Procedure : 2017/2727(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0410/2017

Ingediende teksten :

B8-0410/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/06/2017 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0273

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 281kWORD 59k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0407/2017
12.6.2017
PE605.523v01-00
 
B8-0410/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/ hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de humanitaire situatie in Jemen (2017/2727(RSP))


Ángela Vallina, Javier Couso Permuy, Marie-Christine Vergiat, Maria Lidia Senra Rodríguez, Malin Björk, Paloma López Bermejo, Martina Michels, Kateřina Konečná, Merja Kyllönen, Dimitrios Papadimoulis, Kostadinka Kuneva, Stelios Kouloglou, Barbara Spinelli, João Pimenta Lopes namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire situatie in Jemen (2017/2727(RSP))  
B8‑0410/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien de verklaringen over Jemen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, en van de speciale gezant van de VN-secretaris-generaal voor Jemen, Ismail Ould Cheikh Ahmed, met name na zijn bezoek aan Sanaa van 21 t/m 24 mei 2017,

–  gezien de verklaringen van de vertegenwoordiger van het VN-Bureau voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden, Jamie McGoldrick, meer bepaald die van 28 maart 2017 over de humanitaire situatie in Jemen na twee jaar escalatie van het conflict, die van 7 mei 2017 over de noodzaak om te zorgen voor financiering en humanitaire toegang tot en door Jemen, en die van 24 mei 2017 over de dringende behoefte aan financiering om de verspreiding van cholera een halt toe te roepen,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over Jemen van 16 november 2015 en 3 april 2017 en de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over Jemen, met name die van 8 oktober 2016,

–  gezien het geïntegreerd noodplan: cholera-uitbraak in Jemen van het VN-Bureau voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA), dat op 23 mei 2017 is geactualiseerd, en het OCHA-noodplan voor humanitaire hulp aan Jemen voor de periode januari-december 2017,

–  gezien de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, met name die van 14 april 2015 (S/RES/2216), 24 februari 2016 (S/RES/2266) en 23 februari 2017 (S/RES/2342),

–  gezien zijn eerdere resoluties over Jemen, met name die van 9 juli 2015(1) en 25 februari 2016(2),

–  gezien zijn resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones(3),

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties en de beginselen van het internationaal humanitair recht,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de sinds lang lopende confrontatie tussen de Houthi's en de Jemenitische regering al meer dan twee jaar aan de gang is en dat het land hierdoor in de huidige humanitaire crisis is beland, met onder meer een zich snel verspreidende cholera-uitbraak van enorme omvang;

B.  overwegende dat het Jemenitische Ministerie van Volksgezondheid en Bevolking op 14 mei 2017 de noodtoestand heeft uitgeroepen, met de verklaring dat het gezondheidszorgstelsel niet in staat is deze onverwachte ramp op het gebied van volksgezondheid, waarbij tot op heden in totaal 14 000 vermoedelijke gevallen zijn geteld en 186 mensen zijn overleden, in te perken; overwegende dat er voor de komende zes maanden een bijkomend aantal van 98 126 gevallen worden verwacht;

C.  overwegende dat er tot oktober 2017 in totaal 66,7 miljoen USD nodig is om de activiteiten van het geïntegreerd OCHA-noodplan ten uitvoer te leggen, teneinde de cholera-uitbraak onder controle te krijgen, verdere verspreiding te voorkomen en het risico dat de ziekte zich opnieuw manifesteert tot een minimum te herleiden;

