Procedure : 2016/2998(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0352/2017

Ingediende teksten :

B8-0352/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/05/2017 - 11.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0226

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 175kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0345/2017
16.5.2017
PE603.777v01-00
 
B8-0352/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het verwezenlijken van de tweestatenoplossing in het Midden-Oosten (2016/2998(RSP))


Hilde Vautmans, Marietje Schaake namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het verwezenlijken van de tweestatenoplossing in het Midden-Oosten (2016/2998(RSP))  
B8‑0352/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–  gezien eerdere resoluties van de VN, waaronder Resolutie 2334/2016, die door de VN-Veiligheidsraad op 23 december 2016 werd aangenomen,

–  gezien het verslag van de VN-secretaris-generaal over de mensenrechten in de bezette Syrische Golanhoogvlakte, dat op 10 januari 2017 aan de algemene vergadering werd voorgesteld,

–  gezien de discussie van de Raad Buitenlandse Zaken van 6 januari 2017 over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–  gezien de conclusies van de Raad van 18 januari 2016 over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–  gezien de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de staat Israël, anderzijds,

–  gezien het verslag van het Midden-Oostenkwartet van mei 2016,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid meermaals haar vastberadenheid heeft geuit om de rol van de Unie in het vredesproces te vernieuwen en te intensiveren;

B.  overwegende dat de tijd waarin de Europese diplomatie zich tot waarnemen beperkte daarom nu voorbij moet zijn;

C.  overwegende dat de hoge vertegenwoordiger in april 2015 een nieuwe speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten (de speciale vertegenwoordiger van de EU) heeft benoemd;

D.  overwegende dat de bezetting nu al meer dan 50 jaar voortduurt en dat de Oslo I-akkoorden in 1993 ondertekend werden;

E.  overwegende dat er in een aantal lidstaten een proces gaande is met het oog op de erkenning van de Staat Palestina;

F.  overwegende dat de Europese Unie van mening is dat het vredesproces in het Midden-Oosten in het huidige veranderende internationale politieke klimaat meer dan ooit een sterke coördinatie en een sterke eenheid tussen de partijen, de regio en de internationale gemeenschap vereist;

G.  overwegende dat de bescherming van de Palestijnse bevolking en haar rechten, waaronder de rechten van gevangenen, op de Westelijke Jordaanoever, met name in zone C, en in Oost-Jeruzalem van cruciaal belang is om de tweestatenoplossing haalbaar te houden;

H.  overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten in april 2017 heeft aangeklaagd dat autoriteiten in de Gazastrook drie executies hebben uitgevoerd in strijd met de Palestijnse verplichtingen onder internationaal recht;

I.  overwegende dat de Europese Unie de grootste bijstandsverlener van de Palestijnse Autoriteit is en tevens de grootste handelspartner van Israël; overwegende dat Israël in het kader van Horizon 2020 toegang heeft tot EU-fondsen en partij is bij overeenkomsten over landbouw-, industrie- en farmaceutische producten;

J.  overwegende dat er naast de inspanningen om het vredesproces nieuw leven in te blazen, concrete samenwerkingsprojecten bestaan, zoals het plan voor het transport van water van de Rode naar de Dode Zee (Red Sea–Dead Sea water conveyance), dat een visie van hoop, vrede en verzoening in zich draagt, die de regio zo hard nodig heeft;

1.  herhaalt zijn steun voor de tweestatenoplossing waarbij de staat Israël, met veilige en erkende grenzen, en een onafhankelijke, democratische, aangrenzende en levensvatbare staat Palestina zij aan zij leven in vrede en veiligheid, en heeft verklaard dat geen andere wijzigingen van de grenzen van vóór 1967 zullen worden erkend dan deze die door de partijen zijn overeengekomen, ook niet met betrekking tot Jeruzalem als hoofdstad van beide staten;

2.  is sterk gekant tegen alle acties die de levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing ondermijnen, en roept beide partijen op om aan de hand van hun beleid en acties blijk te geven van een waarachtig streven naar een tweestatenoplossing, teneinde het vertrouwen opnieuw op te bouwen en het pad te effenen voor een hervatting van zinvolle onderhandelingen; vraagt de EDEO en de EU-delegaties in Jeruzalem en Tel Aviv hiervoor de ontwikkelingen ter plaatse en hun bredere gevolgen nauwgezet te blijven monitoren en verdere actie te overwegen ter bescherming van de haalbaarheid van de tweestatenoplossing, die constant door nieuwe feiten ter plaatse wordt ondermijnd;

Belemmeringen voor de tweestatenoplossing

3.  is in dit verband van mening dat het bestaan en de bouw van Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, illegaal zijn volgens internationaal recht en een grote belemmering voor de tweestatenoplossing vormen;

4.  betreurt in het bijzonder de goedkeuring door de Knesset op 6 februari 2017 van de "regulariseringswet", die de retroactieve regularisering van op Palestijnse eigendommen gebouwde nederzettingen mogelijk maakt zonder de toestemming van de legitieme particuliere eigenaar; betreurt het daaropvolgende besluit van 30 maart 2017 van de Israëlische regering om openbare aanbestedingen uit te schrijven voor nieuwe nederzettingen ver op de Westelijke Jordaanoever;

5.  vraagt Israël derhalve de sedert maart 2001 opgerichte nederzettingen in overeenstemming met de routekaart van het Kwartet van 2002 te ontmantelen en alle nederzettingsactiviteiten te beëindigen; herhaalt zijn oproep aan de Israëlische autoriteiten om onmiddellijk een einde te maken aan de blokkade in de Gazastrook en hierbij naar behoren rekening te houden met de noodzaak om de eigen burgers te beschermen tegen terreuraanvallen;

