Procedure : 2018/2885(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0498/2018

Ingediende teksten :

B8-0498/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0434

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 268kWORD 48k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0498/2018
22.10.2018
PE624.193v01-00
 
B8-0498/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de moord op journalist Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi-Arabië te Istanbul (2018/2885(RSP))


Victor Boştinaru, Elena Valenciano, Pier Antonio Panzeri namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de moord op journalist Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi-Arabië te Istanbul (2018/2885(RSP))  
B8‑0498/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Saudi-Arabië, met name die van 11 maart 2014 over Saudi-Arabië, de betrekkingen tussen Saudi-Arabië en de Europese Unie en de rol van Saudi-Arabië in het Midden-Oosten en Noord-Afrika(1), die van 12 februari 2015 over Raif Badawi(2), die van 8 oktober 2015 over Ali Mohammed al-Nimr(3), die van 31 mei 2018 over de situatie van voorvechters van vrouwenrechten in Saudi-Arabië(4), die van 25 februari 2016(5) en 30 november 2017(6) over de humanitaire situatie in Jemen en die van 4 oktober 2018(7) over de situatie in Jemen, waarin het Parlement oproept tot een EU-embargo op de uitvoer van wapens naar Saudi-Arabië vanwege de ernstige beschuldigingen van schendingen van het internationaal humanitair recht door Saudi-Arabië in Jemen,

–  gezien de verklaring die de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7 op 17 oktober 2018 hebben afgelegd over de verdwijning van de Saudische journalist Jamal Khashoggi,

–  gezien de opmerkingen die Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over politieke verantwoordingsplicht, op 9 en 15 oktober 2018 heeft gemaakt,

–  gezien de verklaring van Michelle Bachelet, VN-Commissaris voor de mensenrechten, van 16 oktober 2018, waarin zij Saudi-Arabië ertoe oproept geen informatie achter te houden over de verdwijning van Jamal Khashoggi,

–  gezien de verklaring van 9 oktober 2018 waarin VN-deskundigen een onderzoek eisen naar de verdwijning van Jamal Khashoggi in Istanbul,

–  gezien het verslag van 18 oktober 2018 van de VN-werkgroep inzake gedwongen en onvrijwillige verdwijningen,

–  gezien het lidmaatschap van Saudi-Arabië van de VN-Mensenrechtenraad,

–  gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake de online en offline vrijheid van meningsuiting,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR),

–  gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) van 1948,

–  gezien de toekenning van de Sacharovprijs voor de vrijheid van gedachte en van meningsuiting aan de Saudische blogger Raif Badawi in 2015,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Jamal Khashoggi, een bekende Saudische journalist en inwoner van de VS, het consulaat van Saudi-Arabië in Istanbul op 2 oktober 2018 heeft betreden om documenten op te vragen voor zijn huwelijk, en dat niemand hem sindsdien heeft gesproken of gezien; overwegende dat Saudi-Arabië aanvankelijk ontkende betrokken te zijn bij de verdwijning van Jamal Khashoggi en beweerde dat hij het consulaat kort na zijn aankomst zonder begeleiding had verlaten, maar dat het land zeventien dagen later onder aanzienlijke internationale druk meedeelde dat hij tijdens een gevecht in het consulaat om het leven was gekomen; overwegende dat Saudi-Arabië geen bewijs heeft voorgelegd om deze laatste bewering te staven;

B.  overwegende dat de uitleg van Saudi-Arabië de VV/HV en de lidstaten niet heeft overtuigd en dat zij hebben aangedrongen op een grondig, geloofwaardig en open onderzoek om de omstandigheden van het overlijden van Jamal Khashoggi op te helderen en ervoor te zorgen dat alle verantwoordelijken rekenschap afleggen;

C.  overwegende dat de Turkse regering en bronnen uit veiligheidsdiensten hebben laten uitschijnen dat Jamal Khashoggi binnen de muren van het consulaat is gefolterd, vermoord en in stukken gesneden, en dat hierbij hoogstwaarschijnlijk een groep van vijftien Saudische mannen betrokken was; overwegende dat ambtenaren van de Amerikaanse geheime dienst naar verluidt Saudische boodschappen hebben onderschept waaruit blijkt dat er een plan bestond om Jamal Khashoggi gevangen te nemen;

