Procedure : 2017/2654(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0337/2017

Ingediende teksten :

B8-0337/2017

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 186kWORD 51k
15.5.2017
PE603.762v01-00
 
B8-0337/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over Syrië (2017/2654(RSP))


Javier Couso Permuy, Eleonora Forenza, Takis Hadjigeorgiou, Neoklis Sylikiotis, Marisa Matias, Paloma López Bermejo, Ángela Vallina namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Syrië (2017/2654(RSP))  
B8‑0337/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Syrië en het offensief van IS/Da'esh, met name die van 11 juni 2015 over Syrië, de situatie in Palmyra en de zaak van Mazen Darwish(1), van 30 april 2015 over de situatie in het vluchtelingenkamp Jarmuk in Syrië(2) en van 12 februari 2015 over de humanitaire crisis in Irak en Syrië, met name in de context van IS(3),

–  gezien de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad,

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,

–  gezien het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen,

–  gezien de Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad - Elementen voor een EU-strategie voor Syrië(4),

–  gezien het verslag dat is opgesteld voor de Economische en Sociale Commissie van de VN over de humanitaire impact van unilaterale beperkende maatregelen tegen Syrië van 16 mei 2016,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het conflict in Syrië nu al zes jaar aan de gang is en dat dit conflict heeft geleid tot de ergste humanitaire crisis in de wereld sedert de Tweede Wereldoorlog; overwegende dat burgers nog steeds de eerste slachtoffers zijn van dit conflict; overwegende dat 13,5 miljoen mensen in Syrië, bijna drie kwart van de resterende bevolking, dringend behoefte heeft aan noodhulp, zoals medische bijstand en voedselhulp, water en onderdak; overwegende dat 6,3 miljoen mensen ontheemd zijn en 4,7 miljoen mensen in moeilijk bereikbare en belegerde gebieden wonen; overwegende dat deze bloedige oorlog het resultaat is van de instrumentalisering van het conflict door buitenlandse regionale en internationale machten;

B.  overwegende dat meer dan 11 miljoen mensen uit hun huizen in Syrië naar de naburige landen zijn gevlucht;

C.  overwegende dat ISIS/Da'esh en andere jihadistische groeperingen zich schuldig hebben gemaakt aan gruweldaden, brutale executies en onuitgesproken seksueel geweld, ontvoeringen, folteringen, gedwongen bekeringen en slavernij van vrouwen en meisjes; overwegende dat kinderen worden aangeworven en gebruikt in terroristische aanslagen; overwegende dat er ernstige bezorgdheid bestaat over het welzijn van de bevolking in de door ISIS/Da'esh gecontroleerde gebieden en over het feit dat zij tijdens de bevrijdingscampagne mogelijkerwijs als menselijk schild zal worden ingezet; overwegende dat deze misdaden kunnen neerkomen op oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid;

D.  overwegende dat alle partijen zich schuldig hebben gemaakt aan schendingen van de internationale mensenrechten en het humanitair recht; overwegende dat de terroristische groeperingen geen respect hebben voor de beginselen van voorzorg en proportionaliteit; overwegende dat woonwijken, scholen, ziekenhuizen, humanitaire hulpverleners en vluchtelingenkampen opzettelijk als doelwit zijn gekozen en dat deze acties oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid zijn die niet ongestraft mogen blijven;

E.  overwegende dat, overeenkomstig het communiqué van Genève en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, alle partijen er opnieuw aan moeten worden herinnerd dat het conflict in Syrië moet worden opgelost via een door Syriërs geleid politiek proces dat moet resulteren in een vredesovereenkomst die beantwoordt aan de verwachtingen van de Syrische bevolking;

F.  overwegende dat alle politieke processen die tot doel hebben een einde te maken aan de Syrische crisis en te komen tot een duurzame vrede, moeten worden ondernomen binnen het kader van een commissie voor waarheidsvorsing die waarborgen biedt voor kennis, niet-straffeloosheid, rechtvaardigheid en vergeving, zoals dit is gebeurd in de oplossing van conflicten elders, met positieve resultaten;

G.  overwegende dat het Turkse Ministerie van Nationale Defensie op 11 april 2017 heeft aangekondigd dat de eerste fase is afgerond van de bouw van een 911 km lange muur ter afsluiting van de grens met Syrië, die als hij klaar zal zijn 67 "defensietorens" zal omvatten; overwegende dat er gevallen zijn gemeld waarbij Turkse grenswachten hebben geschoten op Syriërs die probeerden de Turks-Syrische grens over te steken en dat dit volgens het Syrische observatiecentrum voor de mensenrechten heeft geleid tot de dood van ten minste 165 Syrische burgers tegen eind 2016;

