Procedure : 2017/2932(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0681/2017

Ingediende teksten :

B8-0681/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/12/2017 - 8.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0499

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 277kWORD 50k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0678/2017
11.12.2017
PE614.304v01-00
 
B8-0681/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Afghanistan (2017/2932(RSP))


Petras Auštrevičius, Patricia Lalonde, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, Fredrick Federley, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Ilhan Kyuchyuk, Valentinas Mazuronis, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Ivo Vajgl, Hilde Vautmans, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Afghanistan (2017/2932(RSP))  
B8-0681/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien het communiqué van de conferentie over Afghanistan, die op 4 en 5 oktober 2016 in Brussel is gehouden,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Afghanistan, in het bijzonder die van 26 november 2015 over Afghanistan - met name de moorden in de provincie Zabul(1), en die van 13 juni 2013 over de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Afghanistan(2),

–  gezien de conclusies van de Raad over Afghanistan van 16 oktober 2017,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad van 14 september 2016 over de situatie in Afghanistan,

–  gezien resolutie 2210 (2015) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over Afghanistan,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de EDEO aan het Europees Parlement en de Raad van 24 juli 2017, "Bouwstenen voor een EU-strategie ten aanzien van Afghanistan" (JOIN(2017) 31 final),

–  gezien het rapport van Human Rights Watch (HRW) van 13 februari 2017, getiteld "Pakistan Coercion, UN Complicity: The Mass Forced Return of Afghan Refugees",

–  gezien het rapport over de situatie in de wereld in 2017 van HRW,

–  gezien het kwartaalverslag van de speciale inspecteur-generaal van de VS voor de wederopbouw van Afghanistan (SIGAR) aan het Congres van de Verenigde Staten van 30 januari 2017,

–  gezien de op 3 oktober 2016 ondertekende gezamenlijke koersbepaling van de EU en Afghanistan inzake migratie,

–  gezien de op 18 februari 2017 ondertekende samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de EU en Afghanistan,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie en haar lidstaten sinds 2001 hebben samengewerkt met Afghanistan en met de ruimere internationale gemeenschap om terrorisme en extremisme te bestrijden, en tegelijkertijd duurzame vrede en ontwikkeling te bevorderen; overwegende dat deze doelstellingen en de reeds geboekte grote vorderingen verloren dreigen te gaan door de toenemende druk van opstandelingen en terroristen, een haperende economie, en politieke instabiliteit;

B.  overwegende dat de EU en haar lidstaten sinds 2002 al miljarden euro's aan humanitaire en ontwikkelingshulp en bijstand voor Afghanistan hebben bijgedragen; overwegende dat de EU en haar lidstaten samen de grootste donor voor Afghanistan zijn, met een bedrag dat voor de periode 2017-2020 5 miljard EUR zal bedragen;

C.  overwegende dat het verzekeren van de democratie, de mensenrechten, de rechtsstaat en goed bestuur tijdens de overgangsperiode in Afghanistan en in het tijdperk van transformatie daarna essentieel is om een stabiele en welvarende staat tot stand te brengen;

D.  overwegende dat de levensstandaard de afgelopen 15 jaar sterk gestegen is, omdat dankzij toegang tot elementaire gezondheidszorg, onderwijs, en empowerment van vrouwen, het bbp per hoofd van de bevolking nu vijf keer hoger is dan in 2001 en de gemiddelde levensverwachting met 15 jaar toegenomen is; overwegende dat volgens de speciale inspecteur-generaal van de VS voor de wederopbouw van Afghanistan (SIGAR) het aantal schoolgaande kinderen sinds de val van de Taliban in 2001 gestegen is van één miljoen leerlingen, waarvan de meerderheid jongens, tot bijna negen miljoen in 2015, waarvan 39 % meisjes;

E.  overwegende dat de regering van nationale eenheid sinds de crisis bij de presidentsverkiezingen van 2014 geen vorderingen meer heeft kunnen maken met betrekking tot haar hervormingsprogramma, met een steeds instabielere politieke situatie tot gevolg;

F.  overwegende dat de wijdverbreide corruptie, het diepgewortelde nepotisme en het onvermogen van de politiek verdeelde Afghaanse regering om vorderingen te boeken met de hervormingen de vooruitgang dreigen te vertragen en reeds behaalde resultaten ongedaan dreigen te maken;