D.  overwegende dat een aantal personen die ervan verdacht worden een rol te hebben gespeeld bij het verdwijnen van Jamal Khashoggi, nauwe banden blijken te onderhouden met de Saudische kroonprins Mohammad Bin Salman al-Saud, en dat het hierbij onder meer gaat om zijn lijfwacht en een politiearts die een hoge positie bekleedt in het Saudische ministerie van Binnenlandse Zaken; overwegende dat hun vermeende aanwezigheid in het Saudische consulaat te Istanbul op de dag van Jamal Khashoggi's verdwijning, namelijk 2 oktober 2018, betekent dat de kroonprins zelf bij de verdwijning van en eventuele moord op Jamal Khashoggi betrokken zou zijn;

E.  overwegende dat de Saudische autoriteiten alle aantijgingen als ongefundeerd en volledig onjuist hebben bestempeld; overwegende dat de opnames van de beveiligingscamera's op 2 oktober uit het consulaat zijn verwijderd en dat alle Turkse werknemers het bevel kregen die dag vrijaf te nemen; overwegende dat de consul-generaal van Saudi-Arabië in Istanbul, Mohammad al-Otaibi, Turkije op 16 oktober heeft verlaten;

F.  overwegende dat de aanval op Jamal Khashoggi door Saudische agenten in het Saudische consulaat te Istanbul een flagrante schending inhoudt van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen uit 1963, en dat in artikel 55.2 van dit verdrag staat dat consulaire gebouwen niet mogen worden gebruikt op manieren die niet compatibel zijn met de uitoefening van consulaire taken; overwegende dat in artikel 41 van hetzelfde verdrag staat dat de diplomatieke immuniteit in gevallen van ernstige misdrijven op bevel van een bevoegde rechtbank kan worden opgeheven;

G.  overwegende dat drie vooraanstaande Amerikaanse deskundigen, namelijk Bernard Duhaime, voorzitter en rapporteur van de werkgroep inzake gedwongen en onvrijwillige verdwijningen, David Kaye, speciaal VN-rapporteur voor de vrijheid van meningsuiting, en Agnes Callamard, speciaal VN-rapporteur inzake buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies, hebben geëist dat er een onafhankelijk en internationaal onderzoek van de zaak Khashoggi komt;

H.  overwegende dat verscheidene prominente sprekers, sponsors en mediapartners uit verontwaardiging over de verdwijning van Jamal Khashoggi hun deelname aan het Future Investment Initiative, een conferentie die eind oktober 2018 plaatsvindt in Riyad, hebben afgezegd;

I.  overwegende dat een aantal Amerikaanse senatoren een procedure hebben ingeleid om de Saudische burgers die betrokken zijn bij de verdwijning van Jamal Khashoggi aansprakelijk te stellen, en hiertoe de Global Magnitsky Act hebben aangepast;

J.  overwegende dat Saudi-Arabië sinds 2017 tientallen dissidenten heeft opgepakt, onder wie schrijvers, journalisten, voorvechters van de vrouwenrechten en geestelijken, voornamelijk op grond van vreedzaam geuite meningen of politieke banden; overwegende dat de autoriteiten verscheidene van deze dissidenten ter dood willen laten veroordelen; overwegende dat kroonprins Mohammad Bin Salman al-Saud een grootscheeps politieoptreden heeft ingeleid tegen prominente activisten, juristen en voorvechters van de mensenrechten, dat aan intensiteit heeft gewonnen sinds hij zijn macht over de veiligheidsinstanties van het land is beginnen consolideren;

K.  overwegende dat de strategie van het monddood maken van tegenstanders des te doeltreffender is doordat de Saudische autoriteiten op het stilzwijgen van buitenlandse overheden kunnen rekenen, die niet opkomen voor de beginselen die zij beweren te hanteren en zo in de praktijk instemmen met het repressieve optreden van Saudi-Arabië;

