Procedure : 2017/2732(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0449/2017

Ingediende teksten :

B8-0449/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/07/2017 - 8.13
CRE 05/07/2017 - 8.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0305

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 265kWORD 46k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0440/2017
28.6.2017
PE605.572v01-00
 
B8-0449/2017

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8-0319/2017

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over het ontwikkelen van een ambitieuze industriestrategie van de EU als strategische prioriteit voor groei, banen en innovatie in Europa (2017/2732(RSP))


Evžen Tošenovský, Zdzisław Krasnodębski, Hans-Olaf Henkel namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het ontwikkelen van een ambitieuze industriestrategie van de EU als strategische prioriteit voor groei, banen en innovatie in Europa (2017/2732(RSP))  
B8-0449/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen 9, 151, 152, 153, leden 1 en 2, en 173,

–  gezien hoofdstuk II "Vrijheden" en hoofdstuk IV "Solidariteit" van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), met name artikel 5, lid 3, VEU en Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2014 over de herindustrialisering van Europa ter bevordering van concurrentievermogen en duurzaamheid(1),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 januari 2014 getiteld "Voor een heropleving van de Europese industrie" (COM(2014)0014),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2012 getiteld "Een sterkere Europese industrie om bij te dragen tot groei en economisch herstel" (COM(2012)0582),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 15 december 2016,

–  gezien de conclusies van de Raad over de agenda voor het concurrentievermogen van de industrie, over de digitale transformatie van het Europese bedrijfsleven en over het pakket "Technologieën van de digitale eengemaakte markt en modernisering van overheidsdiensten",

–  gezien zijn resolutie van 1 juni 2017 over de digitalisering van de Europese industrie(2),

–  gezien de conclusies van de Raad Concurrentievermogen van 29 mei 2017 over een toekomstige EU-strategie voor het industriebeleid,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 23 juni 2017,

–  gezien zijn resolutie van 9 juni 2016 over het concurrentievermogen van de Europese spoorwegindustrie(3),

–  gezien zijn resolutie van 17 december 2014 over de situatie in de EU-staalindustrie: bescherming van werknemers en bedrijfstakken(4),

–  gezien de Overeenkomst van Parijs, die het Europees Parlement op 4 oktober 2016 heeft bekrachtigd,

–  gezien de vraag aan de Commissie over werken aan een ambitieuze industriestrategie van de EU als strategische prioriteit voor groei, banen en innovatie in Europa (O‑000047/2017 – B8‑0319/2017),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese industrie wereldleider is in tal van industriële sectoren; overwegende dat zij goed is voor meer dan de helft van de Europese uitvoer, ongeveer 65 % van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling vertegenwoordigt en meer dan 50 miljoen arbeidsplaatsen levert (door middel van directe en indirecte werkgelegenheid, oftewel 20 % van alle banen in Europa); overwegende dat de bijdrage van de Europese industrie aan het bbp van EU de afgelopen 20 jaar echter is geslonken van 19 % tot minder dan 15,5 %;

B.  overwegende dat 65 % van de particuliere uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling afkomstig is van de be- en verwerkende industrie; overwegende dat dit cijfer er echter op achteruitgaat en dat de versterking van de industriële basis van de EU dan ook essentieel is om deskundigheid en knowhow in de EU te houden;

C.  overwegende dat kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) 99 % van alle Europese bedrijven uitmaken en samen met de grote bedrijven de ruggengraat van het Europese bedrijfsleven vormen, en dat al deze ondernemingen met grote uitdagingen kampen vanwege mondiale veranderingen in de economie en financiële en administratieve obstakels;

D.  overwegende dat de Europese industrie op wereldvlak een steeds kleinere rol speelt en dat het EU-beleid de Europese industrie moet ondersteunen om haar concurrentiepositie en haar capaciteit om in Europa te investeren te vergroten;

E.  overwegende dat een innovatieve industrie sterk afhankelijk is van de onderzoekscapaciteit van de EU, vooruitgang op onderzoeksgebied en onderzoek in samenwerkingsverband in het bijzonder;

F.  overwegende dat EU-financieringsinstrumenten een strategische rol spelen ter bevordering van het concurrentievermogen en ter voorkoming van het wegvloeien van investeringen;

1.  onderstreept de essentiële rol van de industrie als katalysator van groei, werkgelegenheid en innovatie in Europa; verlangt van de Commissie een duidelijke toezegging om tegen 2020 het streefdoel te halen dat ten minste 20 % van het bbp van de Unie gebaseerd is op industrie, en verzoekt haar na te gaan of de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030 het industriebeleid van de EU voor het komende decennium ondersteunen;

2.  meent dat de industriestrategie van de EU een antwoord moet bieden op de specifieke situatie en behoeften van zowel kleine als grote industriële ondernemingen;

3.  onderstreept de rol van kmo's en herhaalt dat moet worden gestreefd naar een EU-industriebeleid dat aangepast is aan kmo's en de problemen aanpakt waarmee kmo's vanwege hun omvang te kampen hebben; wijst op de rol van starters en jonge ondernemers, met name op de meest innovatieve gebieden; verzoekt de Commissie de regelgevingsdruk voor kmo's, starters en jonge ondernemers te verlichten, ter bevordering van innovatie en ter vergroting van het concurrentievermogen van de EU-industrie, en de vorming van clusters, digitale-innovatiehubs en bedrijfsnetwerken te bevorderen;

4.  is ervan overtuigd dat de Europese industrie moet worden gezien als een strategische troef voor het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de EU; benadrukt dat alleen een sterke en veerkrachtige industrie en een toekomstgericht industriebeleid de EU in staat zullen stellen het hoofd te bieden aan de verschillende uitdagingen die in het verschiet liggen, zoals het wegvloeien van investeringen, de wereldwijde concurrentie en de snelle technologische vooruitgang;

