Procedure : 2018/2770(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0321/2018

Ingediende teksten :

B8-0321/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/07/2018 - 6.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 189kWORD 57k
2.7.2018
PE621.749v01-00
 
B8-0321/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land (2018/2770(RSP))


Javier Couso Permuy, Paloma López Bermejo, Ángela Vallina, Nikolaos Chountis, Maria Lidia Senra Rodríguez, Eleonora Forenza, João Ferreira, João Pimenta Lopes, Miguel Viegas namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land (2018/2770(RSP))  
B8‑0321/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 1, lid 2, van hoofdstuk I van het Handvest van de Verenigde Naties van 1945, en de daarin geformuleerde doelstelling om "tussen de naties vriendschappelijke betrekkingen tot ontwikkeling te brengen, die zijn gegrond op eerbied voor het beginsel van gelijke rechten en van zelfbeschikking voor volken, en andere passende maatregelen te nemen ter versterking van de vrede overal ter wereld",

–  gezien artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, volgens welke artikelen alle volken zelfbeschikkingsrecht bezitten en zij uit hoofde van dit recht in alle vrijheid hun politieke status bepalen en vrijelijk hun economische, sociale en culturele ontwikkeling nastreven,

–  gezien de verklaring van 27 januari 2013 van de topbijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van Celac (de organisatie van staten van Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied) en de EU, waarin de ondertekenaars opnieuw hun verbondenheid uitspreken aan alle in het VN-Handvest verankerde doelstellingen en beginselen en aan hun besluit om alle inspanningen te ondersteunen om de soevereine gelijkheid van alle staten te verdedigen en hun territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid te eerbiedigen,

–  gezien de op eerdere Celac-toppen overeengekomen verklaring waarin Latijns-Amerika en het Caribisch gebied tot een zone van vrede worden uitgeroepen,

–  gezien het beginsel van niet-inmenging, dat in het VN-Handvest is vastgelegd,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 1961,

–  gezien de verklaring van de leiders van de G7 over Venezuela van 23 mei 2018,

–  gezien de eerdere conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over Venezuela,

–  gezien de eerdere verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over Venezuela,

–  gezien de eerdere resoluties van het Europees Parlement over Venezuela,

–  gezien het besluit van de Conferentie van voorzitters van 7 juni 2018 om een ad‑hocdelegatie naar de steden Cúcuta (Colombia) en Boa Vista (Brazilië) te sturen;

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de regering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela meermaals haar afkeuring heeft uitgesproken over de externe inmenging, de destabilisatie, de desinformatiecampagnes, de manipulatie van de publieke opinie en het geweld waartoe sommige oppositiegroeperingen aansporen, gericht tegen de soevereiniteit en onafhankelijkheid van en de vrede en democratische stabiliteit in het land en tegen het Venezolaanse volk;

B.  overwegende dat de Bolivariaanse Republiek Venezuela geconfronteerd wordt met externe en interne bedreigingen van haar soevereiniteit en vrede, op een moment waarop het land ook kampt met een buitengewone economische oorlog die de afgelopen maanden geëscaleerd is als gevolg van prijsstijgingen, smokkel van goederen en hamsterpraktijken; overwegende dat deze buitengewone situatie tot sociale, economische, politieke, natuur- en milieuproblemen heeft geleid;

C.  overwegende dat de voormalige president van de Verenigde Staten, Barack Obama, in december 2014 een wet aankondigde, die door de Senaat van de VS was goedgekeurd, waarmee tot 2019 unilaterale extraterritoriale sancties werden opgelegd aan het volk en de Bolivariaanse regering van Venezuela; overwegende dat alle 33 Latijns-Amerikaanse en Caribische landen deze unilaterale sancties van de VS tegen Venezuela veroordeeld en verworpen hebben en dat de staatshoofden en regeringsleiders van de EU in de Verklaring van Brussel van de tweede topbijeenkomst EU-Celac van 10 en 11 juni 2015 nota hebben genomen van de verwerping door Celac van de VS-sancties tegen de Bolivariaanse Republiek Venezuela; overwegende dat de regering van Venezuela op haar beurt een aantal maatregelen heeft genomen op grond van artikelen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer;

