Procedure : 2017/2687(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0332/2017

Ingediende teksten :

B8-0332/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/05/2017 - 11.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0229

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 265kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0300/2017
15.5.2017
PE603.757v01-00
 
B8-0332/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het vluchtelingenkamp van Dadaab (2017/2687(RSP))


Charles Tannock, Ryszard Antoni Legutko, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba, Notis Marias, Raffaele Fitto, Arne Gericke, Karol Karski, Angel Dzhambazki, Jana Žitňanská, Ruža Tomašić, Anna Elżbieta Fotyga, Monica Macovei namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het vluchtelingenkamp van Dadaab (2017/2687(RSP))  
B8-0332/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2013 over een EU-strategie voor de Hoorn van Afrika(1),

–  gezien de in 2013 gesloten driepartijenovereenkomst tussen Kenia, Somalië en het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen (UNHCR) inzake de vrijwillige repatriëring van Somalische vluchtelingen die in Kenia leven,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Federica Mogherini, EU-commissaris voor Internationale Samenwerking en Ontwikkeling Neven Mimica en EU-commissaris voor Humanitaire Hulp Christos Stylianides over het besluit van de Keniaanse regering van 20 mei 2016 om de vluchtelingenkampen van Dadaab te sluiten,

–  gezien de conclusies van de Conferentie van Londen van 2017 over Somalië,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Kenia ongeveer 500 000 vluchtelingen opvangt, en dat dit aantal blijft stijgen vanwege de toenemende onzekerheid in de regio, met name in Zuid-Sudan; overwegende dat volgens ramingen van de VN van april 2017 in de vijf zones van het Dadaab-complex 245 000 vluchtelingen leven, waarvan de meeste afkomstig zijn uit Somalië;

B.  overwegende dat het vluchtelingenkamp van Dadaab in 1991 werd gebouwd als tijdelijke opvanglocatie voor personen die een onderkomen zochten en op de vlucht waren voor vervolging, geweld en instabiliteit in Oost-Afrika, met name slachtoffers van de burgeroorlog in Somalië;

C.  overwegende dat de Keniaanse regering in mei 2016 heeft aangekondigd dat het vluchtelingenkamp van Dadaab in november 2016 zou worden gesloten vanwege veiligheidsproblemen, nadat zij het kamp had omschreven als een broedplaats voor al‑Shabaab; overwegende dat de Keniaanse regering de sluiting van het kamp in november 2016 om humanitaire redenen met zes maanden heeft uitgesteld;

D.  overwegende dat het Keniaanse hooggerechtshof op 9 februari 2017 de plannen van de regering om het vluchtelingenkamp te sluiten heeft geblokkeerd, waarbij het oordeelde dat het regeringsbesluit excessief, arbitrair en onevenredig was;

E.  overwegende dat de driepartijenovereenkomst tussen Kenia, Somalië en de UNHCR inzake de vrijwillige repatriëring van Somalische vluchtelingen die in Kenia leven in 2013 werd ondertekend met het oog op de veilige en waardige vrijwillige terugkeer van Somalische vluchtelingen naar stabiele gebieden in Somalië; overwegende dat een besluit over de voorwaarden van terugkeer gebaseerd moet zijn op objectieve, juiste en neutrale informatie en op vrije keuze; overwegende dat volgens mensenrechtenorganisaties momenteel in Dadaab aan geen enkele van deze voorwaarden is voldaan;

F.  overwegende dat de Hoorn van Afrika een van de meest voedselonzekere regio's in de wereld is en dat miljoenen mensen in Somalië ingevolge de toenemende droogte worden bedreigd door wat de derde hongersnood in 25 jaar tijd zou zijn; overwegende dat de situatie zeer snel evolueert en dat meer dan 6,2 miljoen mensen een tekort hebben aan voedsel en water, hetgeen kan leiden tot nog meer interne ontheemding;

G.  overwegende dat meer dan 25 000 mensen in Somalië getroffen zijn door cholera of acute diarree, en dat het aantal slachtoffers van de epidemie volgens de Wereldgezondheidsorganisatie tegen de zomer zou kunnen verdubbelen; overwegende dat de ziekte in Somalië in 2,1 % van de gevallen een dodelijke afloop kent, het dubbele van de urgentiedrempel;

H.  overwegende dat de regio gebukt gaat onder problemen in verband met irreguliere migratie, gedwongen ontheemding, mensenhandel, terrorisme en gewapende conflicten;

I.  overwegende dat de veiligheidssituatie in Somalië zorgwekkend en onvoorspelbaar blijft en dat aanvallen door al-Shabaab en andere gewapende en terroristische groeperingen voortduren; overwegende dat president Mohamed Abdullahi "Farmajo" Mohamed Somalië op 6 april 2017 tot oorlogsgebied heeft verklaard en leden van de militante islamistische groep al-Shabaab amnestie heeft aangeboden, inclusief opleiding, werk en onderwijs, indien zij binnen 60 dagen hun wapens zouden neerleggen;

K.  overwegende dat de EU zich inzet om de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (Amisom) te ondersteunen door middelen te verstrekken om de veiligheid te verbeteren en de dreiging die uitgaat van al-Shabaab en andere groeperingen te verminderen; overwegende dat de Commissie van de Afrikaanse Unie op 23 maart 2017 een overlegvergadering op hoog niveau heeft georganiseerd, waarbij de EU en de VN aanwezig waren, over de toekomst van Amisom en steun voor instellingen in de veiligheidssector en hervormingen in Somalië;

