Ontwerpresolutie - B8-0651/2017Ontwerpresolutie
B8-0651/2017

    ONTWERPRESOLUTIE over de humanitaire situatie in Jemen

    22.11.2017 - (2017/2849(RSP))

    naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
    ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

    Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Isabella Adinolfi, Rolandas Paksas namens de EFDD-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0649/2017

    Procedure : 2017/2849(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B8-0651/2017
    Ingediende teksten :
    B8-0651/2017
    Aangenomen teksten :

    B8‑0651/2017

    Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire situatie in Jemen

    (2017/2849(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –  gezien de verklaring over Jemen aan de VN-Veiligheidsraad door Stephen O'Brien, adjunct-secretaris-generaal voor humanitaire zaken en noodhulpcoördinator, in New York op 26 januari 2017,

    –  gezien de donorconferentie op hoog niveau voor de humanitaire crisis in Jemen in Genève op 25 april 2017 en de openingswoorden van de secretaris-generaal van de VN bij die gelegenheid,

    –  gezien de briefing door de speciale gezant van de secretaris-generaal van de VN voor Jemen tijdens de open bijeenkomst van de VN-Veiligheidsraad van 30 mei 2017,

    –  gezien de conclusies van de Raad van 3 april 2017 over Jemen,

    –  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over Jemen,

    –  gezien het jaarverslag van de secretaris-generaal van de VN over kinderen en gewapende conflicten,

    –  gezien het Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten, waarbij Jemen partij is,

    –  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

    A.  overwegende dat het gewapende conflict in Jemen, dat al het armste Arabische land was, zich in 2015 uitbreidde tot het hele land en dat dit conflict thans als de grootste humanitaire crisis wordt beschouwd in termen van absolute aantallen mensen in nood, met miljoenen Jemenieten die worden getroffen door een drievoudige, door de mens veroorzaakte tragedie, namelijk een meedogenloos gewapend conflict, dreigende hongersnood en 's werelds ergste uitbraak van cholera ooit in één enkel jaar; overwegende dat volgens de herziene humanitaire evaluatie door de VN van juli 2017 het aantal hulpbehoevende mensen is gestegen van 18,8 tot 20,7 miljoen, hetgeen overeenkomt met bijna driekwart van de totale bevolking;

    B.  overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide coalitie onlangs de grenzen van Jemen volledig heeft gesloten om de vermeende aanvoer van wapens naar Jemen te voorkomen, nadat in de buurt van Riyad een door Houthi's afgevuurde raket was neergehaald; overwegende dat de VN de binnenkomende vracht inspecteert en een comité naar verluidt geen bewijs heeft gevonden die de Saudische beweringen staaft; overwegende dat door het sluiten van de grenzen de reeds hopeloze humanitaire situatie nog wordt verergerd; overwegende dat de door de coalitie aangekondigde risicobeperkende maatregelen, zoals het heropenen van de haven van Aden, niet volstaat om aan de humanitaire behoeften te voldoen;

    C.  overwegende dat meer dan 3 miljoen mensen ontheemd zijn, van wie 2 miljoen mensen langdurig, 11,3 miljoen mensen bescherming nodig hebben, 17 miljoen mensen voedselhulp nodig hebben, 14,5 miljoen mensen water, sanitaire voorzieningen en hygiëne nodig hebben, 14,8 miljoen mensen toegang tot gezondheidszorg nodig hebben, 4,5 miljoen mensen noodvoeding nodig hebben en 4,5 miljoen mensen onderdak en non-foodartikelen nodig hebben; overwegende dat sinds het begin van het conflict volgens de VN ten minste 8 157 mensen zijn gedood en 44 000 gewond zijn geraakt; overwegende dat Jemen ondanks de ernst van de crisis in grote lijnen aan zijn lot wordt overgelaten;

    D.  overwegende dat de VN meer dan 325 aanvallen op scholen, medische faciliteiten, markten, wegen, bruggen en zelfs waterbronnen heeft geteld; overwegende dat twee derde van de schade aan openbare infrastructuur het gevolg is van luchtaanvallen door de militaire coalitie onder leiding van Saudi-Arabië; overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide militaire interventie willekeurig gericht was op burgers en heeft bijgedragen tot een rampzalige humanitaire situatie die de bevolking van het hele land treft, ernstige gevolgen heeft voor de regio en een gevaar vormt voor de internationale vrede en veiligheid;

    E.  overwegende dat de VN de door Saudi-Arabië geleide militaire coalitie op de zwarte lijst heeft gezet, omdat zij in Jemen 683 kinderen heeft gedood en verwond en in 2016 ten minste 38 aanvallen op scholen en ziekenhuizen heeft uitgevoerd; overwegende dat de VN tevens heeft gemeld dat de rebellengroep van de Houthi's, Jemenitische regeringstroepen, regeringsgezinde milities en Al-Qaida op het Arabische schiereiland gewelddaden jegens kinderen in 2016 hebben begaan;