D.  overwegende dat voormalig president van de VS Barack Obama op 8 maart 2015 Decreet 13692 heeft ondertekend waarin de Bolivariaanse Republiek Venezuela "een ongemene en buitengewone bedreiging van de nationale veiligheid en het buitenlands beleid van de VS" wordt genoemd; overwegende dat de VS op grond van dat decreet nationale noodmiddelen mogen aanwenden om het hoofd te bieden aan die bedreiging, zoals het opleggen van sancties aan dat land;

E.  overwegende dat Amerikaans president Donald Trump de strategie van zijn voorganger aanhoudt, wat duidelijk te zien is in de verschillende decreten die hij heeft ondertekend, met name op 24 augustus 2017, 19 maart 2018 en 21 mei 2018;

F.  overwegende dat deze decreten bijkomende sancties tegen Venezuela inhouden, en bepaalde aanvullende transacties met betrekking tot Venezuela verbieden, in respons op de "nationale noodtoestand" die in Decreet 13692 van 8 maart 2015 uitgeroepen werd;

G.   overwegende dat de verklaringen van 6 april 2017 en 15 februari 2018 van admiraal Kurt Tidd, hoofd van het Zuidelijk Commando van de VS, voorlopers waren van daden van agressie tegen Venezuela op grond van de doctrine van regionale collectieve veiligheid; overwegende dat dergelijke verklaringen bedoeld zijn om onzekerheid en instabiliteit in het land te veroorzaken en deel uitmaken van de interventionistische strategie in de regio tegen progressieve regeringen;

H.  overwegende dat een van de elementen van het permanente proces van destabilisering in Venezuela de financiële steun ten belope van vele miljoenen dollars voor antiregeringsorganisaties en politieke partijen gedurende de afgelopen twaalf jaar door Amerikaanse organisaties zoals USAid en de National Endowment for Democracy was en ook nu nog is; overwegende dat voormalig president van de VS Obama het licht op groen heeft gezet voor een speciaal fonds met 5,5 miljoen dollar voor het financieren van antiregeringsgroepen via het Ministerie van Buitenlandse Zaken;

J.  overwegende dat de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), en in het bijzonder de secretaris-generaal daarvan, politieke maatregelen blijven nemen gericht op inmenging in de binnenlandse situatie in Venezuela en op legitimering, op welke manier dan ook, van de inwerkingstelling van het Democratisch Handvest, om buitenlands ingrijpen in het land mogelijk te maken;

K.  overwegende dat de XLVIIIe Algemene Vergadering van de OAS getekend werd door de dreiging om Venezuela uit de OAS te zetten, zoals gevraagd door vicepresident van de VS Mike Pence in de aanloop naar het evenement; overwegende dat de VS uiteindelijk enkel een resolutie konden bereiken, die steun kreeg van 19 landen, terwijl er 24 vereist waren om Venezuela uit de OAS te schorsen, en er bij de hoofdelijke stemming over de resolutie 11 onthoudingen en 4 stemmen tegen waren;

L.  overwegende dat Venezuela besloten heeft uit de OAS te stappen; overwegende dat het vertrek van Venezuela uit de OAS over elf maanden formeel plaatsvindt; overwegende dat de VS ernaar streven Venezuela te schorsen, zodat zij hun unilaterale maatregelen tegen Venezuela in strijd met het internationaal recht kunnen uitbreiden, en de medestanders van de VS hun beleg van het land kunnen opdrijven;

M.  overwegende dat Venezuela onrechtmatig belet werd pro tempore het voorzitterschap van Mercosur te bekleden met als doel het land te isoleren en uit de organisatie te stoten; overwegende dat onderhandelingen tussen de EU en Mercosur over de sluiting van een vrijhandelsovereenkomst lopende zijn;

N.  overwegende dat deze strategie van destabilisering, isolatie en druk jegens Venezuela door bepaalde regeringen in de regio gevolgd wordt, de zogenaamde "Groep van Lima", die daardoor het internationaal recht flagrant schendt;

