Procedure : 2017/2651(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0275/2017

Ingediende teksten :

B8-0275/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.69
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0200

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 166kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0270/2017
24.4.2017
PE603.725v01-00
 
B8-0275/2017

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de mensenrechtensituatie in Venezuela (2017/2651(RSP))


Charles Tannock, Mark Demesmaeker namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de mensenrechtensituatie in Venezuela (2017/2651(RSP))  
B8-0275/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela en de verslechterende mensenrechtensituatie in het land, met name die van 8 juni 2016(1), 12 maart 2015(2) en 18 december 2014(3),

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Venezuela partij is,

–  gezien de grondwet van Venezuela, met name de artikelen 72 en 233,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Venezolaanse hooggerechtshof op 27 maart 2017 wetgeving aannam waarmee het zichzelf het recht toekende om wetgevende bevoegdheden uit te oefenen die tot dusver aan de Nationale Vergadering waren voorbehouden, alsook om de parlementaire immuniteit van de parlementsleden te beperken, waardoor de bevoegdheden van de democratisch verkozen Nationale Vergadering – die door de oppositie wordt gedomineerd en die de maatregel van het hooggerechtshof heeft bestempeld als een poging van de huidige president, Nicolás Maduro, om zijn macht op ondemocratische wijze te versterken – werden beperkt;

B.  overwegende dat in de Venezolaanse geschiedenis al vaker dergelijke zorgwekkende maatregelen werden genomen, in het bijzonder op 1 augustus en 5 september 2016, toen de Nationale Vergadering schuldig werd bevonden aan minachting voor de grondwet en haar handelingen nietig werden verklaard door middel van besluit nr. 808 van het hooggerechtshof;

C.  overwegende dat de democratische en grondwettelijke normen van Venezuela door dergelijke maatregelen in gevaar worden gebracht, met name het in de Venezolaanse grondwet verankerde beginsel van de scheiding der machten en de wettelijke verplichting van rechters om de integriteit van die grondwet te bewaren;

D.  overwegende dat dergelijke normen noodzakelijk zijn om de grondrechten van de burgers van een land te beschermen en de fundamenten van democratisch bestuur en de rechtsstaat te handhaven;

E.  overwegende dat president Maduro onder internationale druk het hooggerechtshof heeft verzocht de arresten waarmee de Nationale Vergadering nietig wordt verklaard te herzien, met als gevolg dat het hooggerechtshof op 1 april 2017 nieuwe arresten heeft uitgevaardigd die de autoriteit van de Vergadering kennelijk herstellen;

F.  overwegende dat momenteel 112 van de 167 zetels van de Nationale Vergadering door de oppositiecoalitie worden bezet, hetgeen neerkomt op een aanzienlijke meerderheid; overwegende dat het hooggerechtshof vier leden van de Vergadering (waarvan drie van de oppositie) heeft belet hun ambt te aanvaarden, waardoor de oppositie haar tweederdemeerderheid kwijtraakte;

G.  overwegende dat het aantal politieke gevangenen in Venezuela de afgelopen dagen is opgelopen tot minstens elf, in de nasleep van een golf van willekeurige aanhoudingen in reactie op de protesten tegen het besluit van het hooggerechtshof; overwegende dat oppositieleiders als Leopoldo López, Antonio Ledezma en Daniel Ceballos tot deze gevangenen behoren;

H.  overwegende dat de Venezolaanse regering de voor december 2016 geplande lokale en regionale verkiezingen heeft opgeschort en een referendum over de afzetting van president Maduro heeft geblokkeerd, hoewel dit grondwettelijk is toegestaan; overwegende dat er voorlopig geen einde lijkt te komen aan deze opschorting en dat de regering heeft gedreigd de opschorting voor onbepaalde tijd te verlengen;

1.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de schending van de Venezolaanse grondwet door de regering van het land, en beklaagt zich erover dat de president het hooggerechtshof gebruikt om de Nationale Vergadering aan te vallen;

2.  is van oordeel dat het arrest van het hooggerechtshof en de nietigverklaring van de Nationale Vergadering politiek gemotiveerde handelingen zijn, gericht op de onderdrukking van de oppositie en de verlenging voor onbepaalde tijd van de ambtstermijn van president Maduro; beschouwt een dergelijk arrest als een regelrechte aanval op de beginselen van democratie, vrijheid van meningsuiting en goed bestuur;

3.  beschouwt de overname van bevoegdheden van de Nationale Vergadering door het hooggerechtshof tegelijkertijd als een uiterst ondemocratische maatregel die rechtstreeks in strijd is met de Venezolaanse grondwet;

4.  wenst dat de grondwettelijke bevoegdheden van de Nationale Vergadering onmiddellijk en volledig worden hersteld en dat de Venezolaanse regering erkent dat de scheiding der machten en niet-inmenging tussen legitieme autoriteiten van fundamenteel belang zijn voor een democratie;

5.  dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen in Venezuela, en wijst er nogmaals op dat de vrijlating van politieke gevangenen reeds was goedgekeurd door de Nationale Vergadering met de Wet inzake nationale verzoening (waarover een veto werd uitgesproken door de uitvoerende macht); benadrukt het feit dat het onwaarschijnlijk is dat er een vreedzame langetermijnoplossing voor de situatie in Venezuela wordt gevonden indien politieke gevangenen een factor blijven in het Venezolaanse bestuursstelsel;

6.  roept de Venezolaanse regering op haar eigen grondwet, met name het grondwettelijke recht op vrijheid van vreedzame vergadering, alsook de veiligheid en vrijheid van alle burgers te eerbiedigen, met name van degenen die tot nu toe zijn blootgesteld aan een groter risico op intimidatie, aanslagen en willekeurige gevangenneming, waaronder mensenrechtenverdedigers, oppositieleden en activisten, journalisten en leden van non-gouvernementele organisaties;

7.  spoort de Venezolaanse regering aan de ondemocratische machtsconcentratie die gepaard gaat met het regime van president Maduro op te heffen, alsook een einde te maken aan de opschorting van de lokale en regionale verkiezingen, zodat er open, eerlijke en transparante verkiezingsprocessen kunnen plaatsvinden;

8.  roept de Venezolaanse autoriteiten op externe humanitaire hulp toe te laten in het land, gezien de ernstige economische en gezondheidsgerelateerde crises die Venezuela teisteren;

9.  verzoekt de Raad zich te beraden over de optie van gerichte sancties en andere maatregelen tegen regeringsfunctionarissen of personen die verantwoordelijk worden gehouden voor de schending van de rechten van betogers, de politieke oppositie of personen die betrokken zijn bij de verdediging van de mensenrechten;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0269.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0080.

(3)

PB C 294 van 12.8.2016, blz. 21.

Juridische mededeling - Privacybeleid