D.  overwegende dat Saudi-Arabië aan het hoofd staat van de coalitie – gesteund door de Verenigde Staten en bestaande uit de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Bahrein, Koeweit, Jordanië, Marokko en Sudan – die sinds 26 maart 2015 bombardementen uitvoert in Jemen in het kader van een interventiecampagne die tot doel heeft president Abdrabbuh Mansour Hadi opnieuw aan de macht te brengen; overwegende dat deze coalitie zware fouten heeft begaan, waaronder aanvallen op huizen, markten, ziekenhuizen en scholen, met duizenden burgerdoden als gevolg, waarvan de meesten vrouwen en kinderen zijn; overwegende dat Saudi-Arabië een vrijwel totale blokkade heeft ingesteld tegen Jemen, een land dat in hoge mate afhankelijk is van ingevoerde producten; overwegende dat het brandstofembargo van de coalitie en de gerichte aanvallen op civiele infrastructuur in strijd zijn met het internationaal humanitair recht;

E.  overwegende dat deze confrontatie tussen de Houthi's en de Jemenitische regering, nog verergerd door de militaire aanvallen van de door Saudi-Arabië geleide coalitie, een humanitaire noodsituatie heeft veroorzaakt in Jemen; overwegende dat zich in Jemen momenteel de grootste voedselzekerheidscrisis ter wereld voltrekt, met ongeveer 80 % van de Jemenitische bevolking – goed voor ongeveer 21 miljoen mensen – die zo spoedig mogelijk humanitaire hulp in een of andere vorm nodig heeft om tegemoet te komen aan de dringende behoefte aan voedsel, geneesmiddelen en brandstof;

F.  overwegende dat de lonen van meer dan een miljoen ambtenaren al acht maanden lang niet meer worden uitbetaald, omdat milities geld hebben gestolen uit de Centrale Bank van Jemen; overwegende dat meer dan 8 miljoen mensen zijn getroffen door dit probleem en dat vele gezinnen hierdoor in extreme armoede en hongersnood worden gedwongen;

G.  overwegende dat er een verband bestaat tussen ondervoeding en cholera; overwegende dat 17 miljoen mensen in Jemen voedselonzekerheid kennen, waarvan er zich 7 miljoen op de rand van de hongersnood bevinden, 3,3 miljoen acuut ondervoed zijn en 462 000 kinderen in de greep zijn van ernstige, acute ondervoeding;

H.  overwegende dat er melding wordt gedaan van schendingen op grote schaal, waaronder het gebruik van landmijnen, door de gewapende groepering Ansar Allah; overwegende dat er tevens gevallen bekend zijn van buitengerechtelijke executies door de strijdkrachten van president Hadi en zijn bondgenoten en geallieerde gewapende groeperingen; overwegende dat Jemenitische partijen bij het conflict verantwoordelijk zijn voor lukrake beschietingen van burgers en civiele voorzieningen, de weigering van humanitaire toegang, willekeurige gevangenneming, gedwongen verdwijningen en foltering;

I.  overwegende dat de meeste gevallen van geweld zich concentreren op de westelijke kust van het gouvernement Ta'izz, waar regeringsgezinde troepen proberen door te stoten van Dhubab en Al-Mukha naar de haven van Al-Hudaydah en naar het binnenland in de richting van de stad Ta'izz; overwegende dat meer dan 50 000 burgers zijn gedood, gewond zijn geraakt of verminkingen hebben opgelopen; overwegende dat de VN de autoriteiten en de verschillende groeperingen er dringend toe oproept blijvend toegang te verlenen tot de belegerde steden, opdat er hulp kan worden geboden aan de bevolking in nood, aangezien de oorlog in Jemen is ingedeeld in de hoogste categorie van humanitaire crises; overwegende dat duizenden vluchtelingen buurlanden hebben weten te bereiken;

J.  overwegende dat het land wordt geconfronteerd met een humanitaire ramp, met onder meer een risico van hongersnood die nog wordt verergerd door de cholera-uitbraak; overwegende dat Jemenitische gezinnen zich nog steeds genoodzaakt zien hun huizen te verlaten als gevolg van luchtaanvallen, beschietingen en geweld, met miljoenen intern ontheemden als gevolg; overwegende dat meer dan 8 miljoen mensen niet langer beschikken over een betrouwbare en veilige toegang tot drinkwater, omdat het netwerk van waterleidingen grotendeels is vernield door gevechten; overwegende dat de meeste Jemenieten onvoldoende toegang hebben tot zorgverlening;