O.  overwegende dat de EU diverse verklaringen heeft afgelegd en verschillende standpunten heeft ingenomen die overeenstemmen met de standpunten van minderheidsgroeperingen in de Venezolaanse oppositie, met de duidelijke intentie zich te mengen in de binnenlandse situatie in Venezuela en die te beïnvloeden;

P.  overwegende dat de Raad Buitenlandse Zaken op 13 november 2017 conclusies over Venezuela heeft aangenomen en tot een akkoord over gerichte sancties is gekomen; overwegende dat de Raad Buitenlandse Zaken op 22 januari 2018 besloten heet zeven ambtenaren beperkende maatregelen op te leggen; overwegende dat de Raad Buitenlandse Zaken op 28 mei 2018 in zijn conclusies besloten heeft snel op te treden, met het oog op het opleggen van bijkomende gerichte en omkeerbare beperkende maatregelen tegen Venezuela; overwegende dat de Raad Buitenlandse Zaken op 25 juni 2018 in zijn conclusies besloten heeft bijkomende sancties te nemen tegen Venezuela door nog eens elf ambtenaren beperkende maatregelen op te leggen;

Q.  overwegende dat de grote internationale mediabedrijven een eenzijdig beeld schetsen van de situatie in Venezuela; overwegende dat informatie gemanipuleerd wordt en dat geruchten en onjuiste berichten over Venezuela verspreid worden, enkel en alleen om inmenging in het land te rechtvaardigen;

R.  overwegende dat de afgelopen 20 jaar 24 keer verkiezingen hebben plaatsgevonden in Venezuela;

S.  overwegende dat bepaalde oppositiegroeperingen sinds de laatste parlementsverkiezingen een destabiliserende rol hebben gehad voor het land door hun wetgevingsbevoegdheden daartoe in te zetten;

T.  overwegende dat bepaalde oppositiegroeperingen besloten hebben niet deel te nemen aan de parlements- of presidentsverkiezingen;

U.  overwegende dat op 20 mei 2018 presidentsverkiezingen plaatsvonden in Venezuela en meer dan 8 miljoen Venezolaanse burgers daarbij hebben gestemd; overwegende dat meer dan 200 internationale waarnemers bij de verkiezingen aanwezig waren; overwegende dat verschillende oppositiekandidaten deelgenomen hebben aan de verkiezingsprocedure; overwegende dat Nicolás Maduro opnieuw tot president verkozen werd;

V.  overwegende dat de VS, de EU en een aantal regeringen uit de regio de verkiezingsprocedure op voorhand in twijfel hebben getrokken en de uitslag van de presidentsverkiezingen nog steeds niet erkennen;

W.  overwegende dat de Venezolaanse regering en haar president alle oppositiegroeperingen meermaals hebben opgeroepen om een dialoog aan te gaan, en dat nog steeds doen, om vrede in het land te creëren;

X.  overwegende dat bepaalde oppositiegroeperingen met de steun van externe machten, zoals de VS, de EU, de OAS, de G7 en de Groep van Lima, nog steeds de destabilisering van het land stimuleren;

Z.  overwegende dat de VS, de EU, de OAS en de Groep van Lima verantwoordelijk zijn voor de economische blokkade van Venezuela, die dramatische gevolgen heeft voor de Venezolaanse bevolking;

AA.  overwegende dat de zogenaamde "humanitaire hulp" die door de VS, de EU, de OAS en de Groep van Lima verdedigd wordt enkel een voorwendsel is en een excuus om externe inmenging in het land te legitimeren;

1.  veroordeelt met kracht de voortdurende buitenlandse inmenging en de politieke, economische en sociale destabileringsmaatregelen tegen de Bolivariaanse Republiek Venezuela;

2.  laakt de valse "instrumentalisering" van mensenrechten door de EU voor politieke doeleinden, in het bijzonder in het geval van Venezuela;

3.  stelt nadrukkelijk dat er door vast te houden aan een interventionistische strategie ten aanzien van de soevereiniteit van de Bolivariaanse Republiek Venezuela totaal geen ruimte wordt gelaten voor dialoog en vrede;

