Procedure : 2018/2527(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0079/2018

Ingediende teksten :

B8-0079/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/02/2018 - 12.10
CRE 08/02/2018 - 12.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0131

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 168kWORD 51k
5.2.2018
PE614.388v01-00
 
B8-0079/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de huidige mensenrechtensituatie in Turkije  (2018/2527(RSP))


Marcel de Graaff, Mario Borghezio, Harald Vilimsky, Matteo Salvini namens de ENF-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de huidige mensenrechtensituatie in Turkije  (2018/2527(RSP))  
B8‑0079/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 6 februari 2018 over de huidige mensenrechtensituatie in Turkije,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Turkse leger een offensief is begonnen om de plaatselijke Koerdische milities en beschermingseenheden van het Koerdische volk (YPG) uit het Syrische district Afrin in het noorden van het land te verdrijven; overwegende dat dit offensief de regio dreigt te ontwrichten en volgens de VN tot een nieuwe vluchtelingencrisis kan leiden waarvan ook Europa de gevolgen zal ondervinden; overwegende dat uit verslagen blijkt dat er in Afrin reeds vijfduizend mensen zijn ontheemd en dat zij volledig aan de gratie van het Turkse leger zijn overgeleverd; overwegende dat de internationale gemeenschap zich ernstig bezorgd heeft getoond over deze militaire operatie;

B.  overwegende dat de Turkse regering internationale arrestatiebevelen inzet om tegenstanders van het regime van Erdoğan op te sporen, en dat deze onderdrukkingspraktijken steeds vaker voor problemen zorgen voor Europese landen en hun burgers;

C.  overwegende dat de rechtsstaat in wezen buiten werking werd gesteld toen de noodtoestand werd uitgeroepen, als gevolg waarvan Turken noch buitenlanders aanspraak konden maken op de in de Universele Verklaring van de rechten van de mens verankerde rechten en hun grondrechten niet langer gewaarborgd werden; overwegende dat er in Turkije sinds de poging tot staatsgreep van 15 juli 2016 duizenden advocaten, journalisten en medewerkers van maatschappelijke organisaties worden vastgehouden of zijn gevangengenomen; overwegende dat er volgens Verslaggevers zonder Grenzen momenteel meer dan honderd journalisten in de gevangenis zitten; overwegende dat in ruim honderd districten en tien provinciale centra gekozen burgemeesters en overheidsfunctionarissen zijn ontslagen en vervangen door kandidaten van het ministerie van Binnenlandse Zaken; overwegende dat politieke oppositieleden, en met name leden van de Democratische Volkspartij (HDP), worden vervolgd en gevangengenomen;

D.  overwegende dat de christelijke minderheid in Turkije niet alleen door de regering en haar overheidsfunctionarissen wordt onderdrukt, maar bovendien wordt vervolgd; overwegende dat het christelijk cultureel erfgoed in het land ernstig is beschadigd of zelfs volledig is vernield; overwegende dat er in Turkije, sinds president Erdoğan en zijn Partij van Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) aan de macht zijn gekomen, zorgwekkende radicaalislamitische tendensen zijn waar te nemen; overwegende dat de AKP sympathiseert met het gedachtegoed en de belangen van de Moslimbroederschap;

E.  overwegende dat de Turkse regering tot op de dag van vandaag weigert de soevereiniteit van de Republiek Cyprus, waarvan het noordelijk deel sinds 1974 door Turkije bezet is en niet door de internationale gemeenschap wordt erkend, te erkennen; overwegende dat in het noorden van Cyprus christelijk cultureel erfgoed is vernield en ernstig is beschadigd;

F.  overwegende dat de Europese Unie de toetredingsonderhandelingen met Turkije tijdelijk heeft gestaakt; overwegende dat de hervorming van de Turkse grondwet is goedgekeurd, wat in termen van democratische ontwikkeling onmiskenbaar een stap achteruit betekent voor het land; overwegende dat de EU momenteel werkt aan de ontwikkeling van een douane-unie met Turkije en nieuwe onderhandelingen tracht te starten;