L.  overwegende dat de EU op 11 mei 2017 op de Conferentie van Londen over Somalië nieuwe steun voor Somalië heeft aangekondigd ten bedrage van 200 miljoen EUR;

M.  overwegende dat de Commissie 286 miljoen EUR steun heeft uitgetrokken voor Somalië uit hoofde van het elfde Europees Ontwikkelingsfonds (voor de periode 2014-2020), inzonderheid voor het versterken van de staatsfuncties, het verbeteren van voedselzekerheid en weerbaarheid, en het bevorderen van onderwijs voor jongeren; overwegende dat het EU-noodtrustfonds voor Afrika (EUTF) tijdens de top van Valletta over migratie op 12 november 2015 werd ingesteld om de diepere oorzaken van instabiliteit, gedwongen ontheemding en irreguliere migratie aan te pakken en bij te dragen tot een goed migratiebeheer;

N.  overwegende dat de EU al lang als partner met Somalië samenwerkt op het gebied van ontwikkeling, vredeshandhavingsoperaties en humanitaire hulp; overwegende dat de steun van de EU en de lidstaten voor de periode 2015-2020, met inbegrip van ontwikkelingshulp, humanitaire hulp en vredeshandhavingsoperaties, 3,4 miljard EUR bedraagt;

1.  prijst Kenia en de regio rond Dadaab voor de belangrijke rol die zij hebben gespeeld in de opvang van een groot aantal vluchtelingen gedurende de laatste decennia;

2.  onderstreept dat de dialoog over de problemen ingevolge de recente besluiten over de mogelijke sluiting van het vluchtelingenkamp van Dadaab moet worden gevoerd in het kader van de driepartijenovereenkomst tussen Kenia, Somalië en de UNHCR;

3.  merkt op dat de aanhoudende instabiliteit in de regio alsook de toenemende droogte en het daarmee samenhangende risico op hongersnood er niet toe bijdragen de noodzakelijke voorwaarden te creëren voor een grootschalige veilige en waardige terugkeer van vluchtelingen;

4.  onderstreept derhalve dat de Europese Unie met de regeringen van Kenia en Somalië, alsook met regionale organisaties en de ruimere internationale gemeenschap moet blijven samenwerken om tot een oplossing te komen voor het langdurige vluchtelingenprobleem en om ervoor te zorgen dat vluchtelingen die in Dadaab blijven passende steun en mogelijkheden voor andere duurzame oplossingen wordt geboden;

5.  dringt erop aan dat de georganiseerde terugkeer van vluchtelingen uit Dadaab moet gebeuren in volle overeenstemming met de criteria voor vrijwillige repatriëring; vraagt de Keniaanse regering ervoor te zorgen dat vluchtelingen accurate en actuele informatie krijgen over de situatie in Somalië;

6.  verzoekt de EU en de internationale gemeenschap erop toe te zien dat er bij herplaatsingsprogramma's in de regio met name voor wordt gezorgd dat kwetsbare groepen mensen worden herplaatst naar veilige regio’s, en dat de rechten van vluchtelingen worden geëerbiedigd;

7.  onderstreept het belang van de EU-steun aan Amisom als onderdeel van de brede langetermijnbenadering om de inspanningen voor veiligheid en ontwikkeling in Somalië te ondersteunen; onderstreept dat de grenzen tussen Somalië en zijn buurlanden beter moeten worden bewaakt, aangezien die worden gezien als het speelveld voor netwerken van mensenhandelaars en smokkelaars van mensen, wapens, drugs en andere illegale goederen, die bijdragen aan de financiering van criminele en terroristische activiteiten; verwacht dat de opleidingsmissie van de EU in Somalië nauw samenwerkt met Amisom en de Somalische autoriteiten om optimale werkmethoden op het vlak van grensbeheer uit te wisselen en zo handelaars en smokkelaars te kunnen aanhouden;

8.  spreekt nogmaals zijn steun uit voor de doelstellingen het EU-noodtrustfonds voor Afrika, namelijk het aanpakken van de onderliggende oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Oost-Afrika; onderstreept het belang van een mens- en gemeenschapsgerichte aanpak bij de inzet van middelen uit het EUTF voor het organiseren van de terugkeer uit Dadaab en het nemen van maatregelen om duurzame ontwikkeling en weerbaarheid in de regio te stimuleren;

9.  verzoekt de EU en de internationale partners hun toezeggingen ten aanzien van Somalië na te komen, met name door inspanningen te leveren om te zorgen voor voedselzekerheid en zo de dreigende hongersnood te voorkomen, om veiligheid te bevorderen, oplossingen te vinden voor spanningen tussen gemeenschappen, het beheer van de overheidsfinanciën te verbeteren en te helpen bij de voltooiing van de grondwetsherziening, teneinde stabiliteit op lange termijn te realiseren; verwelkomt de toezegging van 200 miljoen EUR aan nieuwe EU-steun tijdens de Conferentie van Londen over Somalië; onderstreept dat daar sterk leiderschap en vastberadenheid van Somalische kant tegenover moet staan;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de Europese dienst voor extern optreden, de lidstaten, de regeringen en parlementen van Kenia en Somalië, en de voorzitter en de conferentie van de Afrikaanse Unie.

(1)

PB C 440 van 30.12.2015, blz. 38.

Juridische mededeling - Privacybeleid