Procedure : 2017/2654(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0342/2017

Ingediende teksten :

B8-0342/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/05/2017 - 11.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0227

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 270kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0331/2017
15.5.2017
PE603.767v01-00
 
B8-0342/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de EU-strategie voor Syrië (2017/2654(RSP))


Cristian Dan Preda, Arnaud Danjean, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Elmar Brok, Sandra Kalniete, David McAllister, Michael Gahler, Eduard Kukan, Tokia Saïfi, Tunne Kelam, Lorenzo Cesa, Dubravka Šuica, Bogdan Andrzej Zdrojewski namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de EU-strategie voor Syrië (2017/2654(RSP))  
B8‑0342/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Syrië,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen hierbij,

–  gezien het slotcommuniqué van de actiegroep voor Syrië (het "communiqué van Genève") van 30 juni 2012,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad over Syrië van 15 december 2016,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van 14 maart 2017 van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en van de Commissie getiteld "Elementen voor een EU-strategie voor Syrië",

–  gezien de conclusies van de Raad over Syrië van 17 oktober 2016 en over een EU-strategie voor Syrië van 3 april 2017,

–  gezien de verklaring van de covoorzitters inzake de conferentie "Ondersteuning van de toekomst van Syrië en de regio" van 5 april 2017,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 30 december 2016 over de aankondiging van het staken van de vijandelijkheden in Syrië en van 23 maart 2017 over Syrië, en de verklaringen van de VV/HV namens de EU van 9 december 2016 over de situatie in Aleppo, van 6 april 2017 over de vermeende chemische aanval in Idlib, Syrië, en van 7 april 2017 over de Amerikaanse aanval in Syrië,

–  gezien de rapporten van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie voor de Arabische Republiek Syrië,

–  gezien de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (UNSCR) 2118 (2013), 2139 (2014), 2165 (2014), 2191 (2014), 2199 (2015), 2254 (2015), 2258 (2015) en 2268 (2016),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de EU-strategie voor Syrië ten doel heeft vast te leggen hoe de EU een grotere bijdrage kan leveren aan een duurzame politieke oplossing in Syrië binnen het bestaande op VN-niveau overeengekomen kader, een bijdrage kan leveren aan de opbouw van stabiliteit en ondersteuning kan bieden aan de wederopbouw nadat er een akkoord tot stand is gebracht, zodra er een geloofwaardige politieke transitie is ingezet;

B.  overwegende dat de EU-strategie voor Syrië een herziening is van de regionale strategie van de EU voor Syrië en Irak en de dreiging die van Da'esh uitgaat, en voor het laatst werd herzien en geactualiseerd door de Raad op 23 mei 2016;

C.  overwegende dat de EU, samen met de lidstaten, sinds het uitbreken van de oorlog in 2011 meer dan 9,4 miljard EUR heeft gemobiliseerd in reactie op de Syrische crisis, zowel in Syrië zelf als in de regio, waarmee zij de belangrijkste donor is;

D.  overwegende dat de VV/HV, de coördinator voor noodhulp en de adjunct-secretaris-generaal voor humanitaire zaken van de Verenigde Naties en de ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Koeweit, Noorwegen, Qatar en het Verenigd Koninkrijk op 5 april 2017 in Brussel de conferentie "Ondersteuning van de toekomst van Syrië en de regio" hebben voorgezeten;

E.  overwegende dat er na zes jaar oorlog 13,5 miljoen Syriërs in Syrië zijn die humanitaire hulp nodig hebben, onder wie 6,3 miljoen intern ontheemden; overwegende dat 4,7 miljoen Syriërs zich in moeilijk bereikbare en belegerde gebieden bevinden en dat bijna 5 miljoen Syrische vluchtelingen in de buurlanden en de ruimere regio worden opgevangen;

F.  overwegende dat de bijna dagelijkse schendingen van het internationaal humanitair recht, zoals de aanhoudende opzettelijke aanvallen op civiele infrastructuur, met inbegrip van waterdistributiesystemen, medische voorzieningen en scholen, geleid hebben tot ernstige tekorten aan essentiële diensten;

