Procedure : 2018/2566(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0151/2018

Ingediende teksten :

B8-0151/2018

Debatten :

PV 14/03/2018 - 16
CRE 14/03/2018 - 16

Stemmingen :

PV 15/03/2018 - 10.13

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0091

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 169kWORD 51k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0137/2018
12.3.2018
PE616.097v01-00
 
B8-0151/2018

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8‑0007/2018

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de aanval van de VS op de landbouwsteun van de EU in het kader van het GLB (in de context van Spaanse olijven) (2018/2566(RSP))


Florent Marcellesi namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de aanval van de VS op de landbouwsteun van de EU in het kader van het GLB (in de context van Spaanse olijven) (2018/2566(RSP))  
B8‑0151/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorlopige besluit van het ministerie van Handel van de Verenigde Staten, dat een invoerrecht op Spaanse olijven heeft opgelegd na te hebben geconcludeerd dat die onder de marktprijs worden ingevoerd omdat er in de Unie subsidies voor worden verleend,

–  gezien de vraag aan de Commissie over de aanval van de VS op de landbouwsteun van de EU in het kader van het GLB (in de context van Spaanse olijven) (O-000006/2018 – B8‑0007/2018),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Coalition for Fair Trade in Ripe Olives, die gevormd wordt door de twee grootste verwerkers van rijpe olijven in de VS, op 22 juni 2017 een verzoekschrift heeft ingediend bij het ministerie van Handel waarin gesteld werd dat een bedrijfstak in de Verenigde Staten materiële schade lijdt of dreigt te lijden vanwege de gesubsidieerde invoer van rijpe olijven uit Spanje die tegen een lagere prijs dan de reële waarde worden verkocht;

B.  overwegende dat het besluit van de Commissie internationale handel van de Verenigde Staten (ITC) om tarieven van variabele hoogte in te voeren voor door Spaanse bedrijven uitgevoerde olijfproducten gebaseerd is op de gedachte dat de steun die in het kader van het GLB aan de olijvensector wordt verleend, tot oneerlijke concurrentie ten opzichte van producenten in de VS zou kunnen leiden, aangezien er redelijke aanwijzingen zijn dat de bedrijfstak in de VS materiële schade lijdt als gevolg van de invoer van rijpe olijven uit Spanje die in de Verenigde Staten tegen een lagere prijs dan de reële waarde zouden worden verkocht;

C.  overwegende dat de ITC voorlopige beperkingen heeft opgelegd aan dit product en dat het ministerie van Handel naar verwachting begin april 2018 een definitief besluit zal nemen;

D.  overwegende dat dit besluit op onrechtvaardige en arbitraire wijze vraagtekens zet bij alle steunprogramma's voor de landbouw, en dus gevolgen heeft voor alle begunstigden van betalingen uit hoofde van het GLB;

E.  overwegende dat, om een gelijk speelveld te waarborgen, in analyses op grond waarvan maatregelen tegen subsidies en dumping worden genomen, ook rekening moet worden gehouden met sociale en milieufactoren (arbeidsrechten, sociale bescherming, milieunormen, dierenwelzijn, enz.);

F.  overwegende dat de Commissie bij diverse gelegenheden heeft bevestigd dat de steunmaatregelen waarop het onderzoek inzake compenserend recht (CVD - countervailing duty) betrekking heeft (basisbetalingsregeling, steun voor jonge landbouwers enz.) geen verstorend effect hebben op het prijspeil op specifieke landbouwmarkten of op de internationale handel;

G.  overwegende dat de gewraakte GLB-maatregelen niet productspecifiek zijn en dus geen aanleiding vormen tot het nemen van compenserende maatregelen krachtens artikel 2 van de overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) inzake subsidies en compenserende maatregelen;

H.  overwegende dat het GLB via diverse hervormingen is bijgesteld om de meeste steunmaatregelen aan te passen aan de WTO-criteria voor de "groene doos" en thans zo is opgezet dat het volledig in overeenstemming is met de WTO-overeenkomsten;

I.  overwegende dat GLB-betalingen een cruciaal middel zijn om overheidsgeld te bestemmen voor de levering van collectieve goederen, zoals milieubescherming, dierenwelzijn en menselijke gezondheid, die niet door de markt alleen kunnen worden betaald;

