Procedure : 2017/2973(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0672/2017

Ingediende teksten :

B8-0672/2017

Debatten :

PV 12/12/2017 - 11
CRE 12/12/2017 - 11

Stemmingen :

PV 14/12/2017 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0500

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 265kWORD 51k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0668/2017
6.12.2017
PE614.291v01-00
 
B8-0672/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie van de Rohingya (2017/2973(RSP))


Elena Valenciano, Victor Boştinaru, Soraya Post namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van de Rohingya (2017/2973(RSP))  
B8-0672/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Myanmar en de situatie van Rohingya-moslims, met name die van 14 september 2017(1), 7 juli 2016(2) en 15 december 2016(3),

–  gezien de conclusies van de Raad over Myanmar/Birma van 16 oktober 2017,

–  gezien de uitspraken die de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, op 19 november 2017 heeft gedaan in de stad Cox's Bazar, Bangladesh,

–  gezien het gezamenlijke persbericht van 25 november 2016 over de derde mensenrechtendialoog EU-Myanmar,

–  gezien de conclusies van de Raad over staatloosheid van 4 december 2015,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad over geweld in de deelstaat Rakhine van 6 november 2017,

–  gezien de resolutie over de mensenrechtensituatie in Myanmar die door de Derde Commissie van de Algemene Vergadering van de VN is aangenomen op 16 november 2017,

–  gezien het verslag van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten van 20 juni 2016 met als titel "Situation of human rights of Rohingya Muslims and other minorities in Myanmar" (Situatie van de mensenrechten van Rohingya-moslims en andere minderheden in Myanmar) en het verslag van de Speciaal Rapporteur van de VN van 18 maart 2016 over de mensenrechtensituatie in Myanmar,

–  gezien de 27e speciale zitting van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties over de mensenrechtensituatie van de minderheid van Rohingya-moslims en andere minderheden in de deelstaat Rakhine van Birma/Myanmar en zijn resolutie van 5 december 2017 over de mensenrechtensituatie van Rohingya-moslims en andere minderheden in Myanmar,

–  gezien het VN-verdrag van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het aanvullende protocol hierbij van 1967,

–  gezien het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 1954 en het Verdrag tot beperking der staatloosheid van 1961,

–  gezien het mondiale actieplan 2014-2024 van de UNHCR om een einde te maken aan staatloosheid,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) van 1948,

–  gezien het eindverslag van de Adviescommissie inzake de deelstaat Rakhine (Commissie Annan),

–  gezien het Internationale Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, beide van 1966,

–  gezien het Handvest van de ASEAN,  

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in de deelstaat Rakhine in Myanmar ongeveer een miljoen Rohingya wonen, een overwegend islamitische minderheid die volledige burgerrechten worden ontzegd op grond van de Birmese wet op het staatsburgerschap, waardoor zij staatloos zijn;

B.  overwegende dat de Rohingya een van de meest vervolgde minderheden ter wereld zijn en dat zij grotendeels verplicht zijn te wonen in kampen, met ernstige beperkingen op het vrije verkeer binnen en buiten de deelstaat Rakhine; overwegende dat deze vrijheidsberoving heeft geleid tot bedreigingen voor mensenlevens en veiligheid, het ontzeggen van het recht op gezondheid en onderwijs, ondervoeding en voedselonzekerheid, dwangarbeid, seksueel geweld en beperkingen van hun politieke rechten;

C.  overwegende dat de meest recente escalatie van de spanningen in augustus 2017 heeft geleid tot een buitengewoon disproportionele reactie van de autoriteiten van Myanmar, die op grote schaal ernstige mensenrechtenschendingen jegens de Rohingya heeft begaan, met inbegrip van grootschalige vernietiging van huizen, moordpartijen, verkrachting en foltering;

D.  overwegende dat er sinds augustus 2017 meer dan 626 000 Rohingya zijn gevlucht naar het veilige naburige Bangladesh, waardoor het aantal Rohingya vluchtelingen in Bangladesh op een totaal van 838 109 is gekomen, een cijfer dat naar verwachting tegen het einde van 2017 meer dan een miljoen zal bedragen; overwegende dat degenen die wegvluchten, via verraderlijke routes reizen, waarbij zij beschoten worden, over gevaarlijke paden trekken, gendergerelateerd geweld ondergaan, honger lijden en geen medische bijstand krijgen; overwegende dat tientallen Rohingya, waaronder vrouwen en kinderen, onderweg zijn omgekomen;

E.  overwegende dat meer dan 400 000 mensen gezondheidszorg en voedselhulp nodig hebben, en naar schatting 300 000 voedselhulp behoeven, waaronder meer dan 150 000 kinderen onder de 5 jaar;

