Procedure : 2018/2763(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0472/2018

Ingediende teksten :

B8-0472/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/10/2018 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 334kWORD 49k
2.10.2018
PE624.150v01-00
 
B8-0472/2018

naar aanleiding van vragen met verzoek om mondeling antwoord B8‑0402/2018, B8-0403/2018 en B8‑0404/2018

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de bijdrage van de EU aan een bindend VN-instrument inzake transnationale bedrijven en andere ondernemingen met transnationale kenmerken met betrekking tot de mensenrechten  (2018/2763(RSP))


Jan Zahradil, Nirj Deva, Ruža Tomašić, Joachim Starbatty, Emma McClarkin namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de bijdrage van de EU aan een bindend VN-instrument inzake transnationale bedrijven en andere ondernemingen met transnationale kenmerken met betrekking tot de mensenrechten  (2018/2763(RSP))  
B8‑0472/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 2, 3, 21 en 23 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien de artikelen 207 en 208 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien het strategisch EU-kader voor mensenrechten en democratie, dat op 25 juni 2012 door de Raad Buitenlandse Zaken is goedgekeurd, en het actieplan voor mensenrechten en democratie 2015-2019, dat op 20 juli 2015 door de Raad is goedgekeurd,

–  gezien de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten (UNPG's), die door de VN-Mensenrechtenraad zijn goedgekeurd in resolutie 17/4 van 16 juni 2011,

–  gezien de strategie "Handel voor iedereen" van de Commissie,

–  gezien de "Sector Guides on Implementing the UNGP's" van de Commissie(1),

–  gezien het tussentijds verslag van de speciale rapporteur voor de vrijheid van godsdienst of geloofsovertuiging, Heiner Bielefeldt, dat is gericht aan de Algemene Vergadering van de VN en ingaat op middelen om religieuze onverdraagzaamheid en discriminatie op de werkvloer te bestrijden(2),

  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 14 juli 2015 over de stand van zaken ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten (SWD(2015)0144),

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2016 over de uitvoering van de aanbevelingen van 2010 van het Parlement over de sociale en milieunormen, de mensenrechten en maatschappelijk verantwoord ondernemen(3),

–  gezien het advies van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA), getiteld "Verbetering van de toegang tot rechtsmiddelen op het gebied van het bedrijfsleven en de mensenrechten op EU-niveau"(4),

–  gezien resolutie 26/9 van 26 juni 2014 van de VN-Mensenrechtenraad tot instelling van een intergouvernementele werkgroep voor onbepaalde duur voor transnationale bedrijven en andere ondernemingen met betrekking tot de rechten van de mens, met als mandaat het uitwerken van een internationaal juridisch bindend instrument, aan de hand waarvan de activiteiten van transnationale ondernemingen en andere ondernemingen overeenkomstig het internationaal recht inzake de mensenrechten moeten worden gereguleerd,

–  gezien het "Global Compact"-initiatief van de Verenigde Naties(5),

–  gezien de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen,

–  gezien het OESO-richtsnoer inzake de zorgvuldigheidseisen voor verantwoord ondernemerschap,

–  gezien de door UNICEF ontwikkelde beginselen inzake het bedrijfsleven en kinderrechten,

–  gezien de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over het bedrijfsleven en mensenrechten,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van Europa aan de lidstaten over mensenrechten en het bedrijfsleven die op 2 maart 2016 is aangenomen,

–  gezien zijn resolutie van 13 maart 2018 over gendergelijkheid in de handelsverdragen van de EU(6),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2017 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld in 2016 en het beleid van de Europese Unie ter zake(7),

–  gezien zijn resolutie van 16 november 2017 over de strategie EU-Afrika: een stimulans voor ontwikkeling(8),

–  gezien zijn resolutie van 27 april 2017 over het EU-vlaggenschipinitiatief inzake de kledingsector(9),

–  gezien zijn resolutie van 14 december 2016 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake 2015(10),