J.  overwegende dat het GLB voedselsoevereiniteit op basis van lokale en duurzame productie zowel binnen de EU als elders in de wereld moet bevorderen en billijke prijzen voor de producenten moet waarborgen, aangezien deze beide factoren bijdragen tot de instandhouding van actieve plattelandsgemeenschappen;

K.  overwegende dat het weefsel van de Europese landbouw en de Europese plattelandsgemeenschappen zonder een systeem van overheidssteun voor lokale en regionale productie nog meer drastische veranderingen zou ondergaan;

L.  overwegende dat de Spaanse olijvensector van belang is voor de economie en de werkgelegenheid, met name in de regio's Andalusië, Valencia en Extremadura; overwegende dat de veerkracht van de sector en van de plattelandsgebieden in die regio's vergroot zou kunnen worden door middel van een op diversificatie en sociale, economische en ecologische duurzaamheid steunend landbouwmodel;

M.  overwegende dat subsidies een belangrijke rol spelen in het landbouwbeleid van zowel de EU als de VS; overwegende dat ook de VS in de landbouw ruimschoots gebruikmaken van subsidies uit de "groene doos"; overwegende dat beider landbouwbeleid exportgericht is en steunt op een agro-industrieel productiemodel dat gekenmerkt wordt door grote bedrijven;

N.  overwegende dat de aangekondigde maatregelen tot een spiraal van handelsrepresailles aan weerszijden van de Atlantische Oceaan dreigen te leiden; overwegende dat dit uiteindelijk zowel de producenten uit de EU als die uit de VS zou schaden; overwegende dat de regering-Trump ook invoerheffingen heeft aangekondigd op producten uit andere sectoren dan de Spaanse olijfbouw; overwegende dat deze escalatie WTO-overeenkomsten die al geruime tijd van kracht zijn en die na zorgvuldig onderhandelen tot stand zijn gekomen, in gevaar brengt;

1.  is bezorgd over het feit dat de VS het GLB van de EU ter discussie stelt, aangezien overheidssteun in zowel de VS als de EU een belangrijke rol speelt, en benadrukt dat dit geen precedent mag scheppen dat ook andere Europese landbouwproducten die onder het GLB vallen zou treffen;

2.  verzoekt de autoriteiten van de VS de aangekondigde maatregelen in te trekken en weer een wederzijds constructieve aanpak te gaan volgen op dit gebied, in het wederzijds belang van de burgers aan weerszijden van de Atlantische Oceaan;

3.  vraagt de Commissie om alle nodige stappen te ondernemen, zowel op bilateraal niveau als in de WTO, om ons systeem van GLB-steun, dat door de "groene doos" van de WTO wordt gelegitimeerd, te verdedigen;

4.  benadrukt dat het koppelen van GLB-betalingen aan normen op gebieden als milieu, menselijke gezondheid en sociale en arbeidsrechten er niet alleen toe leidt dat overheidsgeld bestemd wordt voor collectieve goederen, maar er ook voor zorgt dat ons steunsysteem voor de landbouw verenigbaar is met de "groene doos" van de WTO en daardoor de landbouwers zekerheid biedt met betrekking tot landbouwsubsidies; benadrukt dat alle betalingen in de komende GLB-hervorming aan strikte voorwaarden verbonden moeten blijven;

5.  verzoekt de Commissie nauw samen te werken met de Spaanse autoriteiten om de bedrijven die het doelwit vormen van deze agressieve protectionistische maatregelen te steunen;

6.  verzoekt de Commissie maatregelen vast te stellen om de interne markt en de interne consumptie te bevorderen via korte ketens en prioriteit te verlenen aan de steun voor kleine en middelgrote landbouwbedrijven en de mensen die daar werken, teneinde sociale en ecologische duurzaamheid te waarborgen en het op familiebedrijven steunende landbouwmodel in de EU in stand te houden;

7.  verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat in het nieuwe GLB voorrang wordt gegeven aan een ander soort landbouw, die gericht is op agro-ecologie in plaats van op monoculturen en streeft naar voedselsoevereiniteit via lokale productie en consumptie in tegenstelling tot een van invoer afhankelijk en op uitvoer gericht model, teneinde de samenhang tussen de beleidsmaatregelen van de EU op het gebied van landbouw, handel en ontwikkelingssamenwerking te waarborgen;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de autoriteiten van de Verenigde Staten.

 

Laatst bijgewerkt op: 14 maart 2018Juridische mededeling - Privacybeleid