Procedure : 2018/2559(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0081/2018

Ingediende teksten :

B8-0081/2018

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0041

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 264kWORD 51k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0078/2018
5.2.2018
PE614.390v01-00
 
B8-0081/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Venezuela (2018/2559(RSP))


Charles Tannock, Karol Karski, Monica Macovei, Ruža Tomašić, Anna Elżbieta Fotyga, Pirkko Ruohonen-Lerner, Angel Dzhambazki, Jan Zahradil, Jana Žitňanská, Arne Gericke, Hans-Olaf Henkel, Valdemar Tomaševski, Branislav Škripek namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela (2018/2559(RSP))  
B8‑0081/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn talrijke eerdere resoluties over de situatie in Venezuela,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Venezuela partij is,

–  gezien het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest, goedgekeurd op 11 september 2001,

–  gezien de grondwet van Venezuela, met name de artikelen 72 en 233,

–  gezien de conclusies van de Raad van 13 november 2017 over de situatie in Venezuela, met name het verbod op wapens en uitrusting bedoeld voor interne repressie, onder meer een kader voor gerichte beperkende maatregelen,

–  gezien de vergadering van de Raad Buitenlandse Zaken van 22 januari 2018 en zijn besluit om beperkende maatregelen op te leggen aan zeven Venezolaanse overheidsambtenaren,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, van vrijdag 26 januari 2018 over de verslechterende situatie in Venezuela,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de situatie in Venezuela sedert april 2017 verder is verslechterd, met name in verband met de aankondiging van president Nicolas Maduro op 10 december 2017 dat de oppositiepartijen die de plaatselijke gemeenteraadsverkiezingen hadden geboycot "niet langer deel uitmaakten" van het politieke landschap en niet zouden mogen deelnemen aan de presidentsverkiezingen in april 2018;

B.  overwegende dat de gemeenteraadsverkiezingen eerder in december 2017 gepaard gingen met protesten en gewelddadige acties van de Venezolaanse veiligheidstroepen; overwegende dat president Maduro op 11 december officieel heeft verklaard dat de regerende Socialistische Partij 90% van de 335 te verkiezen burgemeestersposten had gewonnen; overwegende dat het geenszins duidelijk is of de verkiezingen vrij of eerlijk zijn verlopen;

C.  overwegende dat de regering van president Maduro in een poging om de huidige aan Venezuela opgelegde financiële sancties te omzeilen, een digitale, door oliereserves gesteunde cryptomunt, de "petro", heeft geïntroduceerd waarvan nog af te wachten valt of deze de economische situatie in land effectief zal kunnen verbeteren;

D.  overwegende dat de Nationale Vergadering van Venezuela formeel van haar bevoegdheden is beroofd en in augustus 2017 vervangen is door de Grondwetgevende Vergadering van Venezuela, na verkiezingen die gepaard gingen met protesten en gewelddadige acties van de veiligheidstroepen; overwegende dat de Grondwetgevende vergadering bedoeld is als een wetgevend superorgaan dat president Maduro de bevoegdheid kan verlenen om de grondwet te herschrijven en de door de oppositie geleide Nationale Vergadering effectief terzijde te schuiven;

E.  overwegende dat de Venezolaanse oppositiecoalitie, de" Mesa de la Unidad Democrática", met 112 zetels van de 167 zetels in de uit één kamer bestaande Nationale Vergadering, een overweldigende meerderheid had op de regerende Socialistische Partij, die 55 zetels had;

F.  overwegende dat de verkiezingen die de Grondwetgevende Vergadering aan de macht hebben geholpen, niet erkend zijn door de Europese Unie omdat ze gepaard gingen met geweld, instabiliteit en ondemocratische praktijken en dat de situatie inzake goed bestuur en democratische rechtsstaat in Venezuela als gevolg daarvan aanzienlijk is verslechterd;

G.  overwegende dat de Verenigde Staten officieel sancties hebben opgelegd aan president Maduro en overwegende dat verschillende lidstaten erop hebben aangedrongen dat de EU soortgelijke sancties oplegt als reactie op het voortdurend opsluiten van dissidenten en leden van de politieke oppositie, op de handelingen van de Grondwetgevende Vergaderingen en op de algemene verslechtering van de rechtsstaat in Venezuela;

H.  overwegende dat meer dan honderd leden van de politieke oppositie, samen met journalisten, activisten en demonstranten, in Venezuela politieke gevangenen blijven, waaronder ook vooraanstaande politieke leiders als Leopoldo López, Antonio Ledezma, Daniel Ceballos en Yon Goicoechea;

