Procedure : 2018/2633(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0158/2018

Ingediende teksten :

B8-0158/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/03/2018 - 10.14
CRE 15/03/2018 - 10.14

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 178kWORD 48k
12.3.2018
PE616.104v01-00
 
B8-0158/2018

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) (2018/2633(RSP))


Patrick Le Hyaric, Lola Sánchez Caldentey, Merja Kyllönen, Neoklis Sylikiotis, Takis Hadjigeorgiou, Marina Albiol Guzmán, Paloma López Bermejo, Barbara Spinelli, Younous Omarjee, Ángela Vallina namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) (2018/2633(RSP))  
B8‑0158/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen 6, 9, 151 en 152, artikel 153, leden 1 en 2, artikel 173 en artikel 174,

–  gezien artikel 174 VWEU inzake economische, sociale en territoriale samenhang, met name in regio's die een industriële overgang doormaken,

–  gezien het herziene Europees Sociaal Handvest,

–  gezien de artikelen 14, 27 en 30 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien zijn resolutie van 5 oktober 2016 over de behoefte aan een Europees herindustrialiseringsbeleid in het licht van de recente Caterpillar- en Alstom-zaken(1),

–  gezien zijn resolutie van 14 september 2016 over sociale dumping in de Europese Unie(2),

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens, en met name de artikelen 22 en 23 over economische en sociale rechten en het recht op arbeid,

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2017 over een Europese pijler van sociale rechten(3),

–  gezien zijn aanbeveling van 7 juli 2016 aan de Raad over de 71e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(4),

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2014 over werkgelegenheids- en sociale aspecten van de Europa 2020-strategie(5),

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2013 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende informatie voor en raadpleging van werknemers, anticipatie en beheer van herstructurering(6),

–  gezien zijn eerdere resoluties over de staalindustrie en over herstructurering, verplaatsing en sluiting van ondernemingen in de EU,

–  gezien de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen,

–  gezien de "Tripartiete beginselverklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid" van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO),

–  gezien de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

 

A.  overwegende dat in de hele EU sluitingen en ontslagen worden aangekondigd, terwijl economieën weer groeien en de waarde voor aandeelhouders wordt gemaximaliseerd; overwegende dat nog steeds activiteiten worden verhuisd naar locaties in de Unie waar de arbeidskosten lager zijn, zoals in het geval van Carrefour, Embraco, Kingfisher, Castorama en Brico Dépôt, waarbij soms zelfs de actieve deelname wordt gevraagd van mensen die hun job verliezen;

B.  overwegende dat de herstructurering van ondernemingen, die wordt gestimuleerd door de maximalisering van winst ten voordele van de aandeelhouders, leidt tot massale ontslagen, vaak in economisch reeds achtergestelde gebieden, zoals bij het besluit van Siemens om faciliteiten in Duitsland en Nederland te sluiten, waardoor 4 400 banen verloren gaan, terwijl dezelfde ondernemingen subsidies en fondsen hebben ontvangen van de respectieve lidstaten;

C.  overwegende dat de Braziliaanse multinational Embraco heeft aangekondigd zijn filiaal in de buurt van Turijn, Italië te sluiten om naar Slowakije te verhuizen, waar hij verwacht grote economische en fiscale voordelen te krijgen in de vorm van staatssteun en structuurfondsen; overwegende dat Embraco niet in een crisis verkeert en de 500 zeer gespecialiseerde werknemers werden ontslagen maar niet wegens economische redenen en dat van hen wordt verwacht dat zij de Slowaakse werknemers opleiden;

D.  overwegende dat de Britse onderneming Kingfisher de verhuizing van haar boekhouddienst naar Polen heeft aangekondigd en de afschaffing van 446 banen bij haar Franse dochterondernemingen Castorama en Brico Dépôt; overwegende dat aan de Franse werknemers werd gevraagd om de Poolse collega's die hen zullen vervangen, op te leiden alvorens te worden ontslaan;

E.  overwegende dat door de globalisering nieuwe productieschema's voor mondiale waardeketens werden ingevoerd met sterkere concurrentie tussen ondernemingen; overwegende dat eerlijke handel in industriële producten moet verlopen met eerbiediging van de rechten van werknemers, van milieureglementering en andere sociale en belastingnormen;

F.  overwegende dat sociale, milieu- en fiscale dumping niet aanvaard mag worden, noch binnen de EU noch in onze handelsbetrekkingen met onze externe partners;

G.  overwegende dat nieuwe consumptiepatronen tot massale ontslagen in de detailhandel kunnen leiden, zoals in het geval van Carrefour, of in de dienstensector, zoals de talloze ontslagen aangekondigd in de banksector;

H.  overwegende dat maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) verwijst naar bedrijven die verantwoordelijkheid nemen voor hun impact op de maatschappij; overwegende dat Europese ondernemingen Europese MVO-normen moeten toepassen in hun werkorganisatie en besluitvormingsprocessen;