4.  bekrachtigt het recht van het Venezolaanse volk om soeverein, vreedzaam, en vrij van elke inmenging of druk van buitenaf over de toekomst te beslissen;

5.  herhaalt dat het beginsel van niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van staten volledig geëerbiedigd moet worden, overeenkomstig het internationaal recht;

6.  hekelt de beweringen over een vermeende "humanitaire crisis" in Venezuela, die tot doel hebben de externe inmenging te vergroten en campagnes voor inmenging in het land te verdedigen;

7.  betreurt ten zeerste het besluit van de Conferentie van voorzitters van 7 juni 2018 om een ad-hocdelegatie naar de steden Cúcuta (Colombia) en Boa Vista (Brazilië) te sturen;

8.  betreurt ten zeerste elke externe inmenging van de OAS, de EU, de VS of welk land dan ook in de binnenlandse aangelegenheden van andere landen; wijst nogmaals op het recht van alle volkeren op zelfbestemming, op het in vrijheid bepalen van hun politieke status en het vrijelijk nastreven van hun economische, sociale en culturele ontwikkeling, en roept op tot eerbiediging van dit recht;

9.  laakt de ondemocratische en op omverwerping gerichte doelstellingen van de destabilisatiecampagne; onderstreept het imperialistische belang van de VS bij het waarborgen van de toegang tot de Venezolaanse olievoorraden en het politieke belang van de VS bij het ondermijnen van de landen van de Bolivariaanse Alliantie voor de Amerika's (ALBA);

10.  veroordeelt het besluit van de VS en de EU om door te gaan met de zware sancties tegen Venezuela; vraagt deze sancties onmiddellijk op te heffen;

11.  is sterk gekant tegen elke poging van de EU om bijkomende sancties of andere maatregelen tegen Venezuela en zijn bevolking op te leggen;

12.  benadrukt dat de dialoog met derde landen er onder geen beding in mag resulteren dat beperkingen worden opgelegd aan het zelfbeschikkingsrecht van volkeren;

13.  bekritiseert de recente gebeurtenissen in de OAS, die het aanhoudende democratische deficit in deze organisatie aantonen en haar interventionistische rol, die steeds tegen de wil van de bevolking van Latijns-Amerika ingaat;

14.  betreurt de rol die de meeste internationale media spelen bij het verspreiden van geruchten en het gebruiken van nepnieuws met als doel de legitimiteit van de Venezolaanse regering te ondergraven en een sfeer van geweld te scheppen; herinnert eraan dat de vrijheid van informatie een fundamenteel mensenrecht is, en roept de internationale media op verantwoord te handelen en op een eerlijke, nauwkeurige en evenwichtige wijze over de gebeurtenissen te berichten, wat thans niet het geval is;

15.  erkent de zware economische crisis die momenteel in Venezuela heerst; erkent echter ook dat die economische crisis vooral veroorzaakt wordt door externe inmenging, zowel door de sancties die tegen het land worden getroffen en de sterk gedaalde olieprijzen, als door een georganiseerde interne economische-destabiliseringsstrategie die geleid wordt door bepaalde oppositiegroeperingen en belangrijke economische actoren in het land, die de productie en distributie van goederen controleren, met name op het gebied van levensmiddelen en geneesmiddelen; wijst erop dat deze binnenlandse strategie geleid heeft tot tekorten aan goederen, die nog verergerd zijn door het gecoördineerde gezamenlijke optreden van de zogenaamde "bachaqueros" met als doel de voorraden van winkels uit te putten op het moment dat zij aangevuld worden, zodat de prijzen stijgen en de goederen op de zwarte markt kunnen worden verkocht of met het oog op namaak worden verspreid, een situatie die heeft bijgedragen tot de hoge inflatie in het land; brengt in herinnering dat deze strategieën gepaard gingen met het systematisch van de markt halen van de biljetten van 100 bolivares, het bankbiljet met de hoogste waarde in het land, waarbij letterlijk tonnen van dergelijke biljetten aangetroffen werden in landen als Colombia en Paraguay; herinnert eraan dat Venezuela, ondanks deze harde aanslag op zijn economie, niet alleen zijn internationale verplichtingen met betrekking tot zijn buitenlandse schuld is nagekomen, maar ook een aanzienlijk deel van zijn begroting (meer dan 70 % van de jaarlijkse begroting) is blijven besteden aan sociale ontwikkeling;