1.  verzoekt de lidstaten de onderhandelingen over de toetreding van Turkije tot de EU onverwijld definitief te beëindigen; pleit ervoor dat de uitbetaling van de aan Turkije toegekende pretoetredingssteun definitief wordt stopgezet en dat de onderhandelingen tussen de EU en Turkije over de douane-unie worden beëindigd;

2.  pleit voor onmiddellijke terugtrekking van de Turkse strijdkrachten uit het grondgebied van Syrië en roept op tot een direct staakt-het-vuren; benadrukt dat alles in het werk moet worden gesteld om een nieuwe humanitaire crisis te voorkomen; veroordeelt verdere militaire acties door het Turkse leger in Syrië ten zeerste; maakt zich zorgen over de humanitaire situatie in de regio; vreest dat het Turkse offensief tot een nieuwe vluchtelingencrisis zal leiden, aangezien reeds vijfduizend mensen in dit gebied zijn ontheemd, en dat ook Europa en de EU de gevolgen van deze crisis zullen ondervinden; herinnert de Turkse regering eraan dat de plaatselijke Koerdische militie een belangrijke bondgenoot is in de strijd tegen Da'esh en andere islamitische terroristische organisaties;

3.  herinnert eraan dat er in Turkije sinds het begin van het AKP-bewind niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk sprake is van ernstige islamitische radicalisering;

4.  herinnert eraan dat de christelijke minderheid in Turkije als gevolg van de huidige onderdrukking en vervolging door de Turkse regering en overheidsfunctionarissen in haar bestaan wordt bedreigd; veroordeelt de vervolging, onderdrukking en provocatie van christenen in Turkije; veroordeelt tevens de vernieling en beschadiging van christelijk cultureel erfgoed; vindt het zorgwekkend dat er christelijke cultuurgoederen worden verhandeld op de zwarte markt; herinnert eraan dat hiervan ook in het door Turkije bezette deel van Cyprus sprake is en dat deze praktijken daar nagenoeg tot de algehele verdwijning van het christelijk cultureel erfgoed hebben geleid;

5.  benadrukt dat de rechtsstaat in Turkije in wezen buiten werking werd gesteld toen de noodtoestand werd uitgeroepen en dat duizenden journalisten, advocaten en oppositieleden gevangen zijn genomen of willekeurig worden vastgehouden; veroordeelt het collectieve ontslag van ambtenaren en politieagenten, de massale overname van media, de arrestatie van journalisten, academici, rechters, mensenrechtenactivisten, gekozen en niet-gekozen overheidsfunctionarissen, leden van de veiligheidsdiensten en gewone burgers, en de inbeslagname van hun eigendommen, activa en paspoorten, de sluiting van vele scholen en universiteiten en het reisverbod dat is opgelegd aan duizenden Turkse staatsburgers op basis van de wetten inzake de noodtoestand, zonder aanzien des persoons en zonder de mogelijkheid om in beroep te gaan; roept de Turkse regering op een eind te maken aan de vervolging van journalisten, activisten en oppositieleden en de mensen die zonder een eerlijk proces gevangen zijn genomen, vrij te laten; herinnert eraan dat er sinds juli 2016 meer dan 55 000 mensen zijn gearresteerd;

6.  onderstreept dat Turkije daadwerkelijk voor een terroristische dreiging staat; pleit ervoor dat de samenwerking met de Turkse regering op het gebied van terrorismebestrijding wordt gestaakt tot de antiterreurwetgeving van het land dienovereenkomstig is gewijzigd en niet langer tegen democratische politieke oppositie, vrijheid van meningsuiting en religieuze minderheden wordt gebruikt;

7.  herinnert eraan dat de schending van de vrijheid van meningsuiting en van de mediavrijheid niet het enige structurele probleem is in Turkije en dat er bijvoorbeeld ook kwesties met betrekking tot de behandeling van religieuze en andere minderheden, de weigering om de Republiek Cyprus te erkennen en de onduidelijkheid rondom terroristische groeperingen in Syrië en Irak spelen;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van Turkije.

Laatst bijgewerkt op: 7 februari 2018Juridische mededeling - Privacybeleid