Procedure : 2018/2853(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0449/2018

Ingediende teksten :

B8-0449/2018

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0383

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 282kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0444/2018
1.10.2018
PE624.127v01-00
 
B8-0449/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Jemen (2018/2853(RSP))


Marietje Schaake, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, María Teresa Giménez Barbat, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Jemen (2018/2853(RSP))  
B8‑0449/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Jemen, waaronder die van 30 november 2017 over de situatie in Jemen(1), van 15 juni 2017 over de humanitaire situatie in Jemen(2), van 25 februari 2016 over de humanitaire situatie in Jemen(3) en van 9 juli 2015 over de situatie in Jemen(4),

–  gezien de conclusies van de Raad over Jemen van 25 juni 2018, 3 april 2017, 16 november 2015 en 20 april 2015,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, en commissaris Christos Stylianides van 4 augustus 2018 over de luchtaanvallen in Hodeida,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden van 10 augustus 2018 over de situatie in Jemen,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad van 15 maart 2018,

–  gezien de verklaring van de speciale gezant van de secretaris‑generaal van de VN voor Jemen van 6 september 2018,

–  gezien het verslag van de voorzitter van de VN-groep van vooraanstaande internationale en regionale deskundigen voor Jemen (de GEE), Kamel Jendoubi, aan de Mensenrechtenraad van de VN van 28 augustus 2018 over de mensenrechtensituatie in Jemen,

–  gezien de lopende onderhandelingen in de VN-Mensenrechtenraad over de vernieuwing van het mandaat van de GEE,

–  gezien de verklaring van de uitvoerend directeur van het Wereldvoedselprogramma van 19 september 2018,

–  gezien het donorevenement op hoog niveau van de VN, Zweden en Zwitserland van 3 april 2018, waarbij 2 miljard USD werd opgehaald, maar waarna het financieel tekort evenwel nog steeds bijna 1 miljard USD bedroeg,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over Jemen,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het aanhoudende conflict in Jemen al meer dan vier jaar aansleept, en het land de grootste humanitaire, politieke en veiligheidscrisis in zijn moderne geschiedenis kent; overwegende dat het gewapende conflict een fase van verdere fragmentering heeft bereikt, waardoor het land in een onbeëindigbare oorlog dreigt te verzeilen; overwegende dat de huidige versplintering van het conflict een duidelijk bewijs van de verzwakte eenheid van het land is; overwegende dat de situatie in Jemen ook een groot gevaar voor de stabiliteit van de regio met zich meebrengt;

B.  overwegende dat de beperkte toegang tot de getroffen gebieden en de beperkingen bij het verzamelen van gegevens het moeilijk maken om vinger aan de pols te houden met betrekking tot de toenemende humanitaire behoeften; overwegende dat de humanitaire ruimte steeds kleiner wordt, het aantal schendingen van het internationaal humanitair recht sterk toeneemt, de gevolgen voor de burgerbevolking met de dag groter worden, de beperkingen met betrekking tot de commerciële invoer en de impact van de economische crisis verergerd zijn, en de overheidsdiensten nog steeds grotendeels in puin liggen;

C.  overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide coalitie bij een luchtaanval op 9 augustus een schoolbus heeft getroffen op een markt in de noordelijke provincie Saada en dat tientallen mensen daarbij om het leven zijn gekomen, onder wie minstens 40 kinderen, van wie de meesten nog geen tien jaar waren; overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide coalitie twee weken later, op 24 augustus, een nieuwe aanval heeft uitgevoerd en dat daarbij 27 burgers, voornamelijk kinderen, zijn omgekomen, die op de vlucht waren voor het geweld in de belegerde zuidelijke stad Hodeida; overwegende dat volgens de VN bijna 470 000 mensen de provincie Hodeida zijn ontvlucht sinds begin juni 2018;

D.  overwegende dat de door Saudi-Arabië geleide campagne en de hevige luchtbombardementen, waaronder willekeurige aanvallen in dichtbevolkte gebieden, een blokkade hebben opgeworpen waardoor de humanitaire gevolgen van de ramp nog erger zijn geworden;

E.  overwegende dat de oorlogswetten opzettelijke en willekeurige aanvallen op burgers en burgerdoelwitten, zoals scholen en ziekenhuizen, verbieden; overwegende dat dergelijke aanvallen volgens de bevindingen van de GEE als oorlogsmisdaden beschouwd kunnen worden, en de daders ervan vervolgd kunnen worden; overwegende dat het onderzoek van de door Saudi-Arabië geleide coalitie naar vermeende oorlogsmisdaden in Jemen niet geloofwaardig is, noch verhaalmogelijkheden aan burgerslachtoffers biedt;

