Procedure : 2018/2891(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0504/2018

Ingediende teksten :

B8-0504/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.20
CRE 25/10/2018 - 13.20

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0436

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 262kWORD 46k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0351/2018
22.10.2018
PE624.200v01-00
 
B8-0504/2018

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Venezuela (2018/2891(RSP))


Charles Tannock, Raffaele Fitto, Karol Karski, Jana Žitňanská, Ruža Tomašić, Monica Macovei, Anna Elżbieta Fotyga, Pirkko Ruohonen‑Lerner, Angel Dzhambazki, Jan Zahradil, Valdemar Tomaševski, Jadwiga Wiśniewska, Branislav Škripek namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela (2018/2891(RSP))  
B8‑0504/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resoluties van 8 februari 2018 over de situatie in Venezuela(1), van 3 mei 2018 over de verkiezingen in Venezuela(2) en van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan zijn grenzen met Colombia en Brazilië(3),

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid (VV/HV) van 19 april 2018 over de situatie in Venezuela,

–  gezien de verklaringen van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 9 augustus 2018 over de recente gebeurtenissen in Venezuela en van 9 oktober 2018 over de dood van gemeenteraadslid Fernando Albán,

–  gezien de verklaring van zijn Commissie buitenlandse zaken en de Subcommissie mensenrechten van 10 oktober 2018 over de dood van Fernando Albán,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Venezuela partij is,

–  gezien het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof (ICC),

–  gezien de verklaring van 8 februari 2018 van de openbare aanklager van het ICC, Fatou Bensouda, over het instellen van een vooronderzoek naar de situatie op de Filippijnen en in Venezuela, en van 27 september 2018 over de verwijzing door een groep van zes landen die partij zijn bij het ICC over de situatie in Venezuela,

–  gezien de grondwet van Venezuela,

–  gezien zijn besluit om de Sacharovprijs 2017 toe te kennen aan de democratische oppositie in Venezuela,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de situatie van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in Venezuela ernstig blijft verslechteren; overwegende dat Venezuela als gevolg van een politieke crisis nu ook met een ongekende sociale, economische en humanitaire crisis kampt die al een groot aantal mensenlevens heeft geëist en miljoenen mensen ertoe dwingt het land te ontvluchten;

B.  overwegende dat een groot deel van de bevolking van Venezuela door armoede wordt getroffen; overwegende dat voedsel, geneesmiddelen en andere medische benodigdheden steeds schaarser zijn geworden en het gezondheidsstelsel is ingestort; overwegende dat de moedersterfte en kindersterfte met 60 % respectievelijk 30 % zijn toegenomen het afgelopen jaar; overwegende dat de Venezolaanse regering helaas volhardt in de weigering om internationale humanitaire hulp openlijk te ontvangen en de verspreiding ervan te faciliteren, ondanks de bereidheid van de internationale gemeenschap daartoe;

C.  overwegende dat Fernando Albán, een gemeenteraadslid van de oppositie, op 5 oktober 2018 gearresteerd werd op de luchthaven toen hij terugkwam uit New York, waar hij gesprekken over de Venezolaanse crisis had gevoerd en zijn gezin had bezocht; overwegende dat de regering beweert dat hij werd ondervraagd over zijn mogelijke betrokkenheid bij het drone-incident in augustus; overwegende dat Albán op 8 oktober dood werd aangetroffen in de gebouwen van de nationale inlichtingendienst (SEBIN), waar hij werd vastgehouden; overwegende dat de omstandigheden van zijn dood uiterst verdacht zijn en dat Venezolaanse ambtenaren tegenstrijdige verklaringen over zijn overlijden hebben afgelegd; overwegende dat de autoriteiten, ondanks oproepen van de VN en de EU, geweigerd hebben een onafhankelijk onderzoek naar de oorzaak van zijn overlijden toe te staan, met inbegrip van een autopsie door een internationaal en onafhankelijk forensisch team;

D.  overwegende dat Lorent Saleh, winnaar van de Sacharovprijs 2017, op 13 oktober 2018 werd vrijgelaten en onmiddellijk naar Spanje werd verbannen; overwegende dat hij vier jaar in de gevangenis had gezeten, zonder proces, en aan foltering werd blootgesteld; overwegende dat zijn getuigenis blijk geven van de wrede en onmenselijke behandeling van politieke gevangenen in Venezuela; overwegende dat er in Venezuela nog steeds meer dan tweehonderd politieke gevangenen opgesloten zitten;

E.  overwegende dat de openbare aanklager van het ICC op 8 februari 2018 een vooronderzoek heeft ingesteld naar de situatie in Venezuela; overwegende dat op 27 september 2018 een groep van zes landen die partij zijn (Argentinië, Canada, Colombia, Chili, Paraguay en Peru) de aanklager heeft verzocht een onderzoek in te stellen naar misdaden tegen de menselijkheid die zijn gepleegd op het grondgebied van Venezuela; overwegende dat ook Frankrijk en Costa Rica de oproep voor een dergelijk onderzoek ondersteunen; overwegende dat dit de eerste verwijzing was die werd ingediend door een groep van aangesloten landen over een situatie op het grondgebied van een ander aangesloten land;

