  overwegende dat de procureur-generaal, Luisa Ortega Díaz, die door de Venezolaanse regering is benoemd, het besluit van het hooggerechtshof heeft verworpen als een schending van de constitutionele orde;

D.  overwegende dat de besluiten van het Venezolaanse hooggerechtshof een schending vormen van de door de grondwet gewaarborgde scheiding der machten en van de verplichting voor alle rechters om de integriteit van de Venezolaanse grondwet te eerbiedigen en te waarborgen (artikel 334);

E.  overwegende dat het hooggerechtshof al eerder de Nationale Vergadering schuldig had bevonden aan minachting voor de grondwet en haar handelingen nietig had verklaard op 1 augustus 2016 en op 5 september 2016 door middel van besluit nr. 808;

F.  overwegende dat de scheiding der machten op grond van universele normen, alsook regionale en internationale overeenkomsten waarbij Venezuela partij is en die het land dus dient uit te voeren, wordt gedefinieerd als een noodzakelijke waarborg voor het beschermen van de rechten van de burgers en het verdedigen van de democratie en de rechtsstaat - basisvoorwaarden voor het functioneren van een representatieve democratie;

G.  overwegende dat president Nicolas Maduro onder internationale druk het hooggerechtshof heeft verzocht het besluit inzake de nietigverklaring van de Nationale Vergadering te herzien en overwegende dat het hooggerechtshof op 1 april 2017 nieuwe besluiten heeft uitgevaardigd die de autoriteit van de Nationale Vergadering kennelijk herstellen;

H.  overwegende dat de Venezolaanse oppositiecoalitie MUD 112 zetels van de 167 zetels in de uit één kamer bestaande Nationale Assemblee heeft gewonnen, en dus over een tweederdemeerderheid beschikt, tegenover 55 zetels voor de PSUV; overwegende dat het Hooggerechtshof vervolgens vier nieuw verkozen leden van de Nationale Vergadering, waarvan drie van MUD, belette hun ambt te aanvaarden, waardoor de oppositie haar tweederdemeerderheid kwijtraakte;

I.  overwegende dat het aantal politieke gevangenen na de laatste willekeurige arrestaties is gestegen naar 111, onder wie zich belangrijke politieke leiders bevinden zoals Leopoldo López, Antonio Ledezma en Daniel Ceballos;

J.  overwegende dat de secretaris-generaal van de OAS, Luis Almagro Lemes, op 25 januari 2017 in het Europees Parlement heeft verklaard dat de dialoog die op 30 oktober 2016 met de steun van de Europese Unie geïnitieerd was door de bemiddeling van drie voormalige presidenten en de katholieke kerk, zijn doelstellingen niet heeft bereikt; overwegende dat de regering heeft geweigerd toegevingen te doen aan de MUD tijdens deze onderhandelingen;

K.  overwegende dat de regering de lokale en regionale verkiezingen die gepland stonden voor december 2016 heeft uitgesteld, en een afzettingsreferendum – een grondwettelijke bepaling op grond waarvan 20 % van de kiezers het aftreden van een impopulaire president kan eisen – heeft tegengehouden ondanks het feit dat aan alle grondwettelijke vereisten was voldaan, en dat zij ermee heeft gedreigd alle verkiezingsprocessen voor onbepaalde tijd op te schorten;

L.  overwegende dat de invloed van het Cubaanse regime in Venezuela op het gebied van sociale programma's en politie- en veiligheidsdiensten heeft bijgedragen tot het destabiliseren van de democratie en het opvoeren van de politieke onderdrukking van de oppositie;

1.  toont zich ernstig verontrust over de voortdurende ongrondwettelijke schending van de democratische orde in Venezuela, na het besluit dat werd uitgevaardigd door het Venezolaanse hooggerechtshof om de wetgevende bevoegdheden van de Nationale Vergaderingen over te nemen, alsook over de afwezigheid van de scheiding der machten en het gebrek aan onafhankelijkheid van overheidsorganen;