I.  overwegende dat de Venezolaanse veiligheidstroepen, waaronder de nationale garde, de nationale politie en ongeregelde gewapende groeperingen, sedert het begin van de protesten in 2016 tot december 2017 herhaaldelijk grof geweld hebben ingezet tegen vreedzame demonstranten, waaronder leden van het Congres, en dat daarbij tal van arrestaties zijn verricht en meer dan twintig doden en een groot aantal gewonden zijn gevallen;

1.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de voortdurende schending van de democratische orde in Venezuela, met name de usurpatie van de Nationale Vergadering door de Grondwetgevende Vergadering, die heeft geleid tot de ongrondwettelijke centralisatie van bevoegdheden en een schending vormt van de onafhankelijkheid van de staatsmachten; verwerpt ten stelligste de oprichting van de Grondwetgevende Vergadering, die het als een fundamenteel ondemocratisch instrument beschouwt;

2.  betreurt de aankondiging van president Maduro dat de oppositiepartijen niet zullen mogen deelnemen aan de aanstaande presidentiële verkiezingen in april 2018; herinnert eraan dat vrije, eerlijke en open verkiezingen de hoeksteen van een democratische samenleving vormen;

3.  vindt het essentieel dat de Venezolaanse regering zorgt voor het volledig herstel van de democratische orde, de scheiding en de onafhankelijkheid van de staatsmachten herstelt, zorgt voor de teruggave van de bevoegdheden aan een evenwichtige en representatieve Nationale Vergadering, waarin leden zetelen van alle politieke partijen en voorts ook de volledige grondwetgevende autoriteit teruggeeft aan de Nationale Vergadering; herinnert eraan dat de scheiding van en de niet-inmenging tussen de staatsmachten een essentieel principe is van op de rechtsstaat gebaseerde democratische staten;

4.  roept de Venezolaanse regering op om onmiddellijk en onvoorwaardelijk alle politieke gevangenen vrij te laten; herinnert eraan dat de vrijlating van politieke gevangenen was goedgekeurd door de voormalige Nationale Vergadering met de Wet inzake nationale verzoening; benadrukt dat er voor Venezuela geen sprake kan zijn van een duurzame vreedzame oplossing op lange termijn indien er politieke gevangenen zijn;

5.  is sterk gekant tegen het besluit van de nationale contraloría van Venezuela dat oppositieleider Henrique Capriles vijftien jaar lang geen politiek ambt mag bekleden; verzoekt de Venezolaanse regering een eind te maken aan het buitenspel zetten van oppositieleiders door hen te beroven van hun politieke rechten;

6.  is ingenomen met de resolutie die op 3 april 2017 is aangenomen door de Permanente Raad van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en verzoekt de VV/HV deze maatregel te steunen; is ook ingenomen met de wens die door vele landen in de regio is uitgesproken om een bemiddelingsproces te faciliteren en zo tot een nationaal akkoord te komen; verzoekt de VV/HV voorts om samen met internationale en regionale organisaties actief op zoek te gaan naar andere maatregelen waarmee de EU kan helpen de democratie in Venezuela volledig te herstellen;

7.  is ingenomen met het besluit van de Raad Buitenlandse Zaken om beperkende maatregelen op te leggen aan zeven Venezolaanse overheidsambtenaren,

8.  veroordeelt met klem het grove geweld van de Venezolaanse veiligheidstroepen en ongeregelde gewapende groeperingen ten aanzien van vreedzame demonstranten, waarbij meer dan twintig doden en vele gewonden zijn gevallen en tal van arrestaties zijn verricht;

9.  roept de Venezolaanse regering op een onderzoek in te stellen naar deze overlijdens door toedoen van het leger en het grondwettelijk recht op vrijheid van vreedzame vergadering te eerbiedigen en te waarborgen; verzoekt de Venezolaanse autoriteiten de veiligheid en de vrije uitoefening van rechten voor alle burgers te garanderen, met name mensenrechtenactivisten, journalisten, politieke activisten en leden van onafhankelijke niet-gouvernementele organisaties, die meer risico lopen op aanslagen en willekeurige gevangenneming, en een onderzoek in te stellen naar alle overlijdens;

10.  roept de Venezolaanse autoriteiten op dringend humanitaire hulp toe te laten in het land en toegang te verschaffen aan internationale organisaties die bijstand willen bieden in de zwaarst getroffen geledingen van de samenleving;

11.  herhaalt zijn dringende verzoek om zo spoedig mogelijk een delegatie van het Parlement naar Venezuela te sturen en in dialoog te treden met alle bij het conflict betrokken partijen;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

Laatst bijgewerkt op: 7 februari 2018Juridische mededeling - Privacybeleid