F.  overwegende dat meer dan 22 miljoen mensen humanitaire hulp nodig hebben en dat voor 8,4 miljoen mensen, waarvan de helft kinderen, hongersnood dreigt; overwegende dat ziektes als difterie zich verspreiden, en het risico groot is dat cholera uitbreekt; overwegende dat meer dan twee miljoen mensen intern ontheemd zijn; overwegende dat vrouwen en kinderen in het bijzonder getroffen worden door de aanhoudende vijandelijkheden; overwegende dat volgens UNICEF bijna 2 miljoen kinderen niet naar school gaan, wat de toekomst van een volledige generatie kinderen in Jemen in het gedrang brengt, doordat er slechts beperkt of geen toegang tot onderwijs is, waardoor deze kinderen kwetsbaar zijn voor militaire rekrutering en seksueel en gendergebaseerd geweld;

G.  overwegende dat mensenrechtenorganisaties beschikken over bewijzen van tientallen gevallen waarin Ansarul Allah, ook gekend als de Houthi's, maar ook de troepen die trouw zijn aan voormalig president Ali Abdullah Saleh, willekeurige en wederrechtelijke opsluitingen hebben uitgevoerd, alsook bewijzen van gedwongen verdwijningen en foltering; overwegende dat ook de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), hun medestanders en Jemenitische regeringstroepen in de loop van het Jemenitische conflict tientallen mensen willekeurig hebben gevangengenomen, gefolterd, of doen verdwijnen;

H.  overwegende dat Nederland en Canada in 2017 getracht hebben een onafhankelijke onderzoekscommissie op te zetten in de VN-Mensenrechtenraad om de aanhoudende wreedheden te onderzoeken; overwegende dat de resolutie die daarover aangenomen werd, ernstig aan kracht heeft verloren door druk van Saudi-Arabië, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, maar dat in de resolutie wel de GEE werd opgezet; overwegende dat de Mensenrechtenraad in zijn resolutie van 24 september 2018 over de mensenrechtensituatie in Jemen besloten heeft het mandaat van de GEE met één jaar te verlengen, en dat dit hernieuwbaar is als de Mensenrechtenraad daar toestemming voor geeft;

I.  overwegende dat Kamel Jendoubi, voorzitter van de GEE, die op 28 augustus 2018 een verslag publiceerde voor de Mensenrechtenraad over de mensenrechtensituatie in Jemen, het slachtoffers is van een lastercampagne gericht op het intimideren van deze groep en het in twijfel trekken van hun bevindingen; overwegende dat de GEE in 2018 concludeerde dat Ansarul Allah, ook gekend als de Houthi's, "daden heeft begaan die oorlogsmisdaden kunnen vormen, met inbegrip van mishandeling en foltering [en] aantasting van de menselijke waardigheid"; overwegende dat de deskundigen konden documenteren dat Ansarul Allah (ook gekend als de Houthi's) studenten, mensenrechtenverdedigers, journalisten, vermeende politieke tegenstanders en leden van de bahai-gemeenschap heeft opgesloten, en gevangenen heeft mishandeld en gefolterd, ook in het bureau voor nationale veiligheid en het bureau voor politieke veiligheid; overwegende dat de deskundigen ook tot de conclusie kwamen dat de Jemenitische, Saudi-Arabische en VAE-troepen zich zeer waarschijnlijk hebben ingelaten met de mishandeling van gevangenen, wat als een oorlogsmisdaad kan worden beschouwd;

J.  overwegende dat het Koninkrijk Saudi-Arabië op verschillende momenten EU-lidstaten, andere landen en internationale organisaties zoals de VN onder druk heeft gezet met betrekking tot hun kritische houding ten opzichte van het optreden van Saudi-Arabië in het conflict in Jemen;

K.  overwegende dat onderdanen van landen die tot de coalitie onder leiding van Saudi-Arabië behoren gevangen worden genomen in Jemen;

L.  overwegende dat de dreigende instorting van de Jemenitische economie reden tot bezorgdheid is; overwegende dat de lonen van 1,4 miljoen niet-militaire Jemenitische ambtenaren sinds eind 2016 niet meer regelmatig worden uitbetaald; overwegende dat de legitieme regering de pensioenen van personen in de zuidelijke provincies selectief uitbetaalt, ten nadele van de gepensioneerden in de noordelijke provincies; overwegende dat er tienduizenden ouderen zijn zonder basisinkomen, en dat meer dan 33 % van hen afhankelijk is van steeds duurder wordende geneesmiddelen;