K.  overwegende dat op de donorconferentie op hoog niveau voor Jemen van 25 april 2017 toezeggingen zijn gedaan voor 1,1 miljard USD, wat neerkomt op amper 24 % van het totale humanitaire plan;

L.  overwegende dat ten minste 1 540 kinderen het leven hebben gelaten en er 2 450 gewond zijn geraakt door de vijandelijkheden, en dat 1 550 kinderen naar verluidt zijn ingelijfd om te vechten of om taken te verrichten die te maken hebben met militaire activiteiten; overwegende dat maar liefst 1,8 miljoen kinderen zijn moeten stoppen met school, bovenop de 1,6 miljoen die de school al hadden verlaten voor het conflict begon;

M.  overwegende dat vrouwen in Jemen van oudsher uiterst kwetsbaar zijn voor misbruik als kindhuwelijken en geweld, aangezien er in het recht van het land geen wettelijke minimumleeftijd is ingesteld; overwegende dat vrouwen minder dan mannen toegang hebben tot medische zorg, grondeigendom, onderwijs en opleiding; overwegende dat hun situatie door het conflict nog is verergerd en dat naar schatting 2,6 miljoen vrouwen en meisjes het slachtoffer dreigen te worden van gendergerelateerd geweld; overwegende dat het aantal kindhuwelijken de voorbije twee jaar aanzienlijk is toegenomen; overwegende dat ongeveer 30 % van de ontheemde huishoudens een vrouw als gezinshoofd heeft; overwegende dat er niet langer geneesmiddelen beschikbaar zijn voor tal van chronische ziekten en dat de cijfers voor moedersterfte in Jemen bij de hoogste ter wereld behoren; overwegende dat ondervoeding bij zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven het risico vergroot om cholera op te lopen en bloedingen te krijgen, waardoor vrouwen nog veel meer geconfronteerd dreigen te worden met complicaties en overlijden tijdens de bevalling;

N.  overwegende dat Jemen ongeveer 280 000 vluchtelingen herbergt, voornamelijk uit Syrië, aangezien het als enige land op het Arabisch Schiereiland het Vluchtelingenverdrag met het bijbehorende protocol heeft ondertekend; overwegende dat deze vluchtelingen, nu het conflict erger is geworden, ook behoefte hebben aan bescherming; overwegende dat er naar verluidt al zo'n 30 600 Somaliërs zijn teruggekeerd naar Somalië en dat het UNHCR terugkeerloketten heeft opgericht;

O.  overwegende dat het conflict en het daardoor veroorzaakte veiligheidsvacuüm hebben geleid tot een gevaarlijke wildgroei van extremistische groeperingen in het land, met name in de gouvernementen Abyan, Al Bayda' en Shabwah; overwegende dat Al Qaida op het Arabisch Schiereiland zijn aanwezigheid heeft bestendigd en dat Da'esh zijn campagne van aanslagen en moorden heeft voortgezet;

P.  overwegende dat het konvooi van de speciale VN-gezant voor Jemen op 22 mei 2017 werd aangevallen; overwegende dat de gesprekken onder auspiciën van de VN werden bevroren en dat het conflict ver verwijderd lijkt van een politieke oplossing;

Q.  overwegende dat Jemen een van de armste landen ter wereld is; overwegende dat reeds vóór het begin van de oorlog al de helft van de Jemenieten onder de armoedegrens leefde, twee derde van de jongeren werkloos was en sociale basisvoorzieningen op instorten stonden;

R.  overwegende dat het conflict is afgeschilderd als een probleem tussen sjiieten en soennieten in een poging de werkelijke achterliggende geopolitieke redenen ervan te verhullen; overwegende dat Saudi-Arabië de Houthi's ervan beschuldigt gesteund te worden door Iran en hen beschouwt als een bedreiging voor de Saudische veiligheid; overwegende dat de complexiteit van het conflict in Jemen aspecten van een oorlog bij volmacht bevat, met een sterke aanwezigheid van Al Qaida-groeperingen, met separatistische bewegingen en zaiditisch-sjiitische rebellen in het noorden en gevechten tussen Houthi's en gewapende groeperingen in het zuiden; overwegende dat het conflict de toename van met Da'esh gelieerde groeperingen in het land in de hand heeft gewerkt;