G.  overwegende dat de laatste jaren weliswaar enige sociaal-economische en politieke vooruitgang is geboekt, maar dat de instabiliteit dreigt uit te groeien tot een conflict van grotere schaal als gevolg van de heropleving van de Taliban en Al Qaida en recent ook de opkomst van Islamitische Staat (IS) in Afghanistan, in combinatie met de terugkeer van grote aantallen Afghaanse migranten naar hun thuisland; overwegende dat dit ook tot een toename van de migratie naar Europa heeft geleid; overwegende dat 40 %van de Afghaanse bevolking in armoede leeft en dat het werkloosheidspercentage bijna 40 % bedraagt;

H.  overwegende dat 4 000 extra soldaten het reeds aanwezige contingent van 8 400 Amerikaanse soldaten zullen vervoegen in het kader van de nieuwe strategie van de VS voor Afghanistan en Zuid-Azië; overwegende dat bij de ontwikkeling van de nieuwe strategie van de VS de voorkeur gegeven zal worden aan een aan voorwaarden gebonden aanpak, waarbij diplomatieke en economische akkoorden opgenomen zullen worden in het kader van de militaire inspanning; overwegende dat in de nieuwe strategie van de VS wordt geëist dat Pakistan stopt met het verlenen van onderdak en ondersteuning aan terroristen, en wordt opgeroepen tot meer betrokkenheid van India om de regio te helpen stabiliseren;

I.  overwegende dat Afghanistan wordt geconfronteerd met een ongekende toevloed van terugkerende Afghaanse onderdanen, met en zonder papieren, vooral uit Pakistan; overwegende dat de massale migratie en het enorme aantal ontheemden het gevolg zijn van een georganiseerde poging van Pakistan om de Afghaanse vluchtelingen en ontheemde personen binnen Pakistan onder dwang te ontzetten en naar Afghanistan te doen terugkeren; overwegende dat ongeveer twee miljoen Afghanen zonder papieren en een miljoen Afghanen met vluchtelingstatus in Iran verblijven en naar Afghanistan zullen terugkeren;

J.  overwegende dat India de grootste regionale donor is voor Afghanistan, met ongeveer 3 miljard USD aan steun sinds de afzetting van de Taliban-regering in 2001; overwegende deze steun onder meer gebruikt werd voor de bouw van meer dan 200 scholen in Afghanistan, voor meer dan 1 000 beurzen voor Afghaanse studenten, en om aan ongeveer 16 000 Afghaanse studenten de mogelijkheid te geven om in India te gaan studeren; overwegende dat India ook steun heeft verleend voor de bouw van kritieke infrastructuur, zoals de aanleg van ongeveer 4 000 km aan wegen in Afghanistan, met name de snelweg tussen Zaranj en Delaram, de Salma-dam en elektriciteitsleidingen, en de bouw van het Afghaanse parlement;

K.  overwegende dat de instabiliteit negatieve gevolgen heeft voor de economie en de veiligheid in Iran en in de ruimere omgeving; overwegende dat de economie van Afghanistan sterk afhankelijk is van de productie van papaver, die de afgelopen jaren sterk toegenomen is, met een stijging van het drugsgebruik in buurland Iran als gevolg; overwegende dat deze illegale drugshandel door de Taliban gebruikt wordt om operaties te financieren; overwegende dat de beperking van deze handel en het vinden van economische alternatieven voordelig zou zijn voor zowel Iran als Afghanistan; overwegende dat opium uit Afghanistan de belangrijkste bron is van heroïne in de EU; overwegende dat samenwerking met Iran en andere buurlanden, zoals Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan, noodzakelijk is om de opiumstroom naar Russische en Europese markten verder te beperken;

L.  overwegende dat een nieuwe infrastructuurdimensie van cruciaal belang is voor de toekomst van Afghanistan, om een volledig nieuwe realiteit met economische en sociale kansen voor een van de armste landen ter wereld mogelijk te maken; overwegende dat een nieuw nationaal programma voor infrastructuurontwikkeling positieve en toenemende regionale investeringen zal aantrekken in het kader van de nieuwe zijderoute;

M.  overwegende dat bepaalde bronnen melden dat Afghanistan nog tussen één en drie biljoen dollar aan onontgonnen minerale reserves heeft; overwegende dat illegale mijnbouw een groot probleem is, dat een potentiële motor voor ontwikkeling in Afghanistan tot een bron van conflict en instabiliteit dreigt te maken; overwegende dat mijnbouw de op een na grootste bron van inkomsten is voor de Taliban;