M.  overwegende dat er een internationaal wapenembargo ingevoerd is tegen het door Iran gesteunde Ansarul Allah, ook gekend als de Houthi's; overwegende dat, volgens het 18e jaarverslag van de EU over wapenuitvoer, EU-lidstaten, met name het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland, sinds de escalatie van het conflict nog steeds de levering van wapens aan Saudi-Arabië toestaan; overwegende dat deze wapenverkoop in tegenstrijd is met Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie(5), op grond waarvan het verboden is een uitvoervergunning toe te kennen indien er een duidelijk risico bestaat dat de uit te voeren militaire goederen of technologie gebruikt worden bij het begaan van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht of bij het ondermijnen van de vrede, veiligheid en stabiliteit in de regio; overwegende dat het Parlement de VV/HV herhaaldelijk heeft verzocht het initiatief te nemen om een EU-wapenembargo tegen Saudi-Arabië in te stellen, overeenkomstig Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB;

N.  overwegende dat de extraterritoriale activiteiten met dodelijk gevolg van de VS in Jemen sinds januari 2017 spectaculair in aantal zijn toegenomen; overwegende dat bij dit soort dodelijke anti-terreuroperaties burgers, waaronder vrouwen, kinderen en ouderen, om het leven komen, ernstig gewond raken en/of getraumatiseerd worden, en dat de bezorgdheid is geuit dat dergelijke operaties erkende beginselen van de internationale mensenrechtenwetgeving schenden; overwegende dat deze door de coalitietroepen uitgevoerde dodelijke operaties, waarbij mensen mogelijkerwijs op onwettige wijze (in strijd met het Protocol van Minnesota) worden gedood, door een onafhankelijk en onpartijdig onderzoeksteam serieus moeten worden onderzocht; overwegende dat er bewijs is dat EU-lidstaten deze dodelijke operaties zowel direct als indirect ondersteunen in de vorm van de terbeschikkingstelling van inlichtingen en andere operationele steun;

O.  overwegende dat de meeste aanvallen van de Amerikaanse troepen in Jemen dodelijke aanvallen met drones zijn; overwegende dat de beslissing om bepaalde personen op de lijst van doelwitten van drone-aanvallen te plaatsen vaak genomen wordt zonder rechterlijk bevel of rechterlijke beschikking; overwegende dat het tot doelwit maken en doden van bepaalde personen zonder eerlijk proces gebeurt, waardoor in bepaalde gevallen dus sprake kan zijn van buitengerechtelijke executies;

P.  overwegende dat de partijen in het conflict en hun regionale en internationale bondgenoten, waaronder Saudi-Arabië en Iran, er ondanks de internationale druk om een stabiele en inclusieve politieke oplossing voor de crisis te vinden niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken over een staakt-het-vuren of een andere regeling, en dat het geweld en de willekeurige bombardementen onverminderd doorgaan; overwegende dat geen enkele partij in het conflict een militaire overwinning heeft behaald en dat het onwaarschijnlijk is dat dit in de toekomst wel gebeurt; overwegende dat het vinden van een politieke oplossing voor het conflict onder auspiciën van het vredesinitiatief van de VN voor Jemen zowel voor de EU als voor de internationale gemeenschap de eerste prioriteit moet zijn;

Q.  overwegende dat de EU zich inzet voor een alomvattende en strategische aanpak die alle relevante regionale actoren omvat; overwegende dat de EU aan alle mensen in Jemen die in nood verkeren, levensreddende hulp zal blijven verlenen;

1.  veroordeelt in de scherpste bewoordingen het aanhoudende geweld in Jemen, alsook alle aanvallen op burgers en civiele infrastructuur; beklemtoont dat het zich zorgen maakt over het conflict, dat zich onverminderd ontwikkelt tot een van de ernstigste humanitaire, politieke en economische crises van dit moment; herinnert alle betrokken partijen en hun regionale en internationale medestanders eraan dat het opzettelijk aanvallen van burgers en civiele infrastructuur, met inbegrip van ziekenhuizen en medisch personeel, watersystemen, havens, luchthavens en markten, beschouwd kan worden als een ernstige schending van het internationaal recht;

2.  verzoekt alle partijen de beginselen van het internationaal humanitair recht te eerbiedigen, met name de beginselen van evenredigheid en van het onderscheid tussen burgers en civiele objecten en strijders en militaire doelwitten, alsook het internationaal recht inzake de mensenrechten, het internationaal strafrecht, en het internationaal vluchtelingenrecht, teneinde ernstige maatregelen te nemen om de burgerbevolking te beschermen;

