Procedure : 2017/3018(RPS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0066/2018

Ingediende teksten :

B8-0066/2018

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0027

AANBEVELING VOOR EEN BESLUIT
PDF 254kWORD 50k
26.1.2018
PE614.368v01-00
 
B8-0066/2018

ingediend overeenkomstig artikel 106, lid 4, onder d), en artikel 105, lid 6, van het Reglement


om geen bezwaar te maken tegen het ontwerp van verordening van de Commissie houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat wijzigingen in International Financial Reporting Standard 9 betreft (D054380/02 – 2017/3018(RPS))


Commissie economische en monetaire zaken
Verantwoordelijk lid: Theodor Dumitru Stolojan

Ontwerpbesluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen het ontwerp van verordening van de Commissie houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat wijzigingen in International Financial Reporting Standard 9 betreft (D054380/02 – 2017/3018(RPS))  
B8‑0066/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van verordening van de Commissie (D054380/02),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen(1), en met name artikel 3, lid 1,

–  gezien de brief van de Commissie van 18 december 2017, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen het ontwerp van verordening,

–  gezien de brief van de Commissie economische en monetaire zaken van 24 januari 2018 aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters,

–  gezien artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(2),

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

–  gezien artikel 106, lid 4, onder d), en artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de International Accounting Standards Board (IASB) op 12 oktober 2017 wijzigingen heeft gepubliceerd in Financial Reporting Standard (IFRS) 9 - Financiële Instrumenten; overwegende dat deze wijzigingen zijn bedoeld om duidelijkheid en samenhang te brengen in de classificatie van schuldbewijzen met opties voor vervroegde terugbetaling met negatieve compensatie;

B.  overwegende dat de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) op 10 november 2017 aan de Commissie een positief advies inzake goedkeuring heeft uitgebracht; overwegende dat de EFRAG in haar advies een aantal van de kwesties behandelt die de Europese Centrale Bank in haar brief aan de EFRAG van 8 november 2017 aan de orde had gesteld;

C.  overwegende dat de Commissie tot de conclusie is gekomen dat de interpretatie voldoet aan de technische criteria voor goedkeuring, zoals vastgelegd in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002, en stelt dat deze voorgestelde wijziging louter en alleen de status quo van de waardering tegen geamortiseerde kostprijs voor deze specifieke instrumenten handhaaft, zoals die van toepassing was vóór de invoering van IFRS 9;

D.  overwegende dat de IASB de ingangsdatum voor deze wijziging van IFRS 9 heeft vastgesteld op 1 januari 2019 waarbij eerdere toepassing is toegestaan; overwegende dat de boekhoudkundige verwerking van financiële instrumenten uit hoofde van IFRS 9 reeds per 1 januari 2018 vereist is; overwegende dat financiële instellingen die onder de IFRS-boekhouding vallen, de verwerking uit hoofde van deze wijziging niet kunnen toepassen voordat zij wordt goedgekeurd en gepubliceerd;

E.  overwegende dat de Commissie ernaar heeft gestreefd de wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1126/2008 van 3 november 2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen(3) vóór eind maart 2018 te publiceren, opdat zij van toepassing zijn op de financiële perioden die op of na 1 januari 2018 aanvangen;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen het ontwerp van verordening van de Commissie;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Commissie en, ter informatie, aan de Raad.

(1)

PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.

(2)

PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(3)

PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 1 februari 2018Juridische mededeling - Privacybeleid