6.  veroordeelt de afbraak van door de EU gefinancierde projecten en projecten in de bezette gebieden; dringt er bij door de EU gefinancierde organisaties ter plaatse op aan samen te werken met Israëlische ministeries om dergelijke afbraak in de toekomst te vermijden;

7.  herinnert eraan dat de naleving van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten door staten en niet-statelijk actoren, met inbegrip van de verantwoordingsplicht inzake hun acties, een hoeksteen is van vrede en veiligheid in de regio;

8.  betreurt het dat de verslechterende politieke en economische situatie een uitdaging vormt voor de Palestijnse Autoriteit om haar leiderschap ten volle te tonen teneinde aan de onderhandelingstafel met één Palestijnse stem te spreken en de strijd tegen geweld en aanzetten tot geweld belemmert, in het bijzonder wanneer Palestijnse jeugd betrokken is;

9.  benadrukt dat de Palestijnse Autoriteit tijdens onderhandelingen met Israël met één stem moet spreken en niet alleen de Westelijke Jordaanoever, maar ook de Gazastrook moet vertegenwoordigen; vraagt Hamas te aanvaarden dat de Palestijnse Autoriteit ook de Gazastrook vertegenwoordigt;

10.  herinnert eraan dat de aanhoudende gewelddaden, recente terroristische aanvallen tegen Israëli's en aanzetten tot geweld fundamenteel onverenigbaar zijn met het bevorderen van een vreedzame oplossing van het conflict en het wantrouwen tussen de gemeenschappen enorm verergeren; betreurt het dat de Palestijnse Autoriteit martelaren blijft maken van Palestijnen die worden gedood bij de uitvoering van terroristische aanslagen in Israël;

11.  vraagt de veiligheidsdiensten van de Palestijnse Autoriteit volledig doeltreffende en tijdige operaties uit te voeren, zoals de ontmanteling van de illegale bewapening en het bestrijden van de activiteiten van militante Palestijnse groeperingen, zoals het afvuren van raketten op Israël;

12.  dringt er bij de autoriteiten in de Gazastrook op aan een einde te maken aan verdere executies en vraagt de Palestijnse Autoriteit onmiddellijk een officieel moratorium op het gebruik van de doodstraf in te voeren met het oog op de afschaffing ervan;

13.  vraagt beide partijen onmiddellijk maatregelen te nemen om alle daden van geweld tegen burgers, met inbegrip van terreurdaden, evenals alle handelingen van uitlokking, aansporing en vernieling te voorkomen;

Een nieuw Europees vredesinitiatief: met één stem spreken

14.  herinnert de lidstaten aan de Verklaring van Venetië van juni 1980, waarin de EU-lidstaten hun verantwoordelijkheid in het vredesproces opnamen, en vraagt dat een nieuwe Verklaring van Venetië wordt aangenomen naar aanleiding van de vijftig jaar durende bezetting in juni dit jaar; vraagt de hoge vertegenwoordiger deze nieuwe verklaring te gebruik om stappen te zetten om een Europees vredesinitiatief in te richten;

15.  benadrukt dat de EU een belangrijke en herkenbare rol moet opnemen binnen het Kwartet en bij de onderhandelingen met de betrokken partijen in de regio; is daarom verheugd dat de hoge vertegenwoordiger een speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten heeft benoemd en daarmee duidelijk de betrokkenheid van de EU heeft aangegeven;

16.  betreurt het echter dat de EU sinds de benoeming van de speciale vertegenwoordiger geen grotere rol lijkt te spelen in de oplossing van het conflict; verzoekt de hoge vertegenwoordiger en de speciale vertegenwoordiger van de EU derhalve de politieke betrekkingen en de institutionele expertise van de EU en haar lidstaten beter te benutten, aangezien die gebaseerd zijn op de geologische nabijheid van Europa, op historische banden en op intensieve economische uitwisselingen met het Midden-Oosten, teneinde te zorgen voor een actievere en doeltreffendere politieke rol in het vredesproces tussen Israëli's en Palestijnen en tussen de Arabische staten en Israël in het algemeen;

17.  wijst in dit verband op het belang van de voortdurende inspanningen ter bevordering van het Arabisch vredesinitiatief alsook de vernieuwde inspanningen van het Kwartet en Egypte; erkent het initiatief van Frankrijk om een internationale vredesconferentie bijeen te roepen;

18.  benadrukt dat de lidstaten ter ondersteuning van een echt Europees vredesinitiatief in de eerste plaats actief moeten bijdragen tot het vormen van een gemeenschappelijk Europees standpunt en zich moeten onthouden van unilaterale initiatieven die het Europese optreden afzwakken;

19.  wijst er nadrukkelijk op dat de Europese staatshoofden en regeringsleiders niet van de Unie kunnen verlangen dat zij proactief optreedt in de regio als hun uiteenlopende standpunten het de Unie onmogelijk maken om via de hoge vertegenwoordiger met één stem te spreken;

20.  benadrukt dat de toekomstige ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en zowel de Israëlische als de Palestijnse partners ook zal afhangen van de mate waarin zij zich inzetten voor blijvende vrede op basis van een tweestatenoplossing;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger, de speciale vertegenwoordiger van de EU, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten, de Knesset en de regering van Israël, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad.

Juridische mededeling - Privacybeleid