–  gezien zijn resolutie van 30 mei 2018 over het jaarverslag over de uitvoering van het gemeenschappelijk handelsbeleid(11),

–  gezien zijn resolutie van 22 november 2016 over het vergroten van de doeltreffendheid van ontwikkelingssamenwerking(12),

–  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 over strafrechtelijke aansprakelijkheid van bedrijven voor ernstige schendingen van de mensenrechten in derde landen(13),

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2016 over de bestrijding van mensenhandel in de externe betrekkingen van de EU(14),

–  gezien het onderzoek dat de Subcommissie mensenrechten liet uitvoeren naar de tenuitvoerlegging van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten(15),

–  gezien de vragen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie en de Raad over de bijdrage van de EU aan een bindend VN-instrument inzake transnationale bedrijven en andere ondernemingen met transnationale kenmerken met betrekking tot de mensenrechten (O-000074/2018 – B8-0402/2018, O-000075/2018 – B8-0403/2018 en O-000078/2018 – B8-0404/2018),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de EU gegrondvest is op de volgende waarden: eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten; overwegende dat haar extern optreden op deze beginselen moet berusten;

B.  overwegende dat is aangetoond dat vrijhandel en investeringen aanzienlijk bijdragen tot het creëren van welvaart en de vermindering van armoede;

C.  overwegende dat staten duidelijk moeten maken dat zij van alle zakelijke ondernemingen verwachten dat zij bij al hun activiteiten de mensenrechten eerbiedigen;

D.  overwegende dat bedrijven in het Global Compact van de VN wordt gevraagd om binnen hun invloedssfeer een reeks kernwaarden op het gebied van mensenrechten, arbeidsnormen, milieu en corruptiebestrijding te integreren, te ondersteunen en na te leven, en zich er zo toe te verplichten deze waarden na te leven en vrijwillig in hun bedrijfsvoering op te nemen;

E.  overwegende dat bedrijven tot de belangrijkste spelers in de economische globalisering, financiële diensten en de internationale handel behoren en verplicht zijn alle toepasselijke wetten en geldende internationale verdragen na te leven en de mensenrechten te eerbiedigen;

F.  overwegende dat de EU een leidende rol heeft gespeeld bij de onderhandelingen over en de tenuitvoerlegging van een aantal initiatieven voor wereldwijd verantwoord ondernemen die gepaard gaan met de bevordering en eerbiediging van internationale normen met betrekking tot het bedrijfsleven en mensenrechten;

G.  overwegende dat momenteel in de VN wordt onderhandeld over een systeem van bedrijfsaansprakelijkheid voor schendingen van de mensenrechten;

H.  overwegende dat nog geen consensus is bereikt over drie belangrijke onderwerpen: de kwestie van toezichtmechanismen en rechtsmiddelen; de opstelling van extraterritoriale clausules waarin de verantwoordelijkheid van staten voor krachtens hun nationale recht opgerichte transnationale ondernemingen, wordt vastgelegd; en de daadwerkelijke omvang van de zorgvuldigheidsverplichting als verwoord in de UNGP's;

1.  stelt vast dat de mondialisering en de toenemende internationalisering van bedrijfsactiviteiten en toeleveringsketens de rol van ondernemingen bij het waarborgen van de mensenrechten belangrijker maken en een situatie creëren waarbij internationale normen, regels en samenwerking van cruciaal belang zijn om schendingen van de mensenrechten in derde landen te voorkomen;

2.  is er vast van overtuigd dat de particuliere sector een belangrijke partner is bij de verwezenlijking van de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's) en bij het mobiliseren van extra middelen voor ontwikkeling; benadrukt dat actoren uit de private sector zich, gezien hun steeds belangrijkere rol in ontwikkelingssamenwerking, moeten voegen naar beginselen inzake de doeltreffendheid van ontwikkelingssamenwerking en gedurende de hele levenscyclus van projecten de beginselen van maatschappelijke verantwoord ondernemen in acht moeten nemen;