F.  overwegende dat Bangladesh een klacht heeft ingediend tegen de autoriteiten van Myanmar wegens het leggen van landmijnen over een deel van de grens met Bangladesh;

G.  overwegende dat VN-agentschappen volgens berichten nog steeds belet wordt humanitaire hulp te bieden, met inbegrip van voedsel, water en medicijnen, aan de Rohingya;

H.  overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al-Hussein, op 10 september 2017 heeft verklaard dat de situatie in Myanmar een schoolvoorbeeld van etnische zuiveringen lijkt en op 5 december 2017 dat genocide van de Rohingya moslims door strijdkrachten in Myanmar niet kan worden uitgesloten; overwegende dat Amnesty International de situatie van de minderheden in de deelstaat Rakhine als "apartheid" heeft omschreven en de VN-Mensenrechtenraad "het zeer waarschijnlijke plegen van misdaden tegen de menselijkheid" in Myanmar veroordeeld heeft; overwegende dat een verslag van het Amerikaanse Holocaust Memorial Museum en de in Zuidoost-Azië gevestigde mensenrechtenorganisatie Fortify Rights melding maken van steeds meer bewijzen van genocide van de Rohingya;

1.  betreurt het aanhoudende geweld, de schendingen van de mensenrechten en het verlies van levens, bestaansmiddelen en huizen in de deelstaat Rakhine; spreekt zijn diepste medeleven en steun uit voor de Rohingya; herinnert eraan dat de autoriteiten van Myanmar de plicht hebben alle burgers zonder onderscheid te beschermen tegen geweld, ernstige schendingen van de mensenrechten te onderzoeken en de schuldigen te vervolgen, in overeenstemming met de normen en verplichtingen op het gebied van de mensenrechten;

2.  dringt er bij de militaire en veiligheidstroepen van Myanmar met klem op aan onmiddellijk te stoppen met het vermoorden, intimideren en verkrachten van Rohingya en het vernietigen van hun huizen;

3.  dringt er bij de autoriteiten van Myanmar op aan onmiddellijk ongehinderde internationale humanitaire toegang tot de deelstaat Rakhine te verlenen, inclusief specifieke steun voor kwetsbare groepen als kinderen, ouderen en slachtoffers van seksueel geweld; dringt er bij de regering van Myanmar op aan maatregelen uit te voeren overeenkomstig resolutie 2106 (2013) van de VN‑Veiligheidsraad om gevallen van seksueel geweld te voorkomen en op zulke gevallen te reageren;

4.  verzoekt de autoriteiten van Myanmar toegang te verlenen aan onafhankelijke waarnemers, met name de VN-onderzoeksmissie die in maart 2017 is ingesteld door de VN-Mensenrechtenraad, om te zorgen voor onafhankelijke en onpartijdige onderzoeken van de beschuldigingen van ernstige mensenrechtenschendingen door alle partijen;

5.  verzoekt nogmaals de regering van Myanmar onmiddellijk alle landmijnen op de grens met Bangladesh op te ruimen;

6.  erkent de inspanningen van Bangladesh tijdens de humanitaire crisis in een van de buurlanden; is ingenomen met de bescherming die het land aan Rohingya-vluchtelingen heeft geboden en moedigt het aan nauw samen te werken met de Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen, die de technische expertise heeft om op vluchtelingenstatus te controleren en het mandaat heeft om vluchtelingen en staatloze burgers te beschermen; verzoekt Bangladesh humanitaire operaties door internationale ngo's verder te faciliteren door de administratieve lasten en het registratieproces te vereenvoudigen en de beperkingen van het vrije verkeer te verminderen;

7.  dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de financiële en materiële steun voor de opvang van vluchtelingen te verhogen, en er tegelijk voor te zorgen dat de bijstand geen onaanvaardbare oplossingen voor vluchtelingen en repatrianten tot gevolg heeft, zoals de instelling van "veilige zones" aan de Birmese zijde van de grens; is daarom bezorgd over het besluit van Bangladesh om een geïsoleerd en voor overstromingen kwetsbaar eiland in de Golf van Bengalen te ontwikkelen tot een tijdelijke verblijfplaats voor 100 000 Rohingya vluchtelingen aangezien dit de vluchtelingen zou beroven van hun rechten;

8.  dringt er voorts op aan dat de regering van Bangladesh, de EU, haar lidstaten en de internationale financiële instellingen zorgen voor langetermijnfinanciering waarmee een duurzaam antwoord wordt geformuleerd voor de noden van ontheemde Rohingya en de gemeenschappen waar zij worden opgevangen, door middel van toegang tot passende en verbeterde diensten; vestigt in het bijzonder de aandacht op de dringende behoefte aan financiering, voor een geraamd bedrag van 10 miljoen USD, van gespecialiseerde medische en geestelijke gezondheidszorg voor slachtoffers van verkrachting en gendergerelateerd geweld; dringt er bij de Commissie op aan een volledig onderzoek in te stellen naar de mate van seksueel geweld en andere misdaden tegen de Rohingya;

