Procedure : 2018/2747(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0400/2018

Ingediende teksten :

B8-0400/2018

Debatten :

PV 03/10/2018 - 21
CRE 03/10/2018 - 21

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0384

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 169kWORD 48k
26.9.2018
PE624.117v01-00
 
B8-0400/2018

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over bestrijding van douanefraude en bescherming van de eigen middelen van de EU (2018/2747(RSP))


Ingeborg Gräßle namens de Commissie begrotingscontrole

Resolutie van het Europees Parlement over bestrijding van douanefraude en bescherming van de eigen middelen van de EU (2018/2747(RSP))  
B8-0400/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien het zeventiende verslag van het Europees Bureau voor fraudebestrijding over het jaar 2016,

–  gezien Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt(1),

–  gezien van Verordening (EU) nr. 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM")(2), Besluit (EU) 2018/1094 van de Commissie van 1 augustus 2018 ter bevestiging van de deelname van Nederland aan de nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie(3) en Besluit (EU) 2018/1103 van 7 augustus 2018 ter bevestiging van de deelname van Malta aan de nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie(4),

–  gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie(5), en de desbetreffende gedelegeerde en uitvoeringshandelingen,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 7 april 2016 over een actieplan betreffende de btw (COM(2016)0148),

–  gezien speciaal verslag nr. 24/2015 van de Europese Rekenkamer van 3 maart 2016 getiteld "De aanpak van intracommunautaire btw-fraude: er zijn meer maatregelen nodig",

–  gezien douaneregeling 42, die voorziet in een btw-vrijstelling voor goederen die in een lidstaat worden ingevoerd wanneer deze vervolgens worden doorgevoerd naar een andere lidstaat,

–  gezien Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie(6),

–  gezien Speciaal verslag nr. 19/2017 van de Europese Rekenkamer van 5 december 2017, getiteld "Invoerprocedures: tekortkomingen in het rechtskader en een ondoeltreffende uitvoering zijn van invloed op de financiële belangen van de EU",

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie begrotingscontrole,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de traditionele eigen middelen, voornamelijk douanerechten op invoer van buiten de EU en suikerheffingen, goed zijn voor ongeveer 12,8 % van de eigen middelen van de EU.

B.  overwegende dat het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) begin 2017 een onderzoek heeft afgesloten naar een zaak van douanefraude in het VK, waarvan de belangrijkste conclusies zijn opgenomen in het activiteitenverslag 2017 van OLAF;

C.  overwegende dat OLAF een verlies voor de eigen middelen van de EU-begroting berekende van 1 987 miljard EUR aan gederfde douanerechten voor textiel en schoenen die in de periode 2013-2016 via het VK waren ingevoerd uit China;

D.  overwegende, ter vergelijking, dat OLAF in 2016 de terugvordering heeft aanbevolen van een totaal bedrag van 631,1 miljoen EUR naar aanleiding van 272 onderzoeken die het had uitgevoerd;

E.  overwegende dat de fraudezaak in kwestie onder meer onderwaarderingsfraude betreft, waarbij importeurs winst genereren door douanerechten en aanverwante belastingen te omzeilen, en bijgevolg veel minder afdragen dan zij wettelijk verschuldigd zijn;

F.  overwegende dat het onderzoek eveneens aanzienlijke btw-ontduiking aan het licht bracht in verband met invoer via het VK waarbij misbruik is gemaakt van de opschortingsregeling voor de betaling van btw, de zogeheten douaneregeling 42; overwegende dat deze verliezen naar schatting in totaal ongeveer 3,2 miljard EUR voor de periode 2013-2016 bedragen en eveneens een verlies voor de EU-begroting inhouden;

G.  overwegende dat OLAF een financiële aanbeveling aan het directoraat-generaal Begroting van de Commissie en een administratieve aanbeveling aan het directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie van de Commissie heeft gericht, evenals een juridische aanbeveling aan het Britse Openbaar Ministerie (Crown Prosecution Service) om een gerechtelijke procedure in te leiden tegen degenen die betrokken zijn geweest bij de frauduleuze ontduiking van douanerechten en degenen die de opbrengsten van dit misdrijf willens en wetens hebben helpen witwassen;

H.  overwegende dat OLAF momenteel een nieuwe zaak van onderwaarderingsfraude via de Griekse haven Piraeus onderzoekt, waarbij sprake is van grote verliezen aan EU‑middelen en Italië naar schatting tientallen miljoenen euro's aan btw is misgelopen; overwegende dat het totale bedrag nog veel hoger kan liggen, aangezien het onderzoek nog loopt;