S.  overwegende dat de EU en de VN een wapenembargo tegen Jemen hebben ingesteld en dat de EU gerichte sancties heeft opgelegd ten aanzien van Houthi-leiders; overwegende dat er tegelijkertijd EU-landen zijn, zoals het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Frankrijk, Italië en Duitsland, die wapens blijven verkopen aan Saudi-Arabië; overwegende dat het VK, Frankrijk en Spanje hun wapenleveringen aan actoren die betrokken zijn bij het conflict aanzienlijk hebben opgeschroefd; overwegende dat Saudi-Arabië de grootste afnemer van Britse wapens is en dat het VK de grootste wapenleverancier is van de landen van de Samenwerkingsraad van de Golf; overwegende dat de coalitie "Control Arms" heeft verklaard dat deze handel indruist tegen de Britse verplichtingen uit hoofde van het Wapenhandelsverdrag, het gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake wapenuitvoer en de geconsolideerde criteria inzake wapenuitvoer van het VK;

T.  overwegende dat de VS de militaire luchtmachtbasis Al Anad in de nabijheid van de Zuid-Jemenitische stad Al Houta in handen hebben, van waaruit zij droneaanvallen uitvoeren op mensen die ervan verdacht worden lid te zijn van de plaatselijke tak van Al Qaida; overwegende dat de Amerikaanse droneaanvallen en de buitengerechtelijke executies in Jemen sinds 2002 er mee de oorzaak van zijn dat de situatie in Jemen gedestabiliseerd is geraakt; overwegende dat in verslagen over Jemen van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN (OHCHR) te lezen staat dat bij droneaanvallen meer burgers dan vermeende terroristen of leden van Al Qaida om het leven komen;

U.  overwegende dat het Bureau of Investigative Journalism heeft uitgezocht dat sinds het begin van de operaties in 2002 ten minste 424 mensen, onder wie ook kinderen, in het kader van dergelijke missies zijn gedood; overwegende dat het aantal dodelijke extraterritoriale acties van de VS in Jemen drastisch is toegenomen sinds de regering-Trump aan de macht is gekomen, met niet minder dan 90 bevestigde aanvallen, waaronder twee grondaanvallen; overwegende dat er bewijzen zijn dat EU-lidstaten als het VK, Italië en Duitsland directe of indirecte steun verlenen aan dergelijke dodelijke acties door inlichtingen en andere operationele ondersteuning te verstrekken;

V.  overwegende dat voormalig president Saleh als een bondgenoot van de VS werd beschouwd en miljoenen dollars aan bijstand op het gebied van "terrorismebestrijding" en hulp bij het trainen van het leger heeft ontvangen; overwegende dat de wapens die in het kader van deze bijstand zijn geleverd, zijn ingezet tegen de Jemenitische bevolking en momenteel worden gebruikt bij confrontaties tussen diverse groeperingen;

W.  overwegende dat de ligging van Jemen aan de toegang tot de Rode Zee, die leidt naar het Suezkanaal en uitmondt in de Golf van Aden, van strategisch belang is in verband met belangrijke zeeroutes en energievoorraden;

1.  maakt zich grote zorgen over het voortduren van het conflict in Jemen, hetgeen heeft geleid tot de huidige humanitaire crisis, waarbij de situatie nog dramatischer is geworden door de onlangs uitgebroken cholera-epidemie;

2.  spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de moeilijkheden die de VN ondervindt om aan de noodzakelijke middelen voor humanitaire hulp te geraken en over het verzuim van de EU-lidstaten om de op de donorconferenties toegezegde bedragen te verstrekken;