H.  overwegende dat de drie landen met het hoogste aantal Syrische vluchtelingen Turkije, Libanon en Jordanië zijn, met respectievelijk 2 973 980, 1 011 366 en 659 246 vluchtelingen;

I.  overwegende dat er tussen april 2001 en oktober 2016 884 461 aanvragen voor internationale bescherming zijn ingediend door Syriërs in Europa; overwegende dat een aantal lidstaten de Syrische en andere vluchtelingen nog steeds het recht op asiel ontzeggen en het basisbeleid en de fundamentele waarden van de Europese Unie schenden;

J.  overwegende dat de Syrische bevolking al voor het uitbreken van de oorlog gebukt ging onder toenemende armoede als gevolg van de uitvoering van de maatregelen die door het IMF en de Wereldbank waren opgelegd aan de Syrische regering als voorwaarde voor het toekennen van de kredieten die nodig waren voor de bestrijding van een economische crisis die onder andere het gevolg was van de herhaalde droogtes die de Syrische landbouwsector hadden verwoest;

K.  overwegende dat de EU en de lidstaten mensensmokkelaars met hun criminele en gevaarlijke praktijken in de kaart spelen door hekken te bouwen en de buitengrenzen van de Unie steeds meer te sluiten voor migranten en vluchtelingen, zonder te voorzien in mogelijkheden om de EU veilig en op legale wijze binnen te komen; overwegende dat de EU en haar lidstaten er derhalve niet in slagen een adequaat antwoord te geven op de vluchtelingencrisis in hun contreien; overwegende dat de migratie-overeenkomst tussen de EU en Turkije een schending vormt van het Verdrag van Genève aangezien Turkije systematisch de mensenrechten schendt;

L.  overwegende dat de "economische sancties" tegen Syrië die de VS en de EU unilateraal hebben opgelegd, de meest ingewikkelde en verreikende sanctieregelingen ooit zijn; overwegende dat deze sancties rampzalige gevolgen hebben voor de burgerbevolking en humanitaire hulp belemmeren; overwegende dat in het verslag van 2016 over de humanitaire impact van de unilaterale beperkende maatregelen tegen Syrië dat is opgesteld voor de Economische en Sociale Commissie van de VN door het Zwitserse agentschap voor ontwikkelingssamenwerking (SDC), wordt aangedrongen op een herziening van dit sanctiebeleid;

M.  overwegende dat het conflict in Syrië blijft verslechteren als gevolg van de inmenging door regionale en internationale buitenlandse machten; overwegende dat de oorlog een patchwork doet ontstaan van afgescheiden en concurrerende regio's die door verschillende gewapende groepen worden geleid, wat in de kaart speelt van terroristische groeperingen zoals ISIS/Da'esh; overwegende dat de VS, Turkije en andere landen Syrië hebben gebombardeerd en zodoende het internationaal recht hebben geschonden;

1.  verwerpt zonder voorbehoud het idee dat een langetermijnoplossing van het Syrische conflict kan worden gevonden op basis van militaire acties; vraagt de partijen dat zij zich met spoed opnieuw engageren om een politieke oplossing te vinden en vorderingen te boeken in de vredesgesprekken van Genève onder auspiciën van de VN; verleent zijn krachtige steun aan de vreedzame politieke dialoog en wijst op de noodzaak van een door Syrië geleid proces dat beantwoordt aan de legitieme aspiraties en de wil van alle delen van de Syrische bevolking;

2.  steunt krachtig de territoriale integriteit van Syrië en het recht van de Syrische bevolking om haar toekomst te bepalen zonder buitenlandse inmenging; betreurt diep de nieuwe impasse in het politieke proces na de aanval met chemische wapens en de unilaterale militaire aanval van de VS, die een schending vormt van het internationaal recht; eist daarom een onafhankelijk en onpartijdig onderzoek naar wat gebeurd is; dringt aan op de stopzetting van alle illegale buitenlandse interventies in Syrië; verwerpt elke unilaterale militaire interventie die zonder een VN-mandaat plaatsgrijpt en die het internationaal recht schendt;

3.  doet een dringende oproep tot het beëindigen van de gevechten; verwelkomt de resultaten van de conferentie van Astana over Syrië; is ingenomen met de overeenkomst over een staakt-het-vuren tussen de Syrische regering en de gewapende oppositie, maar maakt er zich zorgen over dat het staakt-het-vuren broos blijft en de gevechten blijven aanhouden; dringt er bij de garantiegevers van het staakt-het-vuren van Astana – Rusland, Turkije en Iran – op aan hun invloed op de partijen bij het conflict aan te wenden om de geloofwaardigheid van het staakt-het-vuren te herstellen;