    F.  overwegende dat Saudi-Arabië al twee jaar aan Jemen een lucht- en een zeeblokkade oplegt; overwegende dat deze blokkade rechtstreeks verantwoordelijk is voor de economische ineenstorting van het land en de hongersnood, en de humanitaire crisis ernstig verergert; overwegende dat volgens schattingen van de VN ten gevolge van de sluiting van de luchthaven van Sana'a zo'n 20 000 mensen geen levensreddende gezondheidszorg in het buitenland konden krijgen; overwegende dat de inspanningen voor het verlenen van humanitaire hulp tevens worden belemmerd door een impasse over de haven van Al Hudaydah waarover nog steeds geen akkoord is bereikt;

    G.  overwegende dat sommige EU-lidstaten wapens blijven verkopen aan Saudi-Arabië, in strijd met Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie[1]; overwegende dat de Britse verkopen van wapens en militaire uitrusting aan Saudi-Arabië in de eerste helft van 2017 de 1,4 miljoen USD hebben overtroffen;

    H.  overwegende dat geen cholera-epidemie in de moderne geschiedenis zich zo snel en op zo grote schaal heeft uitgebreid als die in Jemen, met rond 800 000 vermoede gevallen en 2 261 doden tussen oktober 2016 en september 2017; overwegende dat de cholera-uitbraak is aangemerkt als een door de mens veroorzaakte crisis die mogelijk werd door de totale ineenstorting van de sanitaire voorzieningen en het volksgezondheidsstelsel;

    I.  overwegende dat de gedwongen ontheemding van burgers het belangrijkste kenmerk vormt van het aanhoudende conflict in Jemen, aangezien nog steeds bijna 3 miljoen mensen ontheemd zijn, waarbij bijna een kwart in opvangcentra leeft;

    J.  overwegende dat kinderen hier onevenredig onder te lijden hebben, en dat zij meer dan de helft van het aantal ontheemden uitmaken; overwegende dat UNICEF ervoor waarschuwt dat in Jemen om de tien minuten een kind sterft ten gevolge van een voorkombare ziekte en dat de VN heeft bevestigd dat in 2016 ten minste 1 340 kinderen gestorven zijn; overwegende dat de ondervoeding bij kinderen in Jemen tot een ongekend niveau is gestegen met naar schatting 386 000 kinderen die aan ernstige acute ondervoeding lijden en 1,8 miljoen kinderen die te kampen hebben met gematigde acute ondervoeding; overwegende dat meer in het algemeen 11,3 miljoen kinderen of rond 80 % van alle kinderen in Jemen humanitaire bijstand nodig heeft;

    K.  overwegende dat de lonen van werknemers in de overheidssector, vooral in de gezondheidszorg, het onderwijs en de sanitaire voorzieningen, nog steeds niet worden betaald waardoor de huidige inspanningen voor humanitaire bijstand en een snel herstel worden belemmerd; overwegende dat 12 200 van de in totaal 15 800 scholen gesloten blijven wegens onbetaalde lonen in de noordelijke districten waardoor 79% van de kinderen wordt getroffen, en dat tijdens het conflict bijna 500 scholen zijn verwoest, in opvangcentra zijn veranderd of onder bevel van gewapende facties staan;

    L.  overwegende dat de VN in 2016 heeft vastgesteld dat ten minste 517 jongens, niet ouder dan 11 jaar, door alle partijen werden gerekruteerd en ingezet, maar dat het daadwerkelijke aantal ernstig wordt onderschat omdat het moeilijk te controleren is; overwegende dat Hassan Zaid, minister van Jeugd en Sport in de Houthi-regering, onlangs heeft voorgesteld leerlingen en leraren te bewapenen;

    M.  overwegende dat ngo's en agentschappen die ter plaatse actief zijn, met ernstige onderfinanciering te kampen hebben waarbij het Bureau van de Verenigde Naties voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden een bedrag van ten minste 1 miljard USD tekortkomt voor het humanitaire noodplan;

    N.  overwegende dat de VN een donorconferentie op hoog niveau heeft gehouden voor de humanitaire crisis in Jemen, die werd medegeorganiseerd door de regeringen van Zwitserland en Zweden, waarbij donoren toezeggingen deden ter waarde van 1,1 miljard USD om mensen in een noodsituatie in Jemen hulp te bieden; overwegende dat de geraamde behoeften in het kader van het humanitaire noodplan nu 2,3 miljard bedragen waarvan ten minste 1 miljard USD nog steeds niet zijn bijeengebracht; overwegende dat ngo's en agentschappen die ter plaatse actief zijn, met ernstige onderfinanciering te kampen hebben;

