Procedure : 2018/2633(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0140/2018

Ingediende teksten :

B8-0140/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/03/2018 - 10.14
CRE 15/03/2018 - 10.14

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 164kWORD 50k
12.3.2018
PE616.085v01-00
 
B8-0140/2018

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over maatschappelijk verantwoord ondernemen (2018/2633(RSP))


Anthea McIntyre namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over maatschappelijk verantwoord ondernemen (2018/2633(RSP))  
B8‑0140/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), met name artikel 5, lid 3, VEU en Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien zijn eerdere resoluties over maatschappelijk verantwoord ondernemen,

–  gezien zijn eerdere resoluties over concurrentievermogen, herstructurering, verplaatsing en sluiting van ondernemingen in de EU,

–  gezien de strategie van de Commissie voor verantwoord ondernemen 2011-2014: resultaten, tekortkomingen en uitdagingen voor de toekomst,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 oktober 2011 inzake een vernieuwde EU-strategie 2011-2014 ter bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen (COM(2011)0681),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 oktober 2011 inzake het pakket "Verantwoordelijke ondernemingen" (COM(2011)0685),

–  gezien de "Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen" van de Commissie,

–  gezien het verslag 2012 van het Europees monitoringinstrument voor herstructureringen (ERM) van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden met als titel "Na herstructurering: arbeidsmarkten, arbeidsomstandigheden en tevredenheid met het bestaan" en het ERM-verslag 2009 met als titel "Herstructurering in tijden van recessie",

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Commissie maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) definieert als "de verantwoordelijkheid van de ondernemingen voor hun impact op de maatschappij" en verklaart dat MVO verwijst naar ondernemingen die vrijwillig verder gaan dan wat wettelijk voorgeschreven is om in hun dagelijkse bedrijfsactiviteiten sociale en milieudoelstellingen te verwezenlijken;

B.  overwegende dat in deze tijden van industriële verandering een evenwicht moet worden gevonden tussen concurrentievermogen en sociale verantwoordelijkheid;

C.  overwegende dat de ontwikkeling van MVO-beleid steeds meer ingang vindt bij de Europese ondernemingen, waarvan er vele MVO op vrijwillige basis geleidelijk opnemen in hun bedrijfsstrategie, hetzij om het hoofd te bieden aan uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd, om risico's te beheren, om bedrijfskansen te scheppen of om een concurrentievoordeel te creëren;

D.  overwegende dat de lidstaten in de komende decennia zullen worden geconfronteerd met grote economische uitdagingen op een snel veranderende en steeds complexer wordende wereldmarkt; overwegende dat de lidstaten moeten blijven samenwerken met de ondernemingen om het niveau van productiviteit en innovatie te verhogen, teneinde aan de economische uitdagingen het hoofd te bieden;

E.  overwegende dat de instandhouding van een duurzame, sterke en concurrerende industriële basis in alle lidstaten van wezenlijk belang is voor de agenda van de EU voor groei en concurrentievermogen;

1.  verklaart zich solidair met de werknemers en onderaannemers van de bedrijven en regio's die door recente sluitingen zijn getroffen;

2.  is van mening dat bij de beoordeling van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van een bedrijf ook rekening moet worden gehouden met het gedrag van dat bedrijf ten aanzien van zijn werknemers en toeleveranciers, met name kmo's;

3.  onderstreept dat de naleving van de geldende wetgeving inzake arbeidsvoorwaarden en de vaststelling van programma's voor de permanente ontwikkeling van de kwalificaties van werknemers door de bedrijven essentiële onderdelen van MVO zijn;

4.  meent dat MVO niet alleen de maatschappij in haar geheel ten goede komt, maar ondernemingen ook helpt om hun imago te verbeteren, en dus ook hun economische levensvatbaarheid op de lange termijn bevordert;

5.  wijst erop dat het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) een instrument is waarmee een specifieke eenmalige kortetermijnmaatregel kan worden genomen om bij te dragen aan de herintreding van ontslagen werknemers op de arbeidsmarkt;   

6.  wijst op het belang van duurzame en verantwoorde investeringen en van de toenemende trend waarbij ondernemingen bij hun investeringsbesluiten ook rekening houden met sociale en milieuoverwegingen; meent dat de Commissie de taak heeft om dit concept van duurzame en verantwoorde investeringen te bevorderen door de uitwisseling van beste praktijken en door collegiaal leren, die ondernemingen een beter inzicht kunnen geven in de uitdagingen en mogelijke bedrijfsvoordelen van een strategische aanpak van MVO;

7.  beklemtoont dat ondernemingen als onderdeel van een succesvolle MVO-strategie moeten samenwerken met de onderwijsstelsels in de lidstaten en zorgen voor meer synergie tussen de universiteiten en de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door de invoering van leerlingstelsels en de ontwikkeling van innovatieclusters;

8.  roept de Commissie en de lidstaten op de verdere vrijwillige invoering en ontwikkeling van MVO-strategieën door ondernemingen te bevorderen, maar tegelijkertijd voldoende flexibiliteit te bieden zodat ondernemingen zelf vorm kunnen geven aan hun MVO‑aanpak, overeenkomstig hun specifieke omstandigheden en de behoeften van hun werknemers;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en aan de Raad, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

Laatst bijgewerkt op: 14 maart 2018Juridische mededeling - Privacybeleid