Ontwerpresolutie - B8-0413/2017Ontwerpresolutie
B8-0413/2017

ONTWERPRESOLUTIE over de humanitaire situatie in Jemen

12.6.2017 - (2017/2727(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/ hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

Barbara Lochbihler, Alyn Smith, Bodil Valero namens de Verts/ALE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0407/2017

Procedure : 2017/2727(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B8-0413/2017
Ingediende teksten :
B8-0413/2017
Debatten :
Aangenomen teksten :

B8‑0413/2017

Ontwerpresolutie van het Europees Parlement over de humanitaire situatie in Jemen

(2017/2727(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de donorconferentie op hoog niveau voor de humanitaire crisis in Jemen in Genève op 25 april 2017 en de aanvullende toezegging die de EU heeft gedaan voor een bedrag van 116 miljoen EUR,

–  gezien de oproep die de speciale rapporteur van de. VN voor de mensenrechten en internationale sancties, Idriss Jazairy, op 12 april 2017 heeft gedaan om de zeeblokkade tegen Jemen op te heffen,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Jemen, met name die van 25 februari 2016[1] en 9 juli 2015[2],

–  gezien zijn resolutie van 28 april 2016 over aanvallen op ziekenhuizen en scholen als schendingen van het internationaal humanitair recht[3] en gezien zijn resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones[4],

–  gezien de conclusies van de Raad van 3 april 2017 over Jemen, de gezamenlijke verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, en de commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing, Christos Stylianides, van 10 januari 2016 over de aanval op een ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen (AzG) in Jemen,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) van 15 december 2015 over de hervatting van door de VN gefaciliteerde besprekingen over Jemen, en de gezamenlijke verklaring van de VV/HV en commissaris Stylianides van 2 oktober 2015 over Jemen,

–  gezien de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over Jemen, meer bepaald resoluties 2216 (2015), 2201 (2015) en 2140 (2014),

–  gezien de verklaringen van 10 januari 2016 en 8 januari 2016 van de woordvoerder van de secretaris-generaal van de VN over Jemen,

–  gezien de aanbevelingen over "De economie van Jemen opnieuw bezien" van het eerste Development Champions Forum (29 april t/m 1 mei 2017),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Jemen, sedert de door Saudi-Arabië geleide alliantie, waaronder de VS en het VK, in maart 2015 is begonnen met de bombardementen op dit land, steeds dieper verwikkeld is in een gewapend conflict dat dramatische gevolgen heeft voor de burgerbevolking, die al jarenlang gebukt gaat onder onzekerheid en politieke spanningen, zware armoede, een dramatische verwoesting van het milieu en een lamgeslagen economie;

B.  overwegende dat bijna 90 % van de basisvoedingsmiddelen van het land ingevoerd worden, maar dat de militaire invallen de commerciële invoer sterk aan banden hebben gelegd en de levering van humanitaire hulpgoederen aan Jemen hebben verhinderd en dat ze hebben geleid tot de verwoesting van basisinfrastructuur, met daarbij ook nog de ineenstorting van de economie en het financieel systeem, wat heeft geresulteerd in ernstige beperkingen op de toegang tot voeding, geneesmiddelen en brandstof;

C.  overwegende dat de speciale rapporteur van de VN voor de mensenrechten en internationale sancties erop heeft gewezen dat de lucht- en zeeblokkade die de coalitietroepen sedert maart 2015 aan Jemen hebben opgelegd, een van de voornaamste oorzaken is van de humanitaire catastrofe; overwegende dat deze blokkade de in- en uitvoer van goederen, brandstof en geneesmiddelen heeft beperkt en verstoord, alsook de humanitaire hulpverlening; overwegende dat de blokkade betrekking heeft op een reeks van meestal arbitraire regelgevende beperkingen die door de coalitietroepen zijn opgelegd, onder meer een onredelijke vertraging en/of verbod voor schepen om in Jemenitische havens aan te leggen, wat internationaalrechtelijk neerkomt op een onwettige unilaterale dwangmaatregel;

D.  overwegende dat de dramatische situatie nog verder is verslechterd met de uitbraak van cholera, wat de gezondheidssector op de rand van de afgrond heeft gebracht; overwegende dat de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) in februari 2017 verklaard heeft dat Jemen te kampen heeft met de ergste noodtoestand op het gebied van voedselzekerheid in de wereld; overwegende dat humanitaire organisaties schatten dat 18,8 miljoen mensen (bijna 70 % van de totale bevolking) humanitaire bijstand nodig hebben, dat meer dan 17 miljoen mensen verkeren in een situatie van voedselonzekerheid en dat 7 miljoen daarvan (waaronder 2 miljoen kinderen) met de hongerdood worden bedreigd;

