Procedure : 2018/2741(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0285/2018

Ingediende teksten :

B8-0285/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/06/2018 - 7.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0266

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 328kWORD 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0275/2018
11.6.2018
PE621.683v01-00
 
B8-0285/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over Georgische bezette gebieden tien jaar na de Russische inval (2018/2741(RSP))


Victor Boştinaru, Clare Moody namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Georgische bezette gebieden tien jaar na de Russische inval (2018/2741(RSP))  
B8-0285/2018

Het Europees Parlement,

  gezien zijn eerdere resoluties over Georgië en de situatie in het Oostelijk Nabuurschap,

  gezien het akkoord over een staakt-het-vuren van 12 augustus 2008 dat door bemiddeling van de EU tot stand is gekomen en door Georgië en de Russische Federatie is ondertekend, en de uitvoeringsovereenkomst van 8 september 2008,

  gezien de inzet van de EU-waarnemingsmissie (EUMM) in Georgië op 15 september 2008,

  gezien zijn resolutie van 21 januari 2016 over de associatieovereenkomsten / diepe en brede vrijhandelsruimten met Georgië, Moldavië en Oekraïne(1),

  gezien zijn resolutie van 13 december 2017 over het jaarverslag over de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid(2),

  gezien de gezamenlijke verklaringen van de topbijeenkomsten van het Oostelijk Partnerschap, met name de verklaring die in 2017 in Brussel werd aangenomen,

  gezien de gezamenlijke mededelingen van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) inzake het Europees nabuurschapsbeleid (ENB), met name het verslag van 18 mei 2017 over de tenuitvoerlegging van de herziening van het ENB (JOIN(2017)0018), het gezamenlijk werkdocument van 9 juni 2017 getiteld "Eastern Partnership 20 Deliverables for 2020: Focusing on key priorities and tangible results" (Oostelijk Partnerschap 20 resultaten voor 2020: aandacht voor kernprioriteiten en concrete resultaten) (SWD(2017)0300), en de mededeling van 2016 getiteld "Een integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie",

  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in de landen van het Oostelijk Nabuurschap en met name zijn aanbeveling van 15 november 2017 aan de Raad, de Commissie en de EDEO over het Oostelijk Partnerschap, in de aanloop naar de top in november 2017(3),

  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de EU haar krachtige steun uitspreekt voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië binnen de internationaal erkende grenzen van het land;

B.  overwegende dat de EU zich actief blijft inzetten voor een vreedzame oplossing van het conflict tussen Rusland en Georgië, met volledige inachtneming van de fundamentele normen en beginselen van het internationaal recht;

C.  overwegende dat de Russische Federatie na tien jaar van militaire agressie, en sinds de invasie in Georgië tijdens de oorlog van augustus 2008 haar illegale bezetting voortzet en toewerkt naar een feitelijke annexatie van de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië, hetgeen een inbreuk vormt op het internationaal recht en het op regels gebaseerde internationale bestel;

D.  overwegende dat de Russische Federatie tien jaar na de oorlog tussen Rusland en Georgië haar internationale verplichtingen blijft schenden en weigert het met bemiddeling van de EU gesloten akkoord over een staakt-het-vuren van 12 augustus 2008 uit te voeren;

E.  overwegende dat de Russische Federatie haar illegale militaire aanwezigheid in de bezette Georgische gebieden blijft versterken en haar troepenmacht en militaire oefeningen opvoert, waardoor de veiligheidssituatie op het terrein ernstig gedestabiliseerd raakt;

F.  overwegende dat de Russische Federatie de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië van de rest van het land blijft isoleren door de zogenaamde doorgangsposten te sluiten en door hekken van prikkeldraad en andere kunstmatige barrières te plaatsen langs de bezettingslinie of de bestuurlijke scheidslijn ("administrative boundary line");

G.  overwegende dat deze linie langzaam maar zeker verder wordt opschoven in het door Tbilisi gecontroleerde gebied, volgens een proces dat bekend staat als grensbepaling ("borderisation"), waarbij op sommige plaatsen dicht in de buurt wordt gekomen van kritieke infrastructuur, bijvoorbeeld snelwegen en gasleidingen;

H.  overwegende dat de honderdduizenden binnenlands ontheemden en vluchtelingen die onder dwang uit de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië zijn verdreven als gevolg van verschillende ronden van etnische zuiveringen, verstoken blijven van hun fundamentele recht op een veilige en waardige terugkeer naar huis;

I.  overwegende dat er in de bezette gebieden van Georgië grove schendingen van de mensenrechten, bijvoorbeeld van het recht op vrij verkeer en verblijf, het recht op eigendom en toegang tot onderwijs in de moedertaal, alsook illegale opsluitingen en ontvoeringen blijven plaatsvinden;