3.  wijst erop dat cholera kan worden voorkomen en te behandelen is, en dat deze ziekte dus geen levens zou mogen kosten; dringt er bij de internationale gemeenschap en met name bij de lidstaten op aan middelen uit te trekken voor het humanitaire noodplan voor Jemen;

4.  veroordeelt het gebruik van geweld tegen burgers door gelijk welke partij in het conflict of door terroristen of andere gewapende groeperingen, aangezien deze daden het land in een ernstige humanitaire crisis hebben gestort en duizenden doden en gewonden onder de burgerbevolking en miljoenen ontheemden hebben veroorzaakt; betuigt zijn diepste medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers;

5.  roept de partijen bij het conflict op al het nodige te doen om alle vormen van geweld ten aanzien van de burgerbevolking, met inbegrip van seksueel en gendergerelateerd geweld, te voorkomen en ertegen op te treden; spreekt zijn krachtige veroordeling uit van de schendingen van de rechten van het kind; toont zich uiterst bezorgd over meldingen van het gebruik van kindsoldaten door Houthi-, Ansar al-sharia- en regeringsstrijdkrachten en over de beperkte toegang die kinderen hebben tot medische basiszorgen en onderwijs; dringt erop aan dat degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van het recht inzake de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht ter verantwoording worden geroepen voor hun daden;

6.  veroordeelt de militaire aanvallen van het door Saudi-Arabië geleide bondgenootschap in Jemen, alsook de door Saudi-Arabië ingestelde zeeblokkade van de havens van Jemen; is ervan overtuigd dat Saudi-Arabië er met zijn interventie naar streeft zijn controle in de regio te versterken en dat dit alleen maar zal leiden tot nog meer leed onder de Jemenitische bevolking en tot nog diepere verdeeldheid tussen de volkeren in het Midden-Oosten; maakt zich zorgen over de toenemende spanning in de regio die wordt uitgelokt door de beslissing van Saudi-Arabië, nadien overgenomen door de Verenigde Arabische Emiraten en andere landen, om de diplomatieke en economische betrekkingen met Qatar te verbreken;

7.  herinnert alle partijen en met name Saudi-Arabië en zijn coalitie eraan dat zij een verantwoordelijkheid dragen voor de naleving van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten, hetgeen inhoudt dat zij burgers moeten beschermen, zich moeten onthouden van gerichte aanvallen op civiele infrastructuur en veilige en onbelemmerde toegang tot het land moeten bieden aan humanitaire organisaties;

8.  verzoekt Saudi-Arabië en zijn coalitie ervoor te zorgen dat alle havens en routes over land open blijven en met name inspanningen te leveren om een aanval op Al‑Hudaydah af te wenden en de luchthaven van Sanaa te heropenen;

9.  is bezorgd dat Al Qaida op het Arabische Schiereiland en Da'esh kunnen profiteren van de verslechtering van de politieke en de veiligheidssituatie in Jemen; wijst erop dat alle daden van terrorisme misdadig en niet te rechtvaardigen zijn, ongeacht de beweegredenen ervoor of waar, wanneer en door wie zij ook worden begaan;

10.  spreekt zijn waardering uit en betuigt opnieuw zijn volle steun voor de inspanningen van de VN en de speciale gezant van de secretaris-generaal voor Jemen; veroordeelt de zware aanval van 22 mei 2017 op diens konvooi op weg van de luchthaven naar het VN‑kamp;

11.  herhaalt dat alleen een politieke oplossing een einde kan maken aan het conflict in Jemen; roept alle partijen in Jemen er dan ook toe op dringend overeenstemming te bereiken over een staking van de vijandelijkheden, onder toezicht van de Verenigde Naties, als een eerste stap in de richting van het hervatten van vredesbesprekingen met het oog op door Jemen geleide inclusieve onderhandelingen, zodat de vrede in het land kan worden hersteld; dringt er bij alle partijen op aan een militair optreden in Al‑Hudaydah te voorkomen;