9.  is uiterst bezorgd door de meldingen dat in Myanmar en Bangladesh illegaal handel wordt gedreven in Rohingya-vrouwen en meisjes en dringt er bij de autoriteiten van beide landen op aan samen te werken met de Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen en met mensenrechtenorganisaties om aan de mensenhandel een einde te maken en de getroffen vrouwen en meisjes bescherming en ondersteuning te bieden;

10.  neemt kennis van de bilaterale repatriëringsovereenkomst die is gesloten tussen Bangladesh en Myanmar op 23 november 2017, waarin het recht van de Rohingya wordt erkend om terug te keren naar Myanmar en daar te blijven wonen; dringt er evenwel op aan dat er geen gedwongen terugkeer komt, met name zolang het geweld en de repressie, die volgens omschrijvingen neerkomen op etnische zuivering, blijven voortduren; dringt er bij de Bengalese autoriteiten sterk op aan, voordat van terugkeer sprake is, ervoor te zorgen dat er in Myanmar een alomvattende strategie is voor de terugkeer en integratie van de Rohingya, gebaseerd op de uitvoering van de belangrijkste aanbevelingen van het verslag van de Commissie Annan; dringt er op aan dat de autoriteiten van Myanmar geloofwaardige garanties bieden dat terugkeerders niet op basis van etnische of religieuze gronden worden vervolgd of onder dwang zullen worden ondergebracht in aparte kampen, en onafhankelijk en onpartijdig toezicht door mensenrechtenorganisaties waarborgen; is van mening dat onder de huidige omstandigheden aan de voorwaarden voor veilige, vrijwillige terugkeer niet wordt voldaan;

11.  benadrukt de noodzaak om ervoor te zorgen dat als er sprake is van terugkeer in het kader van deze overeenkomst, volledig toezicht van de VN wordt ingesteld om het vrijwillige, veilige en verantwoorde karakter van dergelijke terugkeer te waarborgen; dringt er bij de regering van Myanmar op aan een alomvattende strategie voor de sluiting van alle kampen voor intern ontheemden (IDP's) in de centrale deelstaat Rakhine voor te bereiden en de terugkeer van intern ontheemden binnen Myanmar te vergemakkelijken, gestoeld op de aanbevelingen van het verslag van de Commissie Annan, door middel van overleg met de betrokken gemeenschappen en binnen een duidelijk gedefinieerd tijdschema;

12.  merkt op dat, om de terugkeer te faciliteren en de universele mensenrechten van de Rohingya te laten eerbiedigen, een algemene inspanning nodig is om de geïnstitutionaliseerde discriminatie en segregatie in Myanmar aan te pakken; benadrukt dat het onmogelijk is een eind te maken aan hun benarde situatie als de diepere oorzaken niet worden aangepakt; merkt in verband hiermee op dat de ontzegging van rechten aan minderheden in Myanmar verder reikt dan de Rohingya en ook etnische groepen treft in de deelstaten Kachin en Shan;

13.  spreekt zijn diepe leedwezen uit over de lopende uitvoering van de Birmese wet op het staatsburgerschap van 1982, die fundamentele mensenrechten ontzegt aan de Rohingya, door hen staatloos te maken; dringt er bij de regering van Myanmar op aan de wet op het staatsburgerschap te wijzigen en de Rohingya-ingezetenen van wettelijk erkende burgerschapsdocumentatie te voorzien waarmee zij worden aanvaard als een gemeenschap en hun recht op zelfidentificatie gerespecteerd wordt; dringt er bij de regering op aan identiteitskaarten af te leveren zonder vermelding van religieuze overtuiging;

14.  benadrukt dat de segregatie van de Rohingya in Myanmar moet worden beëindigd; vraagt dat de avondklok voor de Rohingya wordt opgeheven en alle controlepunten worden ontmanteld; dringt er bij de regering van Myanmar op aan ervoor te zorgen dat Rohingya-ingezetenen vrij in de deelstaat Rakhine en de rest van het land kunnen reizen en dat met name hun recht op toegang tot gezondheidszorg, voeding, onderwijs en werkgelegenheid wordt geëerbiedigd;

15.  herinnert eraan dat de Commissie Annan is ingesteld op verzoek van de staatsadviseur; moedigt de autoriteiten van Myanmar ertoe aan zo spoedig mogelijk een uitvoeringsorgaan te benoemen om de aanbevelingen van Annan volledig uit te voeren; spoort de EU en de VN ertoe aan het proces te steunen;