E.  overwegende dat verschillende landen en organisaties op de donorconferentie op hoog niveau voor de humanitaire crisis in Jemen in Genève in april 2017 wel toezeggingen hebben gedaan voor een bedrag van 1,1 miljard dollar, maar dat de donoren per 9 mei 2017 nog maar 28 % hadden betaald van de 2,1 miljard dollar aan humanitaire hulp voor Jemen waartoe de VN had opgeroepen voor 2017;

F.  overwegende dat er sedert 2015 nu al tientallen duizenden burgerdoden zijn gevallen en dat de door Saudi-Arabië geleide alliantie beschuldigd wordt van oorlogsmisdaden, omdat zij de laatste jaren illegaal en lukraak scholen, markten, ziekenhuizen, huwelijksfeesten, een begrafenisplechtigheid en huizen en andere burgerdoelwitten hebben aangevallen; overwegende dat de Huthi-militie en haar bondgenoten lukraak granaten hebben gegooid op burgerwijken in de stad Ta'izz en lukraak artillerieaanvallen hebben uitgevoerd over de grens tot in Saudi-Arabië, waarbij burgers zijn gedood en gewond en jongens van amper 15 jaar zijn gerekruteerd om als kindsoldaten te vechten aan de frontlijn;

G.  overwegende dat, ondanks de internationale druk om een politieke oplossing voor de crisis te vinden, de partijen bij het conflict er niet in geslaagd zijn tot een vergelijk te komen en dat het initiatief voor de afscheiding van Zuid-Jemen dat onlangs is aangekondigd door de voormalige gouverneur van Aden, de onderhandelingen nog dreigt te bemoeilijken;

H.  overwegende dat president Trump tijdens zijn recent bezoek aan Saudi-Arabië olie op het vuur heeft gegooid door zijn onvoorwaardelijk steun te betuigen voor het beleid van dit land in de regio en dat hij beloofd heeft voor 110 miljard dollar aan extra wapens naar Saudi-Arabië uit te voeren; overwegende dat er sedert het begin van Trumps ambtstermijn een dramatische toename is geweest van extraterritoriale en buitengerechtelijke VS-operaties met dodelijke impact in Jemen, met name met gebruikmaking van drones, waarbij naar verluidt talrijke burgerdoden zijn gevallen en overwegende dat er bewijzen zijn dat EU-lidstaten directe of indirecte steun verlenen aan deze dodelijke operaties via inlichtingen en andere middelen;

1.  spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de alarmerende verslechtering van de humanitaire situatie in Jemen; betreurt diep het verlies aan mensenlevens als gevolg van het conflict en het leed van de mensen die zich in de gevechtszones bevinden, ontheemd worden of hun broodwinning verliezen en betuigt zijn medeleven aan de families van de slachtoffers; bevestigt opnieuw dat het Jemen en de Jemenitische bevolking zal blijven steunen;

2.  dringt aan op de onmiddellijke opheffing van de zee- en luchtblokkade van de door Saudi-Arabië geleide alliantie tegen Jemen zodat de burgerbevolking humanitaire hulp, water en brandstof kan krijgen;

3.  dringt er bij alle partijen op aan dringend een overeenkomst te bereiken over het staken van de vijandelijkheden, onder toezicht van de VN, als een eerste stap in de richting van het hervatten van de vredesbesprekingen onder leiding van de VN, in de overweging dat alleen een dringend noodzakelijk staakt-het-vuren een einde kan maken aan het dramatisch lijden van de burgerbevolking;

4.  betreurt diep de aankondiging van president Trump inzake een forse verhoging van de wapenuitvoer naar Saudi-Arabië en onderstreept dat de wapenexporteurs die het conflict in Jemen aanwakkeren, waaronder zich volgens het 18e EU-jaarverslag over wapenuitvoer 16 EU-lidstaten bevinden, onder meer Frankrijk en het VK die voor miljarden euro's aan wapens uitvoeren, het risico lopen zich schuldig te maken aan oorlogsmisdaden;

5.  roept alle lidstaten op een einde te maken aan alle directe of indirecte steun voor de extraterritoriale en buitengerechtelijke dodelijke aanvallen van de VS, die een schending vormen van de gevestigde beginselen van internationaal recht inzake de mensenrechten;