F.  overwegende dat de Raad op 13 november 2017 heeft besloten een wapenembargo aan Venezuela op te leggen, alsook een embargo op aanverwant materiaal dat voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt; overwegende dat de Raad op 22 januari 2018 heeft besloten zeven Venezolaanse overheidsambtenaren sancties in de vorm van beperkende maatregelen op te leggen, zoals een reisverbod en bevriezing van tegoeden, wegens het niet-eerbiedigen van democratische beginselen; overwegende dat de sancties op 25 juni 2018 werden uitgebreid naar nog elf Venezolaanse ambtenaren;

G.  overwegende dat de vergadering van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 oktober 2018 gesprekken omvatte over een politieke oplossing voor de huidige crisis door de mogelijkheid te onderzoeken om een contactgroep op te richten die een politiek proces tot stand kan brengen;

1.  spreekt zijn grote bezorgdheid uit over het feit dat de situatie op het gebied van de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat in Venezuela steeds verder verslechtert; veroordeelt het gebruik van willekeurige opsluiting en judiciële en administratieve intimidatie om duizenden mensenrechtenverdedigers, verkozen leden van de oppositie en onafhankelijke maatschappelijke organisaties te vervolgen, omdat dit de democratische structuur van Venezuela steeds meer ondermijnt;

2.  is ernstig bezorgd over de schrijnende humanitaire situatie in Venezuela en het structurele tekort aan essentiële levensmiddelen, geneesmiddelen en voedsel; uit met name zijn bezorgdheid over de toename van de ondervoeding bij kinderen sinds 2017;

3.  betuigt zijn oprechte medeleven met de familieleden en vrienden van Fernando Albán; roept op tot een grondig en onafhankelijk onderzoek naar de omstandigheden van zijn tragische dood, met inbegrip van een autopsie door een internationaal en onafhankelijk forensisch team;

4.  dringt er bij de Venezolaanse autoriteiten op aan te zorgen voor de bescherming van alle burgers tegen elke vorm van intimidatie, aanklachten op grond van laster, bedreigingen of fysieke aanvallen, en effectieve maatregelen te nemen voor de bescherming van personen die hun recht van vrije meningsuiting en vrijheid van vergadering uitoefenen;

5.  herhaalt zijn eerdere oproepen om de veiligheid en de fysieke integriteit van alle personen die opgesloten zitten te verzekeren, om alle willekeurig vastgehouden personen onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten, met inbegrip van alle politieke gevangenen, en om meer eerbied te tonen voor democratisch verkozen lichamen en de mensenrechten;

6.  vraagt de Venezolaanse autoriteiten te erkennen dat er sprake is van een crisis, te voorkomen dat de situatie nog erger wordt, en inspanningen te leveren voor politieke en economische oplossingen die zorgen voor veiligheid voor alle burgers en voor stabiliteit voor het land en de regio;

7.  verzoekt de EU, in concreto de Raad en de VV/HV, erop toe te zien dat verdere stappen op weg naar een politieke oplossing de volgende onherroepelijke eisen moeten omvatten: de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen en het einde van alle foltering, mishandeling en intimidatie van politieke tegenstanders en mensenrechtenactivisten; de instelling van een nieuwe onafhankelijke nationale kiesraad die wordt gekozen door de Nationale Vergadering; het houden van vrije en eerlijke verkiezingen in overeenstemming met internationale normen voor een geloofwaardig proces waarin politiek pluralisme wordt gerespecteerd, met de aanwezigheid van internationale democratische waarnemers; erkenning van de macht van de rechtmatige Nationale Vergadering; en de ontbinding van de Constituerende Nationale Vergadering;

8.  staat volledig achter het onderzoek van het ICC naar de talrijke misdaden van en gevallen van repressie door het Venezolaanse regime; dringt er bij de EU op aan zich aan te sluiten bij het initiatief van de staten die partij zijn bij het ICC om een onderzoek in te stellen naar de misdaden tegen de menselijkheid die zijn gepleegd door de Venezolaanse regering op het grondgebied van Venezuela, teneinde de daders ter verantwoording te roepen;

9.  toont zich verheugd dat de EU zo snel aanvullende gerichte en herroepbare sancties heeft opgelegd, die de Venezolaanse bevolking niet zullen treffen, vanwege het houden van onrechtmatige en niet door de internationale gemeenschap erkende verkiezingen op 20 mei 2018; wil dat deze sancties worden aangescherpt als de situatie op het gebied van democratie en mensenrechten in het land blijft verslechteren;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0041.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.

Laatst bijgewerkt op: 24 oktober 2018Juridische mededeling - Privacybeleid