    O.  overwegende dat Al-Qaida, ISIS en andere terroristische groeperingen vastere voet aan de grond krijgen door de ontwrichting van het land en het aanhoudende conflict;

    P.  overwegende dat sinds januari 2017 het aantal dodelijke drone-aanvallen in Jemen, buiten het huidige bewapende conflict om, dramatisch is gestegen met ten minste 115 bevestigde aanvallen, met inbegrip van twee grondaanvallen; overwegende dat bij dit soort dodelijke antiterreuroperaties mensen, waaronder vrouwen, kinderen en ouderen, om het leven komen, ernstig gewond raken en/of getraumatiseerd worden, en dat de bezorgdheid is geuit dat door dergelijke operaties de erkende beginselen van de het internationale recht inzake de mensenrechten worden geschonden;

    Q.  overwegende dat de Commissie sinds het begin van het conflict in totaal 171 miljoen EUR aan humanitaire hulp heeft geboden; overwegende dat de EU voor 2017 51,7 miljoen EUR aan levensreddende bijstand geeft aan de Jemenitische bevolking;

    1.  herhaalt zijn zeer ernstige bezorgdheid over de verschrikkelijke gevolgen van het aanhoudende conflict voor Jemen en zijn bevolking; erkent dat deze crisis wereldwijd de grootste humanitaire crisis in één land is geworden en nog steeds niet de aandacht krijgt die zij verdient; betreurt de verdere verslechtering van de situatie doordat de door Saudi-Arabië geleide coalitie op 6 november 2017 de land-, zee- en luchtgrenzen van Jemen heeft gesloten; doet een beroep op alle actoren om de situatie in Jemen bovenaan de internationale agenda te handhaven en samen te werken om oplossingen te vinden;

    2.  veroordeelt ten stelligste de luchtaanvallen van de door Saudi-Arabië geleide coalitie op Jemen, waarbij duizenden doden zijn gevallen en belangrijke civiele infrastructuur is vernietigd, hetgeen weer heeft bijgedragen tot de verdere verslechtering van de humanitaire crisis; is van mening dat deze luchtaanvallen als oorlogsmisdrijven kunnen worden aangemerkt; onderstreept dat het, met het oog op een duurzame oplossing van het conflict, van cruciaal belang is ervoor te zorgen dat voor schendingen verantwoording wordt afgelegd; dringt er bij de Iraanse autoriteiten op aan hun invloed op het Saleh/Houthi-regime aan te wenden om raketaanvallen op Saudi-Arabië die het conflict verergeren, te staken;

    3.  veroordeelt ten stelligste alle schendingen van de mensenrechten jegens burgers door de Houthi's die naar verluidt in de afgelopen maand alleen al tot meer dan 500 gevallen zijn opgelopen;

    4.  herhaalt zijn standpunt dat het conflict in Jemen niet kan worden opgelost met militaire middelen, maar alleen via een onderhandelingsproces tussen de partijen; is verheugd over de rol van de secretaris-generaal van de VN en de speciale gezant van de VN voor Jemen en ondersteunt hun inspanningen; dringt er bij alle conflictpartijen en de regionale actoren op aan zich onder auspiciën van de VN op constructieve wijze in te zetten om het conflict te deëscaleren, de burgerbevolking te verzorgen en te onderhandelen over een regeling om een einde te maken aan het geweld; dringt er bij de door Saudi-Arabië geleide coalitie op aan alle belangrijke vertegenwoordigers van de Jemenitische bevolking te betrekken bij de onderhandelingen om ervoor te zorgen dat er geen regeling van boven wordt opgelegd, maar dat er een breed draagvlak is, en dringt er bij het Saleh/Houthi-bestuur op aan opnieuw in gesprek te gaan met de speciale gezant van de VN;

    5.  herinnert de conflictpartijen er nogmaals aan dat het een belangrijke verplichting krachtens het internationaal humanitair recht is om ervoor te zorgen dat humanitaire hulp tijdig en onbelemmerd kan worden verleend; is verheugd over de gedeeltelijke verlichting van de blokkade waardoor vitale leveringen mogelijk zijn in de havens in de door de regering gecontroleerde gebieden, maar merkt op dat deze maatregel niet volstaat om aan de humanitaire behoeften te voldoen; doet een beroep op de door Saudi-Arabië geleide coalitie om de blokkade volledig op te heffen; betreurt het feit dat de verleners van humanitaire hulp die mensen in nood willen bereiken, nog steeds stuiten op ernstige problemen door gevechtshandelingen, onzekerheid, administratieve rompslomp en gebrek aan financiering; dringt er met name bij de door Saudi-Arabië geleide coalitie op aan de obstakels voor de humanitaire actoren weg te nemen, onder andere het weigeren van toestemming voor de aanvoer van hulpgoederen in het land en het weigeren van de nodige vergunningen;