3.  is van mening dat staten in om het even welk toekomstig systeem centraal moeten blijven staan, en benadrukt dat het proces, gelet op het feit dat de belangrijkste voorstanders van het verdrag ook de landen met een slechte staat van dienst op het gebied van mensenrechten zijn, kan uitmonden in een situatie waarbij de schuld over en weer wordt afgeschoven, met een patstelling tot gevolg;

4.  ondersteunt de volledige tenuitvoerlegging van de UNGP's, en dringt er bij alle landen op aan nationale actieplannen op te stellen en goed te keuren voor de snelle, doeltreffende en alomvattende tenuitvoerlegging van deze beginselen;

5.  erkent dat de UNGP's reeds voorzien in een zorgvuldigheidsverplichting voor transnationale ondernemingen, die verder moet worden uitgewerkt teneinde descriptief en operationeel te worden; is, voor zover ondernemingen uit hoofde van nationale wetgeving reeds een brede reeks verantwoordelijkheden dragen, van mening dat verder onderzoek moet worden verricht om de mazen in de wet te dichten waar transnationale ondernemingen gebruik van maken om hun aansprakelijkheid te omzeilen;

6.  herhaalt nogmaals dat het dringend noodzakelijk is om op doeltreffende en coherente wijze op alle niveaus, onder meer op nationaal, Europees en internationaal niveau, maatregelen te treffen om mensenrechtenschendingen door transnationale ondernemingen en juridische problemen als gevolg van de extraterritoriale dimensie, doeltreffend aan te pakken;

7.  wijst erop dat diverse landen niet aan dit proces deelnemen; benadrukt dat een dergelijke bindende overeenkomst alleen doeltreffend kan zijn wanneer een grote meerderheid van de landen haar ratificeert en eerbiedigt;

8.  is van mening dat voor toetreding van de EU tot het wettelijk bindende VN-instrument als voorwaarde moet gelden dat het genoemde instrument niet meer omvat dan wat reeds in EU-wetgeving is bepaald;

9.  dringt er bij de VN-lidstaten op aan te waarborgen dat de onderhandelingen over het verdrag op transparante en controleerbare wijze worden gevoerd, waarbij een groot aantal belanghebbenden voor wie het verdrag mogelijke gevolgen heeft, wordt geraadpleegd;

10.  dringt er bij de EU op aan te waarborgen dat herziening van of een toekomstig strategiedocument in verband met het strategisch kader en het actieplan van de EU voor mensenrechten en democratie, duidelijke doelstellingen en meetbare criteria omvat voor de deelname van de EU aan de onderhandelingen over een VN-verdrag;

11.  besluit het onderhandelingsproces van de intergouvernementele werkgroep nauwlettend te blijven volgen;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden.

 

(1)

https://ec.europa.eu/anti-trafficking/publications/european-commission-sector-guides-implementing-un-guiding-principles-business-and-hum-0_en

(2)

http://www.ohchr.org/Documents/Issues/Religion/A.69.261.pdf

(3)

PB C 101 van 16.3.2018, blz. 19.

(4)

Advies FRA - 1/2017[B-HR].

(5)

https://www.unglobalcompact.org/

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0066.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0494.

(8)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0448.

(9)

PB C 298 van 23.8.2018, blz. 100.

(10)

PB C 238 van 6.7.2018, blz. 57.

(11)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0230.

(12)

PB C 224 van 27.6.2018, blz. 36.

(13)

PB C 215 van 19.6.2018, blz. 125.

(14)

PB C 101 van 16.3.2018, blz. 47.

(15)

http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2017/578031/EXPO_STU(2017)578031_EN.pdf or http://www.europarl.europa.eu/thinktank/en/document.html?reference=EXPO_STU%282017%29578031

Laatst bijgewerkt op: 3 oktober 2018Juridische mededeling - Privacybeleid