L.  overwegende dat het Saudische politieke en sociale systeem onveranderd ondemocratisch en discriminerend is, vrouwen tot tweederangsburgers maakt, geen vrijheid van godsdienst en geloofsovertuiging kent, de talrijke buitenlandse werknemers in het land sterk discrimineert, en elke tegengeluid hard aanpakt;

M.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 31 mei 2018 over de situatie van voorvechters van vrouwenrechten in Saudi-Arabië een oproep heeft gericht tot de Raad om de invoering te overwegen van gerichte maatregelen tegen personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen in Saudi-Arabië, alsook de benoeming van een speciaal rapporteur voor de mensenrechten in Saudi-Arabië binnen de VN-Mensenrechtenraad;

N.  overwegende dat de vrijheid van mening en meningsuiting en de vrijheid van pers en media, zowel online als offline, tot de fundamentele rechten van elke mens behoren en cruciaal zijn als voorwaarde en katalysator voor democratisering en hervormingen en als hulpmiddel om controle uit te oefenen op de overheid; overwegende dat een verscheidenheid aan vrije en onafhankelijke media in elke samenleving van essentieel belang is om de mensenrechten te bevorderen en te beschermen; overwegende dat journalisten vaak intimidatie en geweld riskeren doordat zij machtsmisbruik openbaar maken, corruptie aan het licht brengen en gangbare meningen ter discussie stellen;

1.  veroordeelt in de scherpste bewoordingen de gedwongen verdwijning van en de mogelijk door de staat gesteunde moord op Jamal Khashoggi in het consulaat van Saudi-Arabië te Istanbul op 2 oktober 2018;

2.  verwerpt de uitleg die de Saudische autoriteiten tot dusver hebben gegeven op grond van een gebrek aan geloofwaardigheid; stelt vast dat de Saudische autoriteiten geen enkel bewijs kunnen leveren voor hun bewering dat Jamal Khashoggi in het consulaat is aangekomen en het gebouw vervolgens opnieuw heeft verlaten, en merkt op dat dit in strijd is met de verzekering van de Saudische autoriteiten dat zij van plan zijn een echt en efficiënt onderzoek van de zaak in te stellen;

3.  vraagt dat er meteen een onafhankelijk en onpartijdig internationaal onderzoek wordt gestart naar de verdwijning van en de mogelijke moord op Jamal Khashoggi, en dat de verantwoordelijken worden geïdentificeerd en voor het gerecht gebracht;

4.  verzoekt de VV/HV een voorstel te doen voor een door de Commissie uit te werken en door de Raad goed te keuren 'Khashoggi-lijst' met Saudische personen tegen wie gerichte maatregelen worden genomen, zoals een reisverbod en bevriezing van tegoeden, wegens hun rol bij de verdwijning van en de vermoedelijke moord op Jamal Khashoggi of wegens andere ernstige mensenrechtenschendingen in Saudi-Arabië; dringt erop aan dat op deze lijst niet alleen de mensen worden gezet die dit misdrijf hebben uitgevoerd, maar ook de personen die het hebben bedacht en er de aanzet toe gegeven hebben;

5.  is ingenomen met de verontwaardiging over de moord op Jamal Khashoggi waaraan een aantal lidstaten, economische spelers en internationale organisaties, waaronder het Internationaal Monetair Fonds, uiting hebben gegeven en met hun boycot van het Future Investment Initiative dat eind oktober 2018 plaatsvindt in Riyad; vraagt met klem dat voor toekomstige samenwerking de universele waarden moeten worden geëerbiedigd;

6.  is een overtuigd voorstander van het initiatief voor de oprichting van een algemeen EU-stelsel van sancties tegen mensenrechtenschenders wereldwijd, waarmee individuen zouden worden geviseerd door middel van visumverboden en bevriezing van tegoeden; verwacht concrete resultaten van de conferentie die de Nederlandse autoriteiten met het oog op de lancering van dit initiatief hebben georganiseerd en die gepland is voor november in Den Haag, en spoort de andere lidstaten ertoe aan het voorstel zonder voorbehoud te steunen;