4.  neemt kennis van het memorandum over het opzetten van "deëscalatiezones" in vier Syrische regio's, dat op 4 mei 2017 is ondertekend en dat een verbod legt op militaire operaties en dat humanitaire hulp, het herstel van infrastructuur en essentiële diensten mogelijk maakt, alsook de terugkeer van vluchtelingen; betreurt sterk dat een aantal deelnemers aan de Astanaconferentie de resultaten in twijfel trokken kort nadat de overeenkomsten waren ondertekend; verzoekt alle partijen de overeenkomsten van Astana uit te voeren en herinnert eraan dat krachtige steun moet worden verleend aan alle inspanningen die daadwerkelijk kunnen leiden tot een deëscalatie van het geweld, kunnen zorgen voor ongehinderde humanitaire toegang en voorwaarden kunnen creëren voor een geloofwaardige politieke oplossing van het conflict;

5.  toont zich erover bezorgd dat de opeenvolgende vredesgesprekken onder leiding van de VN niet hebben geleid tot een overeenkomst om een einde te maken aan de oorlog; steunt de inspanningen van de deelnemers aan de conferentie van Astana om het politieke proces in gang te zetten; vraagt Rusland en de VS als permanente leden van de VN-Veiligheidsraad dat zij samenwerken om de situatie te stabiliseren;

6.  onderstreept dat het conflict verergerd is door de wapenhandel en de wapenleveringen; veroordeelt met klem de rol die verschillende westerse interventies in de afgelopen jaren hebben gespeeld in het aanwakkeren van radicalisering van individuen, met name in het Midden-Oosten en in de landen van het zuidelijk nabuurschap; wijst erop dat dergelijk beleid terrorisme niet tegengaat, maar juist in de hand werkt, en dat er dus van moet worden afgestapt; dringt aan op de instelling van een wapenembargo in het regionaal EU-kader om te voorkomen dat nog meer Europese wapens in handen van terroristen vallen;

7.  veroordeelt met klem de directe en indirecte steun (in de vorm van financiering, wapens, opleiding, enz.) die de VS, de EU, Turkije en de monarchieën in de Golfregio aan terroristische groeperingen hebben verleend; verzoekt met name de VS, de EU-lidstaten en de regionale spelers, met name Saudi-Arabië en Turkije, op te houden met het financieren van milities en vooral te stoppen met het kopen van olie die via Turkije wordt getransporteerd en die afkomstig is van door ISIS/Da'esh gecontroleerde olievelden, zoals is gebleken uit de rapporten die zijn voorgelegd aan de VN-Veiligheidsraad; is van oordeel dat er wegen moeten worden gevonden om een eind te maken aan de financiering van terrorisme via off-shore-activiteiten van staten en financiële instellingen, en ook dat de wapenhandel en het kopen en verkopen van energievoorraden en grondstoffen waarbij terroristische groepen de winst opstrijken, een halt moet worden toegeroepen;

8.  veroordeelt de voortdurende schendingen van de Syrische soevereiniteit – met name de schendingen door het Israëlische regime die een permanent karakter hebben gekregen met de bezetting van de Golanhoogvlakte – en veroordeelt het unilateraal bombardement op het Syrische grondgebied, dat een schending vormt van het internationaal recht;

9.  neemt kennis van de vorderingen die in 2016 zijn gemaakt met het terugwinnen van Syrische gebieden op ISIS/Da'esh en het Al-Nusrah Front (ANF), maar maakt zich ernstig zorgen over het feit dat er gebieden onder hun controle blijven en over de negatieve gevolgen van hun aanwezigheid, hun gewelddadige extremistische ideologie en hun acties die de stabiliteit in Syrië en de regio aantasten, onder meer de schrijnende humanitaire gevolgen voor de burgerbevolking;

10.  is ernstig bezorgd over de militaire aanvallen van Turkije op de door Koerdische troepen gecontroleerde gebieden in Syrië; verzoekt Turkije met klem te stoppen met het verplaatsen van de illegale gewelddadige aanvallen tegen de Koerdische bevolking in Turkije naar door Koerden bewoonde gebieden in Syrië en Irak; veroordeelt de onderdrukking van de Koerdische bevolking door Turkije en de Turkse inmenging in de Syrische oorlog, alsook de steun die Turkije verleent aan terroristische groeperingen doordat het land geen maatregelen neemt om zijn lekke grenzen te sluiten;

