Procedure : 2017/2651(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0271/2017

Ingediende teksten :

B8-0271/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.69
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0200

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 176kWORD 47k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0270/2017
24.4.2017
PE603.705v01-00
 
B8-0271/2017

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Venezuela (2017/2651(RSP))


Esteban González Pons, Luis de Grandes Pascual, Cristian Dan Preda, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, David McAllister, Sandra Kalniete, Francisco José Millán Mon, Tunne Kelam, Nuno Melo, Gabriel Mato, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Ramón Luis Valcárcel Siso namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela (2017/2651(RSP))  
B8-0271/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien verscheidene eerdere resoluties, vooral die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela(1), van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela(2), van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela(3), en van 8 juni 2016 over de situatie in Venezuela(4),

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Venezuela partij is,

–  gezien het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest, goedgekeurd op 11 september 2001,

–  gezien de grondwet van Venezuela, met name de artikelen 72 en 233,

–  gezien de verklaring van 31 maart 2017 van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra’ad Al Hussein, over het besluit van het Venezolaanse hooggerechtshof om de wetgevende bevoegdheden van de Nationale Vergadering over te nemen,

–  gezien de waarschuwingen in de verslagen van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) over Venezuela van 30 mei 2016 en 14 maart 2017 en het verzoek van de secretaris-generaal van de OAS om de permanente raad met spoed bijeen te roepen, krachtens artikel 20 van het Democratisch Handvest, om de politieke crisis in Venezuela te bespreken,

–  gezien de brief van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (vv/hv), Federica Mogherini, van 27 maart 2017 over de steeds diepere politieke, economische en humanitaire crisis waarin Venezuela zich bevindt,

–  gezien de verklaring van de OAS die op 13 maart 2017 door 14 van haar lidstaten ondertekend is en waarin Venezuela met klem wordt opgeroepen om acuut verkiezingen uit te schrijven, politieke gevangenen vrij te laten, de in de grondwet vastgelegde scheiding der machten te erkennen, en nog een aantal andere maatregelen te nemen,

–  gezien de resolutie van de permanente raad van de OAS van 3 april 2017 over de recente gebeurtenissen in Venezuela,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Venezolaanse hooggerechtshof op 27 maart 2017 een besluit uitvaardigde waarmee alle door de Nationale Vergadering aangenomen wetten ongrondwettig werden verklaard; overwegende dat de steun voor het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest werd beschreven als een daad van verraad, terwijl het een juridisch document is waartoe Venezuela zich verbonden heeft; overwegende dat het Venezolaanse hooggerechtshof op 29 maart 2017 het besluit uitvaardigde om de Nationale Vergadering schuldig te verklaren aan minachting van de rechtbank waarna het diens handelingen en bevoegdheden nietig verklaarde, en het hooggerechtshof vervolgens de wetgevende macht kon overnemen;

B.  overwegende dat de wetgevende bevoegdheden alleen mogen worden uitgeoefend door democratisch gekozen vertegenwoordigers;

C.  overwegende dat de besluiten zijn uitgevaardigd zonder een grondwettelijke basis – noch wat betreft de bevoegdheden van de Nationale Vergadering (artikel 187 van de grondwet) noch wat betreft de bevoegdheden van de constitutionele kamer van het hooggerechtshof (artikel 336 van de grondwet);

D.  overwegende dat de procureur-generaal, Luisa Ortega Díaz, die door de Venezolaanse regering is benoemd, het besluit van het hooggerechtshof heeft verworpen als een schending van de constitutionele orde;

E.  overwegende dat de besluiten van het Venezolaanse hooggerechtshof een schending vormen van de grondwettelijke bepalingen inzake de scheiding der machten en van de verplichting voor alle rechters om de integriteit van de Venezolaanse grondwet te eerbiedigen en te waarborgen (artikel 334);

F.  overwegende dat het hooggerechtshof op 1 augustus en 5 september 2016 met Arrest nr. 808 de Nationale Vergadering schuldig achtte aan minachting van de rechtbank en haar handelingen en bevoegdheden nietig verklaarde;