1.  verwelkomt de inspanningen van de Afghaanse regering voor een nationale strategie die gericht is op een kwalitatief hoogstaand politiek, sociaal, economisch en veilig milieu dat een vreedzaam, veilig en duurzaam Afghanistan mogelijk zal maken, zoals bepaald in de conclusies van de ministerconferentie over Afghanistan in Brussel op 5 oktober 2016; dringt erop aan de functie van eerste minister op te nemen in de Afghaanse grondwet, om meer politieke stabiliteit in Afghanistan mogelijk te maken; roept de Afghaanse regering op om te zorgen voor een transparante verkiezingsprocedure in 2018; vraagt de Afghaanse regering geen olie op het vuur te gieten met betrekking tot de bestaande sociale en politieke spanningen over de voorkeursbehandeling van de Pasjtoen-gemeenschap; verzoekt de Afghaanse regering maatregelen in te voeren om de situatie te herzien, en te verzekeren dat maatregelen die een discriminerend effect hebben op de lokale gemeenschappen worden hervormd;

2.  merkt met grote bezorgdheid op dat de veiligheidssituatie in Afghanistan er ondanks het politieke akkoord na de presidentsverkiezingen van 2014 op achteruit is gegaan, en het aantal terroristische aanvallen is vermenigvuldigd; is gealarmeerd door de aanhoudende territoriale expansie van de Taliban en de recente opkomst van terroristische groeperingen rond IS en Al Qaida; wijst erop dat, volgens de speciale inspecteur-generaal van de VS voor de wederopbouw van Afghanistan, van januari tot en met november 2016 bij de Afghaanse strijdkrachten 6 785 doden en 11 777 gewonden zijn gevallen, en dat de VN-bijstandsmissie in Afghanistan (Unama) bovendien meldt dat het aantal burgerslachtoffers in 2016 (3 498 doden en 7 920 gewonden) met 3 % gestegen is ten opzichte van het voorgaande jaar;

3.  herinnert de Afghaanse regering eraan dat, om ontwikkeling mogelijk te maken en vrede en stabiliteit te bevorderen, de politieke machtsstrijd moet stoppen; benadrukt dat de enige weg voorwaarts een door Afghanen geleid en vormgegeven vredesproces is, waarbij het volledige maatschappelijke middenveld en alle partijen in het conflict zonder voorwaarden betrokken moeten worden; roept de EU op om actief ondersteuning te bieden bij de door Afghanistan geleide ontwapening en demobilisatie van en re‑integratieprogramma voor voormalige opstandelingen;

4.  waarschuwt dat de gebrekkige capaciteit van de Afghaanse nationale veiligheidstroepen (ANSF) nog steeds een van de grootste bedreigingen is voor de veiligheid en heropbouw van Afghanistan;

5.  is van oordeel dat de strijd tegen corruptie in de Afghaanse overheidsinstellingen een permanente hoofdprioriteit moet zijn, gezien de rechtstreekse negatieve gevolgen van corruptie voor de kwaliteit van het bestuur van het land; vraagt de Commissie om volledige transparantie van de Afghaanse regering met betrekking tot de verstrekte financiële steun te verzekeren;

6.  steunt de Afghaanse bevolking en dringt erop aan dat alle bij het conflict betrokken partijen zich houden aan het internationaal humanitair recht, en respect opbrengen voor de rechten van alle leden van de samenleving, in het bijzonder minderheden, vrouwen en kinderen, die onevenredig zwaar getroffen worden door de situatie; verzoekt de Afghaanse autoriteiten om vast te houden aan het op 30 januari 2011 in Kabul ondertekende actieplan van de VN en Afghanistan over de praktijk van "bacha bazi" en de rehabilitatie van kinderen die het slachtoffer zijn geweest van seksueel misbruik; veroordeelt met klem de aanhoudende schendingen van de mensenrechten en het barbaarse geweld tegen de Afghaanse bevolking van de Taliban, IS en Al Qaida; vestigt de aandacht op de risico's die verbonden zijn aan de terugkeer van voormalige oorlogsmisdadigers, met name Gulbuddin Hekmatyar, de stichter van Hizb-e-Islami, die in 2003 door de VS als terrorist werd aangemerkt en die in verband wordt gebracht met de toegenomen aanwezigheid van IS in Afghanistan;

7.  is gealarmeerd door het oplaaiende geweld tegen vrouwen, de flagrante schending van de vrouwenrechten en de erbarmelijke leefomstandigheden van vrouwen in de gebieden van Afghanistan die onder controle staan van de Taliban; herhaalt zijn oproep aan het Afghaanse parlement en de Afghaanse regering om alle wetten in te trekken die elementen bevatten van vrouwendiscriminatie, wat indruist tegen de internationale verdragen die Afghanistan heeft ondertekend;