I.  overwegende dat bedrijven die herstructureren de plicht hebben de sociale dialoog centraal te stellen in het herstructureringsproces en op maatschappelijk verantwoorde wijze te handelen, aangezien de ervaring leert dat sociaal en economisch duurzame herstructurering nooit wordt bereikt zonder voldoende sociale dialoog, waarbij de nadruk moet liggen op het informeren en raadplegen en de deelname van de werknemers;

J.  overwegende dat een continue open en eerlijke dialoog met de sociale partners essentieel is om te zorgen voor vlottere productie- en werkovergangen, waarbij geestelijk en lichamelijk welzijn op het werk worden aangepakt en nieuwe betrekkingen met werkgevers worden ontworpen met inachtneming en versterking van de rechten van werknemers;

1.  uit zijn sterke solidariteit met werknemers die met een sluiting en het opleggen van werkgerelateerde mutaties worden geconfronteerd, en eist dat dringend maatregelen worden getroffen om hen te ondersteunen;

2.  betreurt de dubbele negatieve impact van de herstructureringsplannen van ondernemingen, namelijk massale ontslagen en de verspilling van publieke middelen; vraagt de lidstaten en de Commissie om sociale verplichtingen in te voeren met betrekking tot de rechten van werknemers bij een herstructurering wanneer ondernemingen begunstigden zijn van overheidsmiddelen, en veroordeelt met klem de sluitingen en herstructureringsplannen waarbij duizenden werknemers hun baan verliezen enkel en alleen om kapitaalinkomsten te maximaliseren; is voorts van mening dat ondernemingen moeten worden verplicht om de directe en indirecte overheidsfinanciering die zij de voorbije twee jaar hebben ontvangen, moeten teruggeven als zij naar een ander land verhuizen;

3.  herhaalt dat EU-Structuurfondsen niet mogen worden gebruikt om direct of indirect steun te verlenen aan het naar andere lidstaten verplaatsen van dienstverlening of productieactiviteiten;

4.  veroordeelt kortzichtige standpunten waarbij prioriteit wordt gegeven aan kapitaalopbrengsten en dividenden voor aandeelhouders op niet-duurzame niveaus boven investeringen en verantwoordelijkheden jegens werknemers en plaatselijke gemeenschappen;

5.  verwerpt elke notie van concurrentie tussen werknemers op het vlak van arbeidsrechten of tussen ondernemingen op het vlak van sociale, milieu- en fiscale aangelegenheden, en veroordeelt elke vorm van sociale en economische dumping;

6.  vraagt dat arbeidswetgeving in de lidstaten beter wordt gehandhaafd door middel van arbeidsinspecties en vraagt om doeltreffende maatregelen om arbeidswetgeving in het kader van transnationale arbeidspatronen te handhaven, bijvoorbeeld door een Europese arbeidsinspectie op te richten;

7.  verzoekt de Commissie om een Europees kader voor insolventieprocedures waarin niet alleen de schuldeisers, maar ook de werknemers centraal staan en waarin de nadruk ligt op het behoud van zoveel mogelijk banen;

8.  vraagt de Commissie het mededingingsbeleid en de staatssteunregels te herzien teneinde het voor de overheid gemakkelijker te maken maatregelen te nemen om de sociale en regionale cohesie in stand te houden, de arbeids- en milieunormen te verbeteren en volksgezondheidskwesties aan te pakken;

9.  herinnert eraan dat de eerste plicht van ondernemingen ten aanzien van de samenleving is om hun belastingen te betalen; verzoekt de Commissie en de lidstaten om een brede uitbreiding van verslaglegging per land in te voeren alsook strengere informatieverplichtingen voor ondernemingen die hun activiteiten staken of zich in de lidstaten insolvent laten verklaren;

10.  dringt er bij de lidstaten op aan alle middelen ter ondersteuning van bedrijven in de vorm van subsidies, belastingvoordelen, verlaagde grondprijzen enz. terug te vorderen wanneer een onderneming besluit haar productiefaciliteiten te verhuizen of te sluiten, en te zorgen voor adequate sociale bescherming, werkomstandigheden en degelijke lonen door middel van wetgeving of collectieve onderhandelingen alsook doeltreffende bescherming tegen onbillijk ontslag;

11.  vraagt dat de wetgeving inzake oneerlijk ontslag wordt versterkt of beter ten uitvoer gelegd; benadrukt dat massale ontslagen wegens economische redenen verboden moeten worden wanneer het bedrijf of de onderneming economisch succesvol is en/of het enige motief is de winst te verhogen;

12.  vraagt de lidstaten loonondergrenzen vast te stellen in de vorm van een nationaal minimumloon met de inachtneming van de nationale wetten en praktijken en om loonconcurrentie tussen de lidstaten te vermijden;