6.  herhaalt zijn verzoek om het initiatief te nemen voor een wapenembargo van de EU tegen Saudi-Arabië, gezien de ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechtenwetgeving door Saudi-Arabië in Jemen en omdat het blijven verlenen van vergunningen voor wapenverkoop aan Saudi-Arabië derhalve in strijd is met Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008; verzoekt de VV/HV mee te delen welke maatregelen zijn genomen om uitvoering te geven aan de eerdere oproep die het Parlement heeft gedaan in zijn resolutie van 25 februari 2016;

7.  veroordeelt krachtig de aanvallen op burgers, onder meer bombardementen, het gebruik van clustermunitie en het gemelde gebruik van antipersoneelmijnen, alsmede de aanvallen waarbij civiele infrastructuur, met name scholen, medische voorzieningen, woonwijken, markten, watersystemen, havens en luchthavens, wordt vernietigd; herhaalt zijn dringende oproep aan alle partijen bij het conflict om te zorgen voor de bescherming van de burgerbevolking en het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechtenwetgeving te eerbiedigen;

8.  steunt de oproep van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al Hussein, om een internationaal onafhankelijk orgaan in het leven te roepen dat een grondig onderzoek moet instellen naar de misdaden die in het conflict in Jemen zijn begaan, onder meer naar de aantijgingen over doelbewuste uithongering, misbruik, foltering, het gericht doden van burgers en andere schendingen van de internationale mensenrechtenwetgeving en het internationaal humanitair recht; wijst erop dat het met het oog op een duurzame oplossing van het huidige conflict van cruciaal belang is ervoor te zorgen dat voor schendingen verantwoording wordt afgelegd;

9.  verzoekt alle partijen bij het conflict inspanningen te leveren voor het wegwerken van alle logistieke en financiële obstakels die de invoer en de distributie van voeding en geneesmiddelen voor de noodlijdende burgerbevolking hinderen; dringt er met name bij de partijen op aan dat zij zorgen voor de volledige en doeltreffende werking van de voornaamste commerciële toegangspunten, zoals de havens van Hodeida en Aden, en beklemtoont het belang ervan als een reddingslijn voor humanitaire steun en essentiële leveringen; dringt aan op de heropening van de luchthaven van Sana'a voor commerciële vluchten, zodat dringend noodzakelijke geneesmiddelen en goederen kunnen worden ingevlogen en Jemenieten die een medische behandeling nodig hebben, per vliegtuig kunnen worden weggebracht; verzoekt alle partijen de ad‑hocbeperkingen op het vrij verkeer van goederen en van humanitair personeel binnen het land op te heffen;

10.  vraagt dat alle partijen journalisten ongehinderde toegang geven tot alle delen van Jemen en eist de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de volgende tien Jemenitische journalisten die nu al twee jaar willekeurig vastgehouden worden door Huthi-strijdkrachten zonder aanklacht of proces: Abdelkhaleq Amran, Hisham Tarmoom, Tawfiq al-Mansouri, Hareth Hamid, Hasan Annab, Akram al-Walidi, Haytham al-Shihab, Hisham al-Yousefi en Essam Balgheeth;

11.  herinnert eraan dat er geen militaire oplossing kan zijn voor het conflict in Jemen en dat de crisis alleen kan worden opgelost door een onderhandelingsproces waarbij alle partijen worden betrokken, met de volledige en betekenisvolle deelname van vrouwen, en dat tot een inclusieve politieke oplossing leidt; herhaalt zijn steun voor de inspanningen van de EDEO om een hervatting van de onderhandelingen te faciliteren en dringt er bij alle partijen bij het conflict op aan dat zij op een constructieve wijze en zonder voorafgaande voorwaarden te stellen op deze initiatieven ingaan;

12.  dringt er bij alle partijen op aan inspanningen te leveren voor de instelling van een verenigde en volledig functionele Centrale Bank van Jemen en benadrukt dat de internationale hulpfondsen moeten worden besteed aan de ondersteuning van de buitenlandse deviezenreserves van Jemen, om de invoer van voeding en geneesmiddelen te vergemakkelijken;

13.  onderstreept dat het dringend noodzakelijk is dat de EU en de andere internationale actoren de cholera-uitbraak aanpakken en het gezondheidssysteem steunen, onder meer door het faciliteren van de bevoorrading en de uitbetaling van de salarissen aan eerstelijnsgezondheidswerkers, die een essentiële rol vervullen in de humanitaire respons;

14.  verzoekt de landen en organisaties die toezeggingen hebben gedaan op de donorconferentie op hoog niveau voor de humanitaire crisis in Jemen in Genève in april 2017, om deze toezeggingen onverwijld na te komen en de toegezegde bedragen te verhogen teneinde te voldoen aan alle door de VN vastgestelde behoeften;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Golf, de secretaris-generaal van de Liga van Arabische Staten en de regering van Jemen.