8.  verneemt met instemming de inspanningen van India om Afghanistan te ondersteunen door in december 2015 aanvalshelikopters voor het Afghaanse leger te leveren en door militaire training te geven aan duizenden Afghaanse veiligheidsfunctionarissen, wat aanzienlijk geholpen heeft om de militaire capaciteit van het land te versterken, in overeenstemming met de doelstelling van de in januari 2015 gelanceerde en door de NAVO geleide missie "Resolute Support" om de Afghaanse veiligheidstroepen en instellingen te adviseren en assisteren; voelt zich aangemoedigd door het werk dat reeds verricht is door en de samenwerking tussen India en Afghanistan met betrekking tot infrastructuurprojecten en humanitaire steun;

9.  vraagt de Afghaanse regering en haar regionale partners, met name Iran, om de strijd aan te gaan tegen illegale drugshandel en illegale mijnbouw, en samen te werken om deze illegale praktijken, die nefast zijn voor de stabiliteit in de regio, tegen te gaan; herinnert alle partijen eraan dat dit de belangrijkste financieringsbronnen zijn voor terreurorganisaties in de regio; erkent dat mijnbouw in het bijzonder het potentieel heeft om een positieve motor voor ontwikkeling en welvaart te zijn voor de bevolking van Afghanistan en de regio in zijn geheel; veroordeelt de repressie, illegale drugshandel, landroof, onrechtmatige inbeslagname en afpersing door krijgsheren;

10.  spoort alle Afghaanse regionale actoren aan om zich onvoorwaardelijk en op een transparante manier in te zetten in de strijd tegen terrorisme; roept met name Pakistan op tot de stopzetting van alle door de Pakistaanse overkoepelende inlichtingendienst uitgevoerde of ondersteunde activiteiten op Afghaans grondgebied;

11.  roept de regeringen van Afghanistan en Pakistan en andere regionale actoren op om samen te werken met het oog op een vredesregeling in Afghanistan, langdurige sociaal-economische ontwikkeling en meer nationale stabiliteit, en om samen te werken voor veiligheids- en terrorismekwesties; spoort aan tot het delen van inlichtingen en tot samenwerking om terroristen en extremisten aan beide kanten van de grens te bestrijden;

12.  erkent dat de EU en haar lidstaten de verantwoordelijkheid hebben om respect op te brengen voor het recht om internationale bescherming te zoeken en deel te nemen aan hervestigingsprogramma's van de UNHCR; benadrukt dat het recht en de mogelijkheid om op veilige en wettelijke manieren toevlucht te zoeken kritiek is om overlijdens onder asielzoekers te voorkomen;

13.  roept de regering van Pakistan op om onmiddellijk te stoppen met de intimidatie en gedwongen verdrijving of repatriëring van Afghaanse vluchtelingen naar Afghanistan; wijst erop dat deze daden rechtstreekse schendingen van het internationaal humanitair recht zijn en dat het groeiende aantal vluchtelingen dat op deze manier behandeld wordt de terroristische groeperingen alleen maar sterker maakt en de instabiliteit in de regio vergroot; moedigt vrijwillige terugkeer uit de EU naar Afghanistan aan; roept de EU en de internationale gemeenschap op om zich in te zetten voor solide en langdurige economische bijstand met betrekking tot de huidige noodsituatie om de re-integratie van terugkerende Afghanen te ondersteunen;

14.  is uiterst bezorgd over de explosieve stijging van het aantal intern ontheemde personen in 2016, met meer dan 635 000 nieuwe gevallen van ontheemding, wat kan leiden tot een enorme humanitaire crisis; moedigt alle betrokken partijen aan om deze kwetsbare Afghanen te ondersteunen, en roept de Afghaanse regering op om hen te helpen re-integreren in de Afghaanse maatschappij; benadrukt dat, volgens schattingen van de Afghaanse overheid en agentschappen van de VN en andere humanitaire organisaties, meer dan 9,3 miljoen mensen tegen eind 2017 humanitaire hulp nodig zullen hebben gehad;

15.  erkent dat Afghanistan, ondanks de reeds geruime tijd geleverde grote internationale inspanningen, nog steeds kampt met een ernstig conflict dat de economische en sociale ontwikkeling van het land hindert; herinnert aan de doelstellingen van de Europese Unie, namelijk de bevordering van vrede, stabiliteit en veiligheid in de regio, de versterking van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten, het stimuleren van goed bestuur en empowerment van vrouwen, de ondersteuning van de economische en menselijke ontwikkeling, en het aanpakken van de uitdagingen met betrekking tot migratie;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van Afghanistan.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0412.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0282.

Juridische mededeling - Privacybeleid