16.  wijst erop dat de Venezolaanse instellingen steeds respect voor de grondwet hebben getoond, in vergelijking met het permanente gebrek aan respect en de obstructieve houding van de nationale vergadering en bepaalde oppositiegroeperingen;

17.  onderschrijft de beginselen van de verklaring waarin Latijns-Amerika en het Caribisch gebied tot een zone van vrede worden uitgeroepen, en spoort de internationale gemeenschap aan deze verklaring in haar betrekkingen met de Celac-landen volledig te eerbiedigen, hetgeen onder andere betekent dat beloofd wordt niet direct of indirect in de interne aangelegenheden van andere staten te interveniëren en de beginselen van nationale soevereiniteit, gelijke rechten en het zelfbeschikkingsrecht van volkeren te respecteren;

18.  is verheugd over de maatregelen die Venezuela neemt op het gebied van sociale insluiting, die stoelen op sociale verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid, gelijkheid, solidariteit en mensenrechten, hetgeen ertoe heeft bijgedragen dat de armoede in het land is teruggedrongen, waarbij met name de sociale ontwikkelingsmaatregelen belangrijk zijn geweest, en over de significante vooruitgang die geboekt is bij de bestrijding van de armoede en op onderwijsgebied, waaronder de uitroeiing van het analfabetisme in 2005 en de toename van het aantal hogeronderwijsstudenten;

19.  herinnert aan het belang van de rol van Venezuela bij de totstandkoming en versterking van een proces van samenwerking en integratie ten behoeve van de volkeren van Latijns-Amerika; onderstreept dat veel progressie is geboekt op het vlak van de regionale integratie en samenwerking, hetgeen de volken van Latijns-Amerika ten goede komt; is ingenomen met de belangrijke resultaten die ALBA geboekt heeft op de terreinen volksgezondheid, onderwijs, cultuur en tot wederzijds voordeel strekkende samenwerking;

20.  constateert dat de lidstaten van ALBA zich bewust zijn van het vele werk dat de regering van Venezuela heeft verricht op het gebied van de bevordering en bescherming van mensenrechten, rechtvaardigheid en vrede, ter bestrijding van het plan voor internationaal ingrijpen tegen Venezuela, dat niet alleen de stabiliteit van hun buurland in gevaar brengt, maar ook die van de hele regio;

21.  verwelkomt de recente Venezolaanse presidentsverkiezingen en respecteert de uitslag daarvan;

22.  veroordeelt alle maatregelen die tot doel hebben de onweerlegbare legitimiteit van de Venezolaanse verkiezingen in twijfel te trekken, en vraagt de EU-lidstaten een verantwoord standpunt in te nemen overeenkomstig het beginsel van niet-inmenging, door eerbied te tonen voor de onafhankelijkheid en soevereiniteit van de Bolivariaanse Republiek Venezuela en de wil van de bevolking, zoals uitgedrukt via de stembus;

23.  staat achter de dialooginitiatieven die door president Nicolás Maduro en zijn regering bevorderd en door verschillende internationale organisaties en actoren ondersteund worden, en het feit dat deze dialoog vooral gaat over het welzijn van alle burgers en de institutionele betrekkingen, vrede, justitie, waarheid, versterking van de economie, verdediging van de rechtsstaat, democratie en eerbiediging van de nationale soevereiniteit;

24.  bekrachtigt zijn solidariteit met het Venezolaanse volk en hun strijd voor de bescherming van het Bolivariaanse proces en de sociale verworvenheden van de afgelopen jaren;

25.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, het Mercosur-parlement, de Euro-Latijns-Amerikaanse parlementaire vergadering, en de Latijns-Amerikaanse regionale organisaties Unasur, ALBA en Celac.

 

Laatst bijgewerkt op: 4 juli 2018Juridische mededeling - Privacybeleid