G.  overwegende dat de scheiding der machten op grond van universele normen en regionale en internationale overeenkomsten waarbij Venezuela partij is en die het land dus dient uit te voeren, wordt gedefinieerd als een essentiële waarborg voor het beschermen van de rechten van de burgers en het verdedigen van de democratie en de rechtsstaat – basisvoorwaarden voor het functioneren van een representatieve democratie;

H.  overwegende dat president Nicolas Maduro het hooggerechtshof onder internationale druk heeft verzocht het arrest waarmee de Nationale Vergadering nietig wordt verklaard te herzien; overwegende dat het hooggerechtshof op 1 april 2017 nieuwe arresten heeft uitgevaardigd waarmee de autoriteit van de Nationale Vergadering lijkt te zijn hersteld;

I.  overwegende dat de Venezolaanse oppositiecoalitie MUD 112 van de 167 zetels in de uit één kamer bestaande Nationale Vergadering heeft gewonnen, en dus over een tweederdemeerderheid beschikt, tegenover 55 zetels voor de PSUV; overwegende dat het hooggerechtshof vervolgens vier nieuw gekozen leden van de Nationale Vergadering, waarvan drie van MUD, belette hun ambt te aanvaarden, waardoor de oppositie haar tweederdemeerderheid kwijtraakte;

J.  overwegende dat na de laatste willekeurige arrestaties het aantal politieke gevangenen verontrustend genoeg is gestegen naar 117, onder wie zich belangrijke politieke leiders bevinden, zoals Leopoldo López, Antonio Ledezma Daniel Ceballos en Yon Goicoechea;

K.  overwegende dat de Venezolaanse oppositieleider en voormalig presidentskandidaat Henrique Capriles vijftien jaar lang geen politiek ambt mag bekleden; overwegende dat dit besluit gebaseerd was op aantijgingen van “administratieve onregelmatigheden” in zijn rol als gouverneur van de deelstaat Miranda;

L.  overwegende dat de Venezolaanse veiligheidstroepen, waaronder de nationale garde en de nationale politie, hebben vanaf het begin van de protesten herhaaldelijk grof geweld hebben ingezet tegen vreedzame demonstranten, waaronder leden van het Congres, die protesteerden tegen het besluit waarmee de bevoegdheden van de Nationale Vergadering nietig waren verklaard, hetgeen resulteerde in meer dan 20 doden alsmede vele gewonde en gearresteerde personen;

M.  overwegende dat de regering, onder het mom van een gebrek aan financiële middelen, de lokale en regionale verkiezingen die gepland stonden voor december 2016 heeft uitgesteld, en een afzettingsreferendum – een grondwettelijke bepaling op grond waarvan 20 % van de kiezers het aftreden van een president kan eisen – heeft tegengehouden ondanks het feit dat aan alle grondwettelijke vereisten is voldaan, en heeft gedreigd alle verkiezingsprocessen voor onbepaalde tijd op te schorten;

N.  overwegende dat regelmatige, eerlijke en inclusieve verkiezingen krachtens artikel 21 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens een cruciale pijler zijn van elke representatieve democratische samenleving die is gestoeld op de mensenrechten en de beginselen van de rechtsstaat;

1.  veroordeelt de voortdurende ongrondwettelijke schending van de democratische orde in Venezuela, waaronder het arrest dat onlangs werd uitgevaardigd door het Venezolaanse hooggerechtshof om de wetgevende bevoegdheden van de Nationale Vergaderingen over te nemen, evenals de afwezigheid van de scheiding der machten en het gebrek aan onafhankelijkheid van overheidsorganen;

2.  is sterk gekant tegen de besluiten van het Venezolaanse hooggerechtshof om de bevoegdheden van de Nationale Vergadering op te schorten en deze aan zichzelf toe te wijzen, aangezien die een duidelijke schending vormen van internationale democratische normen en de constitutionele orde van Venezuela; wijst op de recente herziening van een aantal aspecten van deze besluiten, en dringt er bij de Venezolaanse regering op aan te garanderen dat de democratische orde volledig wordt hersteld;