3.  herhaalt dat de enige oplossing voor het conflict in Jemen een politieke oplossing is; betreurt het mislukken van de eerste overlegronde in Genève (6 t/m 9 september 2018), en roept alle betrokken partijen op om een einde te maken aan de huidige escalatie, en de constructieve vredesgesprekken en vertrouwenwekkende maatregelen te hervatten onder leiding van de speciaal gezant van de VN, Martin Griffiths; verzoekt de VV/HV en alle EU-lidstaten de heer Griffiths politiek te ondersteunen om tot een inclusief en via onderhandelingen tot stand gekomen akkoord te komen;

4.  herinnert alle partijen bij het conflict eraan dat zij uit hoofde van het internationaal recht aansprakelijk zijn voor begane misdaden; verzoekt de internationale gemeenschap voorzieningen te treffen voor de nationale of internationale vervolging van personen, groepen en organisaties die van dergelijke schendingen verdacht worden;

5.  vraagt alle partijen die in Jemen militaire operaties uitvoeren meer waarborgen in te voeren en de burgerbevolking te beschermen; roept de VS en zijn partners op hun droneprogramma aan gerechtelijk toezicht te onderwerpen en te waarborgen dat executies met drones alleen met toestemming van een rechter worden uitgevoerd;

6.  verzoekt de partijen bij het conflict onmiddellijk de vijandelijkheden te staken; veroordeelt met klem het hervatten van de gevechten en de aanvallen, en herhaalt zijn vastberadenheid om de ontwikkelingen in Jemen van nabij te blijven volgen, in het bijzonder de verslagen die wijzen op een verdere intensivering van de militaire operaties in de stad Hodeida; waarschuwt voor de gevolgen van het hernieuwde militaire offensief op Hodeida; wijst erop dat Hodeida de enige opengebleven haven is waarlangs voedsel, medische benodigdheden en humanitaire hulp voor grote delen van het land binnen kunnen; roept alle partijen bij het conflict op een volledige en effectieve werking van de luchthavens en havens te verzekeren, en een veilige, snelle en ongehinderde toegang voor humanitaire hulp, voedsel en commerciële en medische benodigdheden mogelijk te maken; stelt met bezorgdheid vast dat verdere ontwrichting ertoe zou leiden dat een groot aantal burgers, onder wie ook kinderen, ondraaglijk lijden, verhongeren of ontheemd raken;

7.  dringt er bij Saudi-Arabië en andere betrokken actoren op aan de huidige blokkade tegen Jemen verder op te heffen; roept alle direct of indirect betrokken staten en relevante betrokken partijen op om maximaal druk uit te oefenen op alle partijen om tot een de-escalatie te komen, en om onmiddellijk te stoppen met het verstrekken van politieke, militaire en financiële steun aan de militaire actoren ter plaatse, zowel rechtstreeks als via tussenpersonen;

8.  verneemt met instemming dat de speciale vertegenwoordiger van de VN op 16 september 2018 een bezoek heeft gebracht aan Sanaa om de vredesbesprekingen en vertrouwenwekkende maatregelen te hervatten, zoals de volledige heropening van de luchthaven van Sanaa voor passagiers- en commerciële vluchten, en om de betaling door de overheid van de ambtenarensalarissen in alle delen van Jemen aan te moedigen; wijst op de recente meldingen van de voorgestelde opening van humanitaire corridors tussen Hodeida en Sanaa;

9.  verzoekt alle betrokken partijen onmiddellijke en volledige humanitaire toegang tot de conflictgebieden te verlenen om de bevolking in nood te kunnen bereiken; verzoekt de Raad en de VN-Veiligheidsraad om, in uitvoering van resolutie 2216(2216) van de VN-veiligheidsraad, de personen te identificeren die de verstrekking van humanitaire hulp in Jemen tegenhouden en tegen die personen gerichte sancties te treffen;

10.  roept op tot de onmiddellijke vrijlating van personen die willekeurig gevangengenomen werden, tot het beëindigen van de gedwongen verdwijningen, tot een effectief en geloofwaardig onderzoek en de vervolging van de verantwoordelijken voor de schendingen van de mensenrechten, met inbegrip van seksueel en ander geweld tegen vrouwen, mannen, meisjes en jongens, in overeenstemming met de internationale normen; ondersteunt het werk van de GEE en vraagt dat het mandaat van de internationale onderzoekscommissie vernieuwd en versterkt wordt om het verzamelen van bewijzen van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die in Jemen begaan werden te omvatten, zodat de personen die schuldig zijn aan deze schendingen vervolgd en bestraft kunnen worden; vraagt dat de situatie in Jemen wordt doorverwezen naar het Internationaal Strafhof (ICC); dringt er bij Jemen op aan tot het ICC toe te treden, waardoor de verantwoordelijken voor de tijdens het conflict begane misdaden vervolgd kunnen worden, bij afwezigheid van een verwijzing naar de VN-Veiligheidsraad;