2.  veroordeelt de besluiten van het Venezolaanse hooggerechtshof om de bevoegdheden van de Nationale Vergadering op te schorten en deze aan zichzelf toe te wijzen, aangezien deze besluiten fundamenteel in strijd zijn met de democratische praktijk en een schending vormen van de constitutionele orde van Venezuela; vindt het essentieel, ondanks de recente herziening van een aantal aspecten van deze besluiten, dat de Venezolaanse regering ervoor zorgt dat de democratische orde volledig wordt hersteld;

3.  maakt zich ernstige zorgen over de sterk verslechterende democratie-, mensenrechten- en sociaaleconomische situatie in Venezuela, alsook over de toenemende politieke en maatschappelijke instabiliteit;

4.  verzoekt de regering en het hooggerechtshof van Venezuela de grondwet te eerbiedigen, met inbegrip van de bevoegdheden die door de Venezolaanse grondwet zijn verleend aan alle democratisch gekozen leden van het parlement;

5.  verzoekt de Venezolaanse regering de scheiding en de onafhankelijkheid van de machten te waarborgen en de volledige grondwettelijke autoriteit van de Nationale Vergadering te herstellen; herinnert eraan dat scheiding en niet-inmenging tussen gelijkwaardige legitieme machten een basisbeginsel is van democratische staten die gegrondvest zijn op het rechtsstaatbeginsel;

6.  verzoekt de Venezolaanse regering alle politieke gevangenen onmiddellijk vrij te laten; wijst erop dat de vrijlating van politieke gevangenen was goedgekeurd door de Nationale Vergadering met de Wet inzake nationale verzoening, maar dat hierover een veto werd uitgesproken met een besluit van de uitvoerende macht; benadrukt dat er geen duurzame vreedzame langetermijnoplossing voor Venezuela kan zijn indien er politieke gevangenen zijn;

7.  verzoekt de Venezolaanse regering de grondwet na te leven en met een tijdschema voor de verkiezingen te komen aan de hand waarvan open en transparante verkiezingsprocessen kunnen plaatsvinden;

8.  is ingenomen met de resolutie die op 3 april 2017 is aangenomen door de Permanente Raad van de OAS, en verzoekt de VV/HV deze te steunen; verzoekt de VV/HV voorts om actief andere maatregelen te onderzoeken waarmee de EU constructief de politieke stabilisering in Venezuela kan bevorderen alsook de terugkeer naar een democratische orde door middel van de doeltreffende uitoefening van de democratie en de rechtsstaat binnen het constitutionele kader van Venezuela;

9.  verzoekt de Raad zich te beraden over de optie van gerichte sancties en andere maatregelen tegen functionarissen of andere personen die verantwoordelijk zijn voor de schending van de rechten van de betogers of de democratische oppositie;

10.  roept de Venezolaanse regering op het grondwettelijk recht op vrijheid van vreedzame vergadering te eerbiedigen en te waarborgen; verzoekt de Venezolaanse autoriteiten veiligheid en de vrije uitoefening van rechten voor alle burgers te garanderen, met name mensenrechtenactivisten, journalisten, politieke activisten en leden van onafhankelijke niet-gouvernementele organisaties die meer risico lopen op aanslagen en willekeurige gevangenneming;

11.  roept de Venezolaanse autoriteiten op dringend humanitaire hulp toe te laten in het land en toegang te verschaffen aan de internationale organisaties die de zwaarst getroffen terreinen van de samenleving willen helpen;

12.  herhaalt zijn dringend verzoek om zo spoedig mogelijk een delegatie van het Europees Parlement naar Venezuela te sturen en in dialoog te treden met alle bij het conflict betrokken partijen;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0176.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0106.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0080.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0269.

(5)

https://www.hrw.org/news/2016/05/16/letter-human-rights-watch-secretary-general-almagro-about-venezuela

Juridische mededeling - Privacybeleid