7.  vreest dat de verdwijning van Jamal Khashoggi rechtstreeks verband houdt met de kritiek die hij de afgelopen jaren op het Saudische beleid heeft geuit; herhaalt zijn oproep aan de Saudische autoriteiten om zich open te stellen voor de grondrechten, inclusief het recht op leven, het recht op vrije meningsuiting en het recht op vreedzaam protest;

8.  veroordeelt de aanhoudende repressie tegen voorvechters van de mensenrechten, onder wie vrouwenrechtenactivisten, kritische journalisten, geestelijken en andere vreedzame dissidenten in Saudi-Arabië, die de geloofwaardigheid van de hervormingen in het land ondermijnt; roept de regering van Saudi-Arabië op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle mensenrechtenactivisten en andere gewetensbezwaarden die gevangenen zitten en veroordeeld zijn enkel en alleen omdat ze gebruik hebben gemaakt van hun recht op vrije meningsuiting en zich geweldloos hebben ingezet voor de mensenrechten;

9.  maakt zich ernstige zorgen over vier gelijkaardige gevallen van gedwongen verdwijning die in 2018 hebben plaatsgevonden, waarbij meer bepaald de Qatarese burgers Mohsin al-Korbi, Abdulaziz Abdullah, Nawaf al-Rasheed en Ahmed Khalid Meqbel zijn verdwenen; verzoekt de regering van Saudi-Arabië met klem om informatie te verschaffen over hun verblijfplaats en hen ogenblikkelijk vrij te laten;

10.  vraagt om de onmiddellijke opschorting van de rechten waarover Saudi-Arabië beschikt als lid van de VN-Mensenrechtenraad, en motiveert dit verzoek met de grove en systematische mensenrechtenschendingen waaraan het land zich zowel binnen als buiten zijn grenzen schuldig maakt; verzoekt de EU nogmaals om binnen de VN-Mensenrechtenraad een voorstel voor te doen voor de benoeming van een speciale rapporteur voor de mensenrechten in Saudi-Arabië;

11.  merkt op dat Saudi-Arabië op 5 november 2018, tijdens de volgende bijeenkomst van de Mensenrechtenraad in Genève, in het kader van de universele periodieke doorlichting zijn prestaties op het gebied van de mensenrechten zal presenteren, en dringt erop aan dat de EU en haar lidstaten bij deze gelegenheid een duidelijk standpunt innemen;

12.  roept de Saudische autoriteiten ertoe op de eventuele volgende zweepslagen tegen Raif Badawi niet uit te voeren en hem onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten, aangezien hij wordt beschouwd als een gewetensbezwaarde die enkel en alleen is veroordeeld en opgesloten omdat hij zijn recht op vrije meningsuiting heeft uitgeoefend; verzoekt de EU zijn zaak bij elk contact op hoog niveau ter sprake te blijven brengen;

13.  verzoekt de Saudische autoriteiten onmiddellijk een moratorium in te stellen op het gebruik van de doodstraf, en dit te beschouwen als een stap in de richting van volledige afschaffing; vraagt om een herziening van alle processen waarbij de doodstraf is opgelegd, met als doel te waarborgen dat hierbij de internationale normen in acht zijn genomen;

14.  verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de Commissie om maatschappelijke organisaties en individuen die zich inzetten voor de mensenrechten in Saudi-Arabië, actief te ondersteunen, en hiertoe onder meer te zorgen voor gevangenisbezoeken, waarneming bij processen en openbare verklaringen;

15.  herhaalt bereid te zijn tot een constructieve en open dialoog met Saudi-Arabië over de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de rol van het land in de regio;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Europese Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de secretaris-generaal van de VN, de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zijne Majesteit Koning Salman bin Abdulaziz al-Saud en kroonprins Mohammad Bin Salman al-Saud, de regering van het Koninkrijk Saudi-Arabië, en de secretaris-generaal van het Centrum voor de nationale dialoog in het Koninkrijk Saudi-Arabië.

 

 

(1)

PB C 378 van 9.11.2017, blz. 64.

(2)

PB C 310 van 25.8.2016, blz. 29.

(3)

PB C 349 van 17.10.2017, blz. 34.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0232.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0066.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0473.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0383.

Laatst bijgewerkt op: 24 oktober 2018Juridische mededeling - Privacybeleid