16.  benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat de investeringen van de EU, waaronder ontwikkelingshulp, bijdragen tot universele diensten die beschikbaar zijn voor de hele bevolking en onderstreept het feit dat deze investeringen niet mogen leiden tot een verankering van de segregatie in Myanmar, die reeds heeft geleid tot geïnstitutionaliseerde discriminatie en misdaden tegen de menselijkheid; verzoekt de EU daarom beoordelingen van alle projecten en bijstandsoperaties uit te voeren om ervoor te zorgen dat deze dienovereenkomstig geïmplementeerd worden, en verzoekt de EU daarom steun te verlenen aan actoren en projecten die de segregatie en discriminatie tegengaan en een meer inclusieve en gelijke samenleving trachten tot stand te brengen;

17.  dringt er bij de EU en haar lidstaten dringend op aan gerichte financiële sancties vast te stellen tegen personen in de militaire en veiligheidsdiensten die verantwoordelijk zijn voor de bestendiging van de wijdverbreide schendingen van de mensenrechten in Myanmar;

18.  verzoekt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties om een mondiaal, alomvattend wapenembargo tegen Myanmar, waarmee alle directe en indirecte leveringen, verkoop of overdracht, met inbegrip van doorvoer en overlading van alle wapens, munitie en andere militaire en veiligheidsuitrusting, alsmede de verstrekking van opleidingen of andere vormen van bijstand op militair en veiligheidsgebied, worden opgeschort;

19.  dringt er bij de regering van Myanmar op aan ervoor te zorgen dat verantwoording wordt afgelegd voor de misdaden tegen de menselijkheid en schendingen van de mensenrechten, en gerechtigheid voor de slachtoffers te waarborgen; spoort de VN en de EU aan toezicht te houden op en steun te verlenen aan de onderzoeken door Myanmar en de mogelijkheden te verkennen voor onderzoek en vervolging door internationale of buitenlandse rechtbanken, ingeval de autoriteiten van Myanmar de binnenlandse verantwoordingsplicht niet kunnen waarborgen;

20.  verzoekt de regering van Myanmar, inclusief de staatsadviseur, haatzaaiende uitlatingen en intimidatie te veroordelen, de interculturele en interreligieuze dialoog te bevorderen en erop toe te zien dat het universele recht op vrijheid van godsdienst of overtuiging wordt geëerbiedigd;

21.  verzoekt voorts de ASEAN en de regionale regeringen onmiddellijk actie te ondernemen om meer druk uit te oefenen op de regering van Myanmar en het leger van het land om een einde te maken aan alle rechtenschendingen en alle burgers in de deelstaat Rakhine en in heel Myanmar te beschermen;

22.  verzoekt winnaar van de Sacharovprijs Aung San Suu Kyi alle ernstige mensenrechtenschendingen tegen de Rohingya-minderheid te veroordelen; herinnert aan de verklaring van 18 mei 2015 van de woordvoerder van de partij van mevrouw Suu Kyi dat de regering van Myanmar de Rohingya-minderheid haar staatsburgerschap moet teruggeven; herinnert eraan dat de Sacharovprijs wordt toegekend aan personen die de mensenrechten verdedigen, de rechten van minderheden beschermen en het internationaal recht eerbiedigen, naast andere criteria; wijst erop dat overwogen kan worden de Sacharovprijs in te trekken wanneer de winnaar ervan na de toekenning van de prijs die criteria schendt;

23.  moedigt de belangrijkste internationale medestanders van de partijen aan, met name China en andere regionale actoren, gebruik te maken van alle diplomatieke kanalen om een einde te maken aan het geweld;

24.  betreurt het dat de VN-Veiligheidsraad geen overeenstemming heeft kunnen bereiken over krachtige maatregelen en dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de druk op te voeren op de landen die concrete maatregelen blokkeren, waaronder China en Rusland;

25.  verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden, de VV/HV en de lidstaten druk te blijven uitoefenen op de autoriteiten van Myanmar en veiligheidsdiensten om een einde te maken aan het geweld en de discriminatie tegen de Rohingya en samen te werken met de VN, ASEAN, regionale overheden en China om een halt toe te roepen aan de segregatie in Myanmar;

26.  vraagt de VV/HV om het Parlement te informeren over het optreden van de EU‑delegatie op de bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de ASEM in Nay Pyi Taw op 21 november 2017;

27.  dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan steun te verlenen aan het mondiale actieplan 2014-2024 van de UNHCR om een einde te maken aan staatloosheid;

28.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de regering en het parlement van Myanmar, de regering en het parlement van Bangladesh, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de ASEAN, de intergouvernementele mensenrechtencommissie van de ASEAN, de speciaal rapporteur van de VN over de mensenrechtensituatie in Myanmar, de Hoge Commissaris van de VN voor vluchtelingen en de VN-Mensenrechtenraad.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0351.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0316.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0506.

Juridische mededeling - Privacybeleid