12.  is ervan overtuigd dat elke langetermijnoplossing gericht moet zijn op de onderliggende oorzaken van armoede en instabiliteit in het land en tegemoet moet komen aan de legitieme eisen en verlangens van de Jemenitische bevolking; spreekt nogmaals zijn steun uit voor alle vreedzame politieke inspanningen ter bescherming van de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Jemen;

13.  betreurt ten zeerste dat de internationale gemeenschap en de massamedia in de voorbije twee jaar zo weinig aandacht hebben geschonken aan het conflict dat aan de basis ligt van de huidige humanitaire ramp in Jemen;

14.  verwerpt elk buitenlands militair ingrijpen in het land, ongeacht of dat Saudisch, Iraans, Arabisch of westers is; benadrukt dat de oorlog in Jemen niet louter een conflict tussen sjiieten en soennieten is; spreekt zijn afkeuring uit van de instrumentalisering van religieuze verschillen, met name door Saudi-Arabië, met het oog op het aanstoken tot politieke crises en sektarisch geweld;

15.  veroordeelt de stilzwijgende medewerking en medeplichtigheid van de EU aan dictatoriale regimes in de regio; staat uiterst kritisch tegenover de rol die de diverse westerse interventies de afgelopen jaren hebben gespeeld bij het aanwakkeren van conflicten in het gebied; benadrukt dat de conflicten in deze regio niet met militaire middelen kunnen worden opgelost; verzet zich tegen het gebruik van het concept "verantwoordelijkheid tot bescherming" dat door diverse partijen tevens wordt gehanteerd als voorwendsel voor het conflict in Jemen, aangezien dit concept in strijd is met het internationaal recht en geen geschikte rechtsgrond vormt om het unilateraal gebruik van geweld te rechtvaardigen;

16.  doet een oproep aan de internationale gemeenschap, en met name aan lidstaten als het VK, Frankrijk, Spanje en Duitsland, om wapenleveringen aan alle oorlogvoerende partijen in het land stop te zetten en om daarom alle nodige maatregelen te treffen ter voorkoming van de rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht aan of ten voordele van specifieke individuen en entiteiten en al wie namens of op last van hen handelt in Jemen, in toepassing van het VN-wapenembargo tegen Jemen, als bepaald in punt 14 van Resolutie 2216 (2015) van de VN-Veiligheidsraad;

17.  levert felle kritiek op de intensieve wapenhandel die lidstaten, zoals het VK, Spanje, Frankrijk en Duitsland, bedrijven met diverse landen in de regio; dringt aan op de onmiddellijke stopzetting van wapenleveringen en militaire steun aan Saudi-Arabië en zijn coalitiepartners; verzoekt de Raad in dit verband na te gaan of er sprake is geweest van enige inbreuk op de EU-gedragscode betreffende wapenuitvoer, en maatregelen vast te stellen om te waarborgen dat deze gedragscode door alle lidstaten volledig wordt nageleefd;

18.  veroordeelt het toegenomen gebruik van drones bij extraterritoriale operaties door de VS onder de regering-Trump; is sterk gekant tegen het gebruik van drones voor buitengerechtelijk en extraterritoriaal doden; eist een verbod op het gebruik van drones voor deze doeleinden, overeenkomstig zijn eerder genoemde resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones, waarin het Parlement zich in paragraaf 2, onder a) en b), richt tot de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de lidstaten en de Raad om "zich te verzetten tegen en een verbod uit te vaardigen op de praktijk van buitengerechtelijk doelgericht doden" en om "ervoor te zorgen dat de lidstaten, overeenkomstig hun wettelijke verplichtingen, zich niet bezondigen aan onwettig doelgericht doden of het andere landen gemakkelijk maken dit te doen";

19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de regeringen van de lidstaten, de regering van Jemen, alsmede aan de leden van de Samenwerkingsraad van de Golf en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0270.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0066.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0172.

Juridische mededeling - Privacybeleid