I.  overwegende dat de Britse en Griekse zaken zeker niet op zichzelf staan en een aanleiding moeten vormen om actie te ondernemen;

J.  overwegende dat de Europese Rekenkamer erop heeft gewezen dat er geen sprake is van een geharmoniseerde en gestandaardiseerde toepassing van douanecontroles door de lidstaten en dit de fraudeurs ertoe kan aanzetten de zwakste schakel uit te kiezen voor hun frauduleuze invoerpraktijken;

1.  is ingenomen met de inbreukprocedure die de Commissie op 8 maart 2018 heeft ingeleid naar aanleiding van de Britse douanefraudezaak;

2.  dringt er bij de Commissie op aan alle noodzakelijke maatregelen te nemen om niet-geïnde eigen middelen van de EU terug te vorderen, teneinde inkomsten voor de EU‑begroting te genereren;

3.  dringt er bij het directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie op aan actie te ondernemen om misbruik van douaneregeling 42 in de toekomst te voorkomen;

4.  verzoekt de Commissie gevolg te geven aan de aanbevelingen van OLAF en hierover verslag uit te brengen, en betreurt dat de terugvordering van middelen tot wel tien jaar kan duren;

5.  dringt er bij de Commissie op aan te waarborgen dat de lidstaten volledig voldoen aan de bepalingen van het douanewetboek van de Unie, dat op 1 mei 2016 in werking trad, en bepalingen die tot verwarring kunnen leiden te verduidelijken; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat de toepassing van de gemeenschappelijke regels door de douaneautoriteiten op zodanige wijze wordt georganiseerd dat fraude, inclusief carouselfraude, doeltreffend wordt voorkomen en dat de controles bij havens, luchthavens en landgrenzen alsook op internet worden aangescherpt;

6.  roept de Commissie op een bijdrage te leveren aan de voltooiing en financiële duurzaamheid van de douane-informatiesystemen van de EU;

7.  dringt er bij de Commissie op aan een passende methodologie te ontwikkelen en vanaf 2019 periodieke ramingen te maken van de douanekloof, en hierover iedere zes maanden verslag uit te brengen aan het Europees Parlement;

8.  dringt er bij de Raad op aan snel met het Parlement tot overeenstemming te komen over een rechtskader van de Unie voor douaneovertredingen en -sancties, teneinde geharmoniseerde sancties te kunnen opleggen en dezelfde criteria ten aanzien van schendingen te kunnen toepassen; herinnert eraan dat het Parlement reeds in oktober 2016 zijn standpunt heeft vastgesteld; verzoekt de Commissie te helpen overeenstemming te bereiken;

9.  betreurt dat niet alle EU-lidstaten ermee hebben ingestemd deel uit te maken van het Europees Openbaar Ministerie;

10.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan zo spoedig mogelijk hun overleg af te ronden over stappen in de richting van de tenuitvoerlegging van een definitief btw-stelsel, dat ten doel heeft de manier waarop btw in de EU wordt geïnd en betaald te harmoniseren, onder meer om fraude te voorkomen;

11.  roept de Commissie op een actieplan te ontwikkelen om de volledige en tijdige tenuitvoerlegging van de btw-voorschriften in alle lidstaten te garanderen, om aldus deze bron van eigen middelen van de Unie veilig te stellen;

12.  dringt er bij de Commissie op aan te overwegen om de bevoegdheden van douaneautoriteiten van nationaal naar EU-niveau over te hevelen wat betreft het waarborgen van een geharmoniseerde behandeling bij alle punten van binnenkomst van de EU, het monitoren van de prestaties en activiteiten van douanediensten en het verzamelen en verwerken van douanegegevens;

13.  ondersteunt de doelstellingen van Verordening nr. 1294/2013 betreffende Douane 2020(7) om douaneautoriteiten steun te bieden bij de bescherming van de financiële en economische belangen van de Unie en de lidstaten, onder meer bij de bestrijding van fraude; benadrukt dat de Commissie passende maatregelen moet nemen om te waarborgen dat de financiële belangen van de Unie worden beschermd door preventieve fraudebestrijdingsmaatregelen toe te passen;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie.

(1)

PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29.

(2)

PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1.

(3)

PB L 196 van 2.8.2018, blz. 1.

(4)

PB L 201 van 8.8.2018, blz. 2.

(5)

PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(6)

PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105.

(7)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 209.

Laatst bijgewerkt op: 28 september 2018Juridische mededeling - Privacybeleid