Procedure : 2018/2741(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0277/2018

Ingediende teksten :

B8-0277/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/06/2018 - 7.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0266

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 263kWORD 48k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0275/2018
11.6.2018
PE621.675v01-00
 
B8-0277/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over Georgische bezette gebieden tien jaar na de Russische inval (2018/2741(RSP))


Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Dita Charanzová, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Louis Michel, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Georgische bezette gebieden tien jaar na de Russische inval (2018/2741(RSP))  
B8‑0277/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Georgië en de situatie in het Oostelijk Nabuurschap,

–  gezien het wapenstilstandsakkoord van 12 augustus 2008 dat door bemiddeling van de EU tot stand is gekomen en door Georgië en de Russische Federatie is ondertekend, en de uitvoeringsovereenkomst van 8 september 2008,

–  gezien de inzet van de EU-waarnemingsmissie in Georgië (EUMM Georgia) op 15 september 2008,

–  gezien de Associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië, die op 1 juli 2016 in werking is getreden, en de inwerkingtreding op 28 maart 2017 van de regeling voor visavrij reizen tussen de EU en Georgië,

–  gezien het verslag van de Commissie over de uitvoering van de Associatieovereenkomst met Georgië van 9 november 2017 (SWD(2017)0371),

–  gezien de verklaringen van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden over de ontwikkelingen in de Georgische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië,

–  gezien de verklaring van 28 februari 2018 van de voorzitter van de delegatie in de parlementaire samenwerkingscommissie EU-Azerbeidzjan en het Parlementair Associatiecomité EU-Georgië, Sajjad Karim, over de dood van een Georgische burger in Zuid-Ossetië,

–  gezien de slotverklaring en de aanbevelingen van het Parlementair Associatiecomité EU-Georgië van 26 april 2018 in Brussel krachtens artikel 411, lid 3, van de Associatieovereenkomst,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de regering van Georgië onverminderd voortgang boekt in de richting van democratie en de rechtsstaat, en nauwere banden met de Europese Unie; overwegende dat als gevolg van de Associatieovereenkomst/de diepe en brede vrijhandelsruimte (AA/DCFTA) tussen de EU en Georgië (AA/DCFTA), die op 1 juli 2016 in werking is getreden, beide partijen nu baat hebben van nauwere politieke betrekkingen en intensievere economische en culturele uitwisselingen; overwegende dat Georgië zich aan de overeengekomen termijnen houdt bij de tenuitvoerlegging van de toezeggingen in het kader van de Associatieovereenkomst;

B.  overwegende dat visavrij reizen tussen de EU en Georgië op 28 maart 2017 een feit is geworden en geresulteerd heeft in meer mobiliteit en intensievere persoonlijke contacten; overwegende dat de dialoog over de visumliberalisering tussen de EU en Georgië een doeltreffend middel is gebleken voor het stimuleren van brede hervormingen;

C.  overwegende dat de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië worden ondermijnd door de onopgeloste regionale conflicten in de bezette Georgische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië; overwegende dat de Russische Federatie, tien jaar na het militaire conflict tussen Rusland en Georgië, nog altijd haar internationale verplichtingen schendt en zich niet aan het wapenstilstandsakkoord van 12 augustus 2008 houdt;

D.  overwegende dat de EU haar krachtige steun uitspreekt voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië binnen zijn internationaal erkende grenzen; overwegende dat de EU volledig toegewijd blijft en actief steun geeft aan de conflictoplossingsinspanningen van de speciale afgezant van de EU voor de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië, de EUMM en het Instrument voor stabiliteit en vrede;

E.  overwegende dat de Russische Federatie stappen blijft zetten in de richting van de de facto annexatie van de Georgische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië, en - daarmee - de ondermijning van het internationaal recht; overwegende dat de zogenaamde integratie- en bondgenootschapsverdragen die in 2014 en 2015 tussen Rusland enerzijds en Abchazië en Zuid-Ossetië anderzijds zijn ondertekend flagrante schendingen van het internationaal recht, de OVSE-beginselen en de door Rusland aangegane internationale verplichtingen vormen; overwegende dat de Europese Unie het kader van de zogenaamde verkiezingen en een referendum die in 2016 en 2017 in de Georgische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië door door Rusland gesteunde separatisten zijn gehouden, niet erkent;

F.  overwegende dat het Russische leger Abchazië en Zuid-Ossetië van de rest van het land blijft isoleren door grensovergangen te sluiten, hekken van prikkeldraad en andere kunstmatige barrières te plaatsen, en de administratieve grens verder op te rekken; overwegende dat de EUMM de toegang tot Abchazië en Zuid-Ossetië is geweigerd, in tegenspraak met het bepaalde in het wapenstilstandsakkoord van 12 augustus 2008;

G.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in Abchazië en Zuid-Ossetië de afgelopen jaren is verslechterd, met de intimidatie en onderdrukking van Georgische burgers, de daaraan gerelateerde etnische discriminatie en gedwongen demografische veranderingen, de inperking van de mogelijkheid zich vrij te verplaatsen, en de aantasting van eigendomsrechten en van het recht op onderwijs in de moedertaal;

H.  overwegende dat het Internationaal Strafhof een onderzoek is gestart naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die naar verluidt door alle partijen in het conflict zijn gepleegd;

I.  overwegende dat Georgië de Russische Federatie tijdens het slotpleidooi voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op 23 mei 2018 heeft beschuldigd van oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen tijdens het conflict in 2008, waaronder arbitraire aanvallen door het Russische leger op burgers en hun eigendommen in verschillende delen van Georgië, inclusief Abchazië en Zuid-Ossetië; overwegende dat de Russische Federatie alle beschuldigingen van de hand wijst;