11.  benadrukt dat de schending van het internationaal humanitair recht, zoals aanvallen tegen burgers en civiele infrastructuur en het belemmeren van humanitaire toegang tot de noodlijdende Syrische bevolking door extremistische groepen, onaanvaardbaar is; herhaalt dat terrorisme alleen kan worden uitgeroeid door de onderliggende oorzaken aan te pakken zoals armoede, uitbuiting, en het onvermogen van de maatschappij om te voldoen aan de behoeften van de bevolking; is van mening dat volledige eerbiediging van de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van staten zoals Syrië, alsmede de eerbiediging van de multiculturele aard van hun samenlevingen, de enige manier is waarop de uitbreiding van terroristische ideeën kan worden tegengegaan;

12.  is geschokt over het gebruik van chemische wapens in de oorlog in Syrië en veroordeelt dit met klem; verwelkomt het onderzoek dat is ingesteld door de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW) naar het incident dat zich op 4 april 2017 heeft voorgedaan in het zuiden van Idlib;

13.  is sterk gekant tegen de luchtaanvallen van de VS op Syrië; betreurt sterk dat de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en een aantal EU-lidstaten hun steun hebben betuigd voor deze unilaterale militaire actie van de kant van een permanent lid van de VN-Veiligheidsraad; verzoekt alle actoren zich te onthouden van acties die bijdragen tot een escalatie van het geweld;

14.  veroordeelt met klem alle misdaden tegen de burgerbevolking van Syrië, die kunnen worden bestempeld als oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid; uit zijn bezorgdheid over het gebruik van menselijke schilden door ISIS/Da'esh in stedelijke gebieden;

15.  eist dat alle partijen bij het conflict de nodige stappen zetten om burgers te beschermen, in overeenstemming met het internationaal recht, o.a. door af te zien van aanvallen op civiele faciliteiten zoals medische centra, scholen en waterdistributiepunten, door dergelijke faciliteiten onmiddellijk te demilitariseren, door te vermijden dat er militaire posities worden ingenomen in dichtbevolkte gebieden en door de evacuatie toe te staan van gewonden en alle burgers die belegerde gebieden willen verlaten; onderstreept dat tijdens de hele duur van het conflict de terroristische aanvallen vooral de burgerbevolking en civiele installaties tot doelwit hadden en dat de terroristische acties om de waterbevoorrading af te snijden, neerkomen op oorlogsmisdaden;

16.  stelt met grote bezorgdheid vast dat de straffeloosheid in Syrië de wijdverspreide mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal humanitair recht in de hand werken; benadrukt dat een eind moet worden gemaakt aan de straffeloosheid van deze schendingen en misbruiken en wijst er in dit verband op dat deze kwestie moet worden aangepakt in het kader van een waarheidsforum waarbij alle partijen bij het conflict betrokken worden behalve de door de VN veroordeelde terroristische groeperingen;

17.  veroordeelt de obstakels die worden opgeworpen voor de levering van humanitaire bijstand; dringt er bij alle partijen op aan ervoor te zorgen dat de humanitaire bijstand terechtkomt bij alle noodlijdenden in heel Syrië zonder uitzondering; herhaalt zijn oproep aan alle partijen in het conflict om de humanitaire hulp onder auspiciën van de VN en de Syrische regering te coördineren;

18.  is ernstig bezorgd over de politisering van humanitaire hulp en dringt er bij alle donorlanden en de partijen bij het conflict op aan de beginselen van humaniteit, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid te eerbiedigen bij het verstrekken van humanitaire hulp;

19.  geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de situatie van vluchtelingen en binnenlandse ontheemden die op de vlucht zijn voor het geweld in Syrië; is verheugd over de inspanningen die de buurlanden van Syrië leveren om Syrische vluchtelingen op te nemen en erkent de sociaaleconomische consequenties van de aanwezigheid van grote aantallen vluchtelingen in die landen; wijst op de stijgende financiële behoeften en de aanhoudende financieringskloof met betrekking tot de humanitaire hulp die geboden wordt aan de buurlanden van Syrië; dringt er bij de lidstaten op aan dat zij hun beloften gestand doen en zorgen voor de hoognodige steun aan de VN door humanitaire hulp te verstrekken aan de miljoenen ontheemde Syriërs zowel binnen Syrië als in gastlanden en -gemeenschappen;