11.  roept alle partijen bij het conflict op om te stoppen met het rekruteren en/of inzetten van kinderen als soldaten en andere grove schendingen ten aanzien van minderjarigen die in strijd zijn met het toepasselijke internationale recht en de toepasselijke internationale normen; roept alle partijen op om reeds gerekruteerde kinderen vrij te laten en met de VN samen te werken, zodat zij kunnen herstellen en re-integreren in hun gemeenschappen;

12.  is ernstig bezorgd over de toenemende aanwezigheid in Jemen van criminele en terroristische groepen, waaronder Al Qaida op het Arabisch Schiereiland en ISIS/Da'esh; veroordeelt de aanwezigheid van buitenlandse strijders en roept op tot de verwijdering van deze strijders uit Jemen;

13.  betreurt de dramatische toename van het aantal dodelijke terrorismebestrijdingsoperaties in Jemen; spoort de Raad, de VV/HV en de lidstaten aan om zich tegen buitengerechtelijke executies, met inbegrip van het gebruik van drones, uit te spreken, het standpunt van de EU uit hoofde van het internationaal recht nogmaals te bevestigen, en te verzekeren dat de lidstaten geen illegale dodelijke operaties uitvoeren, mogelijk maken of er op enigerlei wijze deel van uitmaken;

14.  vraagt de VV/HV nogmaals een initiatief te lanceren voor een wapenembargo tegen Saudi-Arabië; refereert aan zijn resolutie van 15 juni 2017 en herhaalt dat de uitvoer naar Saudi-Arabië in strijd is met ten minste twee criteria, gezien de betrokkenheid van het land bij ernstige schendingen van het humanitair recht, zoals vastgesteld door bevoegde VN-instanties; vraagt alle EU-lidstaten in dit verband om zich te onthouden van het verkopen van wapens en militaire uitrusting aan Saudi-Arabië, de VAE en andere leden van de internationale coalitie, evenals de Jemenitische regering, teneinde het huidige wapenembargo tegen alle partijen bij het conflict te eerbiedigen; verzoekt de VV/HV om met een alomvattende EU-strategie voor Jemen te komen, teneinde een zinvolle rol te vervullen bij het beëindigen van het conflict in Jemen, en om duidelijke richtsnoeren te verstrekken met betrekking tot de huidige versplintering van standpunten en maatregelen van de verschillende EU-lidstaten, die zelfs tegen elkaars resoluties stemmen in internationale fora;

15.  verneemt met instemming dat de EU ontwikkelingshulp aan Jemen zal blijven bieden, waarbij prioriteit gegeven wordt aan interventies die tot doel hebben het land te stabiliseren, en dat de EU in stabiele regio's zal samenwerken met de lokale overheden om de weerbaarheid te bevorderen, te helpen om de levering van basisdiensten voort te zetten, en duurzame bestaansmiddelen voor gemeenschappen te bevorderen; herinnert eraan dat de EU via haar partnerorganisaties voor 233,7 miljoen EUR aan humanitaire hulp heeft uitgetrokken;

16.  is ingenomen met het plan 2018 van de VN voor humanitaire hulp aan Jemen en het donorevenement op hoog niveau voor de humanitaire crisis in Jemen 2018, waarbij internationale donoren meer dan twee miljard USD hebben geschonken; betreurt echter dat er nog steeds een financieringskloof bestaat voor Jemen; verneemt met instemming dat de EU inspanningen levert om degenen die getroffen worden door het conflict in Jemen te ondersteunen, en beloofd heeft 107,5 miljoen EUR te doneren; roept alle donoren op om hun beloftes onverwijld na te komen; neemt zich voor de kwestie te blijven volgen totdat een via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing is bereikt; verzoekt de Subcommissie mensenrechten de mensenrechtenontwikkelingen in Jemen te monitoren;

17.  vraagt de EU om snel fondsen ter beschikking te stellen met het oog op de intern ontheemde personen in Jemen, omdat hun aantal waarschijnlijk sterk zal toenemen als de situatie in Hodeida verergert;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Golf, de secretaris-generaal van de Liga van Arabische Staten en de regering van Jemen.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0473.

(2)

PB C 331 van 18.9.2018, blz. 146.

(3)

PB C 35 van 31.1.2018, blz. 142.

(4)

PB C 265 van 11.8.2017, blz. 93.

(5)

PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99.

Laatst bijgewerkt op: 3 oktober 2018Juridische mededeling - Privacybeleid