J.  overwegende dat de Georgische bevolking die woonachtig is in de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië nog altijd te kampen heeft met felle discriminatie op grond van etniciteit;

K.  overwegende dat de Georgische binnenlands ontheemden Archil Tatoenasjvili, Giga Otchozoria en Davit Basjaroeli door bruut optreden van de Russische bezettingsregimes in Soechoemi en Tschinvali om het leven zijn gekomen;

L.  overwegende dat de Russische Federatie, als macht die effectieve controle uitoefent over de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië, de volledige verantwoordelijkheid draagt voor ernstige schendingen van de mensenrechten en voor de uiterst zorgwekkende humanitaire situatie ter plaatse;

M.  overwegende dat de Russische Federatie de EU-waarnemingsmissie (EU Monitoring Mission, EUMM) de toegang tot de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië blijft ontzeggen, in strijd met het door EU-bemiddeling tot stand gekomen akkoord over een staakt-het-vuren van 12 augustus 2008, zodat de EUMM moeilijk in staat is haar mandaat volledig uit te voeren;

N.  overwegende dat het parlement van Georgië op 21 maart 2018 met de steun van beide partijen de "resolutie over grove schendingen van de mensenrechten door de Russische Federatie in de bezette gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali" en de "wet Otchozoria-Tatoenasjvili" heeft aangenomen, met een mandaat om een "Otchozoria-Tatoenasjvili-lijst" op te stellen om sancties op te leggen aan personen de beschuldigd worden van of veroordeeld zijn voor moord, ontvoering, foltering en onmenselijke behandeling van Georgische burgers, alsook aan al wie de daders van dergelijke misdrijven in de bezette gebieden een hand boven het hoofd houdt;

1.  herhaalt dat soevereiniteit, onafhankelijkheid en de vreedzame oplossing van conflicten kernbeginselen van de Europese veiligheidsorde vormen; onderstreept dat de oplossing van conflicten in Georgië cruciaal is voor het verbeteren van de veiligheid en stabiliteit van het Europese continent als geheel; is van oordeel dat deze conflicten en de aanhoudende bezetting van Georgische gebieden een potentiële dreiging blijven vormen voor de soevereiniteit van andere landen in Europa;

2.  blijft zijn krachtige steun uitspreken voor het beginsel van soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië binnen de internationaal erkende grenzen van het land; erkent dat de beginselen die zijn verankerd in het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki van 1975 en het OVSE-Handvest van Parijs van 1990 de hoekstenen vormen van vrede op het Europees continent;

3.  staat achter het beleid van de Georgische regering, dat gericht is op een vreedzame oplossing van het conflict, onder meer door middel van naleving van het akkoord over een staakt-het-vuren van 12 augustus 2008, de unilaterale toezegging om geen geweld te gebruiken, deelname aan het internationaal overleg van Genève, en deelname aan inspanningen ter bevordering van verzoening en het herstel van vertrouwen tussen verdeelde gemeenschappen;

4.  dringt erop aan dat de huidige impasse wordt doorbroken en dat er vooruitgang wordt geboekt om tot tastbare resultaten te komen over de centrale thema's van het internationaal overleg van Genève, waaronder de bevestiging en uitvoering van de toezegging om geen geweld te gebruiken, de totstandbrenging van internationale veiligheidsmechanismen in de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië, en de terugkeer van binnenlands ontheemden en vluchtelingen, met het oog op blijvende vrede en veiligheid op het terrein;

5.  is verheugd over het nieuwe vredesinitiatief van de Georgische regering, getiteld "Een stap op weg naar een betere toekomst", dat bedoeld is om de humanitaire en sociaal-economische omstandigheden van de bevolking in de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië te verbeteren en om tussen de verdeelde gemeenschappen het vertrouwen te herstellen en contacten tussen mensen te stimuleren; spreekt daarentegen zijn veroordeling uit over initiatieven die verdeeldheid zaaien en bovengenoemde doelstellingen ondermijnen, zoals het zogenaamde referendum van 2017 in het kader waarvan een naamsverandering voor de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië werd goedgekeurd;

6.  verzoekt de Russische Federatie de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië binnen de internationaal erkende grenzen van het land te eerbiedigen en terug te komen op haar besluit betreffende de erkenning van de zogenaamde onafhankelijkheid van de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië en de feitelijke integratie van beide regio's in het Russisch één enkel douanegebied;