5.  benadrukt dat, om de industrie van de Unie te steunen bij de uitdagingen van de snelle economische en regelgevende veranderingen in de geglobaliseerde wereld van vandaag, het van essentieel belang is om de Europese industrie aantrekkelijker te maken voor Europese en buitenlandse directe investeringen;

6.  benadrukt dat een investeringsvriendelijk klimaat, een voorspelbaar en stabiel rechtskader om investeringen aan te trekken, en de bevordering van nieuwe bedrijfsmodellen belangrijk zijn om de toegang tot financiering te verbeteren;

7.  wijst op het strategisch belang van de financieringsinstrumenten van de EU, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen, Horizon 2020 en het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), die ook in de toekomst beschikbaar moeten blijven voor bedrijven van elke omvang; verzoekt de Commissie hiermee rekening te houden bij de afweging en vaststelling van de begroting voor deze instrumenten;

8.  vraagt de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk en onderzoekspotentieel van alle landen en regio's van de EU volledig te benutten en meer prikkels te geven voor een betere samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven om onderzoek in samenwerkingsverband te stimuleren en ervoor te zorgen dat de industrie sneller beschikt over innoverende producten, technologieën en diensten;

9.  benadrukt het belang van de energie-unie, de digitale eengemaakte markt, de digitale agenda en de connectiviteit van Europa door middel van een adequate, toekomstbestendige en efficiënte infrastructuur;

10.  benadrukt dat de administratieve lasten en de nalevingskosten voor het bedrijfsleven moeten worden verlaagd omdat de bevordering van een betere regelgeving in een goed functionerende open markt het Europese herindustrialiseringsbeleid ten goede zal komen en een data-economie verder zal stimuleren;

11.  vraagt om de gezondheidssector te beschouwen als een drijvende kracht voor economische groei; verzoekt de Commissie en de lidstaten Europees medisch onderzoek te bevorderen, de digitalisering van de gezondheidszorg in goede banen te leiden en een concurrerende gezondheidsindustrie in Europa te behouden;

12.  pleit ervoor om in de industriestrategie van de EU doeltreffende en duurzame financieringsinstrumenten en maatregelen op te nemen om het risico op koolstoflekkage te helpen tegengaan;

13.  dringt er bij de Commissie op aan bijzondere aandacht te schenken aan de situatie van energie-intensieve industrieën in Europa, die vanwege de hoge energiekosten te kampen hebben met scherpe wereldwijde concurrentie;

14.  benadrukt het belang van open markten en vrije en eerlijke internationale handel, op basis van gemeenschappelijke regels en gelijke randvoorwaarden;

15.  verzoekt de Commissie buitenlandse investeringen in strategische infrastructuur, cruciale toekomstige technologieën of andere belangrijke activa van de EU te screenen;

16.  benadrukt het belang van een EU-strategie voor de digitalisering van de Europese industrie om de voordelen van nieuwe technologieën volledig te kunnen benutten en het concurrentievermogen van Europese ondernemingen te vergroten;

17.  wijst op de rol van de automobielindustrie in Europa vanwege het hefboomeffect ervan voor andere sectoren en bedrijfstakken; steunt de niet-aflatende inspanningen van de automobielindustrie om moderne, koolstofarme voertuigen te ontwikkelen, zoals elektrisch aangedreven voertuigen en waterstofcelvoertuigen, alsook geconnecteerde en zelfrijdende voertuigen;

18.  benadrukt dat er gecoördineerde EU-inspanningen nodig zijn ter bevordering van nieuwe vaardigheden alsook omscholing, bijscholing en een leven lang leren, zoals bepleit door de Commissie in haar Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen;

19.  wijst op de belangrijke rol van het normalisatiebeleid van de EU en pleit ervoor een leidersrol te spelen in internationale normalisatie-instellingen;

20.  is van mening dat het Europese regelgevingskader het bedrijfsleven in staat moet stellen zich aan te passen aan en vooruit te lopen op deze veranderingen om bij te dragen aan nieuwe banen, groei en regionale convergentie;

21.  pleit ervoor dat in de industriestrategie van de EU bijzondere aandacht uitgaat naar sectoren met een grote meerwaarde en dat het enorme potentieel van digitale, ruimte- en nanotechnologieën wordt benut;

22.  verzoekt de Commissie uiterlijk begin 2018, samen met de lidstaten, een alomvattende strategie voor het Europese industriebeleid en een actieplan op basis van het streefcijfer van 20 % vast te stellen, waarin onder meer wordt ingegaan op digitalisering, duurzaamheid, energie-efficiëntie, toereikende middelen en deregulering, met name voor kmo's;

23.  verzoekt de Commissie deze strategie van nauwkeurige en meetbare industriebeleidsdoelstellingen te voorzien en ze aan te vullen met een reeks extra indicatoren, zoals de omvang van de industriële productie, de werkgelegenheid in de industrie en de gemiddelde jaarlijkse investeringen van de be- en verwerkende industrie, uitgedrukt als percentage van het bbp;

24.  verzoekt de Commissie in de strategie een beoordeling van het effect van de integratie van het industriebeleid in de strategische initiatieven van de EU op te nemen, hetgeen zal helpen om deze initiatieven, indien ze nadelig zijn voor de Europese industrie, te herzien en betere resultaten te boeken;

25.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB C 482 van 23.12.2016, blz. 89.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0240.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0280.

(4)

PB C 294 van 12.8.2016.

Juridische mededeling - Privacybeleid