3.  maakt zich grote zorgen over de ernstige verslechtering van de democratie, de mensenrechten en de sociaal-economische situatie in Venezuela, die wordt gekenmerkt door toenemend politiek geweld en maatschappelijke instabiliteit;

4.  verzoekt de regering en het hooggerechtshof van Venezuela de grondwet te eerbiedigen, en dan met name de bevoegdheden die aan alle democratisch gekozen leden van het parlement zijn verleend;

5.  verzoekt de Venezolaanse regering de scheiding en de onafhankelijkheid van de machten te waarborgen en de volledige grondwettelijke autoriteit en bevoegdheden van de Nationale Vergadering te herstellen en te eerbiedigen; wijst erop dat de scheiding der machten cruciaal is in democratische staten waarin de beginselen van de rechtsstaat centraal staan;

6.  verzoekt de Venezolaanse regering erop toe te zien dat alle politieke gevangenen onmiddellijk en onvoorwaardelijk worden vrijgelaten; wijst erop dat de vrijlating van politieke gevangenen was goedgekeurd door de Nationale Vergadering met de Wet inzake nationale verzoening, maar dat hierover een veto werd uitgesproken met een besluit van de uitvoerende macht; merkt op dat een langdurige vreedzame oplossing voor Venezuela alleen kan worden bewerkstelligd door de vrijheid van meningsuiting volledig te eerbiedigen, zodat er geen politieke gevangenen meer zijn in het land;

7.  verzoekt de Venezolaanse regering de grondwet na te leven en met een tijdschema voor de verkiezingen te komen aan de hand waarvan snelle, open en transparante verkiezingsprocessen kunnen plaatsvinden, aangezien dat de enige manier is waarmee er een eind kan worden gemaakt aan de huidige politieke impasse;

8.  is sterk gekant tegen het besluit van de controleur-generaal van Venezuela dat oppositieleider Henrique Capriles vijftien jaar lang geen politiek ambt mag bekleden; verzoekt de Venezolaanse regering een eind te maken aan het buitenspel zetten van oppositieleiders door ze hun politieke rechten te ontnemen;

9.  is ingenomen met de resolutie die op 3 april 2017 is aangenomen door de permanente raad van de OAS, en verzoekt de vv/hv deze te steunen; verzoekt de vv/hv daarnaast om samen met de OAS actief andere maatregelen te onderzoeken die leiden tot de terugkeer naar een democratische orde door middel van de doeltreffende uitoefening van de democratie en de beginselen van de rechtsstaat binnen het constitutionele kader van Venezuela;

10.  verwerpt het gewelddadige optreden van de Venezolaanse veiligheidstroepen tegen vreedzame demonstranten met als gevolg meer dan 20 doden, alsmede vele gewonde en gearresteerde personen; roept de Venezolaanse regering op het grondwettelijke recht op vrijheid van vreedzame vergadering en demonstratie te eerbiedigen en te waarborgen en een onderzoek in te stellen naar alle dodelijke slachtoffers; verzoekt de Venezolaanse autoriteiten veiligheid en de vrije uitoefening van rechten voor alle burgers te garanderen, met name mensenrechtenactivisten, journalisten, politieke activisten en leden van onafhankelijke non-gouvernementele organisaties die meer risico lopen op aanslagen en willekeurige gevangenneming;

11.  roept de Venezolaanse autoriteiten op dringend humanitaire hulp toe te laten in het land en toegang te verschaffen tot de internationale organisaties die de zwaarst getroffen geledingen van de samenleving willen helpen;

12.  herhaalt zijn verzoek om zo spoedig mogelijk een delegatie van het Europees Parlement naar Venezuela te mogen sturen en in dialoog te treden met alle bij het conflict betrokken partijen;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0176.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0106.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0080.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0269.

Juridische mededeling - Privacybeleid