13.  wijst op de fundamentele rol van MVO voor het garanderen van duurzame economische groei zowel in de EU als elders in de wereld; dringt er bij de Commissie op aan dat zij een nieuwe strategie inzake MVO goedkeurt waarin strengere rapportage- en nalevingsvoorschriften worden vastgelegd en spoort de lidstaten aan de bevordering van MVO op vrijwillige basis te ondersteunen;

14.  vraagt de Commissie en de lidstaten verplichte instrumenten in te voeren om bedrijven te dwingen tot het internaliseren van de maatschappelijke kosten van hun verplaatsingsbesluiten;

15.  vraagt de Commissie te zorgen voor een nieuw diep en breed Europees kader voor sociaal, milieu- en lokaal maatschappelijk verantwoord ondernemen voor ondernemingen die actief zijn in de Unie en voor EU-bedrijven die in derde landen actief zijn;

16.  benadrukt dat EU-normen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen niet kunnen worden gehaald wanneer een bedrijf zijn productie verplaatst zonder aandacht te besteden aan de sociale gevolgen van zijn economische beslissingen; dringt aan op wettelijk verplichte instrumenten om bedrijven te dwingen tot het internaliseren van de maatschappelijke kosten van hun verplaatsingsbesluiten;

17.  wijst erop dat MVO zich dient uit te strekken tot nieuwe gebieden zoals de organisatie van werk, gelijke kansen en sociale inclusie, maatregelen ter bestrijding van discriminatie, de ontwikkeling van levenslang leren en opleiding; benadrukt dat MVO bijvoorbeeld de kwaliteit van werk, gelijke beloning, gendergelijkheid, carrièrekansen en de bevordering van innovatieve projecten zou moeten omvatten, teneinde de overstap op een duurzame economie te steunen;

18.  herinnert eraan dat de potentiële steun van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) niet mag worden gebruikt om het vertrek van werknemers te faciliteren en dringt erop aan dat dit fonds wordt gebruikt om werknemers te helpen hun baan te behouden;

19.  dringt er bij zowel de EU als de lidstaten op aan te zorgen voor voldoende beschikbare financiële middelen voor scholing en herstelmaatregelen om de Europese industrie te steunen in kritieke overgangsperioden, en benadrukt dat het EFG moet worden gebruikt om werknemers te helpen hun fabrieken over te nemen om hun banen te redden veeleer dan de sluiting van de fabrieken te vergemakkelijken;

20.  vraagt het EFG om te vormen in een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering en de digitalisering, dat anticiperende training, retrainingcursussen en op maat gesneden diensten biedt voor werknemers die hun werk hebben verloren of hun werk kunnen verliezen als gevolg van mutaties van de werkplek;

21.  vraagt de Commissie een Europees fonds voor sociale en ecologische ontwikkeling in te richten, dat dankzij obligatie-emissies en kredietsteun van de ECB investeert in de transformatie van productie-instrumenten en vaardigheden van werknemers op Europees niveau om veranderingen van productie en arbeid te omarmen als bronnen van vooruitgang op sociaal en milieugebied;

22.  vraagt de Commissie toewijzingen van de structuurfondsen in te trekken als zij door een lidstaat op een verstorende en onrechtmatige wijze worden gebruikt om sociale dumping op nationaal niveau mogelijk te maken of uit te breiden;

23.  verzoekt zowel de EU als haar lidstaten:

•  banen te behouden door niet-gerechtvaardigde ontslagen te vermijden en de bestaande hoge niveaus van professionele vaardigheden te optimaliseren en de dividenden van de aandeelhouders te beperken;

•  te zorgen voor transparantie bij financiële transfers van een Europese dochteronderneming naar een moederbedrijf in de VS of naar belastingparadijzen;

•  sancties op te leggen aan ondernemingen die volharden in hun herstructureringsplannen;

24.  doet een krachtige oproep aan de EU en de lidstaten om zich in te zetten voor een akkoord over het bindende verdrag van de Verenigde Naties inzake transnationale ondernemingen, dat momenteel wordt besproken in de VN-Mensenrechtenraad, teneinde misbruik door transnationale bedrijven behoorlijk te kunnen aanpakken; verzoekt in dit verband om de economische, sociale en culturele rechten op te nemen in het toepassingsgebied van deze overeenkomst;

25.  onderstreept de rol van de sociale partners bij de ontwikkeling van een samenhangende industriestrategie, die een sociale dimensie moet bevatten om te waarborgen dat arbeidsrechten niet op de helling komen te staan door de huidige industriële transitie;

26.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0377.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0346.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0010.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0317.

(5)

PB C 289 van 9.8.2016, blz. 19.

(6)

PB C 440 van 30.12.2015, blz. 23.

Laatst bijgewerkt op: 15 maart 2018Juridische mededeling - Privacybeleid