Procedure : 2018/2858(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0489/2018

Ingediende teksten :

B8-0489/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0429

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 169kWORD 45k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0484/2018
17.10.2018
PE624.181v01-00
 
B8-0489/2018

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8‑0410/2018

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over dierenwelzijn, het gebruik van antimicrobiële stoffen en de milieueffecten van de industriële vleeskippenhouderij (2018/2858(RSP))


Fredrick Federley namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over dierenwelzijn, het gebruik van antimicrobiële stoffen en de milieueffecten van de industriële vleeskippenhouderij (2018/2858(RSP))  
B8‑0489/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 26 november 2015 over een nieuwe strategie voor het welzijn van dieren voor de periode 2016-2020(1),

–  gezien het Europees "één gezondheid"-actieplan tegen antimicrobiële resistentie van 2017,

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2018 over de toepassing van Richtlijn 2007/43/EG en de invloed daarvan op het welzijn van vleeskuikens alsook over de ontwikkeling van welzijnsindicatoren (COM(2018)0181),

–  gezien het akkoord over de verordening inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, dat op 5 juni 2018 werd bereikt,

–  gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid ("diergezondheidswetgeving")(2),

–  gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen(3),

–  gezien de Europese Overeenkomst inzake de bescherming van landbouwhuisdieren,

–  gezien Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/302 van de Commissie van 15 februari 2017 tot vaststelling van BBT-conclusies (beste beschikbare technieken) op grond van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad, voor de non-ferrometaalindustrie(4),

–  gezien de vraag aan de Commissie over dierenwelzijn, het gebruik van antimicrobiële stoffen en de milieugevolgen van de industriële vleeskippenhouderij (O-000095/2018 – B8-0410/2018),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in Richtlijn 2007/43/EG (de richtlijn inzake vleeskippen) minimumvoorschriften zijn neergelegd voor de bescherming van vleeskuikens;

B.  overwegende dat de richtlijn uit 2007 niet op uniforme wijze wordt gehandhaafd en dat uit het recente verslag van de Commissie over de toepassing van de richtlijn blijkt dat de handhaving op zijn best inconsistent is;

C.  overwegende dat het overmatig gebruik van antimicrobiële diergeneesmiddelen, als groeibevorderaar en voor metafylaxe en profylaxe, een van de belangrijkste factoren is die een rol spelen bij het ontstaan van bacteriën met antimicrobiële resistentie;

D.  overwegende dat de regels inzake dierenwelzijn geactualiseerd moeten worden op basis van nieuwe wetenschappelijke bevindingen, waarbij ook gekeken moet worden naar de doeltreffendheid en het concurrentievermogen van de agrarische veehouderij; overwegende dat een definitie van goede dierhouderijpraktijken kan bijdragen aan de consistentie van de normen inzake dierenwelzijn in de hele EU;

E.  overwegende dat de EU-wetgeving op het gebied van dierenwelzijn bijdraagt aan het creëren van een gelijk speelveld binnen de Unie en daardoor tevens aan een goed functionerende interne markt;

F.  overwegende dat Europese burgers veel belang hechten aan dierenwelzijn en als consumenten in staat willen zijn met meer kennis van zaken keuzes te maken;

G.  overwegende dat dierenwelzijn nauw samenhangt met diergezondheid en volksgezondheid;

H.  overwegende dat de productie van vleeskippen in de EU in de periode 2009 - 2014 met 18,6 % is gestegen, en in 2014 11,3 % van de wereldwijde vleeskippenproductie vertegenwoordigde; overwegende dat de Europese pluimveesector werk biedt aan meer dan een kwart miljoen mensen, waarvan 62 % in de slacht/vleesverwerking werken en bijna een vijfde (19 %) in de primaire productie, met name op de 23 360 grote vleeskuikenbedrijven in de EU;

I.  overwegende dat op jaarbasis 25 % van het borstpluimveevlees dat in de EU geconsumeerd wordt, geïmporteerd wordt uit derde landen waar de wetgeving inzake dierenwelzijn minder streng is; overwegende dat het grootste deel van het ingevoerde pluimveevlees wordt gebruikt voor de verwerking van levensmiddelen en in de horeca, waar bekendmaking van informatie over de oorsprong van het vlees niet verplicht is;

J.  overwegende dat uit recente ramingen van het milieueffect van dierlijke productie blijkt dat pluimvee de minste uitstoot van ammoniak en broeikasgassen heeft; overwegende dat landbouwproductie, gekeken naar emissie per eenheid product, een lage emissie-intensiteit heeft en dat de gemiddelde emissie-intensiteit van kipproducten minder dan 100 CO2-eq/kg bedraagt;

