Procedure : 2018/2752(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0355/2018

Ingediende teksten :

B8-0355/2018

Debatten :

PV 11/09/2018 - 15
CRE 11/09/2018 - 15

Stemmingen :

PV 12/09/2018 - 6.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0341

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 252kWORD 46k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0308/2018
5.9.2018
PE624.059v01-00
 
B8-0355/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over autonome wapensystemen (2018/2752(RSP))


Norica Nicolai, Petras Auštrevičius, Urmas Paet, Jozo Radoš, Marietje Schaake namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over autonome wapensystemen (2018/2752(RSP))  
B8‑0355/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn studie van 3 mei 2013 over de gevolgen voor de mensenrechten van de inzet van drones en onbemande robots bij oorlogvoering,

–  gezien zijn diverse standpunten, aanbevelingen en resoluties waarin wordt aangedrongen op een verbod op autonome wapensystemen, zoals het mandaat voor het beginnen van onderhandelingen dat tijdens de plenaire vergadering van 13 maart 2018 werd goedgekeurd met het oog op de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie, zijn resolutie van 13 december 2017 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld 2016 en het beleid van de Europese Unie ter zake(1), zijn aanbeveling aan de Raad van 7 juli 2016 over de 71e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(2) en zijn resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones(3),

–  gezien het verslag d.d. 9 april 2013 van Christof Heyns, speciaal rapporteur van de VN inzake buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies (UN A/HRC/23/47),

–  gezien de verklaringen van de EU over dodelijke autonome wapensystemen (LAWS) gericht aan de Groep regeringsdeskundigen van de partijen bij het Verdrag inzake bepaalde conventionele wapens in Genève van 13 t/m 17 november 2017, 9 t/m 13 april 2018 en 27 t/m 31 augustus 2018,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 31 mei 2017 waarin wordt aangedrongen op een human in command-benadering van kunstmatige intelligentie en een verbod op autonome wapens,

–  gezien Richtlijn 3000.09 van het ministerie van Defensie van de VS van 21 november 2012 over autonomie van wapensystemen,

–  gezien de open brief van juli 2015 die is ondertekend door meer dan 3 000 onderzoekers op het gebied van kunstmatige intelligentie en robotica en die van 21 augustus 2017 die is ondertekend door 116 oprichters van toonaangevende bedrijven op het gebied van robotica en kunstmatige intelligentie,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat een onbekend aantal landen, door de overheid gefinancierde ondernemingen en private ondernemingen naar verluidt onderzoek doen naar dodelijke wapensystemen met autonome capaciteiten en deze ontwikkelen, waarbij deze wapensystemen variëren van raketten die in staat zijn hun doelwit te kiezen tot leermachines met cognitieve vaardigheden die bepalen wanneer en waar zij vechten en tegen wie;

B.  overwegende dat dodelijke autonome wapensystemen het potentieel hebben de oorlogvoering fundamenteel te veranderen door een ongekende en ongecontroleerde wapenwedloop in gang te zetten;

C.  overwegende dat de inzet van dodelijke autonome wapensystemen fundamentele ethische en juridische vragen over menselijke tussenkomst opwerpen, met name ten aanzien van kritische beslissingen, zoals het uitkiezen van doelwitten en het inzetten van een aanval;

D.  overwegende dat de inzet van dodelijke autonome wapensystemen essentiële vragen oproept over de toepasselijkheid van het internationaal recht inzake de mensenrechten, het internationaal humanitair recht en de Europese normen en waarden inzake toekomstige militaire acties;

E.  overwegende dat bepaalde deskundigen van mening zijn dat goed ontworpen automatische wapensystemen onder effectieve menselijke controle ervoor kunnen zorgen dat de beginselen van het internationaal humanitair recht beter nageleefd worden;

F.  overwegende dat 116 oprichters van internationale toonaangevende bedrijven op het gebied van robotica en kunstmatige intelligentie een open brief aan de VN hebben gestuurd waarin de regeringen ertoe werden opgeroepen "een wedloop met deze wapens te voorkomen en de destabiliserende uitwerking van deze technologieën te verhinderen";

G.  overwegende dat private ondernemingen met winstoogmerk de grootste voortgang boeken bij de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie en autonome machines; overwegende dat de technologie die autonome wapens mogelijk maakt zowel wijdverbreid als gemakkelijk overdraagbaar zal zijn, ook wanneer een overeenkomst wordt bereikt over een verbod op dodelijke autonome wapensystemen;

H.  overwegende dat autonomie en kunstmatige intelligentie weliswaar aparte technologieën zijn, maar dat zij elkaar aanvullen;

I.  overwegende dat de werking van autonome wapensystemen verstoord kan raken door slecht geschreven codes of na een door een vijandelijke staat of niet-statelijke actor uitgevoerde cyberaanval;

1.  benadrukt dat het strikt noodzakelijk is gemeenschappelijk EU-beleid vast te stellen ter voorkoming van de opkomst en de mogelijke verbreiding van dodelijke autonome wapensystemen;

2.  benadrukt bezorgd te zijn over het toenemende gebruik van autonome wapensystemen door niet-statelijke actoren, bijvoorbeeld door de zogeheten groepering Islamitische Staat, waarbij commerciële uitrusting wordt gecombineerd; vreest het ongecontroleerde gebruik van technologie voor kunstmatige intelligentie;

3.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), de lidstaten en de Europese Raad om voorafgaand aan de bijeenkomst van de hoge verdragsluitende partijen bij het Conventionelewapensverdrag die in november 2018 zal plaatsvinden, dringend een gemeenschappelijk standpunt over autonome wapensystemen vast te stellen, waarin menselijke controle over kritische functies van wapensystemen tijdens de inzet ervan, gewaarborgd wordt, en op desbetreffende fora met één stem te spreken en hiernaar te handelen; roept in dit verband de VV/HV, de lidstaten en de Raad op om optimale praktijken uit te wisselen en advies in te winnen bij deskundigen, wetenschappers en het maatschappelijk middenveld;

4.  verzoekt de VV/HV, de lidstaten en de Raad zich sterk te maken voor het opnemen van een nieuw hoofdstuk in het Conventionelewapensverdrag van de VN met het oog op een verbod op autonome wapensystemen die in staat zijn af te wijken van de door de mens ingestelde kritieke functie van het kiezen en aanvallen van doelwitten; onderstreept voorts het grote belang van het voorkomen van onderzoek naar en de ontwikkeling en productie van dodelijke autonome wapensystemen zonder menselijke tussenkomst bij kritieke taken zoals het kiezen en aanvallen van doelwitten;

5.  verzoekt de lidstaten hun verantwoordelijkheid te nemen en hun huidige internationale wettelijke en ethische verplichtingen bij de ontwikkeling en het gebruik van hun wapentechnologie na te komen;

6.  herinnert aan zijn standpunt van 13 maart 2018 over de verordening inzake een industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie, met name artikel 6, lid 4, (subsidiabele acties), en onderstreept zijn bereidheid een soortgelijk standpunt in te nemen in het kader van het komende onderzoeksprogramma voor defensie, het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de defensie en andere relevante onderdelen van het Europees Defensiefonds in de periode na 2020;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, Europese dienst voor extern optreden, de regeringen en parlementen van de lidstaten en aan de Verenigde Naties.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0494.

(2)

PB C 101 van 16.3.2018, blz. 166.

(3)

PB C 285 van 29.8.2017, blz. 110.

Laatst bijgewerkt op: 7 september 2018Juridische mededeling - Privacybeleid