20.  moedigt overige landen buiten de regio, met name de lidstaten, aan om vergelijkbare beleidsmaatregelen te treffen om de Syrische vluchtelingen bescherming en humanitaire hulp te bieden;

21.  veroordeelt het dat Syriërs die in de Europese Unie binnenkomen de facto internationale bescherming wordt geweigerd door de inwerkingtreding van de verklaring EU-Turkije, waarin wordt gesteld dat "alle nieuwe irreguliere migranten die per 20 maart 2016 vanuit Turkije oversteken naar Griekenland, naar Turkije teruggestuurd worden" op basis van het principe dat Turkije een "veilig derde land" is, een vooronderstelling die het Parlement verwerpt; wijst erop dat de EU en haar lidstaten een verantwoordelijkheid hebben tegenover vluchtelingen en immigranten die wegvluchten voor oorlog, chaos, slechte economische omstandigheden, honger en sterfte en die het slachtoffer zijn van het mondiale neoliberale economische beleid;

22.  veroordeelt de druk die de Europese Commissie en de Europese Raad op Griekenland uitoefenen om Turkije als veilig derde land te erkennen, onder meer via de brief van 5 mei 2016 van Matthias Ruete aan de Griekse regering;

23.  dringt aan op de onmiddellijke afgifte van humanitaire visa aan asielzoekers uit Syrië in de ambassades en consulaten van EU-lidstaten, alsook op de naleving van de internationale toezeggingen die gedaan zijn door de EU en haar lidstaten met betrekking tot migratie, met name door hervestigingsprogramma's op EU-niveau; dringt aan op volledige samenwerking door alle lidstaten die aan dergelijke programma's deelnemen; benadrukt dat, in de context van een inclusieve en geloofwaardige dialoog, de Syrische bevolking moet bepalen op welke wijze en volgens welke procedures zij wil streven naar gerechtigheid, verzoening, waarheidsvinding en verantwoordingplicht voor de ernstige schendingen van het internationaal recht, alsmede schadeloosstelling en effectieve rechtsmiddelen voor slachtoffers;

24.  betreurt, in het licht van de rampzalige gevolgen die de unilaterale restrictieve maatregelen voor de burgerbevolking hebben en de belemmeringen die zij vormen voor de humanitaire hulp, dat in het kader van de nieuwe Syrische strategie beloofd wordt deze sancties slechts op te heffen zodra een politieke transitie is ingezet; dringt er bij de Raad op aan onmiddellijk een eind te maken aan alle "economische sancties" tegen Syrië, die duidelijk vooral de burgerbevolking treffen;

25.  spoort de EU aan de dialoog aan te gaan met alle partijen bij het conflict en daarbij alleen terroristische groeperingen uit te sluiten; is bezorgd over de eenzijdige beoordeling van het conflict door de EU; onderstreept dat er om de oorlog te beëindigen en een politieke oplossing voor het conflict te vinden, een dialoog nodig is met alle delen van de Syrische samenleving, zonder iemand uit te sluiten; herinnert er de EU-instellingen aan dat het weigeren van de dialoog met een partij bij een conflict niet te verzoenen is met de opdracht om in dit conflict te bemiddelen;

26.  verwelkomt de bereidheid van de EU om actief bij te dragen aan de wederopbouw van Syrië; is ook ingenomen met de klemtoon die in de Syrië-strategie wordt gelegd op de voorbereiding van de planning na afloop van het conflict en met het voornemen om de steun te concentreren op wederopbouw, het creëren van banen en bedrijfsmogelijkheden, onderwijs, de psychosociale ondersteuning van Syrische kinderen en jongeren en de bevordering van gelijke toegang tot onderwijs voor meisjes; verzoekt de Commissie het Parlement nauw te betrekken bij de strategische planning voor deze acties;

27.  verwerpt het recente voorstel van de EDEO en de Commissie dat het IMF en de Wereldbank het voortouw zouden nemen bij de macro-economische stabilisatie-inspanningen in Syrië in een post-conflictscenario; verwerpt elke betrokkenheid van het IMF of de Wereldbank bij het proces voor de wederopbouw en het economisch herstel van Syrië; onderstreept dat het Syrische volk zelf moet kunnen besluiten hoe de wederopbouw verloopt en met wie ze zullen samenwerken;

28.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de voorzitters van de parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Arabische Republiek Syrië, de VN-secretaris-generaal, de secretaris-generaal van de Unie voor het Middellandse Zeegebied, en de Liga van Arabische Staten.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0229.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0187.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0040.

(4)

JOIN(2017) 11 final

Juridische mededeling - Privacybeleid