    6.  benadrukt dat het geweld en het conflict de belangrijkste oorzaken zijn van de ontheemding in Jemen, aangezien de meerderheid van de binnenlands ontheemden afkomstig is uit districten waar het geweld woedt; benadrukt dat de teruggekeerde personen vaak geconfronteerd worden met onmogelijke omstandigheden omdat ze enorme vernielingen en een gebrek aan kansen aantreffen;

    7.  herinnert er opnieuw aan dat de conflictpartijen de verantwoordelijkheid hebben burgers en civiele infrastructuur te beschermen; roept de conflictpartijen op om alle vormen van geweld, met inbegrip van seksueel en gendergerelateerd geweld, te voorkomen en ertegen op te treden; dringt aan op uitbetaling van de uitstaande lonen, zodat Jemenieten kunnen proberen te voorzien in de basisbehoeften van hun gezinnen, en dringt er bij de door Saudi-Arabië geleide coalitie op aan ervoor te zorgen dat dit als prioriteit wordt behandeld;

    8.  dringt er bij alle conflictpartijen op aan ervoor te zorgen dat personen die nog geen 18 zijn, niet onder dwang in hun strijdkrachten worden gerekruteerd, overeenkomstig het Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten, waarbij Jemen partij is, en zoals nog eens is herhaald in de gezamenlijke verklaring waarin Jemen zich ertoe verbindt het verbod op de gedwongen of vrijwillige rekrutering van personen onder de 18 jaar te handhaven; verwerpt ten stelligste elke verklaring waarin de rekrutering van schoolkinderen en studenten wordt voorgesteld;

    9.  doet een beroep op de conflictpartijen zich in te zetten voor een compromis over de situatie in Al Hudaydah om te voorkomen dat de haven wordt gesloten, aangezien dit ernstige gevolgen zou hebben voor de aanvoer van voedsel en geneesmiddelen; betreurt het feit dat het voorstel van de speciale gezant van de VN in dit verband niet is aanvaard, maar dringt aan op hernieuwde inspanningen om dit alsnog te doen; dringt er bij de coalitie op aan de burgerluchthavens, vooral de luchthaven van Sana'a, te heropenen voor VN-vluchten en commercieel vliegverkeer, met inbegrip van humanitaire vluchten, en te zorgen voor het transparante bestuur van de luchthaven van Aden;

    10.  dringt aan op dringende, versterkte en gecoördineerde humanitaire actie onder leiding van de VN; is verheugd over de donorconferentie op hoog niveau voor de humanitaire crisis in Jemen, en dringt er bij alle partijen op aan hun toezeggingen zo spoedig mogelijk na te komen; is bezorgd over de ernstige onderfinanciering van het humanitaire noodplan voor Jemen; dringt in dit verband aan op hernieuwde toezeggingen door de internationale gemeenschap, en met name de Samenwerkingsraad van de Golf en de EU en haar lidstaten; is ingenomen met de 207,5 miljoen USD aan extra toezeggingen, van Denemarken (12,8 miljoen USD), Nederland (3 miljoen USD), het Verenigd Koninkrijk (21,7 miljoen USD) en de Verenigde Staten (170 miljoen USD);

    11.  doet een beroep op de lidstaten de toevoer van wapens en de militaire bijstand aan de leden van de door Saudi-Arabië geleide coalitie voor aanwending in Jemen onmiddellijk stop te zetten, ook van uitrusting en logistieke steun die voor de handhaving van de blokkade worden gebruikt; betreurt het feit dat, ondanks zijn herhaalde oproepen om aan Saudi-Arabië een wapenembargo op te leggen, niets is gebeurd om dit te verwezenlijken; doet andermaal een beroep op de VV/HV om het initiatief te nemen voor een wapenembargo van de EU tegen Saudi-Arabië, gezien de ernstige beschuldigingen van schendingen van het internationaal humanitair recht door Saudi-Arabië in Jemen, en gezien het feit dat het blijven verlenen van vergunningen voor de wapenverkoop aan Saudi-Arabië dus in strijd is met Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad;

    12.  is ernstig bezorgd over de dramatische stijging van dodelijke antiterreuroperaties in Jemen buiten het internationale juridische kader en doet een beroep op de lidstaten om zich, overeenkomstig hun wettelijke verplichtingen, te onthouden van het begaan en faciliteren van of anderszins deelnemen aan onwettige dodelijke operaties;

    13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Golf, de secretaris-generaal van de Liga van Arabische Staten en de regering van Jemen.