1.  is ingenomen met het feit dat er op 5 juni 2018 een akkoord is bereikt over de verordening inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik; is ingenomen met de bepalingen ter beperking van het gebruik van antibiotica voor metafylaxe en profylaxe; hoopt dat de verordening de broodnodige innovatie op het gebied van diergeneeskunde zal bevorderen en dat daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de bestrijding van antimicrobiële resistentie;

2.  benadrukt dat de levenskwaliteit van pluimvee kan worden verbeterd en de noodzaak tot het gebruik van antimicrobiële stoffen kan worden verminderd door verbetering van de technieken voor de dierhouderij, bijvoorbeeld door te zorgen voor natuurlijk licht, schone lucht, meer leefruimte en minder uitstoot van ammoniak;

3.  benadrukt dat de bevordering van dierenwelzijn op zich ook al een preventieve maatregel is, omdat daarmee de kans dat dieren ziek worden kleiner wordt en dus ook minder gebruik hoeft te worden gemaakt van antimicrobiële stoffen;

4.  herinnert de Commissie aan haar verklaring in de strategie voor diergezondheid en aan de uitspraak die zij in dat kader heeft gedaan dat voorkomen beter is dan genezen;

5.  verzoekt de Commissie om ervoor te zorgen dat de lidstaten preventieve maatregelen uitvoeren, zoals het bewaken van dierziekten, het uitvoeren van controles en het doen van onderzoek naar dierziekten;

6.  verzoekt de Commissie om de uitwisseling en verspreiding van wetenschappelijk gefundeerde beste praktijken te bevorderen en onderzoek, ontwikkeling en innovatie op het gebied van antimicrobiële resistentie te stimuleren via de reeds bestaande Europese programma's;

7.  dringt er bij de Commissie op aan de naleving van Richtlijn 2007/43/EG te verbeteren, om ervoor te zorgen dat de maatregelen en doelstellingen van de Richtlijn bijdragen aan de verbetering van het welzijn van vleeskuikens; benadrukt dat voorzien moet worden in sancties voor gevallen van niet-naleving van de richtlijn;

8.  verzoekt de Commissie om de controles aan de grenzen bij de invoer van kippenvlees uit derde landen te verbeteren, om ervoor te zorgen dat deze invoer in overeenstemming is met de EU-wetgeving inzake dierenwelzijn, voedselveiligheid en milieubescherming;

9.  verzoekt de Commissie om in te spelen op de behoefte aan meetbare geharmoniseerde indicatoren voor dierenwelzijn in de lidstaten;

10.  verzoekt de lidstaten om zich er ten volle voor in te zetten dat personen die belast zijn met de zorg voor dieren passende en voldoende scholing krijgen, zoals bepaald in Richtlijn 2007/43/EG;

11.  herinnert de Commissie eraan dat, zoals zij ook zelf heeft gezegd in haar verslag over de gevolgen van internationale activiteiten op het gebied van dierenwelzijn voor het concurrentievermogen van Europese veehouders in een gemondialiseerde wereld (COM(2018)0042), verbetering van het welzijn van dieren vaak leidt tot toename van de productie en dus positieve gevolgen heeft voor actoren in de hele agrarische voortbrengingsketen; benadrukt daarom dat verbeteringen door middel van maatregelen zoals die welke in deze resolutie worden vermeld, van grote waarde zijn voor de economie, de volksgezondheid, diergezondheid en het milieu;

12.  verzoekt de Commissie om met betrekking tot dierenwelzijn een EU-regeling voor de etikettering van agrovoedingsproducten in te voeren, gebaseerd op geharmoniseerde indicatoren van de EU inzake dierenwelzijn, om te komen tot een geharmoniseerd systeem van dierenwelzijnsnormen in de EU, en om op die manier de voorlichting aan consumenten over het welzijn van dieren in de landbouwproductie te verbeteren;

13.  verzoekt de Commissie om wetgeving voor te stellen inzake verplichte etikettering van de oorsprong van verwerkte producten die pluimveevlees bevatten in de detailhandel, de catering en de horeca, teneinde consumenten in staat te stellen met kennis van zaken hun keuze te bepalen;

14.  merkt op dat in binnenruimten gehouden kippen vanwege een betere omzetting van voedingsstoffen in eiwitten minder uitstoot opleveren en dat overgang van de productie van pluimveevlees naar extensieve of biologische productiemethoden grote gevolgen zal hebben voor de economie en het milieu;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de lidstaten.

(1)

PB C 366 van 27.10.2017, blz. 149.

(2)

PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1.

(3)

PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1.

(4)

PB L 43 van 21.2.2017, blz. 231.

Laatst bijgewerkt op: 22 oktober 2018Juridische mededeling - Privacybeleid