G.  overwegende dat er op 4 april 2017 melding werd gemaakt van een aanval in de regio Khan Sheikhoun ten zuiden van Idlib in Syrië, waarbij vele slachtoffers symptomen van gasvergiftiging vertoonden; overwegende dat de VS de EU hebben meegedeeld dat het Syrische regime volgens hun beoordeling chemische wapens heeft gebruikt en dat zij naar aanleiding daarvan een aanval op de luchtmachtbasis Al-Shayrat hebben uitgevoerd, met de bedoeling om de verspreiding en het gebruik van chemische wapens te voorkomen en te ontmoedigen;

H.  overwegende dat Rusland op 12 april 2017 een resolutie van de VN-Veiligheidsraad heeft verworpen waarmee het vermeende gebruik van chemische wapens in Syrië zou zijn veroordeeld en de Syrische regering zou zijn verzocht medewerking te verlenen aan een onderzoek naar het incident;

I.  overwegende dat op 15 april 2017 in Rashidin, West-Aleppo, Syrië, circa 5 000 evacués zijn aangevallen toen zij op weg waren van de belegerde steden Foah en Kefraya naar door de regering gecontroleerde gebieden; overwegende dat tientallen mensen, waaronder kinderen, zijn vermoord en velen meer gewond zijn geraakt;

J.  overwegende dat Da'esh de inwoners van de provincie Raqqa angst aanjaagt met het schrikbeeld van de instorting van de Tabqa-dam; overwegende dat patrouilles van Da'esh met megafoons op 28 maart 2017 steden en gemeenschappen ten westen van de stad Raqqa hebben bezocht en de bevolking hebben meegedeeld dat de dam "op instorten staat" als gevolg van de bombardementen door de wereldwijde coalitie tegen Da'esh;

K.  overwegende dat bij de vierde ronde van de intra-Syrische gesprekken in Genève in februari 2017 vier blokken voor de toekomstige onderhandelingen zijn vastgesteld (bestuur, grondwet, verkiezingen en terrorismebestrijding); overwegende dat de vijfde ronde van de intra-Syrische gesprekken in Genève op 31 maart 2017 werd afgerond;

1.  is ingenomen met de EU-strategie voor Syrië, met inbegrip van de strategische doelen van de EU inzake Syrië en de EU-doelstellingen voor Syrië; benadrukt het feit dat de voortzetting van de oorlog in Syrië kan leiden tot de verdeling van het land volgens sektarische lijnen, waardoor gewelddadig extremisme en terrorisme verder kunnen worden aangewakkerd, of tot het opleggen van militaire controle door het regime in heel het land;

2.  is van mening dat er alleen een einde aan de oorlog kan worden gesteld door een politiek overgangsproces waarover is onderhandeld door de partijen bij het conflict met de steun van de speciale gezant van de secretaris-generaal voor Syrië en belangrijke internationale en regionale actoren; ondersteunt de directe steun van de EU aan de gesprekken onder leiding van de VN in Genève, onder meer in de technische discussies die een stimulans kunnen zijn voor de politieke onderhandelingen om een einde te stellen aan de oorlog en de parameters vast te leggen voor een overgangsregering overeenkomstig Resolutie 2254 van de VN-Veiligheidsraad en het communiqué van Genève;

3.  benadrukt dat de EU ondersteuning zal blijven bieden aan een krachtige "Whole of Syria"-aanpak als de beste manier om toegangsbeperkingen aan te pakken en bijstand te verlenen aan noodlijdende bevolkingsgroepen vanuit alle hulpcentra;