1.  is ingenomen met de diepgaande betrokkenheid en inspanningen van Georgië voor de verdieping van de betrekkingen met de EU op basis van de verplichtingen in het kader van de AA/DCFTA en de ambities voor Europese integratie; acht het uiterst belangrijk dat de Georgische autoriteiten de democratie blijven handhaven en de mensenrechten en rechten van minderheden, grondrechten en rechtsstaat blijven eerbiedigen;

2.  spreekt opnieuw zijn steun uit voor de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Georgië binnen zijn internationaal erkende grenzen; blijft zich inzetten voor conflictoplossing en zijn beleid van niet-erkenning en betrokkenheid bij Georgië, door gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten als onderdeel van een alomvattende aanpak;

3.  verlangt dat de Russische Federatie haar bezetting van de Georgische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië beëindigt, de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië volledig eerbiedigt, en zich houdt aan de dwingende verbintenissen van het wapenstilstandsakkoord van 12 augustus 2008, vooral wat betreft de verplichting al haar strijdkrachten terug te trekken;

4.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de weigering internationale en regionale waarnemers toe te laten; benadrukt de noodzaak van onbelemmerde toegang tot de Georgische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië voor internationale mechanismen voor toezicht op de mensenrechten in het kader van internationale organisaties, waaronder die van de Verenigde Naties en de EUMM;

5.  verlangt dat de Russische Federatie haar besluit inzake de erkenning van de zogenaamde onafhankelijkheid van de Georgische gebieden Abchazië en Zuid-Ossetië intrekt;

6.  veroordeelt de opzettelijke vernietiging van tientallen Georgische dorpen en kerken in de bezette regio's Abchazië en Zuid-Ossetië, en de doelbewuste poging overblijfselen van Georgië in de bezette gebieden uit te wissen;

7.  betreurt dat het internationaal overleg in Genève grotendeels tot stilstand is gekomen; verzoekt de EU een proactievere rol te spelen in het begeleiden van de dialoog met alle belanghebbenden binnen het kader van het internationale overleg in Genève, met als doel in de volgende overlegrondes overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke verklaring over het niet-gebruiken van geweld door alle partijen; verzoekt in dit verband de Russische Federatie zich aan het beginsel van vreedzame conflictoplossing te houden, door op gelijke manier te antwoorden op de unilaterale toezegging van Georgië om geen geweld te gebruiken, zoals bekendgemaakt door de president van Georgië in zijn toespraak voor het Europees Parlement van 23 november 2010;

8.  is verheugd over het nieuwe vredesinitiatief van de Georgische regering getiteld "Een stap naar een betere toekomst", dat ten goede kan komen aan de bevolking aan beide zijden van de administratieve grens door handel, onderwijs en mobiliteit te faciliteren, en persoonlijke contacten en het opbouwen van vertrouwen tussen de verdeelde gemeenschappen te bevorderen;

9.  is ernstig bezorgd over de verslechtering van de mensenrechtensituatie in de Georgische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië, vooral wat betreft etnische discriminatie, de vrijheid zich te verplaatsen, eigendomsrechten en onderwijs in de moedertaal, en over aanhoudende belemmeringen voor de rechten van binnenlands ontheemden en vluchtelingen op een veilige en waardige terugkeer;

10.  spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het overlijden in gevangenschap van de Georgische burger Artsjil Tatoenasjvili in februari 2018 in Tschinvali en de moord op de Georgische burger Giga Otchozoria in mei 2018 vlakbij de bezettingslinie bij Abchazië; benadrukt dat het noodzakelijk is deze en vergelijkbare gevallen adequaat aan te pakken om te voorkomen dat ze zich herhalen en om te voorkomen dat de spanningen oplopen; onderstreept de noodzaak om straffeloosheid te voorkomen en dringt aan op een grondig onderzoek naar deze gevallen, de berechting van de daders van de bovengenoemde misdaden en op samenwerking tussen alle partijen, onder meer in het kader van het mechanisme voor preventie en respons bij incidenten;

11.  verzoekt de Russische Federatie te stoppen met het in een grens omzetten van de administratieve grens (ABL) door het plaatsen van hekken van prikkeldraad en andere kunstmatige barrières; dringt er ook op aan een einde te maken aan het geleidelijk binnendringen op grondgebied dat door de Georgische regering wordt gecontroleerd alsmede de verdere uitbreiding van de ABL, waardoor het contact tussen mensen opzettelijk wordt belemmerd en de bevolking van de regio's Abchazië en Zuid-Ossetië wordt geïsoleerd;

12.  herinnert eraan dat de EUMM de enige permanente internationale instantie ter plaatse is die onpartijdige informatie verstrekt over de situatie langs de ABL, en pleit voor de verlenging van het mandaat van de EUMM na 14 december 2018;

13.  herhaalt dat de verantwoordelijken voor de schendingen van het internationaal recht, van alle partijen in het conflict, ter verantwoording moeten worden geroepen; spreekt in dit verband nogmaals zijn krachtige steun uit voor het lopende onderzoek van het Internationaal Strafhof (ICC) en de lopende zaak bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens; dringt er bij alle partijen op aan de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, die later dit jaar wordt verwacht, te eerbiedigen;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de EDEO, de OVSE, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regeringen en parlementen van de landen van het Oostelijk Partnerschap en de regering en het parlement van de Russische Federatie.

 

Laatst bijgewerkt op: 13 juni 2018Juridische mededeling - Privacybeleid