7.  dringt er bij de Russische Federatie sterk op aan zich te houden aan haar internationale verplichtingen, het door EU-bemiddeling tot stand gekomen akkoord over een staakt-het-vuren van 12 augustus 2008 volledig uit te voeren door haar troepenmacht terug te trekken uit het Georgische grondgebied, en de EUMM overeenkomstig haar mandaat toegang te geven tot de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië;

8.  verzoekt de Russische Federatie te stoppen met het plaatsen van hekken van prikkeldraad en andere kunstmatige barrières langs de bezettingslinie, waarmee het contact tussen mensen opzettelijk wordt belemmerd en de bevolking van beide bezette gebieden wordt geïsoleerd;

9.  verzoekt de Russische Federatie, als macht die effectieve controle uitoefent, om een einde te stellen aan straffeloosheid en etnisch gemotiveerde misdrijven in de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië, en om eventuele belemmeringen die verhinderen dat de daders van de moord op de Georgische binnenlands ontheemden Archil Tatoenasjvili, Giga Otchozoria en Davit Basjaroeli voor het gerecht worden gebracht, weg te nemen;

10.  dringt er bij de Russische Federatie, als macht die effectieve controle uitoefent, op aan te stoppen met het schenden van de mensenrechten, de beperking van de vrijheid van verkeer en van verblijf, de discriminatie op grond van etniciteit en de schending van het recht op eigendom en onderwijs in de moedertaal in de Georgische bezette gebieden;

11.  dringt er bij de Russische Federatie op aan een veilige en waardige terugkeer naar huis van binnenlands ontheemden en vluchtelingen toe te staan en internationale mechanismen voor toezicht op de mensenrechten onbelemmerde toegang te verlenen op het terrein;

12.  schaart zich achter de vastberaden inzet van de EU om nog meer bij te dragen aan de vreedzame oplossing van het Russisch-Georgische conflict door alle beschikbare instrumenten in te zetten als onderdeel van een brede benadering, onder meer via haar speciale vertegenwoordiger voor de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië, haar covoorzitterschap van het internationaal overleg in Genève, de EUMM in Georgië en het beleid van niet-erkenning en betrokkenheid, en dringt erop aan te overwegen om de EU een nog grotere rol te geven door de Georgische autoriteiten te ondersteunen bij het opleggen van strafrechtelijke sancties tegen daders van mensenrechtenschendingen in de bezette gebieden;

13.  benadrukt dat een consistente en vastberaden houding van de internationale gemeenschap ten aanzien van het Russische bezettings- en annexatiebeleid de enige manier is om een vreedzame oplossing van het conflict in Georgië te waarborgen en soortgelijke conflicten in de buurlanden te voorkomen; benadrukt dat het noodzakelijk is de collectieve druk op Rusland op te voeren om het akkoord over een staakt-het-vuren van 12 augustus 2008 uit te voeren, met name wat de terugtrekking van de Russische troepenmacht en de terugkeer van binnenlands ontheemden en vluchtelingen betreft;

14.  verzoekt de EU-instellingen een benadering te hanteren die in samenhang is met de benadering van het Europees Parlement en het beleid van de nationale parlementen van de lidstaten door zich in duidelijkere en nauwkeuriger omschreven termen uit te drukken en de Russische agressie in Georgië te benoemen als een bezetting door de Russische Federatie van de Georgische gebieden van Abchazië en de regio Tschinvali/Zuid-Ossetië;

15.  toont zich een sterke voorstander van de EU-bijstand aan Georgië op het gebied van capaciteitsopbouw en een grotere weerbaarheid, onder meer wat betreft terrorismebestrijding, strategische communicatie, cyberdefensie en de hervorming van de veiligheidssector; dringt erop aan dat er in de komende onderhandelingen over de EU-financieringsinstrumenten voor het Europees Nabuurschapsbeleid voor de periode na 2020 rekening wordt gehouden met de desbetreffende behoeften;

16.  herhaalt zijn veroordeling van het subversief beleid dat gebruikmaakt van propaganda, desinformatie en infiltratie in de sociale media met het oog op een verzwakking van de democratie en de samenleving in Georgië door instellingen in een slecht daglicht te plaatsen, de publieke opinie te manipuleren, valse berichtgeving te verspreiden, sociale spanningen aan te wakkeren en een algemeen wantrouwen ten aanzien van de media te stimuleren; hekelt in dit verband de informatieoorlog die Rusland voert met behulp van door de staat gecontroleerde media die doelbewust nepnieuws verspreiden om de binnenlandse politiek te beïnvloeden en het Europese integratieproces te ondermijnen;

17.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van Georgië, en de regering en het parlement van de Russische Federatie.

 

(1)

PB C 11 van 12.1.2018, blz. 82.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0493.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0440.

Laatst bijgewerkt op: 13 juni 2018Juridische mededeling - Privacybeleid