4.  benadrukt dat de EU, in het kader van de "Whole of Syria"-aanpak, de veerkracht zal blijven ondersteunen in het hele land; wijst erop dat deze steun bedoeld is om het menselijk kapitaal en de dienstverlening in Syrië in stand te houden en te voorzien in middelen waarmee mensen onder waardige omstandigheden in hun huis kunnen blijven wonen of waarmee basisdiensten kunnen worden verstrekt aan intern ontheemden, zodat de migratiestromen afnemen;

5.  stelt met instemming vast dat de deelnemers aan de conferentie "Ondersteuning van de toekomst van Syrië en de regio" de voortdurende ruimhartigheid van de aangrenzende landen van toevlucht en hun gemeenschappen, die miljoenen ontheemden een toevluchtsoord hebben geboden, hebben erkend; benadrukt dat de deelnemers 5,6 miljard EUR hebben toegezegd voor 2017, en 3,47 miljard EUR voor de periode 2018-2020; benadrukt het feit dat bepaalde internationale financiële instellingen en donoren hebben aangekondigd circa 27,9 miljard EUR aan leningen te zullen verstrekken;

6.  veroordeelt met klem de aanhoudende systematische, wijdverbreide en grove schendingen van en inbreuken op de mensenrechten en alle schendingen van het internationaal humanitair recht door alle partijen, en met name door het Syrische regime; roept op tot een volledige stopzetting van de vijandelijkheden, de opheffing van de belegeringen en volledige, ongehinderde, duurzame humanitaire toegang tot het hele land;

7.  benadrukt dat het uithongeren van burgers door het belegeren van bevolkte gebieden als methode van oorlogsvoering, evenals de gedwongen ontheemding van bevolkingsgroepen, kunnen worden aangemerkt als oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid;

8.  veroordeelt de aanval in de regio Khan Sheikhoun ten zeerste; ondersteunt de onderzoeksmissie van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), die bezig is met het verzamelen en analyseren van informatie uit alle beschikbare bronnen over het vermeende gebruik van chemische wapens; neemt ter kennis dat de directeur-generaal van de OPCW de Uitvoerende Raad op 13 april 2017 in kennis heeft gesteld van de door deskundigen van het technisch secretariaat van de OPCW ondernomen onmiddellijke stappen, teneinde de beschikbare informatie en hun voorlopige beoordeling dat de beschuldiging geloofwaardig zou zijn, te analyseren; betreurt de beslissing van Rusland om de resolutie van de VN-Veiligheidsraad te verwerpen;

9.  dringt er nogmaals op aan dat de plegers van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid ter verantwoording worden geroepen en de gevolgen van hun daden ondervinden; benadrukt dat degenen die misdaden tegen religieuze, etnische en andere groepen en minderheden begaan eveneens voor de rechter moeten verschijnen; is er onverminderd van overtuigd dat er geen sprake zal zijn van effectieve conflictoplossing, noch van duurzame vrede in Syrië indien de plegers van misdaden niet ter verantwoording worden geroepen;

10.  vraagt dat iedereen het recht eerbiedigt van etnische en religieuze minderheden in Syrië, met inbegrip van christenen, om waardig, gelijk en veilig te blijven wonen in hun historische en traditionele vaderland, en om hun geloof en overtuigingen volledig en vrij uit te oefenen zonder enige vorm van dwang, geweld of discriminatie; steunt de interreligieuze dialoog om wederzijds begrip te bevorderen en fundamentalisme te bestrijden;

11.  steunt de inspanningen van de wereldwijde coalitie tegen Da'esh; wijst erop dat Da'esh, door paniek te zaaien onder de inwoners van de provincie Raqqa, druk hoopt uit te oefenen op de coalitie opdat zij de intensiteit van haar luchtaanvallencampagne tegen de groep terugbrengt; benadrukt het feit dat Da'esh nog steeds de meeste van zijn inkomsten haalt uit aan de inwoners van Raqqa opgelegde boetes en belastingen;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de speciale gezant van de secretaris-generaal voor Syrië, de leden van de Internationale Steungroep voor Syrië en alle partijen die betrokken zijn bij